Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202601902/2/A3

Uitspraak 202601902/2/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4036
Datum uitspraak
10 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 17 juni 2024 heeft De Nederlandsche Bank N.V. het verzoek van HRIF om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid gedeeltelijk toegewezen. DNB heeft de voorzieningenrechter laten weten dat zij wil voorkomen dat zij in navolging van de uitspraak van de rechtbank een nieuw besluit moet nemen. Volgens DNB is het oordeel van de rechtbank onjuist. Daarom is zij in hoger beroep gekomen. Volgens DNB is het niet mogelijk om uitvoering aan de uitspraak te geven, omdat de documenten toezichtvertrouwelijk zijn. Volgens DNB valt toezichtvertrouwelijke informatie niet onder het toepassingsbereik van de Woo, en bestaat er dus geen grondslag om te beoordelen of de documenten voor openbaarmaking in aanmerking komen, en bestaat evenmin een plicht om in het besluit uitgebreid te motiveren waarom documenten toezichtvertrouwelijke informatie omvatten.
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202601902/2/A3.
Datum uitspraak: 10 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb)), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb, van:

De Nederlandsche Bank N.V. (DNB),

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 juni 2026 in zaak nr. 25/1652 in het geding tussen:

DNB

en

Human Rights in Finance EU (HRIF).

Procesverloop

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft DNB het verzoek van HRIF om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) gedeeltelijk toegewezen.

Bij besluit van 15 januari 2025 op het door HRIF gemaakte bezwaar heeft DNB het besluit van 17 juni 2024 gedeeltelijk herroepen en gedeeltelijk gehandhaafd.

Bij uitspraak van 5 juni 2026 heeft de rechtbank het door DNB daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 15 januari 2025 vernietigd en DNB opgedragen om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.

Tegen deze uitspraak heeft DNB hoger beroep ingesteld.

Op 19 juni 2026 heeft DNB de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Ook heeft DNB de voorzieningenrechter verzocht om een ordemaatregel te treffen, als het inplannen van een zitting op korte termijn niet haalbaar is.

HRIF heeft nadere stukken ingediend.

Overwegingen

1.       De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

2.       DNB heeft de voorzieningenrechter laten weten dat zij wil voorkomen dat zij in navolging van de uitspraak van de rechtbank een nieuw besluit moet nemen. Volgens DNB is het oordeel van de rechtbank onjuist. Daarom is zij in hoger beroep gekomen. Volgens DNB is het niet mogelijk om uitvoering aan de uitspraak te geven, omdat de documenten toezichtvertrouwelijk zijn. Volgens DNB valt toezichtvertrouwelijke informatie niet onder het toepassingsbereik van de Woo, en bestaat er dus geen grondslag om te beoordelen of de documenten voor openbaarmaking in aanmerking komen, en bestaat evenmin een plicht om in het besluit uitgebreid te motiveren waarom documenten toezichtvertrouwelijke informatie omvatten. Bovendien kan (gedeeltelijke) openbaarmaking van de documenten niet meer ongedaan worden gemaakt en zijn er dus onomkeerbare gevolgen, als zij hangende de bodemprocedure met inachtneming van de aangevallen uitspraak een nieuw besluit moet nemen, aldus DNB. Het hoger beroep zou daarmee zinledig worden.

3.       De door de rechtbank gestelde termijn voor het nemen van een nieuw besluit loopt tot 17 juli 2026. In eerste instantie zou de zitting bij de Afdeling op 23 juli 2026 plaatsvinden. HRIF heeft een verzoek om uitstel voor deze zitting ingediend, omdat zij op 23 juli 2026 is verhinderd. De Afdeling heeft dit verzoek toegewezen. Er ontstaat dus een periode waarin DNB in verzuim is doordat zij niet aan de opdracht van de rechtbank heeft voldaan.

4.       Omdat de gevraagde voorlopige voorziening niet zonder zitting inhoudelijk kan worden beoordeeld, ziet de voorzieningenrechter, na afweging van de betrokken belangen, aanleiding om een ordemaatregel te treffen. Zij zal bepalen dat DNB geen nieuw besluit op het bezwaar van HRIF hoeft te nemen totdat de voorzieningenrechter heeft beslist over de opheffing of wijziging van deze voorlopige voorziening. Aan het belang van HRIF wordt tegemoetgekomen door in augustus een zitting te houden waar zal worden onderzocht of aanleiding bestaat om de getroffen voorziening of te heffen of te wijzigen.

5.       Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        schorst de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 juni 2026 in zaak nr. 25/162;

II.       bepaalt dat de Nederlandsche Bank N.V. geen nieuw besluit hoeft te nemen op het bezwaar van Human Rights in Finance EU, totdat de voorzieningenrechter heeft beslist over de opheffing of wijziging van deze voorlopige voorziening.

Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.D. Westerbaan, griffier.

w.g. Den Ouden
voorzieningenrechter

w.g. Westerbaan
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2026

1050


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon