Uitspraak 202503738/4/A2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2025:6458
- Datum uitspraak
- 27 augustus 2025
- Inhoudsindicatie
- [verzoeker] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de Rechtbank Midden-Nederland kantonrechter, standplaats Almere, kenmerk 11486411 MC EXPL 25-154, van 14 mei 2025. Ook heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
- Voorlopige voorziening
- Hoger Beroep - Overige
Toon inhoud
202503738/4/A2.
Datum uitspraak: 27 augustus 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht(hierna: de Awb)) van:
[verzoeker], wonend in [woonplaats],
verzoeker.
Procesverloop
[verzoeker] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de Rechtbank Midden-Nederland kantonrechter, standplaats Almere, kenmerk 11486411 MC EXPL 25-154, van 14 mei 2025.
Ook heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
2. Bij uitspraak van vandaag, nr. 202503738/3/A2 heeft de Afdeling op het hoger beroep beslist. Dus is er geen sprake meer van een geding. Daarom dient het verzoek als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.
3. Van proceskosten is niet gebleken.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H. Benek, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Klingers, griffier.
w.g. Benek
voorzieningenrechter
w.g. Klingers
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2025
209-341