Wijziging van het Besluit beveiliging burgerluchtvaart in verband met de uitvoering van Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008.
- Kenmerk
- W16.20.0325/II
- Datum aanhangig
- 4 september 2020
- Datum vastgesteld
- 7 oktober 2020
- Datum advies
- 7 oktober 2020
- Datum publicatie
- 14 december 2020
- Vindplaats
- Staatscourant
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 4 september 2020, no.2020001732, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit beveiliging burgerluchtvaart in verband met de uitvoering van Verordening (EG)nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot intrekking van Verordening(EG) nr. 2320/2002 (Pb EU 2008, L 97/72) en enkele andere verordeningen op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart, met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen inhoudelijke opmerkingen over het ontwerpbesluit.
De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling adviseert het besluit te nemen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W16.20.0325/II
- Voor iedere verordening een aparte transponeringstabel opnemen in de Bijlage en daarin de volgorde van de nummering in de verordeningen aanhouden.
Nader rapport (reactie op het advies) van 26 november 2020
Het ontwerpbesluit geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. De redactionele opmerking van de Afdeling is verwerkt.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele kleine wijzigingen aan te brengen die noodzakelijkerwijs voortvloeien uit de wijzigingen van de Luchtvaartwet en de Luchtvaartwet BES ingevolge de Uitvoeringswet EG-verordening 300/2008 (Stb. 2019, 179) en om enkele technische en redactionele verbeteringen aan te brengen.
Zo is ter uitvoering van de imperatieve delegatieopdracht in artikel 37rf, tweede lid, van de Luchtvaartwet (nieuw) de geldigheidsduur van de verklaring, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, in lijn met punt 11.2 van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 vastgesteld op vijf jaar (artikel 2b). Ter uitvoering van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/103 wordt die termijn per 31 december 2021 verkort tot drie jaar (artikelen IV en V, tweede lid).
Voorts is de nummering van het ontwerpbesluit aangepast in verband met de verwijzing in artikel 22f van de Luchtvaartwet BES naar de artikelen 14a tot en met 14d van het Besluit beveiliging burgerluchtvaart. In verband met de vernummering en de nieuwe systematiek in de Luchtvaartwet en de Luchtvaartwet BES zijn ook de artikelen 4:3 en 6a:6 van het Besluit politiegegevens aangepast (artikel II).
In verband met het schrappen van het aanvankelijk voorgestelde artikel 37rg van de Luchtvaartwet (Kamerstukken II 2018/19, 34501, nrs. 6 en 7) en artikel 11a van het Besluit beveiliging burgerluchtvaart (artikel I, onderdeel J, van het ontwerpbesluit) met betrekking tot de continue screening van houders van een verklaring omtrent het gedrag, is ook de nadere uitvoeringsregeling daarvan in artikel 22c van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens geschrapt (artikel III).
Voorts is in de artikelen 21 en 22 voorzien in de mogelijkheid dat aanvragen om erkenning van instructeurs en beveiligingspersoneel, naast de betrokkene zelf, ook kunnen worden ingediend door de organisatie voor wie de opleidings- en beveiligingstaken zullen worden uitgevoerd in plaats van de werkgever. Dit sluit aan bij de huidige realiteit waarin niet iedere gekwalificeerde professional die opleidingen verzorgt of beveiligingstaken uitvoert, ook noodzakelijkerwijs een formele arbeidsverhouding heeft met degene voor wie de desbetreffende werkzaamheden worden verricht. Dergelijke professionals kunnen bijvoorbeeld ook door derden ter beschikking worden gesteld aan organisaties die werkzaam zijn op het gebied van de burgerluchtvaart.
Tenslotte is het wijzigingsbesluit voorzien van een citeertitel (artikel VI) en zijn enkele tekstuele verbeteringen in het lichaam en de nota van toelichting aangebracht.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Justitie en Veiligheid