Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200205500/1

Uitspraak 200205500/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AF8296
Datum uitspraak
7 mei 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 augustus 2002, kenmerk MW01.36915, heeft verweerder gezien de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 20 juni 2001, nos. E03.98.0236, E03.98.0352 en E03.98.0353, opnieuw de geluidsvoorschriften vastgesteld welke zijn verbonden aan de vergunning op grond van de Wet milieubeheer van 27 januari 1998 van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid “Delgromij B.V.” voor het storten van baggerspecie in de Kaliwaal in de gemeente Druten.
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200205500/1.
Datum uitspraak: 7 mei 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de stichting "Stichting Behoud Leefmilieu en Natuur Maas en Waal", gevestigd te Beneden Leeuwen,
appellante,

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 20 augustus 2002, kenmerk MW01.36915, heeft verweerder gezien de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 20 juni 2001, nos. E03.98.0236, E03.98.0352 en E03.98.0353, opnieuw de geluidsvoorschriften vastgesteld welke zijn verbonden aan de vergunning op grond van de Wet milieubeheer van 27 januari 1998 van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid “Delgromij B.V.” voor het storten van baggerspecie in de Kaliwaal in de gemeente Druten.

Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 16 oktober 2002, bij de Raad van State ingekomen op 18 oktober 2002, beroep ingesteld.

Bij brief van 21 november 2002 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn op 19 maart 2003 nog stukken ontvangen van appellante. Deze zijn naar de andere partijen doorgezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 april 2003, waar appellante, vertegenwoordigd door [gemachtigden] en verweerder, vertegenwoordigd door A.C. Heezen en A.H. Wensink (ambtenaren van de provincie) zijn verschenen. Tevens zijn mr. L.F. Wiggers-Rust (advocaat te Zutphen), [gemachtigden] daar namens vergunninghoudster gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Ter zitting heeft appellante de beroepsgrond inzake het geen rekening houden met het eventueel binnen een stiltegebied gelegen zijn van de onderhavige activiteit ingetrokken.

2.2. Appellante voert aan dat er in het bestreden besluit geen rekening mee is gehouden dat de activiteit geschiedt binnen een beschermingsgebied ingevolge de Vogelrichtlijn.

Verweerder stelt dat een beoordeling in het kader van de Vogelrichtlijn voor het betrokken gebied los staat van het opnieuw vaststellen van de geluidsvoorschriften.

De Afdeling overweegt dat zij in haar uitspraak van 20 juni 2001, nos. E03.98.0236, E03.98.0352 en E03.98.0353 heeft geoordeeld dat het niet aannemelijk is dat door de stortactiviteiten een storing dan wel een storing van wezenlijke invloed van de vogels in de beschermingszone zal optreden. Gelet hierop zag zij geen grond voor het oordeel dat de destijds bestreden besluiten in strijd met de bepalingen van de Vogelrichtlijn tot stand waren gekomen. In hetgeen appellante heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding om thans op dit punt een ander standpunt in te nemen. Deze beroepsgrond treft derhalve geen doel. Het beroep dient ongegrond verklaard te worden.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, Voorzitter, en mr. J.G.C. Wiebenga en mr. B.J. van Ettekoven, Leden, in tegenwoordigheid van G.K. Klap, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll w.g. Klap
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2003

315.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon