Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202303247/1/A3

Uitspraak 202303247/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3799
Datum uitspraak
1 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 10 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oss een verzoek van [appellant] om een huwelijk in de basisregistratie personen (brp) te registreren afgewezen. Op [datum] 2013 is er een huwelijk voltrokken tussen [appellant] en [partij] in een moskee in Oss. Op dat moment hadden zij beiden enkel de Soedanese nationaliteit. Van dit huwelijk is een huwelijksakte opgemaakt door een huwelijksambtenaar van de Soedanese ambassade. De huwelijksakte is door deze huwelijksambtenaar ondertekend op [datum] 2013 en voorzien van een stempel van de ambassade van Soedan in Den Haag. [appellant] heeft het college verzocht om zijn huwelijk op basis van de huwelijksakte te registreren in brp. Het college heeft het verzoek van [appellant] bij het besluit van 10 januari 2022 afgewezen. Bij het besluit van 16 augustus 2022 heeft het college de afwijzing gehandhaafd. Volgens het college is het huwelijk tussen [appellant] en [partij] niet rechtsgeldig naar Nederlands recht.
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202303247/1/A3.
Datum uitspraak: 1 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,

tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Oost­-Brabant van 14 maart 2023 in zaak nr. 22/2278 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Oss.

Procesverloop

Bij besluit van 10 januari 2022 heeft het college een verzoek van [appellant] om een huwelijk in de basisregistratie personen (brp) te registreren afgewezen.

Bij besluit van 16 augustus 2022 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij mondelinge uitspraak van 14 maart 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college en de derde-belanghebbende partij [partij] hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Het college en [appellant] hebben nader stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een  zitting behandeld op 13 mei 2026, waar [appellant], bijgestaan door mr. P.H. Hillen, advocaat in Tilburg, en het college, vertegenwoordigd door J.L.M. van de Broek, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [partij], bijgestaan door mr. W.C.G. Kolijn-Verlegh, advocaat in Oss, als partij gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1.       Op [datum] 2013 is er een huwelijk voltrokken tussen [appellant] en [partij] in een moskee in Oss. Op dat moment hadden zij beiden enkel de Soedanese nationaliteit. Van dit huwelijk is een huwelijksakte opgemaakt door een huwelijksambtenaar van de Soedanese ambassade. De huwelijksakte is door deze huwelijksambtenaar ondertekend op [datum] 2013 en voorzien van een stempel van de ambassade van Soedan in Den Haag.

1.1.    [appellant] heeft het college verzocht om zijn huwelijk op basis van de huwelijksakte te registreren in brp.

Besluitvorming

2.       Het college heeft het verzoek van [appellant] bij het besluit van 10 januari 2022 afgewezen. Bij het besluit van 16 augustus 2022 heeft het college de afwijzing gehandhaafd. Volgens het college is het huwelijk tussen [appellant] en [partij] niet rechtsgeldig naar Nederlands recht.

Uitspraak rechtbank

3.       De rechtbank heeft, samengevat, geoordeeld dat het college het verzoek van [appellant] terecht heeft afgewezen.

Hoger beroep

4.       Gedurende het hoger beroep is duidelijk geworden dat [appellant] vanaf het begin van de procedure in Vlissingen woont en niet in Oss. Het college stelt zich in hoger beroep op het standpunt dat [appellant] geen procesbelang heeft. Volgens het college is het namelijk niet bevoegd om de gegevens van [appellant] in de brp te wijzigen, omdat [appellant] niet in Oss woont. [appellant] is het daar niet mee eens en stelt dat hij wel procesbelang heeft, omdat de gemeente Oss in een telefoongesprek met de gemeente Vlissingen heeft aangegeven dat er een rechtszaak loopt tegen de weigering van de gemeente Oss om het huwelijk in te schrijven. Bovendien is van belang dat hij in Oss is getrouwd en dat [partij] in Oss woont.

[appellant] betoogt verder dat, als de Afdeling van oordeel is dat hij geen procesbelang heeft omdat hij niet in Oss woont, de uitspraak van de rechtbank alsnog moet worden vernietigd, omdat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten verklaren. [appellant] woonde namelijk ten tijde van het besluit van 16 augustus 2022 al niet in Oss. De Afdeling moet het college daarom veroordelen in de proceskosten, aldus [appellant].

4.1.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in de uitspraak van 28 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2530, is de bestuursrechter slechts gehouden tot inhoudelijke beoordeling van een bij hem ingediend (hoger) beroep tegen een besluit van een bestuursorgaan indien de indiener daarbij een actueel en reëel belang heeft. Als dat belang is vervallen, is de bestuursrechter niet geroepen uitspraak te doen uitsluitend wegens de principiële betekenis daarvan.

[appellant] woont niet in de gemeente Oss, maar in de gemeente Vlissingen. Gelet op de systematiek van de Wet brp en de rechtspraak van de Afdeling, moet degene die verzoekt om wijziging van zijn gegevens in de brp dit verzoek indienen bij de gemeente waar diegene staat ingeschreven. Dit is ook in overeenstemming met artikel 1.1, aanhef en onder h, van de Wet brp. Het college is dus niet bevoegd [appellant]’s gegevens in de brp te wijzigen. Dat betekent dat [appellant] geen rechtens te beschermen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

4.2.    Over het betoog van [appellant] dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk had moeten verklaren, overweegt de Afdeling als volgt. [appellant] beoogt slechts een wijziging van het dictum van de uitspraak van de rechtbank, in die zin dat het besluit van 16 augustus 2022 wordt vernietigd en zelf voorziend dat bezwaar niet-ontvankelijk wordt verklaard. [appellant] heeft in een nader stuk van 1 mei 2026 en op de zitting bij de Afdeling te kennen gegeven dat het belang van de vernietiging van de uitspraak uitsluitend is gelegen in een veroordeling in de proceskosten.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, zie daarvoor bijvoorbeeld de hiervoor genoemde uitspraak van 28 oktober 2020, levert vergoeding van de bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep opgekomen proceskosten op zichzelf genomen onvoldoende procesbelang op, zodat hij in dit geval geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep.

Het betoog slaagt niet.

5.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

6.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden

Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

7.       [appellant] heeft verzocht om vergoeding van schade door de lange duur van de procedure.

7.1.    De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties bestaat, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste vier jaar redelijk. Hierbij wordt een half jaar gerekend voor de behandeling van het bezwaar, anderhalf jaar voor de behandeling van het beroep en twee jaar voor de behandeling van het hoger beroep. De termijn begint op het moment van ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuursorgaan, in dit geval 24 februari 2022.

7.2.    Het college heeft het bezwaarschrift op 24 februari 2022 ontvangen. De redelijke termijn van vier jaar is met ruim vier maanden overschreden. De overschrijding is aan de Afdeling toe te rekenen. De Afdeling zal, uitgaande van een forfaitair tarief van € 500,00 per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond, de schadevergoeding voor [appellant] vaststellen op een bedrag van € 500,00, als vergoeding van de door hem geleden immateriële schade.

7.3.    Het verzoek van [appellant] om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt toegewezen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

II.       wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toe;

III.      veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) om aan [appellant] een schadevergoeding van € 500,00 te betalen;

IV.      veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) tot vergoeding van bij K.Y.I [appellant] in verband met de behandeling van het verzoek om schadevergoeding opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 467,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, voorzitter, en mr. H.J.M. Besselink en mr. M.J.M. Ristra-Peeters, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.E. de Bakker, griffier.

w.g. Knol
voorzitter

w.g. De Bakker
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2026

1031


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon