Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202500099/1/A2

Uitspraak 202500099/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1099
Datum uitspraak
20 februari 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 8 juli 2022 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand aan [appellant] een vergoeding van € 170,04 toegekend. Het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar heeft de raad bij besluit van 24 augustus 2023 ongegrond verklaard. [appellant] neemt deel aan het High Trust-programma van de raad. Met een formulier van 7 februari 2020 heeft [appellant] als gemachtigde van [persoon] een reguliere toevoeging aangevraagd voor het verweer tegen een beslissing waarmee een boete is opgelegd (het boetebesluit). In het formulier heeft [appellant] vermeld dat het bedrag van de boete € 897,00 is.
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Rechtsbijstand

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202500099/1/A2.
Datum uitspraak: 20 februari 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­-Brabant van 22 november 2024 in zaak nr. 23/2587 in het geding tussen:

[appellant]

en

het bestuur van de raad voor rechtsbijstand.

Openbare zitting gehouden op 20 februari 2026 om 12:15 uur.

Tegenwoordig:
staatsraad mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer;
mr. M.M. Engele, griffier.

Verschenen:
De raad, vertegenwoordigd door mr. C.W. Wijnstra.

Bij besluit van 8 juli 2022 heeft de raad aan [appellant] een vergoeding van € 170,04 toegekend. Het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar heeft de raad bij besluit van 24 augustus 2023 ongegrond verklaard.

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin het beroep van [appellant] tegen het besluit van 24 augustus 2023 ongegrond is verklaard.

Beslissing

De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

Gronden

1.       [appellant] neemt deel aan het High Trust-programma van de raad. Met een formulier van 7 februari 2020 heeft [appellant] als gemachtigde van [persoon] een reguliere toevoeging aangevraagd voor het verweer tegen een beslissing waarmee een boete is opgelegd (het boetebesluit). In het formulier heeft [appellant] vermeld dat het bedrag van de boete € 897,00 is.

2.       Na een steekproefcontrole heeft de raad bij besluit van 8 juli 2022 het aan [appellant] toegekende aantal punten voor het verweer tegen het boetebesluit gecorrigeerd van 8 punten naar 1 punt. Volgens de raad blijkt uit het boetebesluit dat de hoogte van de boete niet € 897,00 maar € 430,00 bedroeg. Dat betekent dat het op geld waardeerbare belang minder is dan € 500,00 en dat dit, gelet op het bepaalde in artikel 4, tweede lid, van het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria (Brt), onvoldoende is voor een reguliere toevoeging. De raad heeft de vergoeding op grond van een Lichte Adviestoevoeging (LAT) vastgesteld op een bedrag van € 170,04.

3.       Uit wat [appellant] in hoger beroep naar voren heeft gebracht, is niet gebleken dat het oordeel van de rechtbank onjuist is. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder rechtsoverweging 12 tot en met 15 van de uitspraak opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Voor zover [appellant] betoogt dat hij in de veronderstelling was dat de zaak op een andere datum zou worden behandeld en de rechtbank hem niet de gelegenheid heeft geboden om te worden gehoord, overweegt de Afdeling als volgt. [appellant] kon weten dat de rechtbank zijn zaak op een zitting van 29 oktober 2024 zou behandelen. Hij heeft naar aanleiding van de vooraankondiging weliswaar gesteld dat hij op die datum niet aanwezig kon zijn, maar op 1 oktober 2024 heeft hij alsnog een definitieve uitnodiging ontvangen voor die zitting. Hij kon er niet zomaar van uitgaan dat een andere zitting zou worden gepland. Daarbij betrekt de Afdeling dat [appellant] de rechtbank al drie keer om uitstel had gevraagd en dat ook drie keer uitstel was verleend.

4.       Het hoger beroep is ongegrond.

5.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Engele
griffier

1033


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon