Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak BRS.26.000741 en BRS.26.000744

Uitspraak BRS.26.000741 en BRS.26.000744

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2652
Datum uitspraak
11 mei 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 27 augustus 2024, aangevuld op 22 april 2025, heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

BRS.26.000741 en BRS.26.000744
ECLI:NL:RVS:2026:2652
Datum uitspraak: 11 mei 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,
appellant,

tegen de tussenuitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 22 januari 2025, en haar mondelinge einduitspraak van 5 februari 2026 in zaak nr. NL24.33712 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 27 augustus 2024, aangevuld op 22 april 2025, heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij tussenuitspraak van 22 januari 2025 heeft de rechtbank de minister in de gelegenheid gesteld om een aan dat besluit klevend gebrek te herstellen.

Bij mondelinge uitspraak van 5 februari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. B.A. Palm, advocaat in Utrecht, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1.        Het betoog in de eerste grief, over de vraag of Iraniërs na lang verblijf in het Westen meer dan voorheen als verdacht of bedreiging zullen worden gezien door het regime, leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dat oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, rechtsontwikkeling en rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

1.1.        De rechtbank heeft namelijk een zorgvuldigheids- of motiveringsgebrek geconstateerd. De minister komt daartegen in hoger beroep terwijl dat gebrek zich (los van de vraag wat de uitkomst van de nieuwe besluitvorming moet zijn) eenvoudig laat herstellen.

2.        Met betrekking tot de tweede grief heeft de Afdeling in de uitspraak van 12 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1326, geoordeeld dat uit de landeninformatie over Iran geen eenduidig beeld volgt over de situatie van afvalligen en atheïsten. Dat geldt ook voor vreemdelingen die deze overtuiging in beginsel terughoudend uiten. De minister kan zich daarom niet zonder nader onderzoek op het standpunt stellen dat zij geen gegronde vrees hebben voor vervolging. Het betoog van de minister dat de rechtbank dit ten onrechte heeft geoordeeld, faalt.

3.        Uit het voorgaande volgt dat beantwoording van de door de minister opgeworpen vraag in de tweede grief over het verlangen van terughoudendheid vooralsnog niet nodig is voor de oplossing van deze zaak. Gelet op de arresten van het Hof van Justitie van 6 oktober 1982, Cilfit, ECLI:EU:C:1982:335, punt 10, 6 oktober 2021, Consorzio Italian Management, ECLI:EU:C:2021:799, punt 34, en 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243, punt 35, bestaat dan ook geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen.

4.        Het hoger beroep is ongegrond. De voorzieningenrechter bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om voorlopige voorziening daarom af. De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;

II.        wijst het verzoek af.

III.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. van Driesten, griffier.

w.g. Drop
voorzieningenrechter

w.g. Van Driesten
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2026

1021


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon