Besluit aangifteplicht en klacht langs diplomatieke weg.
- Kenmerk
- W16.26.00162/II
- Datum aanhangig
- 15 juni 2026
- Datum vastgesteld
- 9 september 2026
- Datum advies
- 9 september 2026
- Datum publicatie
- 14 september 2026
- Vindplaats
- Website Raad van State
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 15 juni 2026, no.2026001254, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende bepalingen over de rechtspersonen of organen van rechtspersonen met een verplichting tot het doen van aangifte en de mogelijkheid tot het doen van een klacht, bedoeld in artikel 2.2.1, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, langs de diplomatieke weg (Besluit aangifteplicht en klacht langs diplomatieke weg), met nota van toelichting.
Samenvatting
Het ontwerpbesluit geeft uitwerking aan twee delegatiebepalingen in het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Het gaat om het aanwijzen van rechtspersonen ("openbare colleges") waarop een bijzondere aangifteplicht rust, en om het nader regelen hoe vervolgingsklachten langs diplomatieke weg kunnen worden ingediend.
De Afdeling adviseert in de toelichting de noodzaak van de continuering van de aangifteplicht nader te motiveren en de opsomming van aangewezen rechtspersonen die verplicht zijn aangifte te doen nader te bezien en aan te passen. De Afdeling stelt bij het indienen van klachten langs diplomatieke weg de vraag of het uitwerken van deze delegatiebepaling noodzakelijk is. Zij adviseert met deze vragen rekening te houden voordat het besluit genomen wordt.
Advies
1. Het aanwijzen van rechtspersonen die een bijzondere aangifteplicht hebben
Openbare colleges en ambtenaren die in de uitoefening van hun bediening kennis krijgen van enkele soorten ambtsmisdrijven zijn verplicht om direct aangifte te doen. (zie noot 1) Deze aangifteplicht kan bij algemene maatregel van bestuur (amvb) worden uitgebreid tot "rechtspersonen of organen van rechtspersonen wier taken en bevoegdheden zijn omschreven bij of krachtens de wet". (zie noot 2)
Het ontwerpbesluit voorziet daarin. Aangewezen worden: (zie noot 3)
- de Stichting Pensioenfonds ABP en het Pensioenfonds Rail & Openbaar Vervoer,
- de Sociaal-Economische Raad,
- zorgverzekeraars,
- de zorgkantoren, genoemd in de Wet langdurige zorg,
- de keuringsinstellingen, bedoeld in de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005,
- de privaatrechtelijke rechtspersonen, bedoeld in de Landbouwkwaliteitswet, en
- woningcorporaties.
a. Noodzaak
De aangifteplicht voor "openbare colleges en ambtenaren", en de uitbreiding van die plicht bij amvb, heeft in 1987 zijn huidige vorm gekregen. In de toelichting wordt niet uitgelegd of in de praktijk (nog steeds) behoefte bestaat aan de aangifteplicht voor deze organisaties. Er ontbreekt informatie over de ervaringen die in de afgelopen periode zijn opgedaan met aangiftes vanuit de aangewezen organisaties.
De Afdeling adviseert in de toelichting de noodzaak van continuering van deze aangifteplicht nader te motiveren.
b. Selectie van rechtspersonen
In de toelichting wordt evenmin uitgelegd waarom juist deze organisaties worden aangewezen. De opsomming komt grotendeels overeen met de opsomming in het besluit uit 1987, dat uitvoering gaf aan een delegatiebepaling in het oude Wetboek van Strafvordering. (zie noot 4) Uit de parlementaire geschiedenis komt naar voren dat de aangifteplicht bedoeld was om de goede reputatie en het vertrouwen in de onkreukbaarheid van het ambtelijk apparaat in zijn totaliteit te handhaven. De uitbreiding van de aangifteplicht bij amvb moest het mogelijk maken de aangifteplicht uit te breiden tot "anderen dan ambtenaren die een publieke taak vervullen". (zie noot 5)
Het wetboek legt de aangifteplicht op aan "openbare colleges en ambtenaren". Volgens de toelichting moet onder "openbare colleges" worden verstaan: alle colleges die door of vanwege de wetgever zijn ingesteld en die in het publieke belang werkzaam zijn. (zie noot 6) Als van deze omschrijving wordt uitgegaan, valt de Sociaal-Economische Raad al onder het begrip "openbare colleges". (zie noot 7)
Er zijn echter ook veel privaatrechtelijke organisaties die belast zijn met publieke taken maar die niet bij of krachtens de wet zijn ingesteld. De toelichting maakt niet duidelijk op basis van welke criteria is gekozen voor de organisaties die in het ontwerpbesluit worden opgesomd. Zo is niet duidelijk of juist bij deze organisaties speciale behoefte bestaat aan aangifte van ambtsmisdrijven. Evenmin is bijvoorbeeld duidelijk waarom van alle pensioenfondsen juist deze twee worden aangewezen, of waarom van de vele keuringsinstellingen die bij of krachtens de wet zijn aangewezen, alleen de instellingen die bedoeld zijn in de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 en de Landbouwkwaliteitswet onder de aangifteplicht worden gebracht.
De Afdeling adviseert de opsomming van aangewezen rechtspersonen nader te bezien en aan te passen.
2. Het indienen van klachten langs diplomatieke weg
Bij of krachtens amvb kunnen nadere regels worden gesteld over het indienen en intrekken van een klacht langs diplomatieke weg. (zie noot 8) Het gaat om de klacht als voorwaarde om een strafbaar feit te kunnen vervolgen (klachtdelict). (zie noot 9) Het ontwerpbesluit bepaalt dat, als het hoofd of een lid van de regering van een bevriende staat klachtgerechtigde is, de klacht langs diplomatieke weg kan worden ingediend. (zie noot 10) Deze regeling is nu nog opgenomen in het (oude) Wetboek van Strafvordering (zie noot 11) en wordt ongewijzigd opgenomen in het ontwerpbesluit.
Klachtdelicten zijn met name beledigingsdelicten, schaking en het openbaar maken van geheimen. (zie noot 12) Belediging van een bevriend staatshoofd of een lid van de regering van een bevriende staat is sinds 2020 niet meer strafbaar. (zie noot 13)
Het is de vraag of er in de huidige tijd nog inhoudelijk behoefte bestaat aan een dergelijke regeling gezien het beperkte aantal klachtdelicten dat hierop van toepassing is. Tevens is de vraag - mocht er toch een klacht langs diplomatieke weg worden ingediend - of het Openbaar Ministerie dan zal verlangen dat het staatshoofd of het regeringslid de klacht persoonlijk indient. Dit roept de vraag op of aan deze regeling nog behoefte bestaat.
De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de noodzaak van de voorgestelde regeling. Als die ontbreekt, adviseert zij de regeling te schrappen.
Conclusie
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft opmerking bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Voetnoten
(1) Artikel 2.2.4, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (nieuw).
(2) Artikel 2.2.4, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (nieuw).
(3) Voorgesteld artikel 2.1.1.
(4) Besluit van 31 maart 1987, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van artikel 162, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Stb. 1987, 141)
(5) Kamerstukken II 1982/83, 18054, nr. 3, p. 4-6.
(6) Toelichting, paragraaf 1 (Inleiding), eerste alinea.
(7) Artikel 1 van de Wet op de Sociaal-Economische Raad.
(8) Artikel 2.2.11 van het Wetboek van Strafvordering (nieuw).
(9) Artikel 2.2.1, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (nieuw).
(10) Voorgesteld artikel 3.1.1.
(11) Artikel 166a van het Wetboek van Strafvordering (oud).
(12) Artikelen 269, eerste lid, 272, tweede lid, 281, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.
(13) Artikelen 118 en 119 van het Wetboek van Strafrecht; Kamerstukken 34456.