Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W06.23.00118/III

Wijziging van het Besluit belasting- en invorderingsrente met het oog op toevoeging van de tijdelijke solidariteitsbijdrage en aanpassing van het rentepercentage voor de vennootschapsbelasting, de tijdelijke solidariteitsbijdrage en de bronbelasting.

Kenmerk
W06.23.00118/III
Datum aanhangig
22 mei 2023
Datum vastgesteld
5 juli 2023
Datum advies
5 juli 2023
Datum publicatie
10 juli 2023
Vindplaats
Website Raad van State
  • Financiën
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 22 mei 2023, no.2023001218, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit belasting- en invorderingsrente met het oog op toevoeging van de solidariteitsbijdrage en aanpassing van het rentepercentage voor de vennootschapsbelasting, de solidariteitsbijdrage en de bronbelasting, met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit regelt het loskoppelen van het percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting (Vpb) en de bronbelasting van de wettelijke rente. (zie noot 1) Hierbij gaan tijdelijk gedifferentieerde percentages gelden voor het vergoeden en in rekening brengen van belastingrente. (zie noot 2) Ook regelt het ontwerpbesluit met terugwerkende kracht de vaststelling van het percentage belastingrente voor de per 1 januari 2022 ingevoerde solidariteitsbijdrage. Hiervoor wordt aangesloten bij het percentage voor de Vpb en de bronbelasting.

De Afdeling advisering van de Raad van State signaleert dat sprake is van een gefragmenteerde aanpak van de belastingrenteproblematiek en adviseert om een integrale toekomstvisie te ontwikkelen op het systeem van belastingrente. De Afdeling vraagt een motivering voor de terugwerkende kracht ter zake van de belastingrente voor de solidariteitsbijdrage, nu deze complexiteitverhogend is, maar niet nodig lijkt. Ook adviseert de Afdeling om in de toelichting in te gaan op de uitvoeringstoets.

In verband met die opmerkingen is aanpassing wenselijk van de toelichting.

1. Inhoud van het ontwerpbesluit

Het percentage belastingrente voor de Vpb en de bronbelasting is de wettelijke rente voor handelstransacties met een opslag van 8%. (zie noot 3) Sinds 1 maart 2023 bedraagt deze rente 10,5%. Het ontwerpbesluit introduceert met terugwerkende kracht tot en met 1 maart 2023 voor in rekening te brengen belastingrente voor de Vpb en de bronbelasting een vast rentepercentage van 8%. De aansluiting bij de wettelijke rente wordt losgelaten. Voor aan belastingplichtigen te vergoeden rente gaat bij inwerkingtreding van het besluit een vast percentage van 8% gelden. Tot dat moment blijft hiervoor het percentage van 10,5% gelden. (zie noot 4)

Verder regelt het ontwerpbesluit de vaststelling van het percentage belastingrente voor de solidariteitsbijdrage. Hiervoor wordt met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2022 aangesloten bij het percentage en de systematiek voor de Vpb en de bronbelasting.

Het ontwerpbesluit voorziet tevens in een overgangsmaatregel op basis waarvan over de periode van 1 maart 2023 tot de dag van inwerkingtreding van het besluit 10,5% rente vergoed blijft worden, ook bij rentebeschikkingen die na inwerkingtreding van het besluit worden afgegeven.

2. Systematiek belastingrente

In haar advies bij de Fiscale verzamelwet 2023 heeft de Afdeling opgemerkt dat de wetgeving rondom belastingrente en de uitwerking daarvan uitermate complex is. Zij merkte op dat sprake is van een gefragmenteerde aanpak van problemen in de vormgeving van de belastingrente en gaf in overweging het hele belastingrentesysteem nog eens goed te doordenken. (zie noot 5)

Hoewel de Afdeling de wens begrijpt om het percentage belastingrente niet te laten oplopen, mist de Afdeling ook nu een integrale aanpak en reflectie op de systematiek van de belastingrente. (zie noot 6) Er wordt geen toelichting gegeven waarom voor deze belastingen voortaan een vast percentage geldt, terwijl voor de overige belastingen, (zie noot 7) zoals de inkomstenbelasting, de systematiek van de wettelijke rente voor niet-handelstransacties met een minimum van 4% blijft gelden. De belastingrente is voor die middelen per 1 juli 2023 van 4% naar 6% gestegen. (zie noot 8)

In de toelichting wordt niet ingegaan op de overwegingen om verschillende regimes te hanteren die er uiteindelijk toe kunnen leiden dat de rente voor de overige belastingen, zoals de inkomstenbelasting, hoger wordt dan die voor de in het ontwerpbesluit genoemde belastingen. Ook het vastzetten van dit percentage op specifiek 8% wordt niet nader toegelicht. De vraag is wat de basis wordt voor het bepalen van dit percentage nu het anker van de wettelijke rente is losgelaten.

De Afdeling wijst er tevens op dat de systematiek voor het berekenen van belastingrente bij wijziging van het rentepercentage onduidelijk is. Zo is het de vraag of na zo’n wijziging het nieuwe rentepercentage wordt toegepast, ongeacht de periode waarop de rente betrekking heeft, of dat over eerdere periodes de eerdere rentepercentages worden toegepast. De voorgestelde overgangsmaatregel, die volgens de toelichting wordt getroffen om materieel terugwerkende kracht van het besluit te voorkomen, impliceert dat de systematiek anders is dan die van de invorderingsrente. (zie noot 9) Daarin zou een dergelijke aanpassing niet tot materieel terugwerkende kracht leiden en zou een overgangsbepaling overbodig zijn. (zie noot 10)

De Afdeling adviseert om een integrale toekomstvisie op belastingrente te ontwikkelen, de gehanteerde belastingrentesystematiek te verduidelijken en hier in de toelichting aandacht aan te besteden.

3. Terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2022 (solidariteitsbijdrage)

Bij de invoering van de Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage per 1 januari 2022 is voorzien in het in rekening brengen van belastingrente bij het opleggen van een naheffingsaanslag. (zie noot 11) Het percentage wordt bij amvb vastgesteld. (zie noot 12) Bij de invoering is toegelicht dat voor het percentage zal worden aangesloten bij het geldende percentage voor de Vpb. (zie noot 13) Het ontwerpbesluit strekt daartoe.

Voor de vaststelling van in rekening te brengen belastingrente voor de solidariteitsbijdrage geldt dat deze wordt berekend vanaf de afloop van de betaaltermijn van 17 maanden na het einde van het bijdragejaar, (zie noot 14) elk boekjaar dat aanvangt in 2022. (zie noot 15) Belastingrente zal daarom veelal pas vanaf 2024 in rekening kunnen worden gebracht. (zie noot 16) Feitelijk zal de gehanteerde rente dan steeds een vast percentage van 8% zijn. Desondanks is voor het rentepercentage solidariteitsbijdrage terugwerkende kracht opgenomen tot en met 1 januari 2022. Er lijken zich echter geen situaties te kunnen voordoen waarin het berekenen van belastingrente voor de solidariteitsbijdrage in de periode voor inwerkingtreding van het besluit aan de orde kunnen komen. Dit roept de vraag op wat de ratio is voor deze terugwerkende kracht. Dit klemt temeer nu het met terugwerkende kracht aansluiten bij de Vpb-systematiek de regeling complex maakt. (zie noot 17)

De Afdeling adviseert de noodzaak van de terugwerkende kracht nader te motiveren en indien hierin niet kan worden voorzien, dit onderdeel te schrappen.

4. Uitvoeringstoets

De toelichting vermeldt niet dat de Belastingdienst een uitvoeringstoets heeft opgesteld, welke (ICT-)gevolgen hieruit naar voren zijn gekomen en wat dit betekent voor het ontwerpbesluit. De toelichting gaat alleen in op het door de Belastingdienst handmatig nabetalen van het verschil in te vergoeden rente tussen 10,5% en 8%, omdat de (huidige) systemen van de Belastingdienst hier niet op ingericht zijn. Uit de uitvoeringstoets blijkt echter dat dit tijdelijk is en de Belastingdienst voornemens is voor de Vpb de systemen hierop aan te passen.

In die uitvoeringstoets komen niet alle onderdelen van het ontwerpbesluit aan de orde, zoals de verschillende periodes van terugwerkende kracht van het besluit en het opgenomen overgangsrecht. De uitvoeringstoets lijkt daarmee niet geheel aan te sluiten op het ontwerpbesluit.

De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de uitvoeringstoets. Ook adviseert zij nader in te gaan op de nu nog ontbrekende uitvoeringsaspecten van het ontwerpbesluit, zoals de verschillende periodes van terugwerkende kracht en het opgenomen overgangsrecht.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.

De waarnemend vice-president van de Raad van State


Voetnoten

(1) In de bestaande systematiek van belastingrente wordt overeenkomstig artikel 4:98 van de Algemene wet bestuursrecht aangesloten bij het percentage van de wettelijke rente uit het civiele recht.
(2) De delegatiegrondslag van artikel 30hb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) voorziet - in tegenstelling tot de delegatiegrondslag van artikel 29 van de Invorderingswet 1990 voor invorderingsrente - niet expliciet in de mogelijkheid van differentiatie in het percentage voor het vergoeden en in rekening brengen van belastingrente.
(3) Deze opslag vloeit voort uit artikel 2, zesde lid, van de Richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties (PbEU L 48/1).
(4)Dit percentage wordt met terugwerkende kracht tot en met 1 maart 2023 ingevoerd, maar is gelijk aan het op basis van de wettelijke rente van toepassing zijnde percentage van 10,5%.
(5) Advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van 20 april 2022 over het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2023 (W06.22.0011/III), Kamerstukken II 2021/22, 36107, nr. 4, p. 9.
(6) In de brief van de Staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst van 26 juni 2023, nr. 2023-0000150983 is aangekondigd dat de percentages belastingrente zullen worden aangepast, maar dat de precieze manier waarop nog onderwerp van onderzoek is.
(7) Dit betreft de in het huidige artikel 1, onderdeel a, van het Besluit belasting- en invorderingsrente genoemde belastingen.
(8) Besluit van 29 juni 2023 tot wijziging van het Besluit van 15 december 2022 tot vaststelling wettelijke rente (aanpassing wettelijke rente) (Stb. 2023, 235).
(9) Artikel 30 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
(10) Indien de belastingrentesystematiek is dat sprake is van directe werking en wijzigingen in het rentepercentage daarmee materieel terugwerkende kracht hebben, betekent de voorgestelde overgangsmaatregel dat de ICT-systemen hierop moeten worden aangepast. Dat kan ingrijpend zijn en dan is het ontbreken van een uitvoeringstoets op dit punt een gemis. Indien daarentegen de systematiek gelijk is aan die van de invorderingsrente, dat het rentepercentage wordt gehanteerd dat voor de betreffende periode geldt, is de voorgestelde overgangsmaatregel overbodig. Ook eerder overgangsrecht, zoals de overgangsbepaling bij het stopzetten van de tijdelijke verlaging van het percentage belastingrente inzake COVID-19, opgenomen in artikel 7 van de Verzamelspoedwet COVID-19, dat overeenkomstig voor zowel belastingrente als invorderingsrente is ingevoerd, schept hierin geen duidelijkheid.
(11) Artikel 6.2, eerste lid, van de Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage.
(12) Via artikel 6.2, vierde lid, van de Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage en artikel 30hb AWR.
(13) Kamerstukken II 2022/23, 36235, nr. 3, p. 14.
(14) De artikelen 5.1, vierde lid, en 6.2, tweede lid, van de Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage spreken over tijdvak, zonder in die wet of artikel 19, tweede lid, AWR en het daarop gebaseerde hoofdstuk 6 van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 te definiëren wat hieronder moet worden verstaan. Uit de memorie van toelichting bij de Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage blijkt echter dat onder het tijdvak het bijdragejaar wordt verstaan (Kamerstukken II 2022/23, 36235, nr. 3, p. 4, 6 en 13).
(15) Artikel 1.2, eerste lid, onderdeel a, van de Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage.
(16) Bij een bijdragejaar dat eindigt per 31 december 2022 is het in rekening brengen van belastingrente voor het eerst aan de orde vanaf 1 juni 2024. In het geval dat er sprake zou zijn van een kort bijdragejaar, zou in rekening te brengen belastingrente op zijn vroegst aan de orde kunnen zijn in de tweede helft van 2023.
(17) Terugwerkende kracht lijkt niet nodig om te realiseren dat de belastingrentepercentages voor de solidariteitsbijdrage en de Vpb de facto gelijk zi


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon