Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202403334/1/A3

Uitspraak 202403334/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4153
Datum uitspraak
15 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij twee afzonderlijke besluiten van 20 juli 2022 hebben de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn de bedrijfswoning onderscheidenlijk de bedrijfshal aan de [locatie] in Apeldoorn aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de Algemene Plaatselijke Verordening 2014. Compromis is eigenaar van de bedrijfshal en [appellant] is eigenaar van de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn. Beide panden werden ten tijde van de besluitvorming verhuurd. Het college heeft beide panden aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de APV, omdat de leefbaarheid en/of openbare orde rondom de panden onder druk staat. Op grond van de aanwijzingsbesluiten is het verboden om in de panden zonder vergunning van de burgemeester goederen en diensten aan te bieden, te verkopen en te leveren.
  • Hoger beroep
  • Verordeningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202403334/1/A3.
Datum uitspraak: 15 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

Compromis Vastgoed B.V., gevestigd in Apeldoorn, en [appellant], wonend in [woonplaats],
appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 24 mei 2024 in zaak nr. 23/295 in het geding tussen:

Compromis en [appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn.

Procesverloop

Bij twee afzonderlijke besluiten van 20 juli 2022 hebben de burgemeester en het college de bedrijfswoning onderscheidenlijk de bedrijfshal aan de [locatie] in Apeldoorn aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de Algemene Plaatselijke Verordening 2014 (hierna: APV).

Bij besluit van 6 januari 2023 heeft het college de door Compromis en [appellant] tegen deze besluiten gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 24 mei 2024 heeft de rechtbank het door Compromis en [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben Compromis en [appellant] hoger beroep ingesteld.

De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Compromis en [appellant] hebben ieder nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 4 februari 2026, waar Compromis, vertegenwoordigd door [gemachtigde] bijgestaan door mr. F.J.M. Kobossen, advocaat in Twello, en [appellant], bijgestaan door mr. J.H.M. Berenschot, advocaat in Apeldoorn, en het college, vertegenwoordigd door mr. M.B. Jansen en H. Terwel, bijgestaan door mr. F.A. Pommer, advocaat in Nijmegen, zijn verschenen.

Overwegingen

Toepasselijke regelgeving

1.       De voor deze zaak relevante regelgeving is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Inleiding

2.       Compromis is eigenaar van de bedrijfshal en [appellant] is eigenaar van de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn. Beide panden werden ten tijde van de besluitvorming verhuurd. Het college heeft beide panden aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de APV, omdat de leefbaarheid en/of openbare orde rondom de panden onder druk staat. Op grond van de aanwijzingsbesluiten is het verboden om in de panden zonder vergunning van de burgemeester goederen en diensten aan te bieden, te verkopen en te leveren.

3.       Aan zijn besluitvorming heeft het college onder andere ten grondslag gelegd dat zowel het bedrijfspand als de bedrijfswoning op 26 januari 2022 voor zes maanden is gesloten door de burgemeester, omdat de politie bij een onderzoek drugs-gerelateerde zaken en een vuurwapen heeft aangetroffen. Verder heeft het college aan zijn besluitvorming ten grondslag gelegd dat het bedrijfspand in 2012 door de burgemeester is gesloten omdat daar een illegale coffeeshop, een seksinrichting en een illegaal horecabedrijf werden geëxploiteerd. Ook heeft het college meegewogen dat in 2019 meerdere politie-invallen en controles zijn gedaan bij autobedrijven in de Sleutelbloemstraat en dat deze gebeurtenissen zijn uitgelicht in de media. De rechtbank heeft de besluitvorming van het college in stand gelaten.

Hoger beroep

4.       Compromis en [appellant] betogen dat het college de panden niet mocht aanwijzen als vergunningplichtig.

In de eerste plaats voeren zij hiertoe aan dat in of rondom de panden de openbare orde niet onder druk staat. Het college mocht de sluiting van het bedrijfspand in 2012 niet betrekken bij zijn besluitvorming, omdat dit lang geleden is. Ook had het college de politie-invallen en controles bij autobedrijven aan de Sleutelbloemstraat niet mogen meewegen, omdat deze geen betrekking hebben op de panden van Compromis en [appellant]. Verder zijn er in de panden geen aanwijzingen gevonden voor drugshandel zoals drugs of een kweekruimte en is er geen overlast gemeld. Weliswaar is er in de slaapkamer van de bedrijfswoning een vuurwapen gevonden, maar dit heeft geen invloed gehad op de openbare orde. Er zijn immers geen schietincidenten of bedreigingen geweest, aldus [appellant].

In de tweede plaats betogen Compromis en [appellant] dat de besluitvorming niet evenredig is. Hiertoe voert [appellant] aan dat het niet nodig was een aanwijzingsbesluit te nemen dat ziet op de bedrijfswoning, omdat de bedrijfswoning al was gesloten en de openbare orde daardoor was hersteld. Het college had een lichtere maatregel moeten opleggen, zoals een last onder dwangsom of een waarschuwing. Bovendien zijn de aanwijzingsbesluiten volgens Compromis en [appellant] niet evenwichtig, omdat het nadelige financiële gevolgen voor hen heeft. Als gevolg van de aanwijzingsbesluiten kunnen zij de panden namelijk niet verhuren of verkopen.

Tot slot heeft het college in strijd gehandeld met het gelijkheidsbeginsel en had het college bij de besluitvorming mee moeten wegen dat zij allebei geen strafrechtelijk verleden hebben, aldus Compromis en [appellant].

Beoordeling hoger beroep

Bevoegdheid college

5.       Op grond van artikel 2.65b van de APV kan het college gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2.65c van de APV. Dit betekent dat het verboden is om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen. Volgens artikel 2:65a, onder c, van de APV wordt, voor zover relevant, onder bedrijf de bedrijfsmatige activiteit verstaan die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw of een daarbij behorend perceel of enige andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.

5.1.    De Afdeling stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat op het gehele perceel een bedrijfsbestemming rust, waardoor het pand dat als bedrijfswoning in gebruik is, ook volledig als bedrijf kan worden gebruikt. Dit betekent dat het college op grond van de genoemde bepalingen van de APV ook de bedrijfswoning kan aanwijzen als vergunningplichtig. Op het moment dat de eigenaar of de huurder ook de bedrijfswoning voor bedrijfsmatige activiteiten wil gebruiken, moet daarvoor dan dus een vergunning worden aangevraagd.

Verstoring van de openbare orde en/of leefbaarheid

6.       Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat in of in de nabijheid het bedrijfspand en de bedrijfswoning de leefbaarheid en/of openbare orde onder druk staat. Het college heeft zich daarbij mogen baseren op de eerdere sluiting van het bedrijfspand in 2012 en de sluiting van beide panden in 2022. Ook mocht het college meewegen dat bij een onderzoek van het perceel in 2022 in het bedrijfspand stoffen en voorwerpen zijn gevonden waarmee harddrugs geproduceerd kunnen worden. Hoewel er volgens [appellant] geen incidenten hebben plaatsgevonden met het vuurwapen, neemt dit niet weg dat het college mocht meewegen dat er een vuurwapen in de bedrijfswoning aanwezig was. Ook de politie-invallen en controles bij autobedrijven aan de Sleutelbloemstraat mocht het college aan zijn besluitvorming ten grondslag leggen, omdat deze panden zich in de nabijheid van het bedrijfspand en de bedrijfswoning bevinden, hetgeen mag worden betrokken bij de beoordeling van de leefbaarheid en de openbare orde.

Het betoog slaagt ook in zoverre niet.

Noodzakelijkheid en evenwichtigheid

7.       Zoals de rechtbank heeft overwogen, blijkt uit de besluitvorming dat het college met de aanwijzingsbesluiten heeft beoogd de verstoring van de openbare orde of nadelige beïnvloeding van de leefbaarheid tegen te gaan als die worden veroorzaakt door een onveilig en malafide ondernemersklimaat vanuit een gebouw, branche of in een gebied. Door het opleggen van een vergunningplicht worden Compromis en [appellant] gestimuleerd om bonafide ondernemers in het bedrijfspand en de bedrijfswoning te vestigen. Compromis en [appellant] hebben de huurders niet gescreend en hebben de huurovereenkomsten ten tijde van de aanwijzingsbesluiten niet willen ontbinden. Zij hebben ook niet kenbaar gemaakt op welke andere manier zij herhaling van een verstoring van de openbare orde en/of leefbaarheid willen voorkomen. Daarom kon het college tot de conclusie komen dat het niet kon volstaan met een minder zware maatregel. De Afdeling ziet in wat Compromis en [appellant] hebben aangevoerd geen grond voor het oordeel dat de aanwijzingsbesluiten niet evenwichtig zijn. De rechtbank is terecht tot dezelfde conclusie gekomen.

Het betoog slaagt ook voor het overige niet.

7.1.    Dat wat Compromis en [appellant] voor het overige hebben aangevoerd kan niet leiden tot een andere conclusie.

Conclusie

8.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank moet worden bevestigd.

9.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Overschrijding redelijke termijn

10.     Compromis heeft de Afdeling verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De redelijke termijn bedraagt in zaken als deze in beginsel vier jaar. De redelijke termijn is begonnen met de ontvangst van het bezwaarschrift op 2 augustus 2022 en is geëindigd met de uitspraak van de Afdeling. De procedure heeft dus nog geen vier jaar geduurd. De Afdeling zal het verzoek van Compromis daarom afwijzen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bevestigt de uitspraak van de rechtbank;

II.       wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzitter, en mr. N.H. van den Biggelaar en mr. M.J.M. Ristra-Peeters, leden, in tegenwoordigheid van mr. W. Dijkshoorn, griffier.

w.g. Willems
voorzitter

w.g. Dijkshoorn
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026

735

BIJLAGE

Relevante regelgeving

Algemene Plaatselijke Verordening

2:65a Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

c. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw of een daarbij behorend perceel of enige andere ruimte, niet zijnde:

[…]

- een woning die als zodanig in gebruik is.

2.65b Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten

1. Het college kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het eerste lid van artikel 2:65c van toepassing is.

2. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van het college de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat.

2.65c Vergunning uitoefening bedrijf

1. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen:

a. in een door het college op grond van het eerste lid van artikel 2:65b aangewezen gebouw of gebied voor door het college benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of

b. indien de uitoefening van het bedrijf een door het college op grond van het eerste lid van artikel 2:65b aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon