Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202501413/1/A2

Uitspraak 202501413/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4903
Datum uitspraak
3 oktober 2025
Inhoudsindicatie
[appellante] woont samen met haar twee meerderjarige kinderen in een eengezinswoning die uit drie verdiepingen bestaat. Zij wil verhuizen naar een gelijkvloerse woning, omdat zij vanwege lichamelijke beperkingen niet meer lopend de trap op kan om de slaapkamer en de badkamer te bereiken. Zij wil geen traplift laten plaatsen, omdat dit voor haar een te grote psychische impact heeft. Ook wil zij met haar kinderen blijven wonen. Zij betoogt dat het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven desnoods toepassing had moeten geven aan de hardheidsclausule.
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202501413/1/A2.
Datum uitspraak: 3 oktober 2025

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in Eindhoven,
appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­-Brabant van 31 januari 2025 in zaak nr. 24/2965 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven.

Openbare zitting gehouden op 3 oktober 2025 om 13:45 uur.

Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer;
mr. C. Kouidar, griffier.

Verschenen:
Het college, vertegenwoordigd door mr. A.J. Rijkers;

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 31 januari 2025 van de rechtbank Oost­Brabant.

De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

Motivering:

1.       [appellante] woont samen met haar twee meerderjarige kinderen in een eengezinswoning die uit drie verdiepingen bestaat. Zij wil verhuizen naar een gelijkvloerse woning, omdat zij vanwege lichamelijke beperkingen niet meer lopend de trap op kan om de slaapkamer en de badkamer te bereiken. Zij wil geen traplift laten plaatsen, omdat dit voor haar een te grote psychische impact heeft. Ook wil zij met haar kinderen blijven wonen. Zij betoogt dat het college desnoods toepassing had moeten geven aan de hardheidsclausule.|

2.       Het college heeft bij besluit van 4 juli 2024 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring onder verwijzing naar het advies van de commissie voor bezwaarschriften gehandhaafd. Volgens het college kan niet vastgesteld worden dat zich een bijzondere noodsituatie, die buiten eigen toedoen is ontstaan, voordoet. [appellante] beschikt over woonruimte en de ervaren woonproblematiek wordt mede veroorzaakt door de keuze om deze woning niet op haar beperkingen aan te laten passen. Zij heeft geen bewijsstukken overgelegd waaruit volgt dat de situatie dusdanig onhoudbaar is, dat het college toepassing moet geven aan de hardheidsclausule.

3.       [appellante] heeft niet onderbouwd dat de psychische impact van het aanpassen van haar woning op haar beperkingen dusdanig groot is, dat van haar niet gevergd kan worden dat zij blijft wonen in haar huidige woning. De Afdeling volgt daarom het oordeel van de rechtbank dat zich in dit geval geen bijzondere noodsituatie voordoet. Ook volgt de Afdeling het oordeel van de rechtbank dat [appellante] niet heeft onderbouwd dat haar (medische) situatie acuut onhoudbaar is, zodat het college geen toepassing hoefde te geven aan de hardheidsclausule. De betogen slagen niet.

4.       Het hoger beroep is ongegrond.

5.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Bangma
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Kouidar
griffier

1120


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon