Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202405744/1/A2

Uitspraak 202405744/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1824
Datum uitspraak
23 april 2025
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 2 mei 2023 heeft de minister van Financiën de aanvraag van [appellante] om geldschulden over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen afgewezen. [appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat haar geldschuld moet worden overgenomen door de minister. [appellante] doet daarbij een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Zij stelt dat kennissen in een soortgelijke situatie als die van haar wel een vergoeding van de geldschuld hebben gekregen.
  • Hoger beroep
  • Geld

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202405744/1/A2.
Datum uitspraak: 23 april 2025

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in [woonplaats],
appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 30 augustus 2024 in zaak nr. 23/8091 in het geding tussen:

[appellante]

en

de minister van Financiën (hierna: de minister).

Procesverloop

Bij besluit van 2 mei 2023 heeft de minister de aanvraag van [appellante] om geldschulden over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen afgewezen.

Bij besluit van 26 oktober 2023 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 30 augustus 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht ter zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb heeft gesloten.

Overwegingen

1.       [appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat haar geldschuld moet worden overgenomen door de minister. [appellante] doet daarbij een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Zij stelt dat kennissen in een soortgelijke situatie als die van haar wel een vergoeding van de geldschuld hebben gekregen.

2.       De gronden die [appellante] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellante] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 5.2 en 5.3 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling voegt daar nog aan toe dat [appellante] haar beroep op het gelijkheidsbeginsel, anders dan zij in haar hoger beroepschrift heeft aangekondigd, niet met nadere stukken heeft onderbouwd.

De gronden slagen niet.

3.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

4.       De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzitter, en mr. A.J.C. de Moor-van Vugt en mr. J.F. de Groot, leden, in tegenwoordigheid van mr. Y.M. van Soest-Ahlers, griffier.

w.g. Willems
voorzitter

w.g. Van Soest-Ahlers
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 april 2025

343-1081


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon