Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202306996/1/V3

Uitspraak 202306996/1/V3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:245
Datum uitspraak
27 januari 2025
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
  • Hoger beroep
  • Bewaring

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202306996/1/V3.
Datum uitspraak: 27 januari 2025

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­Hertogenbosch, van 8 november 2023 in zaak nr. NL23.33976 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 8 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H. Palanciyan, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Op verzoek van de Afdeling heeft de staatssecretaris nadere stukken ingediend.

Overwegingen

1.       De vreemdeling klaagt in zijn enige grief terecht dat de rechtbank niet heeft onderkend dat tijdelijke plaatsing in een politiecel na inbewaringstelling niet langer dan 24 uur mag duren. De Afdeling wijst op haar uitspraak van 28 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2181, onder 3-4. Uit het dossier blijkt dat de vreemdeling op 19 oktober 2023 om 18.15 uur in bewaring is gesteld en in een politiecel is geplaatst. Ook blijkt uit het dossier dat hij de politiecel op 20 oktober 2023 om 20.15 uur heeft verlaten. De termijn van 24 uur is dus met twee uur overschreden. Omdat de maatregel van bewaring reeds is opgeheven, kan een bevel tot wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging als bedoeld in artikel 94, zesde lid, van de Vw 2000 achterwege blijven. Voor het nadeel dat de vreemdeling heeft geleden door zijn te lange verblijf in de politiecel, heeft hij aanspraak op € 30,00 aan schadeloosstelling als bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van het EVRM. De Afdeling wijst op haar uitspraak van 27 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:219, onder 1-2. De grief slaagt.

2.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De Afdeling zal het beroep van de vreemdeling, voor zover gericht tegen de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring, alsnog gegrond verklaren. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken en de Afdeling ook ambtshalve geen reden ziet om de bewaring onrechtmatig te achten, is het beroep voor het overige ongegrond. Er is geen grond voor schadevergoeding als bedoeld in artikel 106 van de Vw 2000. De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­Hertogenbosch, van 8 november 2023 in zaak nr. NL23.33976;

III.      verklaart het beroep, voor zover gericht tegen de wijze van tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring, gegrond;

IV.     veroordeelt de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Asiel en Migratie) om aan de vreemdeling bij wijze van schadeloosstelling € 30,00 te betalen;

V.      verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

VI.     wijst het verzoek om schadevergoeding af;

VII.     veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.721,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzitter, en mr. A.J.C. de Moor-van Vugt en mr. A. Kuijer, leden, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.

w.g. De Poorter
voorzitter

w.g. Weber
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2025

846-1111


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon