Uitspraak 202406064/4/A2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2025:6456
- Datum uitspraak
- 30 juli 2025
- Inhoudsindicatie
- [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 25 september 2024. e uitspraak van de rechtbank van 25 september 2024 is een uitspraak op een herzieningsverzoek, dat betrekking heeft op een uitspraak van de rechtbank die strekt tot ongegrondverklaring van het verzet, zoals bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, aanhef en onder b, van de Awb. Gelet op artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, kan tegen de uitspraak van 25 september 2025 geen hoger beroep worden ingesteld. Dat geen hoger beroep kan worden ingesteld, wordt een appelverbod genoemd. De Afdeling kan ondanks een appelverbod kennis nemen van een hoger beroep in geval van een zodanige schending van beginselen van een goede procesorde, dan wel fundamentele rechtsbeginselen, dat geoordeeld moet worden dat er geen eerlijk proces is geweest.
- Hoger beroep
- Rechtsbijstand
Toon inhoud
202406064/4/A2.
Datum uitspraak: 30 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 25 september 2024 in zaak nr. 24/3401 in het geding tussen:
[appellant]
en
het bestuur van de raad voor rechtsbijstand (hierna: de raad).
Procesverloop
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 25 september 2024.
Overwegingen
1. Artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb luidt: "Totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de bestuursrechter te verschijnen, kan de bestuursrechter het onderzoek sluiten, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is".
Artikel 8:55, zevende lid, aanhef en onder b, van de Awb luidt: "De uitspraak strekt tot ongegrondverklaring van het verzet".
Artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb luidt: "Geen hoger beroep kan worden ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid".
2. De uitspraak van de rechtbank van 25 september 2024 is een uitspraak op een herzieningsverzoek, dat betrekking heeft op een uitspraak van de rechtbank die strekt tot ongegrondverklaring van het verzet, zoals bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, aanhef en onder b, van de Awb. Gelet op artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, kan tegen de uitspraak van 25 september 2025 geen hoger beroep worden ingesteld. Dat geen hoger beroep kan worden ingesteld, wordt een appelverbod genoemd.
3. De Afdeling kan ondanks een appelverbod kennis nemen van een hoger beroep in geval van een zodanige schending van beginselen van een goede procesorde, dan wel fundamentele rechtsbeginselen, dat geoordeeld moet worden dat er geen eerlijk proces is geweest.
Wat [appellant] heeft aangevoerd, biedt geen grond voor het doorbreken van het appelverbod.
4. De Afdeling is kennelijk onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
5. De raad hoeft geen proceskosten te betalen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.K. van de Riet, griffier.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van de Riet
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2025
994