Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W16.23.00311/II

Wijziging van het Besluit inburgering 2021, het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 en het Vreemdelingenbesluit 2000.

Kenmerk
W16.23.00311/II
Datum aanhangig
16 oktober 2023
Datum vastgesteld
20 december 2023
Datum advies
20 december 2023
Datum publicatie
27 december 2023
Vindplaats
Staatscourant 2024, nr. 11957
  • Justitie en Veiligheid
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 16 oktober 2023, no.4943059, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit inburgering 2021, het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 en het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met de afschaffing van de verblijfsgrond voor vermogende vreemdelingen en andere aanpassingen die voortvloeien uit ontwikkelingen in de uitvoeringspraktijk en jurisprudentie alsmede van herstel van onduidelijkheden van de implementatie van EU-richtlijnen, met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit wijzigt meerdere, uiteenlopende bepalingen in het Vreemdelingenbesluit 2000, het Besluit inburgering 2021 en het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022. Het gaat voor een groot deel om verbeteringen in de implementatie van Europese richtlijnen. Ook wordt met het ontwerpbesluit de verblijfsgrond voor vermogende vreemdelingen afgeschaft.

De Afdeling advisering van de Raad van State gaat allereerst in op de rol van de Adviesraad Migratie bij de implementatie van richtlijnen van de Europese Unie. Zij adviseert de regering om de Adviesraad in beginsel over zulke implementaties op het terrein van het migratierecht te consulteren. Vervolgens maakt de Afdeling enkele opmerkingen bij een aantal bepalingen uit het ontwerpbesluit.

In verband daarmee is aanpassing wenselijk van de toelichting, en zo nodig van het ontwerpbesluit.

1. Adviesraad Migratie

Het ontwerpbesluit is in een eerdere fase van de besluitvorming ter advisering voorgelegd aan de Adviesraad Migratie. De Adviesraad Migratie constateerde dat het ontwerpbesluit voor een groot deel bestaat uit verbeteringen in de implementatie van Europese richtlijnen. Dat die verbeteringen nodig zijn, komt volgens de Adviesraad Migratie doordat Nederland vaak kiest voor een beperkte implementatie van Europese richtlijnen, waarbij wordt geleund op al bestaande wet- en regelgeving. (zie noot 1) Een dergelijke wijze van implementeren heeft volgens de Adviesraad al meerdere malen tekortgeschoten. De Adviesraad adviseerde onder meer om hem voortaan bij iedere implementatie van een Europese richtlijn op het terrein van het migratierecht te consulteren. (zie noot 2)

Het advies van de Adviesraad Migratie heeft de regering aanleiding gegeven voor een reactie in de toelichting bij het ontwerpbesluit. (zie noot 3) Zij antwoordt dat ze zich niet herkent in de gesteld onvolledige of late implementatie van Europese richtlijnen. Dat er na verloop van tijd verbeteringen nodig zijn, is volgens de regering onvermijdelijk gezien de ontwikkelingen in de uitvoeringspraktijk en jurisprudentie. Bovendien is de implementatietermijn vaak relatief kort en is er bij implementatie van verplichte normstelling doorgaans geen ruimte meer voor nationale invulling waar de Adviesraad over zou kunnen adviseren. De regering acht het daarom niet opportuun om de Adviesraad Migratie bij iedere implementatie te consulteren. Daartoe is de regering ook niet verplicht.

De Afdeling onderschrijft dat implementatietermijnen vaak relatief kort zijn en dat richtlijnen geregeld geen ruimte bieden voor nationale beleidskeuzes. Het is op zichzelf begrijpelijk dat de regering om deze redenen niet altijd de Adviesraad Migratie in de gelegenheid stelt te adviseren. (zie noot 4) Ook begrijpt de Afdeling het standpunt van de regering dat de implementatie van Europese richtlijnen een complex proces is, waarbij ingewikkelde afwegingen een rol spelen. Zo worden hieraan niet alleen eisen gesteld vanuit het Unierecht, maar ook vanuit het nationale recht. (zie noot 5) Het komt dan ook geregeld voor dat implementatieregelingen op een later moment moeten worden herzien om tegemoet te komen aan de nieuwste ontwikkelingen in de rechtspraktijk en jurisprudentie. In deze zin is het ontwerpbesluit geen unicum.

Dit neemt echter niet weg dat, zoals de Adviesraad Migratie heeft geconstateerd, de herstelbepalingen in het ontwerpbesluit duiden op een tot dusverre niet steeds toereikende implementatie van het Unierecht. (zie noot 6) Het is wenselijk dat dit in de toekomst zo veel mogelijk wordt voorkomen.

De Afdeling merkt in dit verband op dat de regering weliswaar niet verplicht is de Adviesraad Migratie te consulteren, (zie noot 7) maar dat de Adviesraad wel een wettelijke adviestaak heeft op het terrein van het migratierecht, (zie noot 8) een complex rechtsgebied dat tegenwoordig bijna volledig door het Unierecht wordt beheerst. (zie noot 9) De Adviesraad beschikt zowel qua samenstelling als in het secretariaat over specifieke migratierechtelijke expertise. (zie noot 10) Bovendien kan de Adviesraad in voorkomende gevallen putten uit juridisch relevante oplossingsrichtingen die in andere lidstaten van de Europese Unie zijn gevonden. (zie noot 11) Het ligt tegen deze achtergrond in de rede dat de regering ook implementatieregelingen in beginsel aan de Adviesraad voorlegt met het oog op een juridische reflectie daarop. Consultatie heeft immers niet alleen in geval van beleidsruimte, maar ook in geval van verplichte normstelling een toegevoegde waarde. In gevallen dat zich volgens de regering daadwerkelijk onaanvaardbare vertraging in de implementatie zou voordoen door advies te vragen aan de Adviesraad, zou alsnog van een adviesaanvraag kunnen worden afgezien.

De Afdeling adviseert de toelichting bij het ontwerpbesluit in die zin aan te vullen, dat de Adviesraad Migratie in beginsel wordt geconsulteerd over de implementatie van richtlijnen op het terrein van het migratierecht, tenzij er in het concrete geval reden is dat niet te doen.

2. Overgangsrecht afschaffing verblijfsgrond voor vermogende vreemdelingen

Het Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: Vb 2000) kent een verblijfsgrond voor vermogende vreemdelingen. Deze (nationale) verblijfsgrond is bedoeld voor vreemdelingen die minimaal € 1.250.000,00 investeren in een innovatieve onderneming. (zie noot 12) Met het ontwerpbesluit wordt deze verblijfsgrond afgeschaft. (zie noot 13) Voor al verleende verblijfsvergunningen kent het ontwerpbesluit een overgangsbepaling. (zie noot 14) Op grond hiervan blijft het recht dat van toepassing was voor de afschaffing van de verblijfsgrond voor vermogende vreemdelingen, van toepassing ‘op besluiten die daarvoor zijn genomen en aanvragen die daarvoor zijn ingediend’. Volgens de toelichting betekent dit dat de rechten en plichten die voortvloeien uit al verleende verblijfsvergunningen, ongewijzigd blijven en dat de geldigheidsduur van zulke verblijfsvergunningen dus ook na inwerkingtreding van het ontwerpbesluit kan worden verlengd. (zie noot 15)

De Afdeling merkt op dat een aanvraag om verlenging van een verblijfsvergunning leidt tot een nieuw besluit. Dat besluit moet niet worden verward met het (ongewijzigde) besluit waarmee de verblijfsvergunning oorspronkelijk is verleend. Wanneer het verlengingsbesluit wordt genomen nadat het ontwerpbesluit in werking is getreden, valt het ingevolge de voorgestelde overgangsbepaling dan ook onder het nieuwe recht. (zie noot 16) Dat strookt niet met de bedoeling van de regering om verlenging van al bestaande verblijfsvergunningen mogelijk te maken.

De Afdeling adviseert om artikel IV, eerste lid, van het ontwerpbesluit zo aan te passen dat het oude recht niet alleen van toepassing blijft op eerder genomen besluiten, maar ook op al bestaande verblijfsrechten.

3. Bewaring van niet-begeleide minderjarigen

Het ontwerpbesluit bevat een verbeterde implementatie van artikel 11, derde lid, van de Opvangrichtlijn (zie noot 17) en artikel 17 van de Terugkeerrichtlijn, (zie noot 18) waarin beperkingen worden gesteld aan het in bewaring stellen van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Het voorgestelde artikel 5.8 van het Vb 2000 regelt hiertoe dat niet-begeleide minderjarige vreemdelingen slechts bij uitzondering en alleen in aan hen toegewezen ruimten in bewaring worden gesteld. Nadere regels kunnen ingevolge het ontwerpbesluit bij ministeriële regeling worden gesteld.

De toelichting vermeldt dat het voorgestelde artikel 5.8 en de daarop gebaseerde regels zullen worden herzien wanneer het voorstel voor de Wet terugkeer en bewaring wordt aangenomen en in werking treedt. (zie noot 19) In dat wetsvoorstel worden de regels over bewaring van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen namelijk expliciet op wetsniveau gesteld. (zie noot 20) Het ontwerpbesluit loopt hierop alvast vooruit, aldus de toelichting.

De Afdeling constateert dat de toelichting bij het ontwerpbesluit niet ingaat op de noodzaak van het voorgestelde artikel 5.8 van het Vb 2000. Op dit moment volgen de vereiste beperkingen aan de inbewaringstelling van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen al uit artikel 59c van de Vreemdelingenwet 2000 en paragraaf A5/2.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000, zo vermeldt de toelichting. (zie noot 21) Onduidelijk is waarin deze bepalingen tekortschieten, en waarom eventuele tekortkomingen niet reeds voldoende worden ondervangen door voormeld wetsvoorstel. De toelichting bij het ontwerpbesluit concretiseert in dit verband ook niet waarom en in hoeverre het voorgestelde artikel 5.8 zal moeten worden herzien bij de inwerkingtreding van het wetsvoorstel.

De Afdeling adviseert de toelichting op deze punten aan te vullen.

4. Maximale duur tijdelijke afwezigheid bij opbouw duurzaam verblijfsrecht

Unieburgers die in Nederland verblijven op grond van de Verblijfsrichtlijn, verkrijgen na een onafgebroken verblijfsduur van vijf jaar een duurzaam verblijfsrecht op grond van artikel 8.17 van het Vb 2000. Het ontwerpbesluit brengt het tweede lid, onder d, van deze bepaling in lijn met artikel 16, derde lid, van de Verblijfsrichtlijn. (zie noot 22) Daarin staat volgens de regering dat een afwezigheid van maximaal 12 maanden om werkzaamheden te verrichten in een andere lidstaat of een derde land, het ononderbroken karakter van het verblijf niet beïnvloedt. In de Nederlandse implementatie was de maximale duur van deze afwezigheid niet geïmplementeerd. Dat wordt met het ontwerpbesluit hersteld.

In de consultatiefase is erop gewezen dat het ontwerpbesluit mogelijk niet in lijn is met de bewoordingen van artikel 16, derde lid, van de Verblijfsrichtlijn. (zie noot 23) De toelichting bij het ontwerpbesluit verwijst in reactie hierop naar ‘de andere taalversies’ van de Verblijfsrichtlijn. (zie noot 24) Op de Nederlandse taalversie gaat de toelichting niet in.

De Afdeling adviseert met het oog op de rechtspraktijk om in de toelichting alsnog in te gaan op de Nederlandse taalversie van de Verblijfsrichtlijn. Indien er volgens de regering sprake is van een vertaalfout in de Verblijfsrichtlijn, adviseert de Afdeling daarover contact op te nemen met de Europese Commissie.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.

De vice-president van de Raad van State

Nader rapport (reactie op het advies) van 2 april 2024

1. Adviesraad Migratie

De regering zal in navolging van het advies van de Afdeling in de toelichting bij het ontwerpbesluit vermelden dat de Adviesraad Migratie (hierna: AM) in beginsel wordt geconsulteerd over de implementatie van richtlijnen op het terrein van het migratierecht, tenzij er in concrete gevallen aanleiding is om dat niet te doen. De regering hanteert dat uitgangspunt ook al. Consultatie van de AM zal dan ook in de meeste gevallen aan de orde zijn, zo ook bij onderhavig ontwerpbesluit. Indien sprake is van implementatie van louter verplichte normstelling, wordt de advies- en consultatiefase in voorkomende gevallen overgeslagen.

De Afdeling wijst erop dat er geen wettelijke verplichting bestaat tot consultatie van de AM. De mogelijkheid om af te zien van wettelijk voorgeschreven advisering bij de uitvoering van bindende besluiten van de organen van de Europese Unie op grond van artikel 1:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), is daarom in dit geval niet van toepassing. De regering verwelkomt deze verduidelijking van de Afdeling van de verhouding van de wettelijke adviestaak van de AM op grond van artikel 2, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000) tot voornoemde bepaling van de Awb en past de toelichting bij het ontwerpbesluit hierop aan. Een beroep daarop is dus niet nodig om af te zien van consultatie bij implementatie van verplichte normstelling uit richtlijnen.

De regering ziet zich genoodzaakt die mogelijkheid ook te behouden en zichzelf niet te binden aan een strengere consultatieverplichting dan de wet vereist. Gelet op de complexiteit van implementatiewetgeving en de hoge tijdsdruk van termijnen op straffe van infractieprocedures, moet de regering in het wetgevingsproces een afweging kunnen maken tussen het bieden van maximale gelegenheid voor advisering en consultatie van alle betrokken partijen binnen en buiten de vreemdelingenketen enerzijds en de toegevoegde waarde daarvan anderzijds - zowel in tijd als ter zake van de inhoud. Bij verplichte implementatie van richtlijnen zal die balans niet zelden moeten worden gezocht in het overslaan van (internet)consultatie van externe partijen en advies van de AM, dan wel door deze partijen en de AM kortere termijnen voor advisering te bieden dan gebruikelijk en/of hen uit te nodigen om op een andere wijze dan schriftelijk bij te dragen aan de voorbereiding van een wetsvoorstel, bijvoorbeeld door deelname aan een expertmeeting. Het is waar dat er vaak meerdere juridisch relevante oplossingsrichtingen denkbaar zijn, maar de regering zal niet alleen moeten kiezen voor de oplossingsrichting die in juridisch opzicht voldoet, maar ook uitvoerbaar, effectief en financieel doelmatig is.

De regering deelt niettemin het standpunt van de Afdeling dat de AM toegevoegde waarde heeft op grond van zijn migratierechtelijke expertise en overzicht over juridisch relevante oplossingen van andere lidstaten van de Europese Unie. Zij zal zich ervoor inspannen om in het implementatieproces in ieder geval de ambtshalve adviezen van de AM te betrekken die worden gegeven ten tijde van of kort na de totstandkoming van Unierechtelijke voorstellen op het terrein van het migratierecht.

Volledigheidshalve onderstreept de regering dat de AM in de regel wordt geconsulteerd wanneer sprake is van nationale invulling van facultatieve ruimte die een richtlijn biedt.

2. Overgangsrecht afschaffing verblijfsgrond voor vermogende vreemdelingen

Het advies van de Afdeling is overgenomen. In artikel IV, eerste lid, van het ontwerpbesluit en de artikelsgewijze toelichting daarbij is opgenomen dat het oude recht van toepassing is op besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van het ontwerpbesluit, alsmede op besluiten tot verlenging van de geldigheidsduur van die besluiten.

3. Bewaring van niet-begeleide minderjarigen

De regering is niet van mening dat voornoemde bepalingen materieel tekortschieten, maar neemt het zekere voor onzekere door de regels over de bewaring van niet-begeleide minderjarigen alvast tot algemeen verbindend voorschrift op het niveau van algemene maatregel van bestuur te verheffen. Deze regels zijn thans gedeeltelijk uitgewerkt op het niveau van beleidsregels, terwijl deze in het voorstel voor de Wet terugkeer en bewaring tot wet worden verheven. Aangezien onderhavig ontwerpbesluit mede beoogt om onduidelijkheden in implementatie van richtlijnen weg te nemen, wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om gedurende de behandeling van het wetsvoorstel eventuele discussie over de juistheid van de wijze van implementatie van deze regels voor te zijn.

Het ligt in de rede dat deze regels komen te vervallen wanneer het voorstel voor de Wet terugkeer en bewaring in werking treedt. Of dat is aangewezen, of dat deze regels moeten worden aangepast en zo ja, op welke wijze, kan pas op dat moment met zekerheid worden vastgesteld. Het past de regering niet om in dit ontwerpbesluit vooruit te lopen op de uitkomst van het parlementaire proces.

4. Maximale duur tijdelijke afwezigheid bij opbouw duurzaam verblijfsrecht

Het advies van de Afdeling is opgevolgd: in de toelichting bij artikel I, onderdeel L, van het ontwerpbesluit is alsnog nader ingegaan op de Nederlandse taalversie van artikel 16, derde lid, van de Verblijfsrichtlijn. Volgens de regering is er niet evident sprake van een vertaalfout, eerder van een onjuiste uitleg van deze bepaling bij de oorspronkelijke implementatie - die in onderhavig ontwerpbesluit wordt hersteld.

Bij gelegenheid van het nader rapport wordt het voorstelde artikel 3.29 Vb 2000 geactualiseerd naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 juni 2023. (zie noot 25) Deze uitspraak noopt tot aanpassing van de bevoegdheidsgrondslag die in dit ontwerpbesluit oorspronkelijk was voorzien voor de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om bij toepassing van de Gezinsherenigingsrichtlijn nader onderzoek te verrichten wanneer er gegronde vermoedens bestaan van fraude of een schijnhuwelijk, geregistreerd schijnpartnerschap, schijnpartnerschap of schijnadoptie. De uitspraak maakt duidelijk dat ook de huidige bevoegdheidsgrondslag voor nader onderzoek bij toepassing van de Verblijfsrichtlijn moet worden herzien. Dat gebeurt eveneens bij gelegenheid van het nader rapport.

Bij het nader onderzoek moeten de grondrechten worden geëerbiedigd, met name de artikelen 8 (recht op eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven en 12 (recht te huwen) van het EVRM, welke artikelen overeenkomen met de artikelen 7 en 9 van het EU-Handvest van de grondrechten. Om te voldoen aan de uitspraak is in de bevoegdheidsgrondslag bepaald wanneer sprake is van een schijnhuwelijk, schijnpartnerschap (al dan niet geregistreerd) of schijnadoptie, op welke informatie gegronde vermoedens daarvan kunnen worden gebaseerd, welke methoden van nader onderzoek zijn toegestaan en welke waarborgen gelden voor het nader onderzoek.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid


Voetnoten

(1) Zie aanwijzingen 9.7 en 9.13 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
(2) Consultatiereactie van de Adviesraad Migratie, paragraaf 12.
(3) Nota van toelichting, onder ‘Consultatie en advies, voorhang TK’.
(4) Dit is op zichzelf in lijn met aanwijzing 9.16, tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving. In de toelichting bij deze aanwijzing staat echter dat het vragen van advies wel in de rede ligt als dat noodzakelijk is voor een zorgvuldige voorbereiding van de implementatieregeling.
(5) Zie hoofdstuk 9 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
(6) Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 19 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2357, onder 4.2 en 4.3, waaruit volgt dat de huidige Nederlandse implementatie van artikel 16, vierde lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn niet toereikend is. Artikel I, onderdeel C, van het ontwerpbesluit, waarin een expliciete grondslag wordt geboden voor tussentijdse controles op schijnhuwelijken, -partnerschappen en -adopties, is de reactie hierop.
(7) Bij gebreke aan een wettelijke consultatieverplichting is, anders dan de regering stelt, artikel 1:7 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
(8) Zie artikel 2 van de Vreemdelingenwet 2000 en de Kaderwet adviescolleges. Alleen al hierom ligt het in de rede de Adviesraad te raadplegen. Zie de adviezen van de Afdeling advisering van 9 november 2022, (W16.22.0186/II), website Raad van State, punt 1, en 8 februari 2023, (W16.22.00182/II), Kamerstukken II 2022/23, 36349, nr. 4, punt 1.
(9) Zie bijvoorbeeld C.A. Groenendijk & M.L. van Riel, ‘Migratierecht is bijna helemaal Unierecht’, Asiel- & Migrantenrecht 2017, nr. 9, pp. 405-414. Zie over de Europeanisering van het migratierecht ook de bijdragen in M.M. Bosma & O. van Loon (red.), 20 jaar Vreemdelingenwet 2000, Den Haag: Boom juridisch 2021.
(10) Website Adviesraad Migratie, geraadpleegd 12 december 2023. Zie ook R.K. Visser e.a., Houvast bieden in het migratiedebat. Evaluatie Adviesraad Migratie 2018-2022, Den Haag 5 oktober 2023, p. 11, waar staat dat de Adviesraad niet alleen beleidsmatig, maar ook juridisch advies geeft. Het advies bij het ontwerpbesluit, waarin de Adviesraad ingaat op de wijze waarop Nederland richtlijnen implementeert, is een voorbeeld van deze juridische expertise.
(11) R.K. Visser e.a., Houvast bieden in het migratiedebat. Evaluatie Adviesraad Migratie 2018-2022, Den Haag 5 oktober 2023, p. 17.
(12) Artikel 3.29a van het Vb 2000 en paragraaf B11/2.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000.
(13) Artikel I, onderdelen B, D en G, en artikelen II, III en IV, eerste lid, van het ontwerpbesluit.
(14) Artikel IV, eerste lid, van het ontwerpbesluit.
(15) Nota van toelichting, onder ‘Consultatie en advies, voorhang TK’, subkopje ‘Overgangsrecht afschaffing verblijfsgrond vermogende vreemdeling’, en in de artikelsgewijze toelichting bij artikel IV.
(16) Zie ook de consultatiereactie van de Nederlandse Orde van Advocaten, p. 6.
(17) Richtlijn 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (herschikking).
(18) Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven.
(19) Kamerstukken II 2015/16, 34309, nr. 2.
(20) Zie in het bijzonder paragraaf 3 van de bijbehorende memorie van toelichting, Kamerstukken II 2015/16, 34309, nr. 3.
(21) Nota van toelichting, artikelsgewijze toelichting bij artikel I, onderdeel K. Zie Kamerstukken II 2009/10, 32420, nr. 3 (Terugkeerrichtlijn) en Kamerstukken II 2014/15, 34088, nr. 3 (Opvangrichtlijn) voor de wijze waarop de richtlijnen indertijd zijn geïmplementeerd.
(22) Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG.
(23) Zie de consultatiereactie van de Nederlandse Orde van Advocaten, p. 6. Dit zou kunnen verklaren waarom er in de oorspronkelijke implementatie, Stb. 2006, 215, geen tijdslimiet werd gesteld aan een afwezigheid om werkzaamheden te verrichten.
(24) Meer in het bijzonder wijst de regering op de Engelse taalversie. Zie de nota van toelichting, onder ‘Consultatie en advies, voorhang TK’, subkopje ‘Maximale duur tijdelijke afwezigheid Unieburger duurzaam verblijfsrecht’, en de artikelsgewijze toelichting bij artikel I, onderdeel L.
(25) Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 19 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2357, 202105376/1/V3.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon