Verzamelwet gegevensverwerking VWS I.
- Kenmerk
- W13.23.00111/III
- Datum aanhangig
- 11 mei 2023
- Datum vastgesteld
- 28 juni 2023
- Datum advies
- 28 juni 2023
- Datum publicatie
- 3 juli 2023
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2023/24, 36444, nr. 4
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Wet
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 11 mei 2023, no.2023001145, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de grondslagen voor gegevensverwerkingen te verstevigen (Verzamelwet gegevensverwerking VWS I), met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 2 oktober 2023
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om het voorstel van wet ten aanzien van de inzagebevoegdheid van de IGJ tekstueel in lijn te brengen met Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit heeft tot een extra wijziging van de Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (artikel XII, onderdeel A) en de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen geleid (artikel XIII). Het betreft slechts een technische wijziging. Daarnaast is in artikel XV, onderdeel C, de term “bilaterale gegevensuitvraag bij fraudeonderzoek” vervangen door “gegevensuitvraag college of ziektekostenverzekeraar”. Dit sluit beter aan bij de AVG en maakt duidelijker door welke partijen de gegevensuitvraag precies plaatsvindt. Ook de memorie van toelichting is op enkele punten verduidelijkt. In hoofdstuk 2 van het algemeen deel van de toelichting is meer structuur aangebracht en is de noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit in aparte kopjes opgenomen ten behoeve van de vindbaarheid. In paragraaf 2.2.2 is toegelicht wat wordt bedoeld met “bij of naar aanleiding van een andere melding”. In paragraaf 2.4.1 is beter gemotiveerd waarom het nodig is dat er gelijktijdig afstemming dient plaats te vinden tussen de partijen in de strafrechtketen. In de hoofdstukken 3, 5 en 6 van het algemeen deel van de toelichting zijn de verschillende onderdelen beter belicht of is een duidelijkere verwijzing opgenomen naar hoofdstuk 2. Tot slot zijn in paragraaf 3.8 de rechten van de betrokkenen verduidelijkt, met name in het kader van de gegevensuitwisseling bij fraudeonderzoek.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport