Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200201775/1

Uitspraak 200201775/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AF4710
Datum uitspraak
19 februari 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 12 februari 2002, kenmerk 310200, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [appellant], handelend onder de naam [bedrijf], een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een constructiebedrijf gelegen aan de [locatie]. Dit besluit is op 20 februari 2002 ter inzage gelegd.
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Overige uitspraken (tot 2004)

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200201775/1.
Datum uitspraak: 19 februari 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Schiedam,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 februari 2002, kenmerk 310200, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [appellant], handelend onder de naam [bedrijf], een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een constructiebedrijf gelegen aan de [locatie]. Dit besluit is op 20 februari 2002 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 26 maart 2002, bij de Raad van State ingekomen op 28 maart 2002, beroep ingesteld.

Bij brief van 29 mei 2002 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 december 2002, waar appellant in persoon en bijgestaan door [gemachtigde],
en verweerder, vertegenwoordigd door ing. B. Hoevers en ing. F.H. Ammerlaan, gemachtigden, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 8.11, tweede lid, van de Wet milieubeheer kan een vergunning in het belang van de bescherming van het milieu onder beperkingen worden verleend. Ingevolge het derde lid van dit artikel worden aan een vergunning de voorschriften verbonden die nodig zijn ter bescherming van het milieu. Voorzover door het verbinden van voorschriften aan de vergunning de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken, niet kunnen worden voorkomen, worden aan de vergunning de voorschriften verbonden, die de grootst mogelijke bescherming bieden tegen die gevolgen, tenzij dat redelijkerwijs niet kan worden gevergd.

Bij de toepassing van artikel 8.11 van de Wet milieubeheer komt verweerders een zekere beoordelingsvrijheid toe, die haar begrenzing onder meer vindt in hetgeen voortvloeit uit de meest recente algemeen aanvaarde milieutechnische inzichten.

2.2. Appellant kan zich niet verenigen met de aan de vergunning verbonden voorschriften 8.3.1 en 8.3.2, waarin is bepaald dat een goed toegankelijke controlevoorziening dient te worden aangebracht ter representatieve bemonstering van het bedrijfsafvalwater afkomstig van de compressor. Hij betoogt dat het aanbrengen van een controlevoorziening onnodig bezwarend is, gezien de zeer lage concentratie olie in het bedrijfsafvalwater.

2.2.1. Blijkens het verhandelde ter zitting heeft verweerder zich bij het bepalen van de voorschriften 8.3.1 en 8.3.2 gebaseerd op de onjuiste veronderstelling dat een mobiele compressor met een capaciteit van 20 kW binnen de inrichting in gebruik zal zijn. Nu deze enkel blijkt te worden gestald binnen de inrichting maar daar niet wordt gebruikt, en de maatregelen die in voornoemde voorschriften worden verlangd niet nodig zijn voor de andere vergunde compressoren, is verweerder bij nadere beschouwing van mening dat deze voorschriften kunnen worden gemist.

Daarom moet worden geoordeeld dat het besluit in zoverre is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht en het algemene rechtsbeginsel dat een besluit zorgvuldig moet worden genomen. Dit beroepsonderdeel is gegrond.

2.3. Appellant kan zich verder niet verenigen met paragraaf 9.1 van de aan de vergunning verbonden voorschriften, waarin volgens hem ten onrechte een nulsituatieonderzoek wordt geëist. Hij voert in dit verband aan dat op grond van de in januari 1997 verleende vergunning krachtens de Wet milieubeheer reeds een nulsituatieonderzoek is uitgevoerd dat op 17 maart 1998, na het overleggen van een aanvullend onderzoek, zonder voorbehoud is goedgekeurd.

2.3.1. Verweerder betoogt dat binnen de huidige grenzen van de inrichting geen bodemonderzoek heeft plaatsgevonden. De onderzoeken die door appellant zijn overgelegd hebben volgens hem betrekking op een ander perceel. De periodieke grondwatermonsters die binnen de huidige grenzen van de inrichting worden genomen kunnen ook niet in de plaats komen van het voorgeschreven bodemonderzoek, omdat die louter een signaleringsfunctie hebben.

2.3.2. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is de Afdeling niet gebleken dat op de plaats waar de vergunde activiteiten zullen plaatsvinden reeds een nulsituatieonderzoek is uitgevoerd. Gelet hierop en op het feit dat vanwege de vergunde activiteiten een risico op bodemverontreiniging bestaat, is de Afdeling van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen concluderen dat een nulsituatieonderzoek dient te worden uitgevoerd.

2.4. Het beroep zal gedeeltelijk gegrond moeten worden verklaard en het bestreden besluit dient te worden vernietigd, voorzover het de aan de vergunning verbonden voorschriften 8.3.1 en 8.3.2 betreft.

2.5. Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld. De Afdeling merkt in dit verband op dat, voorzover appellant heeft aangegeven kosten te hebben gemaakt voor het opstellen van een deskundigenrapport, niet is gebleken dat de activiteiten van de desbetreffende deskundige verband houden met het opstellen van een rapport ten behoeve van de behandeling van het beroep. Deze kosten komen hierom niet voor vergoeding in aanmerking.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Schiedam van 12 februari 2002, kenmerk 310200, voorzover het de voorschriften 8.3.1 en 8.3.2 betreft;

III. verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

IV. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Schiedam in de door appellant in verband met de behandeling van het beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 427,19, waarvan een gedeelte groot € 322,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Schiedam te worden betaald aan appellant;

V. gelast dat de gemeente Schiedam aan appellant het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht (€ 109,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, Voorzitter, en mr. H.G. Lubberdink en mr. Ch.W. Mouton, Leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Heijerman, ambtenaar van Staat.

w.g. Konijnenbelt w.g. Heijerman
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2003

255-415.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon