Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202601844/1/A3 en 202601844/3/A3

Uitspraak 202601844/1/A3 en 202601844/3/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4219
Datum uitspraak
20 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij uitspraak van 18 juni 2026 in zaak nr. 202601844/2/A3 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel de burgemeester van Venlo opgedragen bij wijze van voorlopige voorziening niet over te gaan tot sluiting van de woning aan de [locatie] in Venlo totdat de voorzieningenrechter heeft beslist over de opheffing of wijziging van deze voorlopige voorziening. Deze zaak gaat over de tijdelijke sluiting van het huis waarin [verzoekster] woont. De burgemeester wil de woning sluiten omdat de politie in de kelder een in werking zijnde hennepkwekerij heeft gevonden. [verzoekster] vindt weliswaar dat de burgemeester om die reden de bevoegdheid heeft om haar woning te sluiten, maar vindt dat de burgemeester daarvan geen gebruik moet maken. De burgemeester is dat niet met haar eens en de rechtbank heeft haar geen gelijk gegeven.
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Drugs

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202601844/1/A3 en 202601844/3/A3.
Datum uitspraak: 20 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het hoger beroep van:

[verzoekster], wonend in Venlo,
verzoekster,

tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 29 mei 2026 in zaken nrs. 26/884 en 26/885 in het geding tussen:

[verzoekster]

en

de burgemeester van Venlo.

Procesverloop

Bij uitspraak van 18 juni 2026 in zaak nr. 202601844/2/A3 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel de burgemeester van Venlo opgedragen bij wijze van voorlopige voorziening niet over te gaan tot sluiting van de woning aan de [locatie] in Venlo totdat de voorzieningenrechter heeft beslist over de opheffing of wijziging van deze voorlopige voorziening.

De burgemeester heeft een reactie gegeven op het verzoek om een voorlopige voorziening van [verzoekster] en nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld op de zitting van 9 juli 2026, waar [verzoekster], bijgestaan door mr. E.H.E.A. van Gestel, advocaat in Roermond, en de burgemeester van Venlo, vertegenwoordigd door mr. E.P.B. Moors, zijn verschenen.

Overwegingen

1.       In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

Waar gaat deze zaak over?

2.       Deze zaak gaat over de tijdelijke sluiting van het huis waarin [verzoekster] woont. De burgemeester wil de woning sluiten omdat de politie in de kelder een in werking zijnde hennepkwekerij heeft gevonden. [verzoekster] vindt weliswaar dat de burgemeester om die reden de bevoegdheid heeft om haar woning te sluiten, maar vindt dat de burgemeester daarvan geen gebruik moet maken. De burgemeester is dat niet met haar eens en de rechtbank heeft haar geen gelijk gegeven.

In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter of de sluiting van de woning in dit geval evenredig is. Daarvoor kijkt de voorzieningenrechter naar de geschiktheid van de sluiting, de noodzaak om de woning te sluiten en of er evenwicht is tussen de nadelige gevolgen voor [verzoekster] en het doel dat de burgemeester met de sluiting wil bereiken.

Uitspraak van de rechtbank

3.       De rechtbank heeft overwogen dat de sluiting van de woning een geschikt middel is om de overtreding te beëindigen. Het tijdsverloop tussen de ontdekking van de hennepkwekerij eind oktober 2025 en de in het besluit op bezwaar voorgenomen sluiting op 23 april 2026 is in dit geval niet zodanig dat het dat niet meer is. De rechtbank heeft daarbij betrokken dat het gaat om een ernstige overtreding en het vermoeden van eerdere oogsten en dat [verzoekster] dat niet heeft betwist. Daar kwam voor de rechtbank bij dat de (ex-)partner van [verzoekster] nog steeds mede-eigenaar is van de woning en in de politieregistratie voorkomt omdat hij op een ander adres in 2019 softdrugs heeft vervaardigd.

Verder heeft de rechtbank overwogen dat de burgemeester de sluiting noodzakelijk mocht achten. De overtreding is weliswaar beëindigd nadat de politie de 524 hennepplanten heeft weggehaald en vernietigd, maar de sluiting van de woning heeft ook als doel om de gevolgen van de overtreding teniet te doen. De sluiting van de woning is daarvoor nodig in dit geval omdat het om een grote hoeveelheid gaat, in de woning ook diverse aan de kwekerij gerelateerde attributen zijn gevonden en onduidelijk is of de (ex-)partner van [verzoekster] nog in de woning kan komen.

Tot slot heeft de rechtbank overwogen dat de sluiting ook evenwichtig is. Dat [verzoekster] niet wist dat de hennepkwekerij er was, onder meer omdat zij in die periode veel bij haar moeder was, acht de rechtbank niet geloofwaardig. De redenen daarvoor zijn dat de deur naar de kelder in de hal van de woning is, dat in het voorste gedeelte van de kelder een wasmachine staat en een opslag is. Bovendien lag in de garage bij de woning een grote hoeveelheid afval van de hennepkwekerij. Het moet ook tijd en mankracht hebben gekost om de kwekerij op te zetten en de planten te verzorgen. Daarnaast is [verzoekster] als mede-eigenaar van de woning ook mede verantwoordelijk voor wat zich in de woning afspeelt. Verder heeft de rechtbank overwogen dat [verzoekster] niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij financieel niet in staat is om vervangende woonruimte te vinden voor de drie maanden. Zij ontvangt een salaris voor een voltijds baan en heeft een persoonlijke lening afgesloten van € 50.000,00. De rechtbank overweegt dat niet is gebleken dat [verzoekster] voldoende heeft gezocht naar vervangende woonruimte.

Wat heeft [verzoekster] aangevoerd tegen de uitspraak van de rechtbank?

4.       [verzoekster] betoogt dat de rechtbank mee had moeten laten wegen dat sluiting van de woning niet meer een geschikt middel is omdat er al te veel tijd voorbij is gegaan sinds de politie de hennepkwekerij heeft gevonden. Bovendien wist zij niet van het bestaan daarvan af omdat zij in die periode zorg verleende aan haar moeder. Haar (ex-)partner staat ingeschreven op het adres van zijn moeder waardoor er volgens [verzoekster] geen risico meer is op herhaling. De noodzaak om de woning te sluiten ontbreekt daarom. De rechtbank had het belang van haar minderjarige dochter, haar financiële situatie en het feit dat zij geen vervangende woonruimte heeft, zwaarder moeten laten wegen, aldus [verzoekster].

Beoordeling door de voorzieningenrechter

5.       De gronden die [verzoekster] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [verzoekster] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 10 tot en met 15 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Zij voegt daar nog aan toe dat het tijdsverloop mede komt doordat de burgemeester na de ontdekking van de hennepkwekerij eerst een voornemen aan [verzoekster] heeft gestuurd met de mogelijkheid daarop haar zienswijze te geven. Daardoor kon de burgemeester bij zijn besluit rekening houden met haar standpunten. De Afdeling vindt het totale tijdsverloop in dit geval niet zo lang dat sluiting niet meer bijdraagt aan de doelen ervan. Daarvoor acht de Afdeling mede van belang dat de (ex-)partner van [verzoekster] eerder ook betrokken is geweest bij de teelt van hennep. Verder voegt de Afdeling toe dat [verzoekster] op de zitting heeft bevestigd dat er nog geen verzoek om echtscheiding is. [verzoekster] heeft bovendien niet weersproken dat de moeder en broer van haar (ex-)partner betrokken zijn bij hennepteelt, dat de broer heeft verklaard dat de kwekerij een familiebedrijf is en dat de burgemeester heeft besloten de woningen van de moeder en broer te sluiten. De Afdeling volgt daarom het standpunt van de burgemeester dat het gevaar op herhaling niet kan worden uitgesloten.

Oordeel

6.       Het hoger beroep is ongegrond. De voorzieningenrechter bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

7.       De voorzieningenrechter heft de door hem getroffen voorlopige voorziening in de uitspraak van 18 juni 2026 op. Omdat hij op het hoger beroep heeft beslist, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.

Proceskosten

8.       De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;

II.       heft de voorlopige voorziening, getroffen bij uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 juni 2026, in zaak nr. 202601844/2/A3, op.

III.      wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, griffier.

w.g. Van Ravels
voorzieningenrechter

w.g. Van Tuyll van Serooskerken
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2026

290


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon