Uitspraak 202107326/1/V1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2023:52
- Datum uitspraak
- 9 januari 2023
- Inhoudsindicatie
- Bij e-mail van 27 oktober 2021 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers aan de gemachtigde van de vreemdelingen bevestigd dat het de vreemdelingen op 29 oktober 2021 vanuit het azc Maastricht overplaatst naar het azc Den Helder.
- Hoger beroep
- Opvang asielzoekers
Toon inhoud
202107326/1/V1.
Datum uitspraak: 9 januari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kinderen,
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 28 oktober 2021 in zaak nr. 21/6266 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COa).
Procesverloop
Bij e-mail van 27 oktober 2021 heeft het COa aan de gemachtigde van de vreemdelingen bevestigd dat het de vreemdelingen op 29 oktober 2021 vanuit het azc Maastricht overplaatst naar het azc Den Helder.
Bij uitspraak van 28 oktober 2021 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard van het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep kennis te nemen.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. B. Wegelin, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft uitspraak gedaan zonder de zaak op zitting te behandelen (artikel 8:54, eerste lid, van de Awb). Tegen zo'n uitspraak staat geen hoger beroep open (artikel 8:104, tweede lid onder a, van de Awb). De vermelding in de uitspraak van de rechtbank dat hoger beroep bij de Afdeling openstaat, is onjuist.
2. Wat de vreemdelingen in hoger beroep aanvoeren is geen grond om het hoger beroep in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dit doet zich hier niet voor.
3. De vreemdelingen kunnen ingevolge artikel 8:55, eerste lid, van de Awb tegen de uitspraak van de rechtbank verzet doen bij de rechtbank.
4. De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Omdat de rechtbank onder de uitspraak ten onrechte heeft vermeld dat hoger beroep openstaat, moet het COa de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen;
II. veroordeelt het COa tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 837,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.V.T.K. Oei, griffier.
w.g. Bijloos
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Oei
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2023
670-954