Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202302489/1/R4

Uitspraak 202302489/1/R4

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3814
Datum uitspraak
11 september 2024
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 april 2022 heeft het college het verzoek van [appellant A] en [appellant B] om handhavend op te treden tegen de aanleg van een uitweg op het perceel aan de [locatie] in Rhenen, afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202302489/1/R4.
Datum uitspraak: 11 september 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B], wonend in Rhenen,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­Nederland van 13 maart 2023 in zaak nr. 22/4136 in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B]

en

het college van burgemeester en wethouders van Rhenen.

Openbare zitting gehouden op 11 september 2024 om 13:45 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. D.A. Verburg, voorzitter

griffier: mr. J.V. Veldwijk

jurist: mr. J. van den Brink

Verschenen:

[appellant A] en [appellant B];

het college van burgemeester en wethouders van Rhenen, vertegenwoordigd door R. van Haaren.

====================================

Bij besluit van 7 april 2022 heeft het college het verzoek van [appellant A] en [appellant B] om handhavend op te treden tegen de aanleg van een uitweg op het perceel aan de [locatie] in Rhenen, afgewezen.

Bij besluit van 12 juli 2022 heeft het college het door [appellant A] en [appellant B] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 13 maart 2023 heeft de rechtbank het beroep van [appellant A] en [appellant B] ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.

De Afdeling:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Gronden:

1.       Om een uitweg te maken is een omgevingsvergunning nodig. Dat is geregeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, in samenhang met artikel 2:12 van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Rhenen 2020. In die verordening is geen definitie opgenomen van het begrip uitweg. Het college en de rechtbank hebben daarom terecht aansluiting gezocht bij de uitspraak van de Afdeling van 22 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1112). Daarin heeft de Afdeling overwogen dat voor het bestaan van een uitweg bepalend is dat de aanwezigheid van een dergelijke voorziening door de uiterlijke kenmerken ervan voor de overige weggebruikers duidelijk kenbaar is. Doorgaans worden ten behoeve van een uitweg fysieke voorzieningen getroffen, zoals bijvoorbeeld een verlaagde trottoirband. Bij een uitweg gaat het doorgaans om een aansluiting voor rijdend wegverkeer vanaf een particulier erf op de openbare weg.

2.       Aan de zijkant van het perceel aan de [locatie] in Rhenen is een verharding aangebracht. Deze verharding heeft de grootte en vorm van een brede parkeerplek en loopt met de rest van de tuin af tot aan straatniveau. Aan de openbare weg zijn geen aanpassingen gedaan om het mogelijk te maken om met een voertuig van de verharding de openbare weg op te rijden. Er zijn ook geen andere uiterlijke kenmerken of fysieke voorzieningen die voor andere weggebruikers kenbaar maken dat het een uitweg is, in plaats van een parkeerplek. Zodra een geparkeerde auto begint te rijden, is deze van de verharding af en op de openbare weg. Ook dit wijst erop dat de verharding een parkeerplek is. De Afdeling oordeelt daarom dat er geen uitweg is gemaakt, maar een parkeerplek. Hiervoor is in dit geval geen vergunning nodig en er is dus geen overtreding. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het college het verzoek om handhaving terecht heeft afgewezen.

3.       Het hoger beroep is ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Verburg
lid van de enkelvoudige kamer

De griffier is verhinderd het proces-verbaal te ondertekenen

912-1069


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon