Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201601432/1/A3

Uitspraak 201601432/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2017:3263
Datum uitspraak
29 november 2017
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 januari 2015 heeft de minister een verzoek van [appellant] om afschrift van de driemaandelijkse rapportages waarin de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (hierna: AIVD) rapporteert over de activiteiten en resultaten van de dienst over de jaren 2000 tot en met 2002, dan wel over de eerste drie jaren waarin deze zijn opgesteld, gedeeltelijk afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201601432/1/A3.
Datum uitspraak: 29 november 2017

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 januari 2016 in zaak nr. 15/5350 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Procesverloop

Bij besluit van 7 januari 2015 heeft de minister een verzoek van [appellant] om afschrift van de driemaandelijkse rapportages waarin de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (hierna: AIVD) rapporteert over de activiteiten en resultaten van de dienst over de jaren 2000 tot en met 2002, dan wel over de eerste drie jaren waarin deze zijn opgesteld, gedeeltelijk afgewezen.

Bij besluit van 12 juni 2015 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 januari 2016 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 12 juni 2015 vernietigd maar bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

[appellant] heeft de Afdeling toestemming, als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, verleend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 maart 2017, waar [appellant] en de minister, vertegenwoordigd door mr. P. van den Berg, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ter zitting bij de Afdeling heeft de minister betoogd dat [appellant] misbruik heeft gemaakt van de wettelijke bevoegdheid een verzoek op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (hierna: Wiv) in te dienen en hoger beroep in te stellen. De minister heeft toegelicht dat [appellant] heel veel informatie opvraagt bij de AIVD. De AIVD behandelt de verzoeken van [appellant] niet meer inhoudelijk sinds de rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] misbruik maakt van (proces)recht, aldus de minister.

1.1. In de uitspraak van 13 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2478, heeft de Afdeling geoordeeld dat [appellant] de bevoegdheid om informatieverzoeken in te dienen voor een ander doel gebruikt dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. Voorts is sprake van onevenredigheid tussen het met die verzoeken gediende belang en de belasting die het beslissen hierop oplevert voor de minister. Dit brengt mee dat misbruik is gemaakt van de bevoegdheid om verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en de Wiv in te dienen, aldus de Afdeling in die uitspraak.

Aangezien het in deze zaak ingediende verzoek een vergelijkbare strekking heeft als de in voormelde uitspraak genoemde verzoeken, is de Afdeling in deze zaak eveneens van oordeel dat [appellant] misbruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om een Wiv-verzoek in te dienen. Nu het hoger beroep niet los kan worden gezien van de wijze waarop [appellant] de Wiv heeft gebruikt, dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. G.M.H. Hoogvliet en mr. E.A. Minderhoud, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Niane-van de Put, griffier.

w.g. Lubberdink w.g. Niane-van de Put
voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 november 2017

805.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon