Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.607
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202402155/1/A2

Bij besluit van 21 maart 2023 heeft de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs het Overzicht financiële beschikkingen over kalenderjaar 2023 aan Esprit toegezonden waarmee de bedragen van de bekostiging per school en per onderwerp zijn bekendgemaakt. Esprit is het bevoegd gezag van vijftien Esprit Scholen. Eén van deze scholen is Spring High. Deze school is van start gegaan op 1 augustus 2020. Op grond van artikel 2 van de Regeling leerplusarrangement vo kon de minister aan het bevoegd gezag van een school aanvullende bekostiging voor het Leerplusarrangement vo verstrekken ten behoeve van de vermindering van voortijdig schoolverlaten, het leveren van meer maatwerk aan leerlingen en het maximaliseren van de schoolprestaties. Op grond van artikel 3, derde lid, van de Regeling kwam het bevoegd gezag hiervoor in aanmerking als zowel op de teldatum 1 oktober 2019 als op de teldatum 1 oktober 2020 de drempel voor het aantal leerlingen, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Regeling, was gehaald. In geschil is of de minister aan Esprit op grond van de Regeling aanvullende bekostiging voor Spring High had moeten toekennen. Het geschil gaat over een bekostiging ter hoogte van € 180.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6434
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202402155/1/A2

202402297/1/R3

Bij besluit van 25 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van een dagcamping naar een camping met verblijfsrecreatie op het perceel [locatie] in Steendam voor de duur van vijf jaar. Op 22 februari 2022 heeft [vergunninghouder] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het veranderen van een dagcamping naar een camping met verblijfsrecreatie op het perceel. Het college heeft toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo, gelezen in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 11, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. In afwijking van het bestemmingsplan "Buitengebied" wordt hiermee voor een periode van vijf jaar verblijfsrecreatie op het perceel toegestaan. De stichting is een belangenorganisatie voor homo-ontmoetingsplekken. Zij wijst erop dat de dagcamping en het aangrenzende bos al jaren in medegebruik zijn als HOP. Zij maakt zich er zorgen over dat met het besluit de gronden van de camping worden onttrokken aan de openbaarheid, zodat het gebruik als HOP niet meer mogelijk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6436
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402297/1/R3

202403175/1/A2

Bij besluit van 3 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal besloten om aan [appellante] brede ondersteuning te bieden en hiervoor een plan van aanpak opgesteld. Het college heeft het bezwaar van [appellante] tegen het besluit van 3 mei 2023 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend. De rechtbank heeft geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Zij heeft het beroep van [appellante] daarom ongegrond verklaard. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet in staat was om binnen de termijn bezwaar te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6431
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202403175/1/A2

202405206/1/A3

Bij besluit van 24 juli 2023 heeft de directeur van Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland het verzoek van [appellant] op grond van de Wet open overheid om openbaarmaking van documenten afgewezen. [appellant] heeft verzocht om openbaarmaking van documenten over, kortgezegd, de vastgestelde waarde van een woning aan de [locatie], in [woonplaats] op grond van de Wet waardering onroerende zaken. De directeur heeft het verzoek, voor zover dat geen betrekking heeft op al eerder via de website openbaar gemaakte informatie, afgewezen omdat op grond van rechtspraak van de Afdeling de Wet WOZ specifieke regels stelt over de openbaarmaking, die prevaleren boven het algemene regime van de Woo. De directeur heeft het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6430
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202405206/1/A3

202405939/1/A2

Bij besluit van 7 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft een aanvraag voor een urgentieverklaring ingediend. Zij stelt dat zij meerdere keren fysiek en psychisch door haar zoon is mishandeld, waardoor zij zich niet meer veilig voelt in haar woning. Haar klachten als gevolg van een bij haar gediagnosticeerde depressieve stoornis, PTSS en een persoonlijkheidsstoornis zijn hierdoor verergerd. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellante] niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een urgent huisvestingsprobleem heeft. Wat in de medische informatie van Atypisch psychosociale hulpverlening van 29 september 2023 over de bedreiging en mishandeling staat, is alleen gebaseerd op de eigen verklaring van [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6432
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202405939/1/A2

202407260/1/A3

Bij besluit van 30 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lisse de door [appellant] ingestelde ingebrekestelling vanwege het niet tijdig beslissen op zijn inzageverzoek, afgewezen. [appellant] heeft op 25 december 2023 bij het college een verzoek om inzage gedaan op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming in een factuur van La Gro Geelkerken Advocaten van 28 november 2022. Op 26 januari 2025 heeft [appellant] een ‘Formulier dwangsom bij niet tijdig beslissen’ ingediend bij het college. Het college heeft hierop per brief van 30 januari 2024 gereageerd en [appellant] medegedeeld dat tijdig, namelijk op 5 januari 2024, een besluit is genomen op zijn verzoek en dat per post een kopie van de factuur is toegestuurd. Het college is daarom geen dwangsom verschuldigd aan [appellant]. [appellant] heeft rechtstreeks beroep ingesteld omdat het college volgens hem niet tijdig heeft beslist op zijn verzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6429
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202407260/1/A3

202407419/1/R3

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Herontwikkeling camping Steendam" vastgesteld. Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de raad de weg gelegen op de gronden waarop het plan betrekking heeft aan het openbaar verkeer onttrokken. Het perceel ligt ten noorden van de kern van Steendam aan het Schildmeer. De oostzijde van het perceel wordt begrensd door de Damsterweg. Aan de noordzijde van het perceel is een bos. In het plan krijgt het perceel de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie" die een gebruik voor verblijfsrecreatie in de vorm van een kampeerterrein mogelijk maakt. Op het perceel was een dagcamping aanwezig. Onder het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied" had het perceel de bestemming "Recreatie" dat verblijfsrecreatie niet mogelijk maakte, maar uitsluitend dagrecreatie toestond. De raad heeft ook besloten om de gronden waarop het plan betrekking heeft aan het openbaar verkeer te onttrekken. Daarnaast heeft het college een omgevingsvergunning voor het bouwen van een loods ten behoeve van een camping op het perceel verleend. De stichting is een belangenorganisatie voor homo-ontmoetingsplekken. Zij wijst erop dat de dagcamping en het aangrenzende bos al jaren in medegebruik zijn als HOP. Zij maakt zich er zorgen over dat met de realisering van het plan en de besluiten de gronden van de camping worden onttrokken aan de openbaarheid, zodat het gebruik als HOP niet meer mogelijk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6280
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202407419/1/R3

202407440/1/A2

Bij besluit van 18 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam diverse verkeersmaatregelen voor vrachtverkeer in Oud-Charlois in Rotterdam ingesteld. [appellant] is een eenmans-timmerfabriek die is gevestigd aan de [locatie] in de wijk Oud-Charlois in Rotterdam. De activiteiten van [appellant] bestaan voornamelijk uit de productie van hardhouten kozijnen, ramen en deuren. Daarnaast heeft [appellant] een glasgroothandel. Met het verkeersbesluit heeft het college diverse verkeersmaatregelen voor vrachtverkeer in de wijk Oud-Charlois ingesteld. Deze maatregelen omvatten onder meer inrijverboden voor voertuigen en samenstellen van voertuigen met een lengte van meer dan twaalf meter voor enkele straten in Oud-Charlois. Hierdoor kunnen vrachtauto’s met een lengte van meer dan twaalf meter [appellant] alleen vanaf de noordkant, via de Frans Bekkerstraat, bereiken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6428
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202407440/1/A2

202500106/1/A2

Bij besluit van 30 mei 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. [appellant] heeft op 17 januari 2023 een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het schadefonds. In de aanvraag heeft [appellant] kenbaar gemaakt dat hij op 23 oktober 2022 slachtoffer is geworden van een geweldsmisdrijf, waardoor hij fysiek en psychisch letsel heeft opgelopen. De CSG heeft bij besluit van 30 mei 2023, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 20 oktober 2023, de aanvraag van [appellant] afgewezen. Volgens de CSG heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat hij slachtoffer is geworden van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat het dossier onvolledig is. Uit correspondentie blijkt dat er meermaals telefonisch overleg heeft plaatsgevonden tussen de CSG en het Openbaar Ministerie. De telefoonnotities ontbreken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6435
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500106/1/A2

202505412/1/A2

Bij uitspraak van 24 september 2025, in zaak nr. 202503138/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:4561, heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen de beslissing van 13 januari 2025 van het college van beroep voor de examens van de Universiteit Maastricht niet-ontvankelijk verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6433
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Herziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505412/1/A2

202404937/4/R3

Bij besluit van 20 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een omgevingsvergunning verleend aan WarmtelinQ voor het tijdelijk herinrichten van een deel van de straten en omgeving en ook het kappen van 211 bomen en verplanten van 28 bomen ten behoeve van de aanleg van een warmtetransportleiding tussen Rijswijk en Leiden waarvan een deel van het tracé loopt via Den Haag. De omgevingsvergunning ziet op de activiteiten "werk of werkzaamheden uitvoeren", "handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening" en "kappen". Bij alle drie deze vergunde activiteiten is een voorschrift opgenomen dat pas tot uitvoering van de activiteiten overgegaan kan worden als het inpassingsplan "WarmtelinQ Rijswijk - Leiden en aanlandlocatie" van de provincie Zuid-Holland onherroepelijk is. WarmtelinQ heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter hecht in deze situatie meer waarde aan het kunnen starten met de uitvoering dan aan het voorkomen van mogelijk onnodige bomenkap.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6425
Datum uitspraak
30 december 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Inpassingsplan
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202404937/4/R3

BRS.25.002354

Bij besluit van 31 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6408
Datum uitspraak
30 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002354

BRS.25.002684

Bij besluit van 22 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6413
Datum uitspraak
30 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002684

202400024/1/V3

Bij besluit van 2 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 6 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. I.J.M. Oomen, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Appellant heeft nadere stukken ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6308
Datum uitspraak
29 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400024/1/V3

202406932/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij verzoeker opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6411
Datum uitspraak
29 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406932/1/V1

BRS.25.001715

Bij besluit van 1 oktober 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 21 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J. Bravo Mougán, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6271
Datum uitspraak
29 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001715

BRS.25.002411 en BRS.25.002412

Bij besluit van 22 juli 2025 heeft de minister van Asiek en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6304
Datum uitspraak
29 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002411 en BRS.25.002412

BRS.25.002474 en BRS.25.002476

Bij besluit van 10 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6397
Datum uitspraak
29 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002474 en BRS.25.002476

BRS.25.002680

Bij besluit van 27 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6414
Datum uitspraak
29 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002680

202405197/1/V3

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen (hierna: de asielaanvraag). Bij uitspraak van 16 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. R. Deniz, advocaat in Breda, hoger beroep ingesteld. Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de minister de asielaanvraag van appellant ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6238
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405197/1/V3

202505275/2/A2

[verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen hangende het beroep tegen de mondelinge beslissing van het CBE van 20 augustus 2025. Het CBE heeft een verweerschrift ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6275
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505275/2/A2

BRS.25.001807 en BRS.25.002514

Bij besluit van 22 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 13 februari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 7 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6276
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001807 en BRS.25.002514

BRS.25.002207

Bij besluit van 1 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6263
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002207

BRS.25.002219

Bij besluit van 2 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6222
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002219

BRS.25.002266 en BRS.25.002267

Bij besluit van 17 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6409
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002266 en BRS.25.002267

BRS.25.002297

Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6286
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002297

BRS.25.002339

Bij besluit van 20 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6281
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002339

BRS.25.002370

Bij besluit van 12 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6306
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002370

BRS.25.002397

Bij besluit van 7 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6274
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002397

BRS.25.002498

Bij besluit van 15 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6407
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002498

BRS.25.002602

Bij besluiten van 18 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6406
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002602

BRS.25.002622

Bij besluit van 27 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 26 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6307
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002622

202204010/1/A2

Bij besluit van 6 april 2020 heeft het college burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam bepaald dat aan [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] door middel van een compenserend bestemmingsplan een tegemoetkoming in planschade in natura wordt toegekend. In deze procedure is in geschil of tegemoetkoming in de door [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] geleden planschade anderszins is verzekerd en, zo dat niet het geval is, hoe hoog een tegemoetkoming in geld is. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] zijn sinds 18 december 2002 eigenaar van de winkelruimte aan de [locatie 1] en de winkelruimte aan de Brouwerij 25 te Chaam. Zij hebben de winkelruimte aan de [locatie 1] tot 1 januari 2024 verhuurd aan Lidl Nederland GmbH ten behoeve van de exploitatie van een supermarkt. Onder het planologische regime van het bestemmingsplan Kom Chaam 2005 was de exploitatie van maximaal twee supermarkten in het plangebied toegestaan. De andere supermarkt was destijds gevestigd in de winkelruimte aan de Brouwerij 40 te Chaam.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6322
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202204010/1/A2

202204305/1/R4

Bij besluit van 30 oktober 2018 heeft het college de Scheepswerf onder oplegging van een dwangsom gelast het afmeren van vaartuigen op de locatie aan de meerpalen in het water bij De Bol in Heerewaarden, kadastraal bekend gemeente Heerewaarden, Sectie C, nummer 1451, te beëindigen en beëindigd te houden. De scheepswerf drijft een scheepswerf bij en in de rivier de Maas in Heerewaarden. Bij controles op 29 mei 2018 en 3 september 2018 is door een toezichthouder geconstateerd dat in het water bij De Bol respectievelijk een zandschip en een ponton lagen afgemeerd. Volgens het college is het gebruik, bestaande uit het afmeren van vaartuigen op de locatie aan de meerpalen in het water bij De Bol, in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied, Buitendijkse deel". Volgens het college is daarmee artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo overtreden. Het college heeft de Scheepswerf daarom onder oplegging van een dwangsom gelast het strijdig gebruik te beëindigen en beëindigd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6364
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204305/1/R4

202205361/1/A3

Bij afzonderlijke besluiten van 4 september 2019, 10 oktober 2019, 22 oktober 2019, 24 oktober 2019 en 11 november 2019 heeft het College ter beoordeling van geneesmiddelen aan Laboratorios Cinfa handelsvergunningen verleend voor een combinatiegeneesmiddel waarin de werkzame stoffen ezetimibe en atrovastatine zijn samengevoegd. Deze uitspraak gaat over de uitleg van artikel 10ter van de Richtlijn 2001/83/EG, zoals gewijzigd bij richtlijn 2004/27/EG (de Geneesmiddelenrichtlijn). De vraag is of meerdere handelsvergunningen kunnen worden verleend voor geneesmiddelen met een zelfde combinatie van werkzame stoffen als de beschermingsperiode van het dossier van de eerste handelsvergunning met dezelfde combinatie nog loopt. Laboratorios Cinfa heeft in Nederland handelsvergunningen aangevraagd in een zogenoemde decentrale procedure. Het CBG heeft aan Laboratorios Cinfa die vergunningen verleend voor hun geneesmiddelen die bestaan uit een vaste combinatie van de twee werkzame stoffen ezetimibe en atrovastatine.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6395
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Verwijzingsuitspraak
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202205361/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202205361/1/A3

202205402/2/R2

Bij tussenuitspraak van 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2595, heeft de Afdeling bepaald dat het beroep van MOB tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zeeland van 21 maart 2023 onder zaaknummer 202205402/2/R2 wordt voortgezet en dat de zaak wordt verwezen naar een meervoudige kamer. Yara Sluiskil exploiteert een kunstmestfabriek op de locatie Industrieweg 10 in Sluiskil, in de gemeente Terneuzen. Yara Sluiskil legt zich toe op de productie van stikstofhoudende kunstmest en industriële chemicaliën. Op 11 november 2022 heeft Yara Sluiskil een gewijzigde aanvraag voor een natuurvergunning ingediend. Bij het besluit van 21 maart 2023 heeft het college de gevraagde natuurvergunning geweigerd, omdat die niet nodig is (positieve weigering). Volgens het college neemt de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door de aangevraagde bedrijfssituatie niet toe ten opzichte van de referentiesituatie, zodat significante gevolgen als gevolg van de aangevraagde situatie op voorhand zijn uitgesloten. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank terecht het beroep van MOB tegen het besluit van 19 december 2018 ontvankelijk heeft verklaard. De Afdeling heeft met de rechtbank een overschrijding van de beroepstermijn door MOB van ruim dertien maanden verschoonbaar geacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6396
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202205402/2/R2

202205863/16/R1

Bij tussenuitspraak van 23 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4243, heeft de Afdeling de ministers van Klimaat en Groene Groei en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 12 juli 2022 tot vaststelling van het inpassingsplan "Zuid-West 380 kV Oost", zoals gewijzigd bij besluit van 4 april 2024, te herstellen. Het inpassingsplan maakt de aanleg van een nieuwe 380 kV-verbinding tussen Rilland en Tilburg mogelijk. Deze verbinding loopt van Rilland via Bergen op Zoom, Roosendaal, Oud Gastel, Standdaarbuiten, Zevenbergen, Zevenbergschen Hoek, Hooge Zwaluwe, Geertruidenberg, Oosterhout en 's Gravenmoer naar Tilburg. De nieuwe hoogspanningsverbinding zal worden geëxploiteerd door TenneT. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de beroepen van de betonmortelcentrale en [appellant sub 2] en anderen gebreken in het besluit tot vaststelling van het inpassingsplan en het wijzigingsbesluit aan het licht hebben gebracht. De ministers is opgedragen die gebreken te herstellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6105
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak202205863/16/R1

202300207/1/R2

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Stapakker / Oude Grintweg 59a te Oirschot" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van vijf woningen op de gronden tussen de Stapakker en de Oude Grintweg aan de noordzijde van de kern van Oirschot. De planlocatie bestaat uit de voormalige tuin die hoort bij de woning op de gronden aan de Oude Grintweg 59a. Deze woning staat buiten het plangebied en blijft behouden. [appellant] en anderen zijn eigenaren van de gronden aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Oirschot. Zij vrezen onder meer voor de aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6391
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202300207/1/R2

202300497/1/R2

Bij besluit van 5 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau de verzoeken van [appellanten] om handhavend op te treden tegen de plaatselijke Albert Heijn en Aldi afgewezen. [appellanten] hebben in 2006 geprobeerd een omgevingsvergunning te krijgen om in hun pand woningen mogelijk te maken. De gemeente ging daar eerst in mee, verleende zelfs een vergunning, maar is daar later van teruggekomen naar aanleiding van een zienswijze van een andere supermarkt. In 2013 is de vergunning alsnog geweigerd. Vanaf 2012, heeft de gemeente uitbreidings- en vestigingsplannen van twee supermarkten mogelijk gemaakt, waarbij geen rekening is gehouden met de bouwplannen van [appellanten]. Zij menen dat met deze voorgeschiedenis rekening moet worden gehouden in de beoordeling van de zaak waar het nu over gaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6379
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300497/1/R2

202301079/1/A2

Bij besluit van 24 maart 2021 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. de aan [appellant] verleende subsidie als bedoeld in de Subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch specialistische zorg vastgesteld op nihil en het al betaalde voorschot tot een bedrag van € 80.000,00 teruggevorderd. [appellant] is een medisch specialist die gebruik heeft gemaakt van de SOIT. Het doel van de SOIT is de overstap van vrijgevestigd medisch specialisten naar loondienst bij zorgaanbieders te faciliteren, waarbij een duurzame arbeidsverhouding tussen de zorgaanbieder en medisch specialist dient te ontstaan. Een van de voorwaarden is dat [appellant] met ingang van de beëindiging als vrijgevestigd medisch specialist tot en met 31 mei 2019 uitsluitend bij een of meer zorgaanbieder(s) als medisch specialist in dienst is. [appellant] is met ingang van 1 januari 2015 in loondienst getreden van Medisch Centrum Haaglanden. Daarvoor heeft hij zijn praktijk als vrijgevestigd medisch specialist beëindigd, waarvoor € 100.000,00 subsidie is verleend. Op 1 juli 2017 is [appellant] veranderd van werkgever en in loondienst getreden bij DC Klinieken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6333
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202301079/1/A2

202301776/1/R3 en 202400520/1/R3

Bij brief van 28 april 2022 heeft het college van Westvoorne aan [appellant A] medegedeeld dat de aan hem verleende persoonsgebonden gedoogbeslissing om permanent te wonen op het adres [locatie] (hierna: het perceel) in Oostvoorne is ingetrokken. [appellant A] is eigenaar van de recreatiewoning op het adres [locatie] in Oostvoorne. [appellant B] woont samen met zijn kleinzoon in deze recreatiewoning. Het college heeft aan [appellant B] een last onder dwangsom opgelegd omdat de bewoning door [appellant B] in strijd is met het bestemmingsplan "Omgevingsplan buitengebied Westvoorne" (hierna: het bestemmingsplan). Daarnaast heeft het college aan [appellant A] een last onder dwangsom opgelegd, omdat deze volgens het college de recreatiewoning laat gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Hierdoor overtreden [appellant B] en [appellant A] volgens het college ieder artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Door de recreatiewoning door van [appellant B] te laten bewonen, heeft [appellant A] volgens het college ook de voorwaarden van een aan hem gerichte persoonsgebonden gedoogbeslissing overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6373
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202301776/1/R3 en 202400520/1/R3

202302185/1/A3

Bij besluit van 27 juli 2021 heeft de burgemeester van Koggenland de woning van [appellant] voor drie maanden gesloten. [appellant] woonde aan de [locatie] in [plaats]. De politie heeft naar aanleiding van een landelijk onderzoek op 28 juni 2021 een inval gedaan in de woning van [appellant]. Daarvan is een bestuurlijke rapportage opgesteld. In de bestuurlijke rapportage staat dat de politie in de woning wapens, munitie, een kweektent, zeefzakken, 784,7 gram droge hennep, 203,8 gram natte hennep en een zak met 130 gram bladafval heeft aangetroffen. De burgemeester heeft vanwege deze vondst de woning bij besluit van 27 juli 2021 gesloten voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet en overeenkomstig de Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Koggenland houdende regels omtrent drugs (Beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Koggenland 2019). Hij heeft zijn besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6367
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202302185/1/A3

202302796/1/A3

Bij besluit van 28 maart 2022 heeft de burgemeester van IJsselstein de aanvraag van [wederpartij] om ontheffing te verlenen van de voor haar geldende sluitingstijden afgewezen. [wederpartij] is een snackbar die döner, kebab en turkse pizza’s verkoopt. De burgemeester heeft de aanvraag van [wederpartij] om ontheffing te verlenen van de sluitingstijden op elke vrijdag en zaterdag van 01:00 uur tot 06:00 uur en op zondag van 01:00 uur tot 02:00 uur afgewezen in het belang van de openbare orde en de openbare veiligheid. De burgemeester betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij de ontheffing heeft geweigerd in het belang van de openbare orde en veiligheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6390
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202302796/1/A3

202303128/1/A3

Bij besluit van 13 september 2021 heeft de gemeentesecretaris van Het Hogeland een beslissing genomen op een verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens. [appellant] heeft aan het college op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming verzocht om inzage in alle persoonsgegevens die het college van hem verwerkt, met vermelding van het doel van het bezit en het gebruik daarvan, degenen aan wie die gegevens zijn verstrekt en het doel en de grondslag van de verwerking van die gegevens. Voorts heeft hij verzocht om bekendmaking van de wijze en het tijdstip van de verkrijging van de gegevens en de herkomst daarvan onder vermelding van het doel en de grondslag voor die verwerking. Tenslotte heeft hij verzocht om kenbaar te maken hoe lang deze gegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6387
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202303128/1/A3

202303260/1/A3

Bij besluiten van 3 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvragen van [appellant A] en [appellant B] om ligplaatsvergunningen voor woonboten afgewezen. Bij brieven van 11 september 2019 en 19 september 2019 hebben [appellant A] en [appellant B] ligplaatsvergunningen aangevraagd voor woonboten. Het college heeft de aanvragen afgewezen, omdat op grond van artikel 2.3.1, vierde lid, van de Verordening op het binnenwater 2010 een ligplaatsvergunning alleen wordt gegeven als de overigbenodigde vergunningen zijn of worden verleend. Volgens het college moeten de aanvragen worden afgewezen omdat geen omgevingsvergunning is aangevraagd of zal worden verleend. Bij brief van 4 februari 2020 hebben [appellant A] en [appellant B] daartegen bezwaar gemaakt. Bij brief van 15 november 2021 hebben zij het college in gebreke gesteld om een besluit op het bezwaar te nemen. Bij besluiten van 3 maart 2022 heeft het college de bezwaren van [appellant A] en [appellant B] ongegrond verklaard. Ook heeft het college besloten om geen dwangsom toe te kennen voor overschrijding van de beslistermijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6342
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303260/1/A3

202303532/3/A3

Bij tussenuitspraak van 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:894, heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank bevestigd en bepaald dat het onderzoek in deze zaak wordt heropend voor zover het de beroepen tegen de besluiten van 21 juni 2023 en 26 juli 2023 betreft. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het bezwaar van Omroep Flevoland tegen het besluit van het college van 23 februari 2022 mede geacht wordt te zijn gericht tegen de besluiten van de raad van 13 september 2021 en 8 november 2021 op het verzoek om opheffing van geheimhouding. Verder heeft de Afdeling overwogen dat de besluiten van de raad van 13 september 2021 en 8 november 2021 geen motivering bevatten. De Afdeling heeft daarom geoordeeld dat de rechtbank deze besluiten terecht heeft vernietigd en terecht de raad heeft opgedragen nieuwe besluiten te nemen. Ten slotte heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank voor wat betreft de beoordeling van het verslag van de besloten raadvergadering niet uitdrukkelijk heeft aangegeven dat de raad daarbij ook een mogelijk belang als bedoeld in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid mag betrekken. Uit rechtsoverweging 9.5 van de tussenuitspraak volgt dat de raad dat wel mag doen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6388
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202303532/3/A3

202303687/1/A3

Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerwolde aan [vergunninghoudster] een vergunning verleend voor het openbreken en wijzigen van een gedeelte van de openbare weg. [vergunninghoudster] heeft in de jaren 2015 tot en met 2018 een uitbouw gerealiseerd aan de horecagelegenheid ‘[naam]’ aan de [locatie] in Ter Apel. [vergunninghoudster] heeft in de jaren 2015 tot en met 2018 een uitbouw gerealiseerd aan de horecagelegenheid ‘[naam]’ aan de [locatie] in Ter Apel. Bij brief van 3 september 2019 heeft zij een ontheffing aangevraagd op grond van artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening voor het openbreken en wijzigen van een gedeelte van de openbare weg, om de reeds voltooide werkzaamheden te legaliseren. De VVE treedt op namens de bewoners van het Tramhuys, gelegen aan de overzijde van de Hoofdstraat. De VVE heeft bezwaar gemaakt tegen de verleende vergunning. Volgens de VVE was het college niet bevoegd om de vergunning te verlenen, omdat door het overschrijden van de beslistermijn al van rechtswege een vergunning was ontstaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6362
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202303687/1/A3

202303849/1/R1

Bij besluit van 11 mei 2023 heeft de raad van de gemeente Ede het bestemmingsplan "Partiële herziening 2022 2e ronde Agrarisch Buitengebied Ede 2012 en Natuurgebied Veluwe gemeente Ede 2013" vastgesteld. [appellant] woont aan de [locatie 1] en is initiatiefnemer van het plan. Het bestemmingsplan maakt een aanpassing van de vorm van het bestemmingsvlak "Wonen" op het perceel mogelijk. Door de vormaanpassing ontstaat ruimte om de woning te verplaatsen, en verschillende bijgebouwen binnen het bestemmingsvlak te plaatsen. De totale omvang van het vlak blijft gelijk en de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden wijzigen niet. [appellant] kan zich niet verenigen met het plan omdat hij door zijn buren belemmerd wordt in zijn recht van overpad gevestigd op het buurperceel [locatie 2] ten zuiden van zijn perceel. Ook is [appellant] het niet eens met het plan omdat een vergunning voor een uitweg aan de noordzijde van zijn perceel ten onrechte geweigerd is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6363
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202303849/1/R1

202304411/1/R2

Bij besluit van 31 oktober 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghouder] voor het uitbreiden van de woning aan de [locatie] in Etten-Leur. [vergunninghouder] wil zijn woning uitbreiden met een aanbouw aan de zijkant van zijn woning. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan "Etten West-de Grient" en daarom heeft hij een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan nodig. Het college heeft die vergunning verleend. [appellant A en B] wonen tegenover de woning van [vergunninghouder]. Zij kunnen zich niet vinden in de verleende omgevingsvergunning, omdat het bouwplan volgens hen ten koste gaat van de groene opzet van de wijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6321
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304411/1/R2

202304574/1/R2

Bij besluit van 30 mei 2023 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "Land Forum (politielocatie)" vastgesteld. Het plan voorziet in de ontwikkeling van de locatie Land Forum in Eindhoven tot een multifunctionele politielocatie met een maximum bruto vloeroppervlakte van 5.000 m2 waar diverse centrale functies van - met name - de regionale eenheid Oost-Brabant van de politie zullen worden gehuisvest. Het plan betreft een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte omdat het plangebied is aangewezen als innovatief plan onder de Chw. Het plan voorziet in een globale regeling, waarin uitsluitend randvoorwaarden zijn vastgelegd. Bewonersvereniging Meerhoven is een collectief dat bestaat uit bewoners van de Eindhovense wijk Meerhoven. Naast de bewonersvereniging hebben in totaal 73 bewoners van deze woonwijk beroep ingesteld. De wijk grenst aan het plangebied. Bewonersvereniging Meerhoven en anderen vrezen onder meer voor overlast door het beoogde cellencomplex. [appellant sub 2] woont aan de [locatie] in Eindhoven. Deze straat maakt deel uit van het plangebied en zal in de nieuwe situatie worden verlegd. Om het plan uit te kunnen voeren moet [appellant sub 2] zijn woning verlaten, maar de onderhandelingen voor de minnelijke verwerving gaan volgens hem niet soepel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6326
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202304574/1/R2

202304746/1/A2

Bij besluit van 4 maart 2022 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de aan [appellant] op grond van de Subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch specialistische zorg verleende subsidie vastgesteld op nihil en het uitgekeerde voorschot van € 80.000,00 teruggevorderd. De minister heeft bij besluit van 15 september 2015 de subsidie van € 100.000,00 verleend en een voorschot uitgekeerd van € 80.000,00. De subsidie is verleend en vastgesteld op basis van de Subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch specialistische zorg (SOIT). De SOIT is een ministeriële regeling die is gebaseerd op de Kaderwet VWS-subsidies. [appellant] is gynaecoloog en was voorheen werkzaam als vrijgevestigd medisch specialist in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis te Amsterdam. De subsidie is een gedeeltelijke tegemoetkoming voor de overstap van [appellant] als vrijgevestigd specialist naar uitsluitend één of meerdere duurzame arbeidsverhoudingen in loondienst. Per 1 januari 2015 heeft [appellant] zijn praktijk als vrijgevestigd specialist bij het ziekenhuis beëindigd en is hij daar in loondienst getreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6300
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202304746/1/A2

202305074/1/A3

Bij besluit van 26 november 2019 heeft de minister een verzoek van [appellant] op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 gedeeltelijk ingewilligd. [appellant] heeft met een beroep op de Wiv verzocht om inzage in de over de Nederlandse sectie van de Vierde Internationale (Revolutionair Marxistische Tendens) en de jeugdbeweging Revolte aanwezige gegevens. De minister heeft bij besluit van 26 november 2019 een inzagedossier verstrekt, voor zover het niet-actuele gegevens betreft. Naar aanleiding van het beroep van [appellant] heeft de minister bij besluit van 7 juli 2021 een aanvullend inzagedossier verstrekt. Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de minister het bezwaar van [appellant] gegrond verklaard. De minister heeft bij dat besluit geen verdere documenten verstrekt met als onderbouwing dat hij niet meer beschikt over de gevraagde gegevens. Volgens de minister zijn in augustus 2022 ongeveer 72.000 documenten overgedragen aan het Nationaal Archief. Volgens de minister zijn daaronder ook de documenten waar [appellant] om heeft verzocht. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellant] bij het Nationaal Archief om inzage in de documenten kan verzoeken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6343
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202305074/1/A3

202305536/1/R2

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Heusden het bestemmingsplan "Wolput (ong.) Vlijmen" gewijzigd vastgesteld. [eigenaar] is eigenaar van het perceel gelegen aan de noordzijde van de Wolput, kadastraal bekend als gemeente Vlijmen, sectie N, nummer 6819. Het perceel had in het voorheen geldende bestemmingsplan "Vlijmen en Vliedberg herziening 2013" de bestemming "Wonen". Er was geen bouwvlak opgenomen op het perceel. [eigenaar] wil een vrijstaande woning realiseren op het perceel en heeft de raad gevraagd medewerking te verlenen aan dit plan. Dit bestemmingsplan maakt de bouw van een vrijstaande woning op het perceel mogelijk, waarvoor een bouwvlak is opgenomen. Daarnaast verkrijgt de naastgelegen groenstrook de bestemming "Verkeer", zodat de ontsluiting van de woning mogelijk is via het aangrenzende parkeerterrein richting de straat het Lieveheersbeestje. [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3] en [appellant sub 4] wonen rondom het plangebied en kunnen zich niet met het plan verenigen. Volgens hen kan er geen woning op het perceel worden gebouwd, omdat de woning niet past binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en de woning hun woon- en leefklimaat aantast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6334
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305536/1/R2

202305543/1/R3

Bij besluit van 5 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Vlaardingen het bestemmingsplan "Kethelweg-Plein Emaus" vastgesteld. Het plangebied ligt in de wijk Vlaardinger Ambacht. Met het plan wordt beoogd een herontwikkeling naar woningen mogelijk te maken voor de locatie aan de Kethelweg en het Plein Emaus. Het plan staat maximaal 37 woningen toe. Het voornemen is om zestien appartementen, tien twee-onder-één-kap woningen en één vrijstaande woning te realiseren in het noordelijke deel van het plangebied en tien rijtjeswoningen in het zuidelijke deel van het plangebied. Prohuis B.V. is de ontwikkelaar van het plan. [bedrijf] is eigenaar van de gronden in het plangebied. [appellant] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied en kunnen zich niet verenigen met het zuidelijke deel van het plan. Hun beroepsgronden richten zich met name tegen het deel van het plan dat de realisatie van drie woningen mogelijk maakt aan de Jan Ligthartstraat op het perceel met kadastraal nr. 3229.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6345
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305543/1/R3

202305692/1/R2

Bij besluit van 8 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Moerdijk het bestemmingsplan "Woningbouw Julianastraat Moerdijk" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van acht grondgebonden rijwoningen mogelijk op voormalige agrarische- en bedrijfsgronden aan de Julianastraat in Moerdijk. [appellant] en anderen wonen allen direct tegenover het plangebied. Zij kunnen zich niet met het plan verenigen omdat zij vrezen dat hun woon- en leefklimaat wordt aangetast door het plan. [appellant] en anderen betogen dat het bestemmingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat de maximale bouwhoogte van de nieuw te bouwen woningen, in combinatie met de aaneengesloten bebouwing, niet passend is binnen de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6330
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305692/1/R2

202305997/1/R3

Bij besluit van 11 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het legaliseren van het hekwerk op het perceel [locatie] in Rotterdam. [appellant] is eigenaar van het perceel waarop het hekwerk staat. Dit hekwerk is ongeveer 37 m breed en 1,6 m hoog. Na plaatsing van het hekwerk heeft [appellant] hiervoor een omgevingsvergunning gevraagd. Het college heeft geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen. Volgens het college is het hekwerk niet toegestaan binnen de bestemming "Groen" die in het bestemmingsplan "Schiezone" aan deze gronden is toegekend. Het college is niet bereid om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2˚, van de Wabo en artikel 4, onderdeel 3, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, van het bestemmingsplan af te wijken. Volgens het college is het hekwerk namelijk vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet aanvaardbaar en niet in overeenstemming met de redelijke eisen van welstand, zodat de vergunning op grond van artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder c en d, van de Wabo moet worden geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6361
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305997/1/R3

202306734/1/R4

Bij besluit van 5 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht geweigerd aan [bedrijf] een omgevingsvergunning te verlenen voor de aanleg van 56 parkeerplaatsen door middel van het aanbrengen van klinkerverharding en grasbetonstenen op het perceel [locatie] in Haarzuilens. [bedrijf] exploiteert op het perceel een geitenhouderij met horecafunctie. Het perceel ligt ten zuiden van de Thematerweg. Het perceel grenst aan de westzijde aan de Joostenlaan en aan de oostzijde aan een parkeerterrein van Vereniging Natuurmonumenten, waar ook de bezoekers van [bedrijf] kunnen parkeren. Natuurmonumenten heeft daar betaald parkeren ingevoerd. Dat heeft volgens [bedrijf] een drempelverhogend effect op een bezoek aan haar geitenhouderij. Daarom heeft [bedrijf] een omgevingsvergunning aangevraagd om op het zuidelijke gedeelte van het perceel klinkers en grasbetontegels te mogen aanbrengen ten behoeve van 56 autoparkeerplaatsen. Dat is een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6335
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306734/1/R4

202306769/1/A3

Bij besluit van 5 april 2022 en bij besluiten van 29 april 2022 heeft de minister aan [appellant] lasten onder bestuursdwang opgelegd wegens onrechtmatige overname en bezit van een aantal dieren. Dier- en plantsoorten in het wild die door handel worden bedreigd met uitsterven, hebben een beschermde status gekregen in de Convention on International Trade in Endangered Species of wild fauna and flora (CITES). Dit verdrag heeft de Raad van de Europese Unie uitgewerkt in Verordening (EG) nr. 338/97 (hierna: de Basisverordening) en heeft de Commissie van de Europese Unie uitgewerkt in Verordening (EG) nr. 865/2006 (hierna: de Uitvoeringsverordening). In bijlagen A tot en met D van de Basisverordening zijn de dier- en plantsoorten aangewezen die Europees zijn beschermd, waarbij de in Bijlage A aangewezen soorten het strengst zijn beschermd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6392
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306769/1/A3

202307156/1/R4

Bij besluit van 30 augustus 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Tiel West - Herontwikkeling locatie Kwadrant" vastgesteld. Op de hoek van de Nieuwe Tielseweg en de Waardenburglaan in Tiel bevond zich het winkelcentrum Kwadrant. Nadat tussen de Nieuwe Tielseweg, Teisterbantlaan, Wadenoijenlaan en Trichtstraat het nieuwe winkelcentrum Westlede was gebouwd, is het voormalige winkelcentrum Kwadrant gesloten en gesloopt. Winkelcentrum Westlede vormt een nieuw onderkomen voor de voorzieningen van het voormalige winkelcentrum Kwadrant, waaronder een supermarkt. In het voorliggende bestemmingsplan is de planologische mogelijkheid om een supermarkt in het plangebied te bouwen wegbestemd. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk dat in het plangebied, na vaststelling van een uitwerkingsplan, minimaal 50 en maximaal 55 woningen worden gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6372
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202307156/1/R4

202400094/1/R3

Bij besluit van 18 oktober 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Opslagloods Hoofdstraat te Nieuwolda" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. Het plangebied bevindt zich tussen de percelen Hoofdstraat 15 en [locatie 1] in Nieuwolda. Het plan kent aan het gebied de bestemming "Bedrijf", een bouwvlak en de functieaanduidingen "opslag" en "parkeerterrein" toe. Dit maakt de bouw van een opslagloods ten behoeve van detailhandel mogelijk op het terrein. [appellant] woont op het perceel [locatie 1] en vreest overlast daarvan. [partij] is eigenaar van [bedrijf] Woninginrichting en Textiel, een bedrijf dat is gevestigd tegenover het plangebied op het perceel [locatie 2] en waarvoor de opslagloods is bedoeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6389
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202400094/1/R3

202400251/1/R1

Bij besluit van 27 maart 2020 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Noorderzijlvest zijn beslissing van 11 maart 2020 om zeer spoedeisende bestuursdwang toe te passen naar aanleiding van de brand aan de [locatie] in Marum op 9 maart 2020 op schrift gesteld. Daarbij heeft het dagelijks bestuur vermeld dat de kosten van de bestuursdwang voor rekening van [vennootschap] komen. [vennootschap] is een bedrijf dat zich richt op de verkoop en reiniging van kunststof pallets. Op 9 maart 2020 brak brand uit op haar terrein op het adres [locatie] in Marum. Als gevolg van die brand zijn plastic van gesmolten kunststof pallets en bluswater van de brandweer terechtgekomen in de zwetsloot die grenst aan het terrein van [vennootschap]. De rechtbank heeft het beroep van [vennootschap] gegrond verklaard en het besluit van 21 november 2022 vernietigd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het dagelijks bestuur [vennootschap] ten onrechte als overtreder van artikel 6.2 van de Waterwet heeft aangemerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6374
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202400251/1/R1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202400251/1/R1

202400289/1/R3

Bij besluit van 4 december 2020 heeft het college geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een berging met overkapping van ongeveer 6 m breed, ongeveer 2,4 m diep en ongeveer 2,2 m hoog op 0,5 m afstand van de erfgrens, op het perceel [locatie] in Rotterdam. [appellante] woont op het perceel. Op 6 juli 2020 heeft zij een omgevingsvergunning aangevraagd voor het legaliseren van een grijze berging met overkapping van 6,3 m breed, 3,36 m diep en 2,4 m hoog op 0,3 meter afstand van de erfgrens. Op 19 augustus 2020 heeft de commissie voor welstand en monumenten Rotterdam negatief geadviseerd over de aanvraag. Naar aanleiding daarvan heeft [appellante] haar aanvraag gewijzigd, waarbij onder andere de afstand tot de erfgrens is gewijzigd naar 0,5 m. Op 19 november 2020 heeft de commissie wederom negatief geadviseerd over de aanvraag. Bij besluit van 4 december 2020 heeft het college de omgevingsvergunning geweigerd. In bezwaar heeft de commissie op 28 april 2021 alsnog positief geadviseerd over de gewijzigde aanvraag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6386
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400289/1/R3

202400369/1/R3

Bij besluit van 14 juli 2022 heeft het college geweigerd aan [appellant] en anderen een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanleggen van een aanlegsteiger nabij Johan de Wittlaan 44 in Rotterdam. [appellant] en anderen wonen in appartementen aan de Johan de Wittlaan in Rotterdam, op het perceel met kadastraal nummer 2392. Op een aangrenzend perceel in de Bergse Achterplas met kadastraal nummer 2390 bevindt zich een aanlegsteiger. Op 4 juni 2022 hebben [appellant] en anderen een omgevingsvergunning aangevraagd voor het aanleggen van een aanlegsteiger naast het perceel Johan de Wittlaan 44, op het perceel in de Bergse Achterplas met kadastraal nummer 2391. De te bouwen steiger bestaat uit een deel van 15 m en twee delen van elk 5 m die haaks op het deel van 15 m worden geplaatst. Het deel van 15 m is gepland evenwijdig aan de oever van het perceel. Voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft gold ten tijde van de besluitvorming op grond van het bestemmingsplan "Kern en Plassen 2009" de bestemming "Water - 2". Het college heeft geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen. De aangevraagde aanlegsteiger is volgens het college in strijd met artikel 25.4, aanhef en onder a, ten tweede en onder 2.3, van de planregels, waarin voor aanlegsteigers een maximale breedte van 1,5 m is opgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6337
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400369/1/R3

202400527/1/A3

Bij besluit van 5 oktober 2020 heeft de burgemeester aan [appellante] een exploitatievergunning verleend voor een raamprostitutiebedrijf en aan die vergunning voorschriften verbonden. [appellante] heeft voor het eerst in 2014 een exploitatievergunning verleend gekregen voor een raamprostitutiebedrijf. Aan die vergunning zijn door de burgemeester voorschriften verbonden. [appellante] heeft tegen een deel van deze voorschriften bezwaar ingediend en beroep en hoger beroep ingesteld. Dat heeft geleid tot een uitspraak van de Afdeling van 29 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2856. Ook tegen een latere vergunningverlening heeft [appellante] bezwaar ingediend en beroep en hoger beroep ingesteld. Dit heeft geleid tot de uitspraak van de Afdeling van 3 april 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1402). [appellante] is het niet eens met het voorschrift waarin is bepaald dat de exploitant en de leidinggevende verplicht zijn het bedrijfsplan na te leven op het onderdeel intake en dat geen tot de persoon herleidbare gegevens worden geadministreerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6339
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400527/1/A3

202401005/1/A2

Bij besluit van 30 juni 2022 heeft de minister aan de gemeente een uitkering toegekend op grond van de Regeling specifieke uitkering stimulering sport ter hoogte van € 973.345,17. De minister heeft een lager bedrag toegekend dan door de gemeente was aangevraagd. De kosten voor bewegingsonderwijs heeft de minister op het aangevraagde bedrag in mindering gebracht, omdat deze kosten niet in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de SPUK-regeling. Daarnaast is in aanvraagjaar 2022 het subsidieplafond bereikt. Het beschikbare bedrag is naar rato verdeeld over alle aanvragers. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister in het besluit van 20 december 2022 voldoende heeft gemotiveerd dat de kosten voor bewegingsonderwijs niet onder de SPUK-regeling vallen. Deze regeling is een op zichzelf staande regeling met een eigen reikwijdte en eigen regels, waarbij de uitdrukkelijke keuze is gemaakt om bewegingsonderwijs niet onder de SPUK te laten vallen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6346
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202401005/1/A2

202401066/1/R1

Bij besluit van 25 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad VOF Gouwpark onder oplegging van een (preventieve) dwangsom van € 435.960,00 gelast om het handelen in strijd met de verleende omgevingsvergunningen wat betreft het parkeren te voorkomen of te beëindigen. Het college heeft aan VOF Gouwpark drie omgevingsvergunningen verleend voor het realiseren van het stedenbouwkundig plan "Gouwpark". Dat plan voorziet in 248 woningen en parkeervoorzieningen. Er zijn in het gebied 253 parkeerplaatsen aangelegd. Volgens het college zijn de gerealiseerde parkeerplekken onjuist verdeeld, waardoor een tekort van 30 openbaar toegankelijke parkeerplaatsen bij de sociale huurwoningen is ontstaan. VOF Gouwpark handelt daarmee volgens het college in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c, van de Wabo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6349
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401066/1/R1

202401331/1/A3

Bij besluit van 8 februari 2022 hebben het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam en de burgemeester het Horecagebiedsplan Kralingen-Crooswijk 2022-2024 vastgesteld. [appellant A] en [appellant B] wonen op de [locatie 1] in Rotterdam. Op de [locatie 2] bevond zich een apotheek. Op de [locatie 3], het adres om de hoek van de [locatie 2], bevond zich een bank. Op 21 september 2021 heeft [vennootschap] bij het college een omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteit ‘bouwen’ op het adres [locatie 3]. De ontvangst van deze aanvraag heeft het college op 14 oktober 2021 bekend gemaakt in het Gemeenteblad. Volgens de bekendmaking ziet de aanvraag op wijziging van de indeling en transformatie van apotheek en bank naar viswinkel. Op 8 februari 2022 hebben het college en de burgemeester het HGP vastgesteld. Hierin is de koers voor de horeca-ontwikkeling van het gebied Kralingen-Crooswijk vastgelegd voor de periode 2022-2024. Paragraaf 3.6.4 van het HGP gaat over de Oudedijk, vanaf de Vlietlaan tot en met de kruising Voorschoterlaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6385
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401331/1/A3

202401367/1/A3

Bij uitspraak van 27 februari 2024 heeft de rechtbank het door GeenStijl ingestelde beroep wegens het opnieuw uitblijven van een besluit gegrond verklaard en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgedragen om uiterlijk 31 maart 2024 alsnog een besluit bekend te maken op de aanvraag van GeenStijl, op straffe van een dwangsom van € 1,00 bij overschrijding van die termijn. Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak. Alleen de eventueel principiële betekenis van een uitspraak is geen reden om toch inhoudelijk uitspraak te doen. Naar het oordeel van de Afdeling heeft GeenStijl geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar hoger beroep. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is een middel om ervoor te zorgen dat de minister een besluit neemt, in dit geval op de aanvraag van GeenStijl. De vaststelling van de termijn en de dwangsom door de rechtbank, waartegen het hoger beroep zich richt, dient datzelfde doel. Doordat de minister bij besluit van 29 maart 2024 op de aanvraag van GeenStijl heeft beslist, is dat doel inmiddels bereikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6446
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401367/1/A3

202401411/1/R2

Bij besluit van 4 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau geweigerd handhavend op te treden tegen de plaatselijke Albert Heijn. [appellanten] zijn eigenaar van [locatie] in Baarle-Nassau. Zij wonen daar niet, maar hebben daar een winkel. Het pand is naar de huidige stand van zaken alleen een winkelpand. De winkel van de Albert Heijn is op Kerkstraat 8, ook in Baarle-Nassau. Deze zaak draait om het pad naast het pand van [appellanten]. Albert Heijn maakt van dit pad gebruik om te laden en lossen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6382
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401411/1/R2

202401494/1/A3

Bij besluit van 17 oktober 2022 heeft de burgemeester van Vlissingen [appellant] een gebiedsontzegging opgelegd voor de binnenstad van Vlissingen voor de periode van 21 oktober 2022 tot en met 12 januari 2023. De burgemeester heeft op grond van een bestuurlijke rapportage van 6 september 2022 aan [appellant] een gebiedsontzegging voor het uitgaansgebied van Vlissingen opgelegd voor de duur van twaalf weken. Dezelfde maatregel is niet alleen aan [appellant], maar tegelijkertijd ook aan een aantal anderen opgelegd. In het besluit van 10 februari 2023 staat dat [appellant] al langere tijd betrokken was bij groepsvorming en groepshandelen tegen onder meer personen met een publieke taak waardoor sterke gevoelens van onrust en onveiligheid ontstonden bij onder meer het uitgaanspubliek en de uitbaters in het centrum van Vlissingen. Over [appellant] staat in de bestuurlijke rapportage onder meer beschreven dat hij meermalen in bekeuringssituaties uitdagend en intimiderend gedrag jegens politieagenten heeft getoond en dat hij zich op 28 augustus 2022 heeft verzet tegen zijn aanhouding. Daarbij heeft hij fysiek geweld tegen één van de politieagenten gebruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6383
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202401494/1/A3

202401527/1/A2

Bij besluit van 20 oktober 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellante] een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer opgelegd. Op 6 oktober 2022 heeft de politie, eenheid Amsterdam, een melding gekregen omdat er een auto slingerend over de openbare weg reed, meerdere keren stopte en de bestuurder wankelend naast haar auto stond. De verbalisanten hebben [appellante] staande gehouden en onderworpen aan een voorlopige ademanalyse. De uitslag was G/F (geweld/fail; alcoholpercentage hoger dan 650 µg/l). Hierop hebben de verbalisanten [appellante] naar het politiebureau gebracht en haar bevolen mee te werken aan een ademanalyse als bedoeld in artikel 8, tweede en derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Uit het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van 7 oktober 2022 volgt dat [appellante] geen gevolg heeft gegeven aan dit bevel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6378
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202401527/1/A2

202402809/1/A2

Bij besluit van 17 november 2021 heeft de Dienst Toeslagen [appellante] een compensatiebedrag van € 51.571,00 toegekend. [appellante] is een erkend slachtoffer van de toeslagenaffaire. De Dienst Toeslagen heeft vastgesteld dat [appellante] recht heeft op compensatie over de toeslagjaren 2010 tot en met 2012. De Dienst Toeslagen heeft bij besluit van 17 november 2021 in het kader van de integrale beoordeling aan [appellante] daarom een compensatiebedrag van € 51.571,00 toegekend. Op dit compensatiebedrag heeft de Dienst Toeslagen op grond van artikel 2.3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet hersteloperatie toeslagen € 6.191,00 in mindering gebracht, wegens een nog niet volledig terugbetaalde vordering kinderopvangtoeslag over het toeslagjaar 2012. Bij besluit op bezwaar van 30 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen het compensatiebedrag herzien en dit bedrag verhoogd naar € 54.728,00, maar de mindering wegens de nog niet terugbetaalde vordering gehandhaafd. De rechtbank heeft het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. In hoger beroep betoogt [appellante] dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de Dienst Toeslagen terecht € 6.191,00 heeft ingehouden op het compensatiebedrag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6332
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202402809/1/A2

202403166/1/A2

Bij besluit van 29 juni 2021 heeft de minister besloten een rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd over de stichting openbaar te maken. Bij besluit van 22 december 2021 heeft de minister het door de stichting daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De stichting heeft een zelfstandig dagbehandelcentrum met als aandachtsgebied poliklinische cardiologische zorg en onderzoek en behandeling van patiënten met dysautonomie en ME/CVS. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: de inspectie) heeft op 4 maart 2021 bezoek gebracht aan de kliniek. Aanleiding voor het bezoek waren mede de opmerkingen over de telefonische bereikbaarheid van de kliniek voor andere zorgaanbieders en over de geboden zorg aan patiënten met ME/CVS. De inspectie heeft rapport opgemaakt van het bezoek en daarin tekortkomingen bij de stichting vastgesteld. Verder heeft de inspectie geconcludeerd dat de stichting maatregelen moet nemen om de tekortkomingen te herstellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6384
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202403166/1/A2

202403255/1/R1

Bij besluit van 25 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd de door King Store gevraagde omgevingsvergunning te verlenen voor het aanbrengen van reclame-uitingen aan de gevel van het gebouw aan de Kalverstraat 32 in Amsterdam. King Store exploiteert een souvenir- en kadowinkel aan de Kalverstraat 32 in Amsterdam. Tijdens een controle van de Ondermijningsbrigade op 8 maart 2022 van de winkel aan de Kalverstraat 32 heeft het college geconstateerd dat op en aan de voorgevel twee reclame-uitingen zijn aangebracht. Bij brief van 28 maart 2022 heeft het college King Store bericht dat voor deze reclame-uitingen een omgevingsvergunning is vereist. King Store heeft op 30 april 2022 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor onder meer de activiteit ‘bouwen’ voor twee reclame-uitingen. Het college heeft de aanvraag bij besluit van 25 augustus 2022 afgewezen, omdat volgens hem een ernstig gevaar bestaat dat de omgevingsvergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen, te weten de verkoop van namaakartikelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6338
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403255/1/R1

202403291/1/R3

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de raad van de gemeente Borne het bestemmingsplan "Algemene herziening Borne, Hertme, Zenderen, herziening Oude Hengeloseweg 36" vastgesteld. Het plan maakt de vergroting mogelijk van de supermarkt aan de Oude Hengeloseweg 36 in Borne en het parkeerterrein dat daarbij hoort. Voor die ontwikkeling moeten enkele woningen worden gesloopt. [appellant] woont aan de [locatie], iets ten zuiden van het plangebied. Hij maakt zich zorgen over de impact van het plan op zijn woon- en leefomgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6365
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202403291/1/R3

202403303/1/A3

Bij besluit van 27 december 2022 heeft de burgemeester van Tilburg de door [appellant] geëxploiteerde horecaonderneming Simit Plaza aan de Heuvel 27 in Tilburg met onmiddellijke ingang voor drie maanden gesloten. Op 27 december 2022 omstreeks 01:59 uur heeft er een explosie plaatsgevonden bij de horecaonderneming van [appellant]. De burgemeester heeft dezelfde dag een onmiddellijke sluiting bevolen voor drie maanden tot 28 maart 2023 om 00:00 uur. De burgemeester heeft dit besluit gebaseerd op artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet. Volgens de burgemeester was er sprake van een acute bedreiging van de veiligheid en de gezondheid. Volgens een bestuurlijke rapportage van de politie gaat het vermoedelijk om een dreigingsactie van een familie die in financieel conflict is met de broer van [appellant]. De burgemeester heeft het bezwaar tegen het sluitingsbevel ongegrond verklaard, omdat de termijn van drie maanden volgens hem nodig is om de veiligheid ter plaatse te herstellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6393
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403303/1/A3

202403386/1/A2

Bij besluit van 22 december 2022 heeft de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de aanvraag van de ME Vereniging Nederland om een instellingssubsidie voor het jaar 2023 afgewezen. Instellingssubsidies voor patiënten- en gehandicaptenorganisaties worden verstrekt op grond van de Kaderregeling OCW, SZW en VWS. De instellingssubsidie is bedoeld voor activiteiten op het gebied van lotgenotencontact, informatievoorziening dan wel (aandoeningsspecifieke) belangenbehartiging. Het subsidiebeleid ten tijde van belang is uitgewerkt in het Beleidskader inzake subsidiëring van patiënten- en gehandicaptenorganisaties 2019-2023. Hierin is onder andere bepaald dat subsidies worden verleend aan één pg-organisatie per aandoening. De relevante regelgeving is opgenomen in de bijlage van deze uitspraak. De vereniging is een organisatie voor mensen met myalgische encefalomyelitis (ME). De vereniging houdt zich onder andere bezig met belangenbehartiging, voorlichting en lotgenotencontact.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6323
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202403386/1/A2

202403387/1/R1

Bij besluit van 2 mei 2024 heeft het college van Moerdijk aan TenneT TSO B.V. een omgevingsvergunning verleend voor onder meer de bouw van hoogspanningsmasten en de aanleg van tijdelijke werkwegen, werkterreinen en uitwegen ten behoeve van de realisering van de 380 kV-verbinding tussen Rilland en Tilburg. Bij besluit van 15 mei 2024 heeft het college van Halderberge aan TenneT een omgevingsvergunning hiervoor verleend. Bij besluit van 21 mei 2024 heeft het college van Loon op Zand aan TenneT een omgevingsvergunning hiervoor verleend. Deze besluiten zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet ruimtelijke ordening. Op 12 juli 2022 hebben de toenmalige ministers voor Klimaat en Energie en voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het inpassingsplan "Zuid-West 380 kV Oost" vastgesteld. Het inpassingsplan is daarna bij besluit van 4 april 2024 gewijzigd. Het inpassingsplan maakt de aanleg van een nieuwe 380 kV-verbinding tussen Rilland en Tilburg mogelijk. De nieuwe hoogspanningsverbinding zal worden geëxploiteerd door TenneT.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6355
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403387/1/R1

202403673/1/R1

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Bloemhof 2023" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben de huurdersvereniging en [appellant A] en [appellant B] beroep ingesteld. Het bestemmingsplan voorziet op de noordelijke delen van de Asterstraat, Begoniastraat, Goudsbloemstraat en Violenstraat van de Bloemenbuurt in de ontwikkeling van een woningbouwplan met 96 sociale huurwoningen ter vervanging van 74 sociale huurwoningen (fase 2, 3 en 4). De woningen zijn verouderd en de bewoners ondervinden wateroverlast. [appellant A] en [appellant B] wonen in een van de te slopen woningen. De huurdersvereniging behartigt de belangen van huurders in de Bloemenbuurt. Op de zitting is verduidelijkt dat, voor zover in het beroepschrift van de huurdersvereniging ook de namen van twee natuurlijke personen zijn vermeld, dezen alleen hebben ondertekend als bestuursleden van de vereniging. WDE is de eigenaar van de gronden en ontwikkelaar van de woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6371
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202403673/1/R1

202403689/1/A2

Bij besluit van 26 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau het verzoek van de V.O.F. om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank heeft het beroep van de V.O.F. tegen het besluit van 3 mei 2023 ongegrond verklaard, omdat op grond van artikel 7:1, eerste lid, van de Awb en artikel 8:4, eerste lid, onder f, van die wet, geen bezwaar noch beroep openstaat tegen een besluit op een verzoek om schadevergoeding. Het college heeft dus terecht het bezwaar van de V.O.F. niet-ontvankelijk verklaard. Verder heeft de rechtbank overwogen dat het bezwaar van de V.O.F. terecht niet is opgevat als een zelfstandig verzoek om schadevergoeding als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:90, van die wet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6353
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202403689/1/A2

202403942/1/R1

Bij besluit van 1 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst aan TenneT een last onder dwangsom opgelegd in verband met een overtreding van artikel 13 van de Wet bodembescherming. TenneT beheert een hoogspanningsstation aan de Rouwenoordseweg 12 in Hummelo, gemeente Bronkhorst, met kadastrale aanduiding C 1496. De locatie en het naastgelegen perceel aan de Rouwenoordseweg 10 in Hummelo, gemeente Bronkhorst, met kadastrale aanduiding C 1333 zijn in eigendom van Saranne B.V., waarvan TenneT enig aandeelhoudster is. Op 17 december 2019 is in een van de velden van het hoogspanningsstation als gevolg van een onvoorziene situatie kortsluiting ontstaan als gevolg waarvan er brand heeft gewoed. Diverse brandweerkorpsen uit de veiligheidsregio hebben de brand geblust. Gebleken is dat een of meer van deze bij de brand betrokken brandweerkorpsen de brand met poly- en perfluoralkylstoffen verontreinigd blusschuim hebben geblust. Verder is er bij de brand transformatorolie uit het hoogspanningsstation vrijgekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6370
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bodembescherming
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403942/1/R1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202403942/1/R1

202404179/1/A2

Bij besluit van 15 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout aan SIPO huisvesting beschikbaar gesteld voor de nieuw te starten islamitische basisschool Aboe Ayoub Al Ansari en een bedrag van € 128.536,00 toegekend voor de eerste inrichting. SIPO is het bevoegd gezag van meerdere islamitische basisscholen in Zuid-West-Nederland. Omdat de basisschool in Breda bijna 100 leerlingen uit Oosterhout ontving en deze jonge kinderen en hun ouders de - door de gemeente Oosterhout verzorgde en bekostigde - reis van 6,6 kilometer met de bus van Oosterhout naar de basisschool in Breda belastend vonden, heeft SIPO aanleiding gezien om een nieuwe basisschool in Oosterhout op te richten. De minister heeft de basisschool, met de naam Aboe Ayoeb Al Ansari, met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking gebracht. SIPO was voornemens met ingang van die datum ook feitelijk te starten, maar dat is uitgesteld naar 1 augustus 2024. SIPO heeft het college verzocht om een tijdelijke voorziening in de huisvesting voor de basisschool. Daarbij heeft zij haar voorkeur uitgesproken voor een locatie in het postcodegebied 4904.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6366
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202404179/1/A2

202404454/1/R2

Bij besluit van 6 mei 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan De Kromme Nol B.V. (hierna: De Kromme Nol) voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten op het perceel aan de Kromme Nol 5 in Wijk en Aalburg. De oorspronkelijke aanvraag had betrekking op 52 (tweepersoons) appartementen voor arbeidsmigranten. Het bouwplan is nadien aangepast. Het definitieve bouwplan voorziet in het realiseren van 66 (tweepersoons) appartementen. In voorwaarde 1 bij de omgevingsvergunning is bepaald dat de tijdelijke vergunning een geldigheidsduur van 10 jaar heeft en in voorwaarde 2 dat in de te realiseren huisvestingsvoorziening maximaal 132 arbeidsmigranten mogen worden gehuisvest, met maximaal 2 per appartement. Middenweg Agro kan zich niet verenigen met de verlening van de omgevingsvergunning aan De Kromme Nol voor het realiseren van tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6381
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202404454/1/R2

202404724/2/R1

Bij tussenuitspraak van 4 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2568, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen twintig weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van 27 juni 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Woningbouw Vlakwater II" te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat naleving van het beeldkwaliteitsplan niet voldoende in de planregels was gewaarborgd. Daardoor was in het bestemmingsplan niet voldoende verzekerd dat de beoogde ontwikkelingen waarin het plan voorziet, worden ingepast met behoud en waar mogelijk versterking van de omgevingskwaliteiten van het beekdal. Het bestemmingsplan was daarom in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel vastgesteld. In herstelbesluit heeft de raad de planregels gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6352
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202404724/2/R1

202404735/1/R3

Bij besluit van 1 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gouda aan de gemeente Gouda (hierna: de gemeente) een omgevingsvergunning verleend voor het vellen van 14 bomen aan de Nieuwehaven in Gouda. Op 7 april 2022 heeft de gemeente een omgevingsvergunning aangevraagd voor het vellen van 14 bomen. Het gaat om 14 platanen die staan in de Nieuwehaven in Gouda. De omgevingsvergunning is aangevraagd vanwege wortel- en groeiproblematiek van de bomen en voorgenomen werkzaamheden aan kabels, leidingen, riolering en bestrating. Het college heeft de aangevraagde omgevingsvergunning verleend en onder meer daaraan het voorschrift 2.2 verbonden dat door of namens de vergunninghoud(st)er of zakelijk gerechtigde binnen zes maanden na het (doen) vellen, 14 bomen van passende grootte worden herplant, waarbij zorggedragen wordt voor een optimale groeiplaats.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6369
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202404735/1/R3

202405050/1/A2

Bij besluit van 4 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd ter hoogte van € 18.000,00 voor het zonder vergunning verbouwen van de woonruimte aan [locatie] in Amsterdam tot twee zelfstandige woonruimten of deze woning in verbouwde staat te houden. [appellant] is sinds 4 juni 2010 eigenaar van de woning. Het college is naar aanleiding van eerdere overtredingen op dit adres van de Woningwet, het Bouwbesluit en de Huisvestingswet 2014 een onderzoek gestart naar het feitelijk gebruik van de woning. In de basisregistratie persoonsgegevens stonden ten tijde van het onderzoek drie personen ingeschreven op het adres van de woning. Op 14 oktober 2019 heeft een huisbezoek door toezichthouders van de gemeente Amsterdam plaatsgevonden waarbij zij drie bewoners aantroffen. Naar aanleiding van het huisbezoek hebben de toezichthouders op 15 oktober 2019 een rapport van bevindingen opgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6324
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405050/1/A2

202405065/1/A2

Bij besluit van 2 augustus 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellant sub II] een bestuurlijke boete opgelegd van € 13.500,00 vanwege zeven overtredingen van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Ook heeft de minister besloten om een aantal inspectiegegevens openbaar te maken op de website van Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid en via een persbericht. [appellant sub II] is eigenaar van de [eenmanszaak]. In opdracht van CEBE Vastgoed B.V. heeft hij in de periode van 23 augustus 2021 tot 23 september 2021 samen met een via een uitzendbureau ingeleende werknemer renovatiewerkzaamheden in de appartementen aan de Parallelweg 4 en 46 in Wolfheze verricht. Bij deze werkzaamheden zijn asbesthoudende plafonds, ontluchtingsbuizen en beglazingskit verwijderd. Naar aanleiding van een melding heeft een arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW op 23 september 2021 een inspectie uitgevoerd en aanvullend onderzoek verricht. Daarvan heeft de arbeidsinspecteur op 20 december 2021 een boeterapport opgemaakt. De minister betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat een overtreding van artikel 4.48a, eerste lid, van het Arbobesluit niet is vast komen te staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6394
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202405065/1/A2

202405312/1/R4

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft het college [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om binnen acht weken na verzending van het besluit de bootoverkapping op het perceel [locatie] in Breukelen (hierna: het perceel) te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is eigenaar van het perceel. Bij besluit van 1 februari 2021 heeft het college aan hem een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een haven en steiger op het perceel. Tijdens een controle op 7 februari 2023 heeft een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat op het perceel ter hoogte van de aangelegde steiger een bootoverkapping is gebouwd op hydraulische palen. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellant] de overkapping zonder de vereiste omgevingsvergunning heeft gebouwd en in stand heeft gelaten. Volgens het college heeft [appellant] daarmee de artikelen 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, en 2.3a, eerste lid, van de Wabo overtreden. Volgens [appellant] had het college de last onder dwangsom niet mogen opleggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6331
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405312/1/R4

202405575/1/A3

Bij besluit van 24 maart 2023 heeft de burgemeester van Eemsdelta de woning en de schuur aan de [locatie] in Oosterwijtwerd voor drie maanden gesloten. [appellante] woont aan de [locatie] in Oosterwijtwerd. In een aan de burgemeester gerichte bestuurlijke rapportage van 24 maart 2023 staat dat de woning naar aanleiding van een melding van netbeheerder Enexis op 23 maart 2023 is binnengetreden en dat daarbij in de schuur, die vanuit de woning met een tussendeur te betreden was, een hennepkwekerij is aangetroffen met ongeveer 1177 hennepplanten. Ook was in de meterkast van de woning een illegale aftakking voor stroomvoorziening aangebracht. De kweekruimtes waren voorzien van computergestuurde watervoorziening, aan- en afzuiginstallatie, klimaatregelaars, assimilatielampen en een toevoer van CO². Ook waren aan de achterzijde van de woning camera’s bevestigd, gericht op de toegangen naar de woning en de schuur. In een aanvullende rapportage van 3 april 2023 staat dat er aanwijzingen zijn voor in ieder geval één eerdere kweek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6357
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202405575/1/A3

202405950/1/R1

Bij besluit van 14 augustus 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn de locatie Ugchelseweg ter hoogte van nummers 203 in Ugchelen aangewezen voor het plaatsen van een bovengrondse container voor groente- en fruitafval. Het college wil op de aangewezen locatie een bovengrondse GF-container plaatsen. De GF-container is voor de bewoners van de patiowoningen aan de Ugchelseweg 203A t/m 203H en 203J. Keivast en anderen zijn het om verschillende redenen niet eens met de plaatsing van de GF-container op de aangewezen locatie. Keivast en anderen betogen dat het aanwijzingsbesluit is gebaseerd op een onjuiste wettelijke grondslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6360
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202405950/1/R1

202406111/1/A2

Bij besluit van 30 juni 2020 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de gemeente een uitkering toegekend op grond van de Regeling specifieke uitkering stimulering sport ter hoogte van € 339.272,55. De minister heeft een lager bedrag toegekend dan door de gemeente was aangevraagd. De kosten voor bewegingsonderwijs heeft de minister op het aangevraagde bedrag in mindering gebracht, omdat deze kosten niet in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de SPUK-regeling. Daarnaast is in aanvraagjaar 2020 het subsidieplafond bereikt. Het beschikbare bedrag is daarom naar rato verdeeld over alle aanvragers. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister ten onrechte geen uitkering aan de gemeente heeft toegekend voor de kosten in verband met het ter beschikking stellen van haar binnensportaccommodaties aan het primair en voortgezet onderwijs voor het geven van bewegingsonderwijs.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6356
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202406111/1/A2

202406147/1/A3

Bij besluit van 22 juni 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam de woning aan de [locatie] in Rotterdam voor drie maanden gesloten. [appellant] woonde aan de [locatie] in Rotterdam. In een aan de burgemeester gerichte bestuurlijke rapportage van 25 mei 2023 staat dat de woning op 11 mei 2023 is doorzocht nadat op 2 maart 2023 in een Franse personenauto op de A16 een grote hoeveelheid versnijdingsmiddelen was aangetroffen die vermoedelijk uit die woning afkomstig waren. Bij het doorzoeken van de woning en de bijbehorende kelderbox werden in de kelderbox vier boodschappentassen aangetroffen met daarin in totaal 70 kilogram bruin poeder en bruine brokken, bevattende paracetamol, en diverse goederen, kennelijk bedoeld voor het mixen van de poeders. Verder zijn in de berging van de woning 17 kartonnen dozen aangetroffen met 41 vuilniszakken en 141 transparante zakken gevuld met in totaal ongeveer 348 kilogram bruin poeder en bruine brokken, bevattende paracetamol. Daarnaast is een steekwagen en een weegschaal aangetroffen, allebei vervuild met bruin poeder, en een tot opvangbak voor gemixt poeder omgebouwde vrieskist. De woning zelf was ook bedekt met een laag bruinkleurig stof.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6359
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202406147/1/A3

202406302/1/A2

Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een boete van € 10.000,00 opgelegd aan [appellant] voor het in gebruik geven van een woning aan personen die niet over een huisvestingsvergunning beschikken. [appellant] is eigenaar van de woning aan [locatie]. Vanaf 2021 heeft [appellant] de woning ter beschikking gesteld aan een samengesteld gezin uit Litouwen dat dakloos was. Het ging destijds om mevrouw [persoon A], haar toenmalige echtgenoot de heer [persoon B] en een kind. [persoon A] heeft daarna nog een kind gekregen. Op 8 augustus 2022 heeft een inspecteur van de Haagse Pandbrigade de woning onderzocht. De inspecteur heeft vastgesteld dat het gezin niet beschikte over een verplichte huisvestingsvergunning. Uit het sanctierapport blijkt dat de woning 180 huurpunten heeft en voor de verhuur van een woonruimte met minder dan 185 huurpunten een huisvestingsvergunning vereist is. [appellant] voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het aandeel van het CJG en het college in de ontstane situatie onvoldoende is onderzocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6336
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202406302/1/A2

202407004/1/A2

Bij besluit van 14 december 2022 heeft de RDW de tenaamstelling van het voertuig van [appellante] vervallen verklaard. [appellante] heeft in 2018 een Mercedes Benz 300 GD uit 1981 met kenteken [..-…-.] gekocht. Niet in geschil is dat op het kentekenbewijs het voertuigidentificatienummer (hierna: VIN) [VIN 1449] vermeld staat. In oktober 2022 heeft de politie de auto onderzocht en in beslag genomen. In het door het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit opgestelde rapport van 13 december 2022 is vermeld dat het chassis de nodige bewerkingen heeft gehad, waardoor niet met zekerheid is vast te stellen of dit afkomstig is van een auto uit 1981. De overige onderdelen van de auto zijn afkomstig van een Mercedes G320 CDI uit 2009 met kenteken [.-…-..] en [VIN 0504]. De RDW heeft aan het besluit van 20 oktober 2023 ten grondslag gelegd dat uit het rapport van het identiteitsonderzoek van de auto is gebleken dat het aangetroffen VIN 0504 niet overeenkomt met het VIN 1449 dat hoort bij het kenteken [..-...-.].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6358
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202407004/1/A2

202407195/1/A2

Bij besluit van 15 december 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van [appellant] om rangschikking van de onroerende zaak "Oud Kraggenburg" onder de Natuurschoonwet 1928 afgewezen. Oud Kraggenburg was een schiereiland in de Zuiderzee, met daarop een op een terp gebouwde lichtwachterswoning. Het diende als baken voor de scheepvaart naar Zwolle en bood schepen een veilige vluchthaven tijdens mist en storm. Sinds de drooglegging van de Noordoostpolder ligt Oud Kraggenbrug te midden van en verheven boven de omliggende akkers. Op 26 mei 1969 is Oud Kraggenburg als rijksmonument geregistreerd. Volgens de registratie bestaat het monument uit: een lichtwachterswoning met lichttoren, liggende op een met basaltblokken versterkte heuvel, een schuur, een strekdam met op de punt een vroeger dienstdoende lichtopstand, een kleine voormalige vluchthaven en een loopbrug. [appellant] is op 16 maart 2022 eigenaar geworden van Oud Kraggenburg en heeft op 13 september 2022 de eigendom overgedragen aan de door hem opgerichte Stichting Oud Kraggenburg. Op 11 maart 2022 heeft het Rentmeesterskantoor Eelerwoude B.V. namens [appellant] een aanvraag ingediend om Oud Kraggenbrug als buitenplaats te rangschikken onder de Nsw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6380
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202407195/1/A2

202407282/1/R4

Bij besluit van 23 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk De Konijnenberg onder oplegging van een dwangsom gelast het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel kadastraal bekend gemeente Harderwijk, sectie D, nummer 11491, aan de Korhoenlaan 2 te Harderwijk, bestaande uit het (laten) gebruiken van het perceel en de daarop aanwezige opstallen voor huisvesting van personen die daarvandaan naar hun werk gaan en/of gebruiken als centrum van hun sociaal maatschappelijk leven, te beëindigen en beëindigd te houden. De Konijnenberg kan zich niet vinden in het oordeel van de rechtbank dat sprake is van een overtreding en dat zij als overtreder kan worden aangemerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6368
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407282/1/R4

202407332/1/A3

Bij besluit van 27 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Laren naar aanleiding van een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur documenten openbaargemaakt. De rechtbank heeft ten aanzien van de door [appellant] gewenste uitleg en verklaringen over de gang van zaken in dit dossier opgemerkt dat het doel van de Wob (inmiddels de Woo) de openbaarmaking van bestaande documenten is. De Wob/Woo verplicht bestuursorganen niet om documenten alsnog op te stellen of verklaringen af te leggen over de gang van zaken rondom bepaalde zaken of over de afwezigheid van documenten. [appellant] ziet dat anders en heeft daar veel over aangevoerd, maar omdat dat buiten de omvang van het geding valt, is de rechtbank daar niet op ingegaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6445
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202407332/1/A3

202407366/1/A2

Bij besluit van 2 augustus 2023 heeft de minister van Financiën de aanvraag van [appellante] om compensatie voor afgeloste private schulden afgewezen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft op 11 april 2023 bij de minister een aanvraag ingediend voor compensatie van de door haar betaalde private geldschulden bij Tinka B.V. en Kedin. Bij Wehkamp gaat het om een schuld van € 1.579,00. De schuld bij Kedin bedraagt € 12.328,00. De minister heeft de afwijzing van de aanvraag in bezwaar gehandhaafd, omdat niet aan de vereisten voor overname van schulden uit artikel 4.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) is voldaan. Volgens de minister kan niet worden beoordeeld of de schulden zijn ontstaan na 31 december 2005. Ook is niet gebleken van betalingsachterstanden bij het terugbetalen van de doorlopende kredieten. Daarmee is evenmin komen vast te staan dat de hoofdsommen opeisbaar zijn geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6312
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407366/1/A2

202407412/1/R4

Bij besluit van 24 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente De Bilt het bestemmingsplan "Ambachtsgilden te Westbroek" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van 21 woningen achter de percelen aan de Kerkdijk 35 en 37 in Westbroek mogelijk. Het gaat om zes rijwoningen, zeven vrijstaande woningen en acht twee-onder-één-kapwoningen. Deze gronden hadden een agrarische bestemming. [partij] is voornemens de nieuwe woningen te realiseren. [appellant A], [appellant B] en [appellant C] wonen aan de Wolkammerweg in Westbroek, tegenover het plangebied. Zij verzetten zich om uiteenlopende redenen tegen het plan. [appellant A] en [appellant C] betogen dat het bestemmingsplan in strijd is met het gemeentelijke beleid in de Woonvisie De Bilt 2030. [appellant B] betoogt dat het plan in strijd is met de Structuurvisie Gemeente De Bilt 2030. In de Woonvisie staat dat er behoefte is aan starterswoningen, betaalbare huur- en koopwoningen en seniorenwoningen, en niet in de dure koopwoningen die het plan mogelijk maakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6329
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202407412/1/R4

202407591/1/A2

Bij besluit van 31 mei 2023 en bij besluit van 7 juni 2023 heeft de minister van Financiën de aanvraag van [appellant] om compensatie voor afgeloste private schulden afgewezen. [appellant] is gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft bij de minister een aanvraag ingediend voor compensatie van door hem betaalde private geldschulden. Het gaat om schulden bij Interbank, ING, [persoon A] en [persoon B]. De minister heeft geweigerd de schulden te compenseren, omdat niet (vastgesteld kan worden of) aan de vereisten uit artikel 4.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen is voldaan. Daarbij geldt dat voor de schuld bij Interbank zich in de periode van 1 januari 2006 tot 1 juni 2021 geen opeisbare betalingsachterstanden hebben voorgedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6313
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407591/1/A2
vorige pagina1...323334...1.257volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon