Uitspraak 202406814/1/A2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2024:5441
- Datum uitspraak
- 19 december 2024
- Inhoudsindicatie
- Bij beslissing van 23 augustus 2024 heeft de examencommissie, namens het bestuur van de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen, het bij beslissing van 12 augustus 2024 aan [appellante] gegeven bindend negatief studieadvies met afwijzing omgezet in een BNSA zonder afwijzing. [appellante] heeft daarom het door haar ingestelde administratief beroep tegen het BNSA met afwijzing ingetrokken, onder handhaving van het verzoek om een vergoeding van de proceskosten. Bij beslissing van 7 november 2024 heeft het college het verzoek van [appellante] om vergoeding van de proceskosten van het administratief beroep toegewezen en het bedrag vastgesteld op € 312,00. [appellante] voert aan dat het college de toegekende proceskostenvergoeding ten onrechte heeft vastgesteld op basis van de wegingsfactor van 0,25 (zeer licht). Het college heeft volgens [appellante] ook niet deugdelijk gemotiveerd dat sprake is van een ‘zeer lichte zaak’.
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Mondelinge uitspraak
- Studentenzaken
Toon inhoud
202406814/1/A2.
Datum uitspraak: 19 december 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellante],
appellante,
en
Het college van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden (hierna: het college),
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 19 december 2024 om 15:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.M. Wissels, voorzitter
Griffier: mr. P.A. de Vink
Jurist: mr. E.A. Jousma
Verschenen:
[appellante], vertegenwoordigd door C.J.A. van Vliet
Het college, vertegenwoordigd door mr. drs. F. Coladarci
Bij beslissing van 23 augustus 2024 heeft de examencommissie, namens het bestuur van de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen, het bij beslissing van 12 augustus 2024 aan [appellante] gegeven bindend negatief studieadvies (hierna: BNSA) met afwijzing omgezet in een BNSA zonder afwijzing. [appellante] heeft daarom het door haar ingestelde administratief beroep tegen het BNSA met afwijzing ingetrokken, onder handhaving van het verzoek om een vergoeding van de proceskosten. Bij beslissing van 7 november 2024 heeft het college het verzoek van [appellante] om vergoeding van de proceskosten van het administratief beroep toegewezen en het bedrag vastgesteld op € 312,00. Het beroep richt zich tegen deze beslissing.
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond.
Motivering:
- [appellante] voert aan dat het college de toegekende proceskostenvergoeding ten onrechte heeft vastgesteld op basis van de wegingsfactor van 0,25 (zeer licht). Het college heeft volgens [appellante] ook niet deugdelijk gemotiveerd dat sprake is van een ‘zeer lichte zaak’. Zij stelt zich op het standpunt dat sprake is van een gemiddelde zaak, waardoor het college een wegingsfactor van 1 had moeten toepassen.
- Het college heeft er terecht op gewezen dat [appellante] om de juistheid van de beslissing van 12 augustus 2024 met succes te bestrijden slechts had hoeven wijzen op de door haar verkregen hinderverklaring van 14 augustus 2024. Hieruit blijkt namelijk dat zij door persoonlijke omstandigheden zeer gehinderd was bij het verrichten van studieprestaties. Ook stond vast dat daarmee bij het geven van het BNSA met afwijzing geen rekening was gehouden. De Afdeling volgt het college daarom in het standpunt dat het niet nodig was een uitvoerig administratief beroepschrift in te dienen. Gelet hierop heeft het college niet ten onrechte aanleiding gezien om wegingsfactor 0,25 toe te passen. De proceskostenvergoeding moet namelijk evenredig zijn aan de prestatie van de rechtsbijstandverlener. Hierbij moet worden uitgegaan van de omvang van de werkzaamheden die redelijkerwijs nodig zijn om de desbetreffende beslissing met succes te bestrijden en niet van de omvang van de werkzaamheden die de rechtsbijstandverlener in werkelijkheid aan de zaak heeft gewijd.
- Het college heeft voldoende gemotiveerd dat er duidelijke redenen zijn om af te wijken van de hoofdregel dat de behandeling van een zaak in de bezwaar- en beroepsprocedure in beginsel tot de categorie gemiddeld behoort.
- Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. De Vink
griffier
154-1090