Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202202208/1/A3

Uitspraak 202202208/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3217
Datum uitspraak
23 augustus 2023
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 januari 2020 heeft de burgemeester van Veere een machtiging tot binnentreden afgegeven. De burgemeester heeft op 25 mei 2022 naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank opnieuw beslist op het bezwaar van [appellant]. In dat besluit heeft de burgemeester het bezwaar gegrond verklaard en het besluit van 29 januari 2020 herroepen. Vervolgens heeft [appellant] het hoger beroep ingetrokken, behoudens voor zover het betrekking heeft op het niet toekennen van een vergoeding van de proceskosten die verband houden met het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van het beroep. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend voor het indienen van het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202202208/1/A3.
Datum uitspraak: 23 augustus 2023

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B], beiden wonend te Westkapelle (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]),
appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland­-West­-Brabant van 25 maart 2022 in zaak nr. 20/7371 in het geding tussen:

[appellant]

en

de burgemeester van Veere.

Procesverloop

Bij besluit van 29 januari 2020 heeft de burgemeester een machtiging tot binnentreden afgegeven.

Bij besluit van 30 juni 2020 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 25 maart 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 30 juni 2020 vernietigd en de burgemeester opgedragen een nieuw besluit te nemen. Verder heeft de rechtbank de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) veroordeeld tot het vergoeden van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van het beroep.

Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 juni 2023, waar [appellant], bijgestaan door A.H. van Leeuwen, rechtshulpverlener te Veere, is verschenen. Verder is de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. L.A. Kaan en M. Portier-de Rooij, ter zitting gehoord.

Overwegingen

1.       De burgemeester heeft op 25 mei 2022 naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank opnieuw beslist op het bezwaar van [appellant]. In dat besluit heeft de burgemeester het bezwaar gegrond verklaard en het besluit van 29 januari 2020 herroepen. Vervolgens heeft [appellant] het hoger beroep ingetrokken, behoudens voor zover het betrekking heeft op het niet toekennen van een vergoeding van de proceskosten die verband houden met het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van het beroep.

2.       [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend voor het indienen van het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.

2.1.    De rechtbank heeft op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht een proceskostenvergoeding toegekend van € 1518,00, die bestaat uit 1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 759,00 en een wegingsfactor 1. [appellant] voert terecht aan dat de rechtbank de proceskostenvergoeding niet goed heeft berekend, omdat daarin geen kosten voor het doen van een verzoek tot toekenning van een schadevergoeding voor overschrijding van de redelijke termijn zijn opgenomen. De Afdeling zal om die reden de uitspraak van de rechtbank op dat punt vernietigen en de burgemeester veroordelen tot betaling van de proceskosten voor het doen van dit verzoek. De Afdeling stelt deze vast op € 418,50 (1 punt met een wegingsfactor 0,5).

3.       Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling zal de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen, vernietigen.

4.       De burgemeester moet de proceskosten van het hoger beroep vergoeden. Bij de berekening van de proceskosten hanteert de Afdeling een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht).

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevallen;

III.      veroordeelt de burgemeester van Veere tot vergoeding aan [appellant A] en [appellant B] van een bedrag van € 418,50, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

IV.      veroordeelt de burgemeester van Veere tot bij [appellant A] en [appellant B] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 418,50, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

V.       gelast dat de burgemeester van Veere aan [appellant A] en [appellant B] het door hen voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 274,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van F.B. van der Maesen de Sombreff, griffier.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

w.g. Van der Maesen de Sombreff
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2023

190-1031


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon