Uitspraak 201707148/1/A3

Datum van uitspraak: woensdag 15 augustus 2018
Tegen: de burgemeester van Nijmegen
Proceduresoort: Hoger beroep
Rechtsgebied: Hoger Beroep - Overige
ECLI:

ECLI:NL:RVS:2018:2715

Bij deze uitspraak is een persbericht uitgebracht.

English version of the press release

201707148/1/A3.
Datum uitspraak: 15 augustus 2018

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te Nijmegen,

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 25 juli 2017 in zaak nr. 17/1031 in het geding tussen:

[appellante]

en

de burgemeester van Nijmegen.

Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 7 oktober 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen de aanvragen van [appellante] om een identiteitskaart en een rijbewijs afgewezen.

Bij besluit van 10 februari 2017 heeft de burgemeester het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 25 juli 2017 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 mei 2018, waar [appellante], bijgestaan door [gemachtigde], en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. E.H. Leenders, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    [appellante] is lid van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster en belijdt het pastafarisme. Het vergiet dat zij in het openbaar altijd op haar hoofd heeft, is voor pastafari's een heilig object, dat wordt gedragen om het Vliegend Spaghettimonster te eren. [appellante] heeft een identiteitskaart en een rijbewijs aangevraagd, waarbij zij pasfoto's heeft overgelegd waarop zij met een vergiet als hoofdbedekking staat afgebeeld. De burgemeester heeft de aanvragen afgewezen omdat de pasfoto's niet voldoen aan de acceptatiecriteria volgens de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001. De rechtbank heeft de vraag of de in de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster gehuldigde visie kan worden beschouwd als religieuze of levensbeschouwelijke stroming in het midden gelaten en overwogen dat [appellante] niet heeft aangetoond dat het pastafarisme het bedekken van het hoofd aan haar voorschrijft, zodat haar geen beroep op de uitzonderingsbepaling in de Paspoortuitvoeringsregeling toekomt.

Wettelijk kader

2.    Artikel 3 van de Paspoortwet luidt als volgt:

"[…]

2. Een reisdocument is voorzien van de gezichtsopname, twee vingerafdrukken en de handtekening van de houder volgens nader bij regeling van Onze Minister te stellen regels. De Nederlandse identiteitskaart is niet voorzien van vingerafdrukken.

3. Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen reisdocumenten worden aangewezen die niet worden voorzien van een of meer van de in het tweede lid genoemde gegevens en kunnen regels worden gesteld over de gevallen waarin kan worden afgezien van het opnemen van de gezichtsopname, vingerafdrukken of de handtekening in het aangevraagde reisdocument indien deze gegevens niet van de houder kunnen worden verkregen."

    Artikel 33, eerste lid, aanhef en onder d, van het Reglement rijbewijzen luidt als volgt:

"1. Bij de aanvraag van een rijbewijs dienen de volgende bescheiden te worden overgelegd:

d. een pasfoto van de aanvrager, die voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen."

    Artikel 1 van de Regeling eisen pasfoto's luidt als volgt:

"De ingevolge de artikelen 33, eerste lid, onderdeel d, en 59, eerste lid, onderdeel d, van het Reglement rijbewijzen over te leggen pasfoto’s voldoen aan alle acceptatiecriteria zoals die zijn opgenomen in de bij de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 behorende fotomatrix."

    Artikel 28 van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 luidt als volgt:

"[…]

2. De overgelegde pasfoto voldoet aan de acceptatiecriteria van de in bijlage L bij deze regeling opgenomen fotomatrix.

3. In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto worden geaccepteerd indien de aanvrager heeft aangetoond dat godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen zich verzetten tegen het niet bedekken van het hoofd. […]"

    Ingevolge de Fotomatrix model 2007 (acceptatiecriteria voor pasfoto’s in de Nederlandse reisdocumenten) is de foto bedoeld ter identificatie van de aanvrager. Daarom moet bij het indienen van een aanvraag voor een reisdocument een pasfoto in kleur worden ingeleverd die een goedgelijkend beeld van de aanvrager geeft. Alleen als de foto aan alle in de fotomatrix opgenomen acceptatiecriteria voldoet wordt de foto goedgekeurd, tenzij er uitzonderingsbepalingen uit de Paspoortuitvoeringsregelingen van toepassing zijn.

    Ingevolge de in categorie 4 "weergave gezicht" opgenomen acceptatiecriteria, voor zover hier van belang, dient het hoofd onbedekt te zijn. Hoofdbedekking is alleen toegestaan op grond van godsdienstige, levensbeschouwelijke of medische redenen.

    Indien de aanvrager heeft aangetoond dat om godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen het hoofd bedekt mag blijven, gelden volgens de uitzonderingsbepalingen voor de pasfoto alle in deze fotomatrix opgenomen acceptatiecriteria, met uitzondering van: categorie 4 "weergave gezicht" het element 'hoofd onbedekt'.

Aangevallen uitspraak

3.    In de aangevallen uitspraak oordeelt de rechtbank dat [appellante]- daargelaten of het in de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster beleden pastafarisme kan worden beschouwd als een religie of levensbeschouwelijke stroming - niet heeft aangetoond dat het pastafarisme het bedekken van het hoofd voorschrijft. Het mag zo zijn dat het vergiet door pastafariërs als een heilig object wordt beschouwd dat wordt gedragen om het Vliegend Spaghettimonster te eren, maar enige verplichting daartoe is er niet. Het pastafarisme kent immers geen verplichtingen of beperkingen, alleen een achttal aanbevelingen in de vorm van 'liever-nietjes'. Het onbedekt laten van het hoofd wordt daarin niet genoemd.

    De omstandigheid dat [appellante] naar eigen zeggen het vergiet (behalve thuis) altijd en overal draagt omdat zij dit als een plicht ziet, is dan ook een eigen keuze waarvoor de uitzondering van artikel 28, derde lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling niet bedoeld is, aldus de rechtbank.

Gronden

4.    [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij niet heeft aangetoond dat het pastafarisme het bedekken van het hoofd voorschrijft en dat de uitzondering van artikel 28, derde lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling niet bedoeld is om een eigen keuze - zoals die van [appellante] - om een vergiet te dragen te faciliteren. Daartoe voert [appellante] aan dat de rechtbank ten onrechte de vraag in het midden heeft gelaten of de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster kan worden beschouwd als een religie of levensbeschouwelijke stroming. Zodra immers sprake is van een religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging dient de rechter zich volgens [appellante] te onthouden van interpretatieve oordelen over de precieze inhoud of reikwijdte van deze overtuiging. Het geven van een rechterlijk oordeel op grond van een eigen summiere en louter grammaticale interpretatie van in het pastafarisme aanvaarde heilige geschriften is dan ook juridisch onjuist.

5.    [appellante] betoogt voorts dat de rechtbank de vraag of het pastafarisme een godsdienst of levensbeschouwelijke stroming is, positief had moeten beantwoorden. Over de hele wereld hebben aanhangers van het pastafarisme zich verenigd in afdelingen van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. In Nederland is deze kerk als kerkgenootschap ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Leden belijden hun geloof gezamenlijk en afzonderlijk, er zijn heilige geschriften en er is een ethiek die het hele leven en handelen beheerst. Volgens [appellante] is sprake van een "level of coherence, cogency, importance and seriousness", welke volgens de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: het EHRM) bepalend is om een rechtens relevant beroep op de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging als gewaarborgd in artikel 9 van het EVRM te kunnen doen. Dat de geschriften van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster in een satirische vorm gegoten zijn duidt niet op een gebrek aan serieusheid. De ethiek en de geloofsopvattingen van het pastafarisme zijn immers zeer serieus en propageren een levenshouding van vriendelijkheid, geweldloosheid, verdraagzaamheid, nuchterheid, bescheidenheid en relativisme. Dat het pastafarisme een godsdienst dan wel levensbeschouwing is, wordt bovendien ondersteund door wetenschappelijk onderzoek en opvattingen van religiewetenschappers en andere deskundigen.

    Subsidiair betoogt [appellante] dat, voor zover het pastafarisme in abstracto geen godsdienst of levensbeschouwing zou zijn, haar stroming binnen het pastafarisme dan wel de individuele wijze waarop zij haar geloof invult in ieder geval wel als godsdienst kwalificeert en grondrechtelijke bescherming toekomt.

6.    Verder betoogt [appellante] dat de rechtbank onvoldoende is ingegaan op haar argumenten waarom het pastafarisme zich tegen het onbedekt laten van het hoofd verzet. De rechtbank had daarbij acht kunnen slaan op het gemeenschapselement van de pastafarische geloofsgemeenschap; de opvattingen van verschillende theologen en andere autoriteitsfiguren op het gebied van godsdienst over het religieuze karakter van deze gemeenschap; de erkenning die [appellante] van andere gelovigen en religieuze instanties heeft mogen ontvangen; haar persoonlijke situatie en hoezeer haar geloofsovertuiging hieruit blijkt; en de beperkte mate waarin de geloofsovertuiging van [appellante] zich onderscheidt van die van aanhangers van gevestigde religies. [appellante] acht met name van belang het argument dat verplichtingen binnen een geloofsovertuiging niet hoeven voort te vloeien uit een heilig geschrift en dat heilige geschriften multi-interpretabel zijn. Voorts had het op de weg van de rechtbank gelegen om te motiveren waarom de uiting die [appellante] geeft aan haar geloofsovertuiging - het dragen van een vergiet op haar hoofd - niet in direct verband met haar geloofsovertuiging staat. Volgens [appellante] mocht de rechtbank niet ongemotiveerd voorbijgaan aan deze essentiële stellingen.

7.    De rechtbank heeft volgens [appellante] dan ook ten onrechte als maatstaf gehanteerd dat een beroep op artikel 28, derde lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling slechts gehonoreerd dient te worden voor zover sprake is van een expliciet, onvoorwaardelijk in heilige geschriften vervat verbod op het onbedekt laten van het hoofd. Kennelijk onderscheidt de verplichting die [appellante] ervaart om een vergiet te dragen zich volgens de rechtbank van de verplichting die een moslima ervaart ten aanzien van het dragen van haar hoofddoek. Het is echter niet duidelijk welke sancties een moslima boven het hoofd hangen wanneer zij geen hoofddoek draagt, of een sikh wanneer hij geen tulband draagt, nog daargelaten of er een geschreven verplichting kan worden aangewezen welke als een voorschrift tot het dragen van zulke hoofdbedekking kan worden opgevat. Uit de jurisprudentie van de Afdeling volgt bovendien dat de op een gelovige berustende bewijslast in religieuze vraagstukken inhoudt dat deze slechts aannemelijk moet maken, in plaats van bewijzen. [appellante] vraagt zich af wat van haar, als aanhanger van een minder bekende geloofsovertuiging, nog meer mag worden verwacht om het verplichte karakter van - in dit geval - het dragen van een vergiet aan te tonen. De rechtbank heeft voorts niet onderkend dat [appellante] aanhangster is van een stroming waarbinnen pastafariërs op een concrete manier uiting geven aan hun geloof. De geloofsovertuiging van [appellante] verzet zich wel degelijk tegen het onbedekt laten van het hoofd. [appellante] heeft een grote hoeveelheid bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat zij zeer consequent buitenshuis een vergiet draagt, ondanks de negatieve consequenties die dat teweeg heeft gebracht en dagelijks brengt. Er is dan ook geen enkele indicatie dat [appellante] haar vergiet draagt om een andere reden dan omdat haar geloofsovertuiging haar dat ingeeft. [appellante] licht toe dat op blz. 73-74 van "The Gospel of the Flying Spaghetti Monster" gewag wordt gemaakt van de "great Colander of Goodness" en dat in hoofdstuk 2, vers 7, van "The Loose Canon" - "The Book of Penelope", blz. 17 - staat dat de profetes Penelope, door een "Holy Colander" op haar hoofd te zetten, een heuse trendsetter was. [appellante] ziet daarin aanleiding om deze profetes in de door haar ingezette trend te volgen. Ook staat het dragen van het vergiet voor [appellante] symbool voor het scheiden van belangrijke en onbelangrijke of onwenselijke zaken. Dat is voor haar ook hoe zij vindt dat zij haar leven en haar gedachten moet ordenen en hoe zij spiritualiteit beleeft: aan de belangrijke dingen vasthouden en de triviale dingen loslaten. Daarnaast geldt dat binnen haar stroming het dragen van een vergiet gebruikelijk is; het is een kwestie van godsdienstige identiteit en bestendig gebruik.

Beoordeling gronden

8.    De Afdeling heeft eerder overwogen (uitspraak van 16 november 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU4596) dat artikel 28, derde lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling ertoe strekt om op de in de Fotomatrix neergelegde eis van een onbedekt hoofd een uitzondering te maken voor die gevallen waarin de drager van het document aannemelijk maakt te behoren tot een in de maatschappij aanwezige godsdienst of levensbeschouwelijke stroming die het bedekken van het hoofd van de aanvrager voorschrijft, dit kennelijk omwille van het vereiste respect voor zulke stromingen. De rechtbank heeft, onder verwijzing naar deze uitspraak, bezien of er een door het pastafarisme voorgeschreven aanwijsbare verplichting tot het dragen van een vergiet gevonden kan worden, en is op grond van haar conclusie dat van een dergelijke verplichting geen sprake is tot de slotsom gekomen dat het beroep op de genoemde uitzonderlingsbepaling in de Paspoortregeling niet opgaat.

    De begrippen godsdienst en levensbeschouwing zoals vervat in artikel 28, derde lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling, alsmede de achterliggende ratio van deze bepaling, dienen uitgelegd te worden in het licht van hoger recht, in het bijzonder in het licht van de in artikel 6 van de Grondwet en artikel 9 van het EVRM gewaarborgde grondrechten. In de jurisprudentie van het EHRM wordt voor toepasselijkheid van artikel 9 van het EVRM niet de voorwaarde gesteld dat de betreffende gedraging krachtens een specifiek voorschrift van de godsdienst of levensbeschouwing van de betrokkene verplicht is. Het volstaat dat sprake is van een voldoende nauw en direct verband - "a sufficiently close and direct nexus" - tussen die gedraging en de betreffende godsdienst of levensovertuiging. Niet vereist is, dat betrokkene aannemelijk maakt dat gehandeld wordt ter vervulling van een door deze godsdienst of levensovertuiging voorgeschreven plicht. Zie EHRM, Eweida e.a./Verenigd Koninkrijk, arrest van 15 januari 2013, ECLI:CE:ECHR:2013:0115JUD004842010, r.o. 82 en EHRM (GK), S.A.S./Frankrijk, arrest van 1 juli 2014, ECLI:CE:ECHR:2014:0701JUD004383511, r.o. 55: "not required to establish that they acted in fulfilment of a duty mandated by the religion in question"). Bezien in het licht van deze jurisprudentie is het de vraag of de eerder door de Afdeling en thans door de rechtbank in onderhavige zaak gevolgde lijn onverkort gehandhaafd kan worden.

    Aan de kwestie of sprake is van een voldoende verband tussen de betreffende godsdienst of levensbeschouwing en de gedraging die beoogt daaraan uiting gegeven, en in hoeverre daarvoor mede bepalend is dat al dan niet sprake is van het vervullen van een aanwijsbare daaruit voortvloeiende verplichting, gaat de vraag vooraf of sprake is van een godsdienst of levensbeschouwing. Gelet op de functie die de Afdeling als hoogste algemene bestuursrechter met het oog op de rechtseenheid heeft en in lijn met de wens van partijen, zal zij zich - anders dan de rechtbank - in deze zaak richten op de voor-vraag of het pastafarisme naar de huidige stand van zaken als een godsdienst of levensbeschouwing in de zin van artikel 6 van de Grondwet en artikel 9 van het EVRM beschouwd kan worden. In dit verband merkt de Afdeling op, onder verwijzing naar het verweer van de burgemeester, dat het inherent is aan de grondwettelijke en verdragsrechtelijke erkenning van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging dat de rechter - hoe complex dat soms ook moge zijn - in voorkomende gevallen mag en moet bepalen of sprake is van een godsdienst of levensovertuiging, nu dat noodzakelijk is om te beoordelen of die vrijheidsrechten van toepassing zijn.

9.    Het EHRM heeft, onder meer in de ontvankelijkheidsbeslissing van 13 november 2008, Mann Singh/Frankrijk, ECLI:CE:ECHR:2008:1113DEC002447907, niet alleen aanvaard dat het dragen van religieuze hoofdbedekking op zichzelf als een godsdienstige gedraging aangemerkt zou kunnen worden, maar ook dat die kwalificatie mede van toepassing kan zijn in het specifieke geval dat betrokkene niet bereid is om deze hoofdbedekking tijdelijk af te doen ten behoeve van het maken van foto's voor diploma's, identiteitskaarten, rijbewijzen en dergelijke. Daartoe is dan wel vereist dat aan die weigering een godsdienst of levensbeschouwing ten grondslag ligt. De vraag is derhalve of het pastafarisme als zodanig aangemerkt kan worden.

    Volgens vaste jurisprudentie van het EHRM geldt als voorwaarde voor het aanmerken van een samenstel van opvattingen als een godsdienst of levensovertuiging in de zin van artikel 9 van het EVRM, dat die opvattingen een zeker niveau aan overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang bereikt hebben: "attain a certain level of cogency, seriousness, cohesion and importance", aldus onder meer EHRM, Campbell en Cosans/Verenigd Koninkrijk, arrest van 25 februari 1982, ECLI:CE:ECHR:1982:0225JUD000751176, r.o. 36 en de eerder vermelde arresten van 15 januari 2013, Eweida e.a./Verenigd Koninkrijk, r.o. 81 en 1 juli 2014, S.A.S./Frankrijk, r.o. 55. Naar het oordeel van de Afdeling voldoet het pastafarisme niet aan deze criteria. Daartoe overweegt zij als volgt.

9.1.    De oprichter van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster, Bobby Henderson, heeft de manifestatie van dit goddelijk monster voor het eerst beschreven in zijn protest tegen het voornemen om op Amerikaanse scholen naast de wetenschappelijke evolutietheorie ook de op de Bijbelse scheppingsleer geïnspireerde 'intelligent design-theorie' te onderwijzen. Henderson schreef daartegen een satirische open brief, die wordt weergegeven in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak. In deze open brief stelde hij, dat wanneer het belangrijk is dat kinderen meerdere zienswijzen onderwezen krijgen, het pastafarisme daarin niet mag ontbreken.

9.2.    Het satirische karakter van het pastafarisme komt onder meer tot uitdrukking in de wijze waarop in de leer van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster gevestigde godsdiensten geparodieerd worden. De Kerk kent heilige boeken, waaronder "The Gospel of the Flying Spaghettimonster", alsmede "The Loose Canon", dat onder meer 'The Old Pastament', 'The New Pastament' en 'The Official Pastafarian Prayer Book' bevat. In het Prayer Book staat het belangrijkste gebed van de pastafari, dat als volgt luidt: "Our Pasta, who "Arghh" in heaven, Swallowed by the shame. Thy Midgit come. Thy Sauce be yum, On top some grated Parmesan. Give us this day our garlic bread. And give us our cutlasses, As we swashbuckle, splice the main-brace and cuss. And lead us into temptation, But deliver us some Pizza. For thine are Meatballs, and the beer, and the strippers, for ever and ever. RAmen." Onmiskenbaar is dit gebed  afgeleid van het "Onze Vader" uit de christelijke traditie, en beoogt daarop een persiflage te zijn.

9.3.    In "The Gospel of the Flying Spaghettimonster" wordt verhaald dat deze godheid op een berg advies gaf aan Mosey, de eerste piraat, in de vorm van tien stenen tabletten. Op weg naar beneden liet Mosey twee van de  stenen tabletten vallen, zodat er nog maar acht over zijn. Afgaande op de brief van Henderson leefde Mosey voor het jaar 1800. De tabletten maken niettemin al melding van TV en breedbandkabel.

    De tabletten bevatten aansporingen - ‘liever-nietjes’ - van het Spaghettimonster. Op de website van de Kerk worden de volgende 'liever-nietjes' geciteerd:

"1. Ik heb echt liever niet dat je… doet alsof je heiliger bent dan iemand anders wanneer je mijn noedelige goddelijkheid beschrijft. Als sommige mensen niet in me geloven dan is dat oké. Echt. Trouwens, dit gaat niet over hen, dus niet afdwalen.

2. Ik heb echt liever niet dat je… mijn bestaan gebruikt om mensen te onderdrukken, straffen, veroordelen of, je snapt het, je slecht te gedragen tegen anderen. Ik heb geen offers nodig en het begrip "zuiver" is bedoeld voor bronwater, niet mensen.

3. Ik heb echt liever niet dat je… mensen beoordeelt op hoe ze eruit zien, hoe ze zich kleden, hoe ze praten of hoe ze lopen, maar wees gewoon vriendelijk, oké? O, en laat dit eens doordringen: vrouw = mens. man = mens. Precies hetzelfde. De één is niet beter dan de ander, tenzij we het over mode hebben en sorry, dat heb ik aan vrouwen gegeven en een paar mannen die toevallig het verschil weten tussen lila en violet.

4. Ik heb echt liever niet dat je… je gedraagt op een manier die aanstoot kan geven aan jezelf of je willige partner met de wettige leeftijd EN geestelijke volwassenheid. Voor wie daar problemen mee heeft: ik geloof dat de uitdrukking is: "doe ’t effe lekker met jezelf", tenzij je daar aanstoot aan neemt; in dat geval moet je maar eens de TV uitzetten en voor de verandering een ommetje maken.

5. Ik heb echt liever niet dat je… discussieert met gehersenspoelde, vooringenomen, akelige mensen op een lege maag. Eet eerst en maak dan gehakt van ze.

6. Ik heb echt liever niet dat je … kerken/moskeeën/tempels bouwt van multimiljoenen euro’s voor mijn noedelige goedheid, wanneer het geld beter besteed kan worden aan bestrijding van armoede en ziekte, aan leven in vrede, liefhebben met passie en het goedkoper maken van breedbandkabel. Ik mag dan een alleswetend complex wezen zijn, maar ik hou van de simpele dingen in het leven. Ik kan het weten, ik ben de Schepper.

7. Ik heb echt liever niet dat je … rondbazuint tegen anderen dat ik met je praat. Zo interessant ben je niet. Word volwassen. Ik vertel je net dat je je naasten lief moet hebben, dat was een hint.

8. Ik heb echt liever niet dat je … bij een ander dingen doet die je met jezelf wil laten geschieden, als je in bent voor dingen die te maken hebben met, eh … veel glijmiddel, leer of vaseline. Als de andere persoon het wil (gelet op punt 4), ga ervoor, maak foto’s en in Mike’s naam, gebruik een condoom! Echt, het is maar rubber. Als ik had gewild dat het niet goed voelde had ik wel stekels toegevoegd, of zoiets. (RAmen)."

    Het is evident dat deze ‘liever-nietjes’ een gekscherende variant zijn op de Tien Geboden uit de joods-christelijke traditie.

9.4.    Gezien het vorenstaande kan het pastafarisme naar de huidige stand van zaken niet als een godsdienst in de zin van artikel 9 van het EVRM en artikel 6 van de Grondwet worden aangemerkt. De Afdeling erkent het grote belang om in vrijheid satirische kritiek te kunnen uiten op religieuze dogma’s, instituties en religies. Dergelijke kritiek, ook al heeft zij betrekking op godsdienst, is daarmee zelf nog niet aan te merken als een godsdienst welke door genoemde grondrechten bestreken wordt. Evenals is overwogen in de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 15 februari 2017, ECLI:NL:RBOR:2017:762, is de Afdeling van oordeel dat het satirische element in het pastafarisme - niet alleen naar de vorm maar ook naar de inhoud van de uitgedragen visie - niet enkel een bijkomend aspect vormt, maar zodanig overheerst dat niet voldaan wordt aan de in de jurisprudentie van het EHRM geformuleerde randvoorwaarden om als godsdienst of levensovertuiging te gelden. In het bijzonder ontbreekt het daarin aan de vereiste ernst (‘seriousness’) en samenhang (‘cohesion’). Kenmerkend zijn in dit verband de eerder genoemde parodiërende geschriften. Kenmerkend voor het gebrek aan samenhang is bijvoorbeeld de relatie die in Hendersons brief gelegd wordt tussen de vermindering van het aantal piraten sinds het jaar 1800 en de opwarming van de aarde. Op dergelijke satire en parodie is de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging niet van toepassing, zoals ook het Oberlandesgericht Brandenburg overweegt in zijn uitspraak van 2 augustus 2017, ECLI:DE:OLGBB:2017:0802:4U84.16.00. Daarvoor is veeleer de vrijheid van meningsuiting relevant.

    Om diezelfde redenen kan het pastafarisme ook niet als een levensovertuiging in de zin van artikel 9 van het EVRM worden aangemerkt, nu daartoe blijkens de jurisprudentie van het EHRM immers aan dezelfde voorwaarden van overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang dient te zijn voldaan als die voor ‘godsdienst’ gelden, en aan welke voorwaarden niet is voldaan. Dat geldt ook voor de in artikel 6 van de Grondwet gewaarborgde vrijheid van levensovertuiging, welke evenzo aan de aan ‘godsdienst’ gestelde criteria moet voldoen: zie in dit verband de toelichtingen op artikel 6 van de Grondwet, Kamerstukken II 1975/76, 13 872, nr. 3, blz. 29 en Kamerstukken II 1976/77, 13 872, nr. 7, blz. 24-25.

10.    Subsidiair betoogt [appellante], dat voor zover het pastafarisme in abstracto al geen godsdienst of levensbeschouwing is, haar stroming en de wijze waarop zij individueel haar geloof invult in ieder geval wel als godsdienst kwalificeert en grondrechtelijke bescherming toekomt.

10.1.    Gelet op hetgeen hiervoor is uiteengezet in overwegingen 9-9.4, kan ook de door [appellante] aangehangen variant van het pastafarisme thans niet als godsdienst worden aangemerkt. Hetgeen [appellante] daarover schriftelijk en ter zitting heeft toegelicht geeft geen aanleiding voor een ander oordeel dan dat naar de huidige stand van zaken onvoldoende blijkt van een zodanig samenhangende, serieuze visie dat aan de criteria om als godsdienst of levensovertuiging te kwalificeren wordt voldaan. [appellante] heeft weliswaar aannemelijk gemaakt dat zij buitenshuis consequent een vergiet op haar hoofd draagt, niettegenstaande de hinder die ze daarvan in de maatschappij ondervindt, maar haar schriftelijke en mondelinge toelichtingen hebben een globaal en abstract karakter, en zijn niet van dien aard dat daarmee aannemelijk gemaakt is dat sprake is van een door haar aangehangen stroming of individuele variant binnen het pastafarisme die wel zou voldoen aan criteria als ernst en samenhang op grond waarvan sprake is van een godsdienst of levensbeschouwing in de zin van artikel 9 van het EVRM en artikel 6 van de Grondwet, op basis waarvan de uitzonderingsclausule van artikel 28, derde lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling van toepassing zou zijn.

11.    Nu noch het pastafarisme als zodanig, noch als stroming of individuele variant daarbinnen kan worden aangemerkt als een godsdienst dan wel levensovertuiging, vormt het dragen van een vergiet geen godsdienstige dan wel levensbeschouwelijke uiting waarvoor gelet op artikel 28, derde lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling een uitzondering gemaakt moet worden op de in de Fotomatrix neergelegde eis van een onbedekt hoofd.

12.    Gezien het vorenstaande heeft de rechtbank terecht, zij het op andere gronden, geoordeeld dat de burgemeester zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat in dit geval niet op grond van artikel 28, derde lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling kan worden afgeweken van het bepaalde in het tweede lid van dat artikel, en dat de burgemeester de aanvragen tot verstrekking van een identiteitskaart en een rijbewijs terecht heeft afgewezen omdat de pasfoto's niet voldoen aan de in de Fotomatrix neergelegde acceptatiecriteria.

Conclusie

13.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd met verbetering van de gronden waarop deze rust.

14.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. J.E.M. Polak en mr. B.P. Vermeulen, leden, in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. van Deventer-Lustberg, griffier.

w.g. Van Altena    w.g. Van Deventer-Lustberg
voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2018

587.


BIJLAGE

Open Letter To Kansas School Board

I am writing you with much concern after having read of your hearing to decide whether the alternative theory of Intelligent Design should be taught along with the theory of Evolution. I think we can all agree that it is important for students to hear multiple viewpoints so they can choose for themselves the theory that makes the most sense to them. I am concerned, however, that students will only hear one theory of Intelligent Design.

Let us remember that there are multiple theories of Intelligent Design. I and many others around the world are of the strong belief that the universe was created by a Flying Spaghetti Monster. It was He who created all that we see and all that we feel. We feel strongly that the overwhelming scientific evidence pointing towards evolutionary processes is nothing but a coincidence, put in place by Him.

It is for this reason that I’m writing you today, to formally request that this alternative theory be taught in your schools, along with the other two theories. In fact, I will go so far as to say, if you do not agree to do this, we will be forced to proceed with legal action. I’m sure you see where we are coming from. If the Intelligent Design theory is not based on faith, but instead another scientific theory, as is claimed, then you must also allow our theory to be taught, as it is also based on science, not on faith.

Some find that hard to believe, so it may be helpful to tell you a little more about our beliefs. We have evidence that a Flying Spaghetti Monster created the universe. None of us, of course, were around to see it, but we have written accounts of it. We have several lengthy volumes explaining all details of His power. Also, you may be surprised to hear that there are over 10 million of us, and growing. We tend to be very secretive, as many people claim our beliefs are not substantiated by observable evidence.

What these people don’t understand is that He built the world to make us think the earth is older than it really is. For example, a scientist may perform a carbon-dating process on an artifact. He finds that approximately 75% of the Carbon-14 has decayed by electron emission to Nitrogen-14, and infers that this artifact is approximately 10,000 years old, as the half-life of Carbon-14 appears to be 5,730 years. But what our scientist does not realize is that every time he makes a measurement, the Flying Spaghetti Monster is there changing the results with His Noodly Appendage. We have numerous texts that describe in detail how this can be possible and the reasons why He does this. He is of course invisible and can pass through normal matter with ease.

I’m sure you now realize how important it is that your students are taught this alternate theory. It is absolutely imperative that they realize that observable evidence is at the discretion of a Flying Spaghetti Monster. Furthermore, it is disrespectful to teach our beliefs without wearing His chosen outfit, which of course is full pirate regalia. I cannot stress the importance of this enough, and unfortunately cannot describe in detail why this must be done as I fear this letter is already becoming too long. The concise explanation is that He becomes angry if we don’t.

You may be interested to know that global warming, earthquakes, hurricanes, and other natural disasters are a direct effect of the shrinking numbers of Pirates since the 1800s. For your interest, I have included a graph of the approximate number of pirates versus the average global temperature over the last 200 years. As you can see, there is a statistically significant inverse relationship between pirates and global temperature.
Tabel
In conclusion, thank you for taking the time to hear our views and beliefs. I hope I was able to convey the importance of teaching this theory to your students. We will of course be able to train the teachers in this alternate theory. I am eagerly awaiting your response, and hope dearly that no legal action will need to be taken. I think we can all look forward to the time when these three theories are given equal time in our science classrooms across the country, and eventually the world; One third time for Intelligent Design, one third time for Flying Spaghetti Monsterism (Pastafarianism), and one third time for logical conjecture based on overwhelming observable evidence.

Sincerely Yours,

Bobby Henderson, concerned citizen.

P.S. I have included an artistic drawing of Him creating a mountain, trees, and a midget. Remember, we are all His creatures.
Drawing