Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202304842/1/A3

Uitspraak 202304842/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:349
Datum uitspraak
30 januari 2025
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 24 juli 2023 heeft de burgemeester van Utrecht aan [appellant] op grond van artikel 2 van de Wet tijdelijk huisverbod een tijdelijk huisverbod opgelegd voor de duur van tien dagen. Bij uitspraak van 28 juli 2023 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland het door [appellant] tegen het besluit van 24 juli 2023 ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening en schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Huisverbod

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202304842/1/A3.
Datum uitspraak: 30 januari 2025

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 28 juli 2023 in zaken nrs. 23/3196 en 23/3197 in het geding tussen:

[appellant]

en

de burgemeester van Utrecht.

Openbare zitting gehouden op 22 januari 2025 om 13:45 uur.

Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.H. Bangma, voorzitter
griffiers: mr. R.F.J. Bindels, mr. R.E. de Bakker

Verschenen:
[appellant];
de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. R. Wiersma.

Bij besluit van 24 juli 2023 heeft de burgemeester aan [appellant] op grond van artikel 2 van de Wet tijdelijk huisverbod (hierna: de Wth) een tijdelijk huisverbod opgelegd voor de duur van tien dagen. Bij uitspraak van 28 juli 2023 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland het door [appellant] tegen het besluit van 24 juli 2023 ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening en schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De Afdeling

I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;

II.       wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Motivering:

1.       [appellant] betoogt dat de burgemeester ten onrechte het huisverbod heeft opgelegd. Hiertoe voert hij aan dat er onvoldoende bewijs is dat zijn aanwezigheid in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar opleverde in de zin van artikel 2 van de Wth. Volgens [appellant] ontbreken objectieve en verifieerbare gegevens die het gevaar concreet maken. Ook voert hij aan dat de maatregel onevenredig is. Verder verzoekt hij om schadevergoeding.

2.       [appellant] heeft in hoger beroep betwist dat sprake was van gevaar als bedoeld in artikel 2 van de Wth. De Afdeling ziet, met de rechtbank, geen aanleiding om te twijfelen aan de inhoud van de rapporten die de burgemeester aan zijn besluiten ten grondslag heeft gelegd. Anders dan [appellant] betoogt, komt uit de stukken naar voren dat sprake was van gevaar. Uit die stukken volgt dat [appellant] een zwaarwegend aandeel had in de ernstige spanningen binnen het gezin. Ten aanzien van de belangenafweging is de Afdeling van oordeel dat de burgemeester het belang van de achterblijvers, in het bijzonder de moeder, zwaarder mocht wegen, teneinde de achterblijvers een rustige en veilige leefomgeving te bieden. Bij het voorgaande weegt de Afdeling mee dat Veilig Thuis eerder veiligheidsafspraken heeft gemaakt en die afspraken op het moment van oplegging niet toereikend waren om de situatie te de-escaleren.

3.       Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.

4.       Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

w.g. Bangma
lid van de enkelvoudige kamer

De griffier is verhinderd het proces-verbaal te ondertekenen

85-1031


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon