Uitspraak 202106293/1/A2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2022:1935
- Datum uitspraak
- 7 juli 2022
- Inhoudsindicatie
- Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 7 september 2021 van de rechtbank NoordNederland waarbij het beroep van [appellant] tegen het in bezwaar gehandhaafde besluit van 22 mei 2020 ongegrond is verklaard. In dat besluit heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag over 2020 van [appellant] op nihil vastgesteld.
- Mondelinge uitspraak
- Geld
Toon inhoud
202106293/1/A2.
Datum uitspraak: 7 juli 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 7 september 2021 in zaak nr. 20/3339 in het geding tussen:
[appellant]
en
de Belastingdienst/Toeslagen.
Openbare zitting gehouden op 7 juli 2022 om 11:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. J.Th. Drop, voorzitter
griffier: mr. P.M.M. van Zanten
jurist: mr. M.E. Adriaanse
Verschenen:
De Belastingdienst/Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigden].
====================================
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 7 september 2021 van de rechtbank Noord-Nederland waarbij het beroep van [appellant] tegen het in bezwaar gehandhaafde besluit van 22 mei 2020 ongegrond is verklaard. In dat besluit heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag over 2020 van [appellant] op nihil vastgesteld.
De Afdeling verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Daartoe overweegt zij het volgende.
Gronden:
• [appellant] is op juiste wijze opgeroepen voor de zitting. [appellant] is - met voorafgaande kennisgeving - niet verschenen op de zitting.
• [appellant] wil geen bankrekening omdat giraal geld volgens hem geen wettig betaalmiddel is.
• De Afdeling heeft [appellant] er bij brief van 4 november 2021 op gewezen dat hij voor het hoger beroep griffierecht moet betalen. Bij wijze van uitzondering is aan [appellant] bij brief van 18 november 2021 uitstel verleend om het verschuldigde griffierecht tot het moment waarop de zitting zal plaatsvinden contant te voldoen op het adres van de Raad van State. In die brief staat ook dat als het griffierecht niet op dat moment is ontvangen, het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Het griffierecht is niet betaald.
• [appellant] is gewezen op de mogelijkheid om een beroep op betalingsonmacht te doen. Een dergelijk beroep heeft [appellant] echter uitdrukkelijk niet willen doen. [appellant] is daarom in verzuim door het griffierecht niet te betalen. Het hoger beroep van [appellant] is niet-ontvankelijk.
w.g. Drop
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Zanten
griffier
97-1022