Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202206264/1/A2

Uitspraak 202206264/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:613
Datum uitspraak
15 februari 2023
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 8 mei 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand [appellant] een toevoeging verstrekt met een tweede eigen bijdrage. Bij besluit van 24 september 2020 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 18 oktober 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 24 september 2020 vernietigd, het besluit van 8 mei 2020 herroepen en bepaald dat [appellant] geen tweede eigen bijdrage verschuldigd is. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202206264/1/A2.
Datum uitspraak: 15 februari 2023

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 18 oktober 2022 in zaak nr. 20/5671 in het geding tussen:

[appellant]

en

het bestuur van de raad voor rechtsbijstand (hierna: de raad).

Procesverloop

Bij besluit van 8 mei 2020 heeft de raad [appellant] een toevoeging verstrekt met een tweede eigen bijdrage.

Bij besluit van 24 september 2020 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 18 oktober 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 24 september 2020 vernietigd, het besluit van 8 mei 2020 herroepen en bepaald dat [appellant] geen tweede eigen bijdrage verschuldigd is. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De raad heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 februari 2023, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door mr. C.W. Wijnstra, zijn verschenen.

Overwegingen

1.       De raad heeft op 3 februari 2020 een toevoeging aan [appellant] verstrekt met een eigen bijdrage van € 148,-. De zaak is vervolgens overgenomen door een andere advocaat. De raad heeft het verzoek om overname door die nieuwe advocaat gehonoreerd en een overnametoevoeging aan die advocaat verleend, maar daarbij een tweede eigen bijdrage opgelegd van € 203,-. Met die eigen bijdrage is [appellant] het niet eens en daarom heeft hij eerst bezwaar en later beroep ingesteld.

2.       Bij de rechtbank heeft [appellant] gelijk gekregen. De rechtbank heeft geoordeeld dat hij geen tweede eigen bijdrage hoeft te betalen.

3.       Nu de rechtbank het besluit op bezwaar heeft vernietigd, het besluit van 8 mei 2020 heeft herroepen en heeft bepaald dat [appellant] geen tweede eigen bijdrage hoeft te betalen, heeft [appellant] geen procesbelang bij een beoordeling van de door hem aangevallen uitspraak. Hij heeft geen belang bij een antwoord op de vraag of de rechtbank op goede gronden of voldoende gemotiveerd tot haar oordeel is gekomen. Zoals ook op zitting is besproken, leidt dat antwoord, hoe het ook luidt, namelijk niet tot een ander voor hem gunstiger resultaat. Dat hij, zoals hij op zitting heeft verteld, nog veel zaken op de plank heeft liggen en dat het hem gaat om het hele verhaal dat erachter ligt (hij wijst onder meer op een advocaat die zijns inziens liegt en betaald krijgt terwijl hij niets heeft gedaan) is onvoldoende om in deze zaak, in weerwil van wat hiervoor is overwogen, procesbelang aan te nemen.

4.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de Afdeling niet toekomt aan wat [appellant] verder allemaal naar voren heeft gebracht.

5.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. van Dokkum, griffier.

w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Dokkum
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2023

480


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon