Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak BRS.25.000879

Uitspraak BRS.25.000879

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:396
Datum uitspraak
26 januari 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Asiel

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

BRS.25.000879
ECLI:NL:RVS:2026:396
Datum uitspraak: 26 januari 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 11 juli 2025 in zaak nr. NL24.25458 in het geding tussen:

[betrokkene]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 13 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 11 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. A. de Haan, advocaat in Heerenveen, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1.        Betrokkene heeft de Ethiopische nationaliteit en komt uit Humera, een stad in de regio Tigray in Ethiopië. In de uitspraak van 17 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6058, heeft de Afdeling geoordeeld dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat in Mek’ele, de hoofdstad van Tigray, geen sprake is van een situatie die valt onder artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. Uit de overgelegde landeninformatie blijkt dat de veiligheidssituatie in Humera, net als in Mek’ele, sinds de staakt-het-vurenovereenkomst van november 2022 sterk is verbeterd. Dit uit zich in een aanzienlijke daling van gewapende confrontaties, mensenrechtenschendingen en het aantal burgerdoden. De minister betoogt terecht dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de informatie over de gebeurtenissen in 2024 in Humera in de trend van minimale aantallen geweldsincidenten en dodelijke slachtoffers in Tigray passen. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat de minister te veel gewicht lijkt te hebben toegekend aan de cijfers van het Armed Conflict Location & Event Data. De minister betoogt immers terecht dat zij zich ook heeft gebaseerd op verschillende andere bronnen, en bij deze beoordeling ook is ingegaan op de door betrokkene overgelegde landeninformatie, waaronder het rapport van het UK Home Office, Country Policy and Information Note, Ethiopia: Tigrayans and the Tigrayans People’s Liberation Front, van december 2024; het algemeen ambtsbericht Ethiopië van januari 2024; een stuk van de International Commission of Human Rights Experts on Ethiopia van 18 september 2023; een bericht van de Addis Standard van 25 juli 2024; een artikel van de Deutsche Welle World van 8 juni 2024 en een update van het United Nations Human Rights Office of the High Commissioner van juni 2024. Alle genoemde informatie is eenduidig en maakt duidelijk dat er in Humera geen sprake meer is van willekeurig geweld als gevolg van een gewapend conflict. Vergelijk de eerdergenoemde uitspraak van de Afdeling van 17 december 2025, onder 9.

1.1.        De grief slaagt.

2.        Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken, is het beroep alsnog ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.        vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 11 juli 2025 in zaak nr. NL24.25458;

III.        verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. B.P. Vermeulen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. Toonen, griffier.

w.g. Vermeulen
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Toonen
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2026

979


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon