Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak BRS.26.000059

Uitspraak BRS.26.000059

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2545
Datum uitspraak
7 mei 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 16 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Regulier

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

BRS.26.000059
ECLI:NL:RVS:2026:2545
Datum uitspraak: 7 mei 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het hoger beroep van:

[appellant],
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 11 december 2025 in zaak nr. NL25.11601 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 16 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 12 februari 2025 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 11 december 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. E. Derksen, advocaat in Velp, hoger beroep ingesteld.

De minister en appellant hebben een nader stuk ingediend.

Overwegingen

1.        Appellant heeft de Turkse nationaliteit. Hij heeft op 5 juni 2024 een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning als Turkse werknemer op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en eerste streepje, van Besluit nr. 1/80 ingediend. De minister heeft deze aanvraag afgewezen op grond van artikel 4:6 van de Awb, onder verwijzing naar het afwijzende besluit van 31 mei 2023 op de eerste aanvraag, omdat appellant geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden aan zijn tweede aanvraag ten grondslag heeft gelegd. De rechtbank heeft overwogen dat de minister zich niet ten onrechte op dit standpunt heeft gesteld.

2.        Appellant klaagt in hoger beroep terecht over dit oordeel. De Afdeling heeft bij uitspraak van 13 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1453, zijn hoger beroep in de procedure over zijn eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning als Turkse werknemer op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en eerste streepje, van Besluit nr. 1/80 gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar van 18 april 2024 vernietigd. De Afdeling heeft geconcludeerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellant geen legale arbeid in de zin van artikel 6 van het Besluit nr. 1/80 heeft verricht, omdat hij als tijdelijk beschermde geen onbetwist verblijfsrecht had en zich daarom niet in een stabiele en bestendige situatie op de Nederlandse arbeidsmarkt bevond. Dit betekent dat het hoger beroep van appellant in deze procedure ook slaagt. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, omvat het tijdelijke verblijfsrecht van appellant op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming in dit geval wel een onbetwist verblijfsrecht, waardoor zijn reële en daadwerkelijke arbeid bij een Nederlandse werkgever legale arbeid in de zin van artikel 6 van het Besluit nr. 1/80 is. Het oordeel van de rechtbank dat de minister de aanvraag mocht afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere besluit van 31 mei 2023, houdt dan ook geen stand.

2.1.        De grieven slagen.

3.        Uit de hiervoor genoemde uitspraak van 13 maart 2026 volgt dat de opgeworpen vraag kan worden beantwoord aan de hand van de rechtspraak van het Hof van Justitie. Gelet op de arresten van het Hof van 6 oktober 1982, Cilfit, ECLI:EU:C:1982:335, punten 13 en 14, 6 oktober 2021, Consorzio Italian Management, ECLI:EU:C:2021:799, punt 36, en 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243, punt 36, bestaat dan ook geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen.

4.        Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het beroep is gegrond en de Afdeling vernietigt het besluit van 12 februari 2025. De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.        vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 11 december 2025 in zaak nr. NL25.11601;

III.        verklaart het beroep gegrond;

IV.        vernietigt het besluit van 12 februari 2025, V-[...];

V.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.802,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VI.        gelast dat de minister van Asiel en Migratie aan appellant het door hem voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht van € 491,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Iedema, griffier.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

w.g. Iedema
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2026

915-1088


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon