Ontwerpbesluit tot wijziging van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB vanwege de vereenvoudiging en verduidelijking van de vrijstellings- en examenregels en invoering van een instellingsexamen rekenen mbo.
- Kenmerk
- W05.19.0089/I
- Datum aanhangig
- 2 april 2019
- Datum vastgesteld
- 1 mei 2019
- Datum advies
- 1 mei 2019
- Datum publicatie
- 5 juli 2019
- Vindplaats
- Staatscourant 2019, nr. 36944
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 2 april 2019, no.2019000653, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB vanwege de vereenvoudiging en verduidelijking van de vrijstellings- en examenregels en invoering van een instellingsexamen rekenen mbo, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit tot wijziging van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB (Ekb) beoogt enkele vrijstellings- en examenregels in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) te vereenvoudigen en te verduidelijken naar aanleiding van ervaren knelpunten. De belangrijkste wijzigingen zijn het stroomlijnen van de vrijstellingsregels voor generieke en specifieke examenonderdelen, en de invoering van een instellingsexamen rekenen.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt opmerkingen over de vergrote verantwoordelijkheid van examencommissies bij het verlenen van vrijstellingen en over de ruimte voor instellingen om de groep studenten die niet goed is in rekenen het examen mondeling af te laten leggen. In verband daarmee is nadere toelichting wenselijk.
1. Verantwoordelijkheid van examencommissies bij vrijstellingen
De Afdeling onderschrijft het stroomlijnen van de vrijstellingsregels voor generieke en specifieke examenonderdelen. Zij constateert evenwel met de toelichting dat hiermee de verantwoordelijkheid van examencommissies bij het verlenen van vrijstellingen wordt vergroot. (zie noot 1) Zo krijgen examencommissies met de voorgestelde wijziging van artikel 3b van het Ekb (‘kan’) beleidsruimte inzake vrijstellingsbeslissingen.
De Inspectie van het Onderwijs uit in de Staat van het Onderwijs 2019 een aantal zorgen over het functioneren van examencommissies in het mbo. De Inspectie constateert onder meer dat in een aantal onderzochte gevallen vrijstellingen op onterechte gronden worden verleend, (zie noot 2) en acht verbeteringen nodig. (zie noot 3) Dit roept de vraag op of examencommissies in alle gevallen voldoende geëquipeerd zijn om de genoemde vergrote verantwoordelijkheid te dragen.
De Afdeling adviseert om toe te lichten hoe, met de vergrote verantwoordelijkheid van examencommissies, ook de kwaliteit van de besluitvorming over te verlenen vrijstellingen wordt gewaarborgd.
2. Waarborgen mondeling instellingsexamen rekenen
Volgens de toelichting biedt het inzetten van instellingsexamens rekenen ook ruimte voor instellingen om de groep deelnemers die niet goed is in rekenen het examen mondeling af te nemen. (zie noot 4) De Afdeling merkt op dat het de vraag is of deze mogelijkheid het behalen van het relevante referentieniveau door de betreffende groep deelnemers voldoende waarborgt. Uitgangspunt bij de invoering van het referentieniveau voor rekenen was immers dat beheersing daarvan tot de basisvaardigheden behoort die iedere deelnemer kan verwerven. (zie noot 5) Voor deelnemers met ernstige rekenproblemen is bovendien gekozen het centraal examen ER voor het onderdeel rekenen in te voeren. (zie noot 6)
De Afdeling adviseert in het licht hiervan de mogelijkheid en wenselijkheid van een mondeling instellingsexamen nader toe te lichten.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 14 juni 2019
1. Verantwoordelijkheid van examencommissies bij vrijstellingen
De examencommissie speelt een belangrijke rol in de examinering in het mbo. Sinds 1 augustus 2017 is met de Wet van 25 januari 2017 (aanscherping van de eisen met betrekking tot examencommissies in het middelbaar beroepsonderwijs en een technische aanpassing) (zie noot 7) deze rol versterkt. Daarbij zijn de eisen aan examencommissies aangescherpt en is hun verantwoordelijkheid toegenomen. Dit wijzigingsbesluit sluit daarbij aan.
Tegelijkertijd met genoemde wetswijziging is ingezet op kennisdeling en het stimuleren van samenwerking tussen examencommissies. Zo worden examencommissies ondersteund bij het op de juiste wijze vervullen van hun rol. Dit met het oog op het versterken van de kwaliteit van hun beslissingen. Hetzelfde zal worden gedaan bij de wijzigingen die volgen uit dit wijzigingsbesluit.
Aangezien dit wijzigingsbesluit de regels omtrent examens en vrijstellingen eenvoudiger maakt, verwacht ik dat examencommissies daarmee steeds beter in staat zullen zijn om hun verantwoordelijkheden waar te maken. En daarmee goed onderbouwde beslissingen omtrent vrijstellingen te nemen. Daarnaast blijft de Inspectie van het Onderwijs toezicht houden op de naleving van regels omtrent de examinering van opleidingen, inclusief het verlenen van vrijstellingen. De nota van toelichting is in voormelde zin aangevuld.
2. Waarborgen mondeling instellingsexamen rekenen
Een mondeling instellingsexamen rekenen, waarnaar wordt verwezen, betreft slechts een voorbeeld waarvoor een mbo-instelling kan kiezen. Een centraal examen is per definitie schriftelijk. Een instellingsexamen behoeft dat niet te zijn. Het nieuwe uitgangspunt dat immers met dit wijzigingsbesluit is geformuleerd, is dat er voor het examenonderdeel rekenen voortaan gekozen kan worden tussen een centraal examen of een instellingsexamen. Als inhoudelijke eis blijft overeind dat ook met een instellingsexamen rekenen het juiste referentieniveau in acht moet worden genomen. Verder zijn er geen overheidsvoorschriften gegeven over de inrichting van dit instellingsexamen. Dat is ook niet nodig, want de eisen aan de examinering zoals onder andere bepaald in de Regeling standaarden examenkwaliteit zijn ook onverkort van toepassing op een instellingsexamen rekenen, wanneer een mbo-instelling ervoor kiest om langs deze weg de rekenvaardigheid van een student te examineren. Die regeling beoogt onder andere de betrouwbaarheid en validiteit van elk examen te borgen. Hierop dient ingevolge artikel 7.4.5a Wet educatie en beroepsonderwijs iedere examencommissie instellingsbeleid te maken en op de naleving ervan toe te zien. Indien er dus wordt gekozen voor een mondeling instellingsexamen, dan dient de mbo-instelling met het bovenstaande rekening te houden. Dit is voor rekenen niet anders als voor instellingsexamens voor de specifieke (beroepsgerichte) kwalificatie-onderdelen waar ook aan de eisen van het kwalificatiedossier moet worden voldaan. De nota van toelichting is in voormelde zin aangepast.
3. Overige wijzigingen
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om het nieuwe artikel 18 met geherformuleerd invoeringsrecht voor de keuzedelen aan te passen, zodat de oorspronkelijke bedoeling beter naar voren komt en om de toelichting bij artikel 3b aan te vullen. Het voorgestelde artikel 18, vierde lid, Ekb is bij nader inzien niet op zijn plaats, omdat de keuzedelen ook voor de entreeopleiding een verplicht onderdeel van het onderwijs- en examenprogramma zijn. Als een keuzedeel een verplicht centraal examen omvat, geldt dat ook voor het eerste niveau van beroepsonderwijs vanaf het in dat artikel genoemde tijdstip. Iets soortgelijks geldt voor het voorgestelde derde lid van die bepaling inzake het verplicht zijn van een centraal examen binnen het keuzedeel Engels dat inhoudelijk gelijk is aan het generieke examenonderdeel Engels. Het ontwerp voor dat lid was abusievelijk beperkt tot de middenkader- en specialistenopleiding. Ook dat lid geldt dus voor elk niveau van beroepsonderwijs. De reikwijdte van het nieuwe artikel 18 komt hiermee weer overeen met de bedoeling van de oorspronkelijke invoeringsbepaling. Aan artikel 18, tweede lid, Ekb is de "onverminderd artikel 4"-zinsnede toegevoegd, teneinde duidelijk te maken dat voor het keuzedeel rekenen een centraal examen verplicht is tot 1 augustus 2019. Nadien mag ook een instellingsexamen worden afgenomen, als de instelling daarvoor kiest. Dit geldt daarmee dan ook voor een keuzedeel rekenen dat wordt geëxamineerd vanaf 1 augustus 2019. In de toelichting bij het nieuwe artikel 3b is tot slot meer aandacht besteed aan de rechtsbescherming.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Voetnoten
(1) Nota van toelichting, algemeen deel, ‘vrijstellingen’.
(2) Inspectie van het Onderwijs, Staat van het Onderwijs 2019, p. 162.
(3) Inspectie van het Onderwijs, Staat van het Onderwijs 2019, p. 161.
(4) Nota van toelichting, algemeen deel, ‘rekenen’.
(5) Zie ook Advies van de Afdeling Advisering van de Raad van State van 6 augustus 2015 over het ontwerpbesluit tot wijziging van onder meer het Eindexamenbesluit VO en het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB in verband met de invoering van een aangepast rekenexamen bij ernstige rekenproblemen en enkele tijdelijke aanpassingen in de uitslagregeling van het centraal examen rekenen naar aanleiding van de adviescommissies Bosker en Steur (W05.15.0213/I), Stcrt. 2015, 45309.
(6) Zie artikel 12c van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB.
(7) Stb. 2017, 43.