Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202501745/1/R3

Uitspraak 202501745/1/R3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4566
Datum uitspraak
5 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 4 februari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lochem het wijzigingsplan "Zuiderbleek Lochem" gewijzigd vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in de mogelijkheid om een appartementengebouw met maximaal 41 appartementen te realiseren op de percelen langs de Zuiderbleek in Lochem waar eerder een supermarkt was gevestigd. Het college heeft het wijzigingsplan vastgesteld met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 21.1.1, gelezen in samenhang met artikel 21.1.2 van de regels van het bestemmingsplan "Binnenstad Lochem", dat ziet op de herstructurering van dit plangebied. [appellant] woont aan de [locatie] in Lochem. Zijn perceel grenst aan de noordwestzijde van het wijzigingsplangebied. Hij vreest dat de ontwikkeling leidt tot een verslechtering van zijn woon- en leefklimaat.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202501745/1/R3.
Datum uitspraak: 5 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend in Lochem,
appellant,

en

het college van burgemeester en wethouders van Lochem,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 4 februari 2025 heeft het college het wijzigingsplan "Zuiderbleek Lochem" gewijzigd vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het college en [appellant] hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 13 mei 2026, waar [appellant] en het college, vertegenwoordigd door mr. H. van Veldhuisen en B.P.M. Vogelzang, zijn verschenen. Verder is op de zitting Stichting Viverion, vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een wijzigingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het wijzigingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 14 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Crisis- en herstelwet (Chw), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Inleiding

2.       Het wijzigingsplan voorziet in de mogelijkheid om een appartementengebouw met maximaal 41 appartementen te realiseren op de percelen langs de Zuiderbleek in Lochem waar eerder een supermarkt was gevestigd.

3.       Het college heeft het wijzigingsplan vastgesteld met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 21.1.1, gelezen in samenhang met artikel 21.1.2 van de regels van het bestemmingsplan "Binnenstad Lochem", dat ziet op de herstructurering van dit plangebied.

4.       [appellant] woont aan de [locatie] in Lochem. Zijn perceel grenst aan de noordwestzijde van het wijzigingsplangebied. Hij vreest dat de ontwikkeling leidt tot een verslechtering van zijn woon- en leefklimaat.

Ingetrokken beroepsgronden

5.       [appellant] heeft op de zitting zijn beroepsgronden over de locatie van het elektriciteitshuisje en de anonimisering van bijlagen bij de plantoelichting ingetrokken.

Toetsingskader

6.       Met het bestaan van de wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan mag de planologische aanvaardbaarheid van de nieuwe bestemming binnen het gebied waarover de wijzigingsbevoegdheid gaat in beginsel als een gegeven worden beschouwd als is voldaan aan de in het bestemmingsplan gestelde wijzigingsvoorwaarden. Dit neemt niet weg dat het bij het vaststellen van een wijzigingsplan gaat om een bevoegdheid en niet om een plicht. Het feit dat is voldaan aan de wijzigingsvoorwaarden die in een bestemmingsplan zijn opgenomen, doet niets af aan de plicht van het college van burgemeester en wethouders om in de besluitvorming over de vaststelling van een wijzigingsplan ook na te gaan of uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gelet op de betrokken belangen, wijziging van de oorspronkelijke bestemming gerechtvaardigd is.

7.       De relevante planregels zijn - voor zover deze niet in de overwegingen van de uitspraak zijn weergegeven - opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Beoordeling van het beroep

Parkeren

8.       [appellant] betoogt dat al sprake is van een hoge parkeerdruk in de wijk, in het bijzonder rondom de basisschool en de kinderopvang aan de Burgemeester Leenstraat. Deze zal verder toenemen als gevolg van deze ontwikkeling. Hij vreest dat er tijdens piekmomenten een wachtrij in de buurt van de basisschool en de kinderopvang zal ontstaan waardoor de doorgang van de hulpdiensten wordt gehinderd.

8.1.    De Afdeling begrijpt het betoog van [appellant] zo dat het college het wijzigingsplan niet zo had mogen vaststellen, omdat niet is voldaan aan de wijzigingsvoorwaarde dat parkeren op eigen terrein geschiedt en/of voldoende nieuwe parkeervoorzieningen in de openbare ruimte worden gecreëerd. Deze voorwaarde is opgenomen in het afwegingskader dat voor de wijzigingsbevoegdheid is opgenomen in artikel 21.1.2, aanhef en onder b, van de regels van het bestemmingsplan "Binnenstad Lochem".

8.2.    In artikel 3.1, eerste lid, van de regels van het "Parapluplan Parkeernormen" staat dat een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een verandering van het gebruik pas wordt verleend als is verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Hierbij moet worden voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in de "Nota parkeernormen". Dat artikel 3.1, eerste lid, van de regels van het parapluplan in dit geval van toepassing is volgt uit artikel 3.6, derde lid, van de Wro waarin staat dat een wijzigingsplan deel uitmaakt van het bestemmingsplan. Dit betekent dat algemene regels uit het bestemmingsplan "Binnenstad Lochem", die met het "Parapluplan Parkeernormen" zijn herzien, gelden in het wijzigingsplangebied.

8.3.    Hoewel de vraag of er voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd, gelet op wat onder 8.2 is overwogen, in het kader van de procedure van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de in het wijzigingsplan voorziene woningen aan de orde komt, dient het college bij de vaststelling van dit wijzigingsplan eveneens te bezien of kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid en of dus wordt voldaan aan de wijzigingsvoorwaarde. Daarbij geldt dat het wijzigingsplan geen oplossing hoeft te bieden voor een eventueel bestaand parkeertekort rondom het plangebied. Het wijzigingsplan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor de ontwikkeling binnen het wijzigingsplangebied, zodat de bestaande parkeerdruk niet toeneemt. De Afdeling wijst ter vergelijking op haar uitspraak van 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2257, onder 9.3.

8.4.    De Afdeling stelt aan de hand van de stukken en de door partijen gegeven toelichting op de zitting vast dat in de huidige situatie in het wijzigingsplangebied 37 parkeerplaatsen liggen. Niet in geschil is dat deze parkeerplaatsen worden gebruikt door onder meer bezoekers van de school en de kinderopvang.

Uit paragraaf 4.3 van de plantoelichting volgt dat de parkeerbehoefte van de voorziene woningen 38,5 parkeerplaatsen is. Bij dit aantal dienen volgens het college de huidige 37 parkeerplaatsen in het wijzigingsplangebied te worden opgeteld. In het wijzigingsplangebied moeten dus afgerond 76 parkeerplaatsen worden gerealiseerd, zo staat in de plantoelichting. Verder heeft het college toegelicht dat dubbelgebruik mogelijk is, omdat sprake is van verschillende functies met verschillende piekmomenten. De huidige 37 parkeerplaatsen kunnen buiten de haal- en brengtijden als parkeerplaatsen voor de woningen worden gebruikt en dus ook tijdens de piekmomenten in de avond en nacht. Daarom zal het wijzigingsplan volgens het college geen gevolgen hebben voor de parkeersituatie in de omgeving van het wijzigingsplangebied.

8.5.    Niet in geschil is dat het wijzigingsplan leidt tot een behoefte van 38,5 parkeerplaatsen. Evenmin is in geschil dat de bestaande parkeerbehoefte bestaat uit 37 parkeerplaatsen. De Afdeling overweegt dat ter plaatse van de gronden met de bestemming "Verkeer" in het wijzigingsplangebied onder meer parkeervoorzieningen zijn toegestaan. In paragraaf 2.2 van de plantoelichting staat een schets met de voorziene parkeerplaatsen. Uit deze schets, tezamen met de verbeelding van het wijzigingsplan, blijkt naar het oordeel van de Afdeling dat ter plaatse van de bestemming "Verkeer" kan worden voorzien in 76 parkeerplaatsen. Met artikel 3.1, eerste lid, van de regels van het parapluplan is geregeld dat in het kader van de omgevingsvergunningverlening voor de nieuwe functie in het wijzigingsplangebied voldoende parkeervoorzieningen worden gerealiseerd.

8.6.    Gelet op het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat in het wijzigingsplangebied voldoende ruimte aanwezig is voor de realisering van voldoende parkeerplaatsen en dat dus is voldaan aan de wijzigingsvoorwaarde in artikel 21.1.2, aanhef en onder b, van de regels van het bestemmingsplan "Binnenstad Lochem".

Het betoog slaagt niet.

Stedenbouwkundige inpassing

9.       [appellant] betoogt dat de voorziene ontwikkeling vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet past in de dorpse omgeving van het plangebied. Een dergelijk groot en massaal complex tast de ruimtelijke kwaliteit van de buurt en van het dorp aan.

9.1.    De Afdeling is van oordeel dat het college het voorziene appartementengebouw passend heeft mogen achten in de omgeving. Daarbij betrekt de Afdeling dat het college heeft toegelicht dat de situering van het appartementengebouw en de gekozen bouwhoogtes aansluiten bij de omliggende woningen. De maximaal toegestane bouwhoogte van het oostelijk bouwvlak van het wijzigingsplangebied bedraagt 14 m en sluit aan bij de maximaal toegestane bouwhoogte van 13,5 m van het bestaande appartementengebouw ten oosten daarvan. Verder bedraagt de maximaal toegestane bouwhoogte van het meest westelijk deel van het bouwvlak 10,5 m, dezelfde hoogte als de naastgelegen woning van [appellant]. Dat het college na afweging van alle belangen, waarbij onder meer rekening is gehouden met stedenbouwkundige aspecten, een andere keuze heeft gemaakt dan [appellant], valt binnen de beleidsruimte die het college bij de vaststelling van een wijzigingsplan toekomt. Verder heeft het college een groter gewicht kunnen toekennen aan de urgentie om nieuwe woningen te bouwen dan aan het belang van [appellant] bij een ongewijzigde situatie.

Het betoog slaagt niet.

Geluidscherm

10.     [appellant] keert zich verder tegen het geluidscherm van 2,5 m hoog dat direct naast zijn perceel mogelijk wordt gemaakt. Zijn vrije uitzicht gaat daardoor volledig verloren. Hij wijst erop dat er aan de achterkant van zijn woning al een geluidscherm van 3 m hoog staat, waardoor zijn woning steeds verder wordt ingesloten. Ook vermindert de lichtinval in zijn woning door het geluidscherm. Daarnaast zal als gevolg van het geluidscherm het zicht vanaf het plangebied en zijn woning op de Zuiderbleek worden beperkt. Dit zal volgens [appellant] leiden tot verkeersonveilige situaties.

10.1.  Uit de verbeelding volgt dat aan een strook grond direct ten oosten van het perceel van [appellant] de bestemming "Verkeer" met de functieaanduiding "geluidscherm" is toegekend. Deze strook biedt ruimte voor een geluidscherm van ongeveer 24 m lang.

Artikel 4 van de regels van het wijzigingsplan luidt:

"[…] Het gebruik van gronden als parkeervoorziening, als bedoeld in artikel 11.1 onder c, dient als strijdig gebruik te worden aangemerkt, indien ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' geen geluidsabsorberend geluidsscherm van minimaal 2,50 m hoog is gerealiseerd en in stand wordt gehouden over de volle lengte van die aanduiding op de verbeelding behorende bij dit wijzigingsplan."

10.2.  Het college acht deze voorwaardelijke verplichting nodig omdat uit geluidberekeningen blijkt dat als in het noordwesten van het plangebied wordt geparkeerd, de piekgeluiden vanwege het dichtslaan van portieren bij de woning van [appellant] tot 99 dB(A) kunnen bedragen. Om dat te voorkomen is een geluidscherm nodig.

[appellant] heeft de geluidberekeningen niet betwist. Gelet daarop bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat, als ter plaatse parkeerplaatsen worden aangelegd, een geluidscherm noodzakelijk is om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woning van [appellant] te waarborgen.

10.3.  Verder heeft het college zich naar het oordeel van de Afdeling op het standpunt mogen stellen dat het uitzicht van [appellant] niet onevenredig wordt aangetast. Het college heeft daarbij mogen betrekken dat de woning van [appellant] op ongeveer 9 m afstand van het plandeel ligt en dat het geluidscherm maximaal 2,5 m hoog mag zijn. Het college heeft daarbij ook van belang geacht dat op basis van het bestemmingsplan "Binnenstad Lochem" al een woning van 10,5 m hoog was toegestaan op nagenoeg dezelfde afstand van de woning van [appellant]. Weliswaar was deze woning niet zo breed als het geluidscherm dat het wijzigingsplan mogelijk maakt, maar ook onder dat bestemmingsplan had [appellant] geen garantie op een uitzicht helemaal vrij van gebouwen.

Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling in het aspect uitzicht geen aanleiding voor het oordeel dat de gevolgen daarvan voor het woon- en leefklimaat van [appellant] zo groot zijn dat het college niet tot dit wijzigingsplan had kunnen komen.

Het betoog slaagt in zoverre niet.

10.4.  Over het aspect bezonning overweegt de Afdeling het volgende. Voor de bezonning van woningen bestaan geen wettelijke normen. De Afdeling verwijst hiervoor bijvoorbeeld naar haar uitspraak van 27 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3630, onder 10.1. Dat neemt niet weg dat in het kader van de vaststelling van een bestemmingsplan een afweging moet plaatsvinden van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen, waaronder het belang van omwonenden bij een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Volgens het college zal het geluidscherm niet leiden tot onaanvaardbare gevolgen voor de bezonning op de woning van [appellant]. Het college heeft daarbij betrokken dat de maximale bouwhoogte van het geluidscherm beperkt is en dat bovendien ook een erfafscheiding van 2 m hoog kon worden gebouwd. Het college heeft er ook op gewezen dat in de feitelijke bestaande situatie al sprake is van schaduwwerking door de woning van 10,5 m hoog naast de woning van [appellant]. Daarnaast heeft het college in het verweerschrift toegelicht dat rekening is gehouden met de belangen van [appellant] door het appartementengebouw op een afstand van 24 m van zijn woning te situeren en door aan de zijde van dat gebouw dat het dichtst bij het perceel van [appellant] ligt, een maximale bouwhoogte van 10,5 m toe te staan.

Gelet op de afstand van 9 m tussen het voorziene geluidscherm en de woning van [appellant] en de maximaal toegestane bouwhoogte van 2,5 m heeft het college zich naar het oordeel van de Afdeling op het standpunt mogen stellen dat de eventuele effecten van het wijzigingsplan op de bezonningssituatie voor [appellant] beperkt zijn.

Het betoog slaagt ook in zoverre niet.

10.5.  Het college heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de realisatie van het geluidscherm er niet toe leidt dat ter plaatse een verkeersonveilige situatie ontstaat door een verminderd zicht op de Zuiderbleek. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het college zich niet op dat standpunt mocht stellen. Zoals het college op de zitting heeft toegelicht, blijft er, mede omdat het geluidscherm een breedte van maar 30 cm heeft ter hoogte van de plek waar automobilisten de Zuiderbleek oprijden, nog voldoende zicht op eventueel verkeer dat komt aanrijden. Het college heeft daarnaast toegelicht dat de Zuiderbleek een éénrichtingsweg is waarvoor een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt. Op basis van wat [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanknopingspunten hieraan te twijfelen. Daarom heeft het college zich naar het oordeel van de Afdeling op het standpunt mogen stellen dat het wijzigingsplan niet leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor het verkeer.

Het betoog slaagt ook in zoverre niet.

Beeldkwaliteit

11.     [appellant] betoogt dat de beeldkwaliteit van de beoogde woningen niet in het plan wordt geborgd.

11.1.  De Afdeling stelt voorop dat het vaststellen van een beeldkwaliteitsplan niet verplicht is op grond van de Wro. Het college heeft toegelicht dat uit de Welstandsnota Lochem volgt dat voor het plangebied welstandscriteria gelden. De Afdeling volgt het college dat daarom geen beeldkwaliteitsplan hoeft te worden vastgesteld of opgenomen in de planregels.

Het betoog slaagt niet.

Herhalen en inlassen zienswijze

12.     Waar [appellant] voor het overige verzoekt de inhoud van zijn zienswijze als herhaald en ingelast in het beroepschrift te beschouwen, overweegt de Afdeling dat in de zienswijzennota is ingegaan op die zienswijze. [appellant] heeft in zijn beroepschrift geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de zienswijze onjuist of onvolledig zou zijn.

Conclusie

13.     Het beroep is ongegrond.

14.     Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.R. Mosterd, griffier.

w.g. Van Breda
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Mosterd
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2026

1091

BIJLAGE

Wijzigingsplan "Zuiderbleek Lochem"

Artikel 4 Verkeer

De regels in artikel 11 van het bestemmingsplan, zoals genoemd in lid 1.3, zijn van toepassing […]

Bestemmingsplan "Binnenstad Lochem"

Artikel 11 Verkeer

De voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor:

[…]

parkeervoorzieningen;

[…]

Artikel 21.1.1 Algemeen

Burgemeester en wethouders zijn conform het bepaalde in artikel 3.6 Wro bevoegd het plan binnen de aangeduide gebiedsaanduidingen 'wro-zone wijzigingsgebied' te wijzigen, mits:

a. bodemonderzoek heeft uitgewezen dat de desbetreffende gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik;

b. akoestisch onderzoek heeft uitgewezen dat kan worden voldaan aan de wettelijke grenswaarden krachtens de Wet Geluidhinder of een ontheffing is verkregen voor hogere waarden;

c. archeologisch onderzoek is gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden;

d. natuuronderzoek is gedaan in verband met een ontheffing krachtens de Flora- en faunawet;

e. tenminste 10% van de gronden betrokken bij de wijziging worden aangewend voor open waterberging, tenzij uit overleg met de waterbeheerder blijkt dat met een lager percentage kan worden volstaan;

f. de woningdifferentiatie bij woningbouw in overeenstemming is met de doelstellingen van het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid;

g. bij de wijziging de navolgende regels in acht genomen worden.

Artikel 21.1.2 Wro-zone-wijzigingsgebied 1 (herstructurering Zuiderbleek e.o)

Ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied - 1' kunnen de daar geldende bestemmingen worden gewijzigd in de bestemmingen 'Groen', 'Maatschappelijk', 'Verkeer', 'Water', 'Wonen' en 'Wonen - Gestapeld', mits:

a. niet meer dan 70 woningen worden toegestaan met bijbehorende infrastructuur en openbare ruimte;

b. parkeren op eigen terrein geschiedt en/of voldoende nieuwe parkeervoorzieningen in de openbare ruimte worden gecreëerd.

Bestemmingsplan "Parapluplan Parkeernormen"

Artikel 3.1 Parkeernormen

1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen en / of een omgevingsvergunning voor een verandering van het gebruik wordt pas verleend als is verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Hierbij moet worden voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen':

2. de onder 1. bedoelde parkeerplaatsen voor motorvoertuigen dienen afmetingen te hebben die zijn afgestemd op gangbare motorvoertuigen, zoals deze zijn opgenomen in de meest recente uitgave van het CROW "Aanbevelingen voor de verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom" en diens rechtsopvolger(s).

Het aanleggen en / of instandhouden van voornoemde parkeergelegenheid geldt als een voorwaardelijke verplichting in de zin van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 4 Van toepassing verklaren

De regels in dit bestemmingsplan gelden in aanvulling op alle bestemmingsplannen op het grondgebied van de gemeente Lochem zoals deze eerder door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Bepalingen over parkeren in deze bestemmingsplannen vervallen en worden vervangen door de regels uit voorliggend plan.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon