Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202305615/1/R4

Uitspraak 202305615/1/R4

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4863
Datum uitspraak
19 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Brummen het bestemmingsplan "Energietransitie servicestation en appartementencomplex" vastgesteld. Op de hoek van de Zutphensestraat en de G.K. van Hogendorpstraat in de kern van Brummen bevinden zich een tankstation en een garagebedrijf. De eigenaar wil het tankstation en het garagebedrijf sluiten en een nieuw tankstation (energietransitie servicestation) starten aan de Kwazenboschweg bij de rotonde N345/N348. De raad heeft het plan vastgesteld om deze verplaatsing mogelijk te maken. Op het perceel dat vrijkomt door de verplaatsing van het tankstation maakt het plan de bouw van een appartementencomplex met veertien woningen mogelijk. De raad stelt zich op het standpunt dat de beroepen van Stichting Hogenenk en andere en Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland niet-ontvankelijk verklaard moeten worden, omdat de beroepschriften te laat zijn ingediend.
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland

Toon inhoud

  • Volledige tekst
  • Persaankondiging
Volledige tekst

202305615/1/R4.
Datum uitspraak: 19 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.       Stichting Hogenenk en andere, allen gevestigd in Brummen,

2.       Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland, gevestigd in Arnhem,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Brummen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Energietransitie servicestation en appartementencomplex" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben Stichting Hogenenk en andere en Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De raad, Stichting Hogenenk en andere en Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 8 juli 2026, waar Stichting Hogenenk en andere, vertegenwoordigd door mr. J.P.H. de Bruijn, advocaat in Arnhem, [gemachtigden], Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland, ook vertegenwoordigd door mr. J.P.H. de Bruijn, en de raad, vertegenwoordigd door M. ten Voorde, zijn verschenen. Ook zijn GK Projecten B.V. en De Groene IJsselvallei B.V., vertegenwoordigd door mr. M.W. Cobussen, advocaat in Nijmegen, [gemachtigden], op de zitting gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 27 oktober 2022 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Relevante bepalingen

2.       De relevante wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak, die daarvan deel uitmaakt.

Inleiding

3.       Op de hoek van de Zutphensestraat en de G.K. van Hogendorpstraat in de kern van Brummen bevinden zich een tankstation en een garagebedrijf. De eigenaar wil het tankstation en het garagebedrijf sluiten en een nieuw tankstation (energietransitie servicestation) starten aan de Kwazenboschweg bij de rotonde N345/N348. De raad heeft het plan vastgesteld om deze verplaatsing mogelijk te maken. Op het perceel dat vrijkomt door de verplaatsing van het tankstation maakt het plan de bouw van een appartementencomplex met veertien woningen mogelijk.

Het perceel waarop het nieuwe energietransitie servicestation/tankstation is voorzien (het perceel), is voor het grootste gedeelte feitelijk in gebruik als akkerland en had in het voorgaande plan "Buitengebied 2008" de bestemming "Agrarisch met landschapswaarden".

Toetsingskader

4.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Ontvankelijkheid

5.       De raad stelt zich op het standpunt dat de beroepen van Stichting Hogenenk en andere en Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland niet-ontvankelijk verklaard moeten worden, omdat de beroepschriften te laat zijn ingediend.

Verder voert de raad in het kader van de belanghebbendheid het verweer dat Stichting Hogenenk en Stichting Het Anker geen enkele feitelijke werkzaamheden verrichten en dat, wat betreft VOF De Meander, er inmiddels nieuwe vennoten zijn. Daarnaast zijn de statutaire doelstellingen van Stichting het Anker en VOF De Meander volgens de raad niet voldoende inzichtelijk.

5.1.    De termijn voor het indienen van een beroepschrift vangt, gelet op artikel 6:8, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), aan op de dag na die waarop het besluit overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb ter inzage is gelegd. De Afdeling stelt vast dat het plan met bijbehorende stukken van 11 juli 2023 tot en met 21 augustus 2023 ter inzage heeft gelegen. De termijn voor het indienen van een beroepschrift liep tot en met 21 augustus 2023. De beroepschriften zijn op 31 augustus 2023 ontvangen. De beroepschriften zijn dus niet tijdig ingediend.

5.2.    Stichting Hogenenk en andere en Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland hebben gewezen op de op 20 juli 2023 gepubliceerde rectificatie van het besluit. Hierin staat vermeld dat het plan met bijbehorende stukken vanaf 21 juli 2023 tot en met 31 augustus 2023 ter inzage ligt en dat in deze periode beroep kan worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van het plan. Stichting Hogenenk en andere en Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland zijn er daarom van uitgegaan dat tot en met 31 augustus 2023 beroep kon worden ingesteld.

De rectificatie is geen nieuw besluit. Er is door de raad geen nieuw besluit genomen en het besluit tot vaststelling van het plan is ook niet gewijzigd. De mededeling in de Staatscourant dat tot en met 31 augustus 2023 beroep kan worden ingesteld is niet juist. Niet-ontvankelijkverklaring blijft ingevolge artikel 6:11 van de Awb echter achterwege bij een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift indien redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de indiener in verzuim is. Nu in dit geval aannemelijk is dat Stichting Hogenenk en andere en Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland door de gerectificeerde bekendmaking, die is gepubliceerd binnen de lopende beroepstermijn, op het verkeerde been zijn gezet, kunnen zij redelijkerwijs niet worden geacht in verzuim te zijn geweest. De Afdeling ziet daarom aanleiding de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten (vgl. ook de uitspraak van de Afdeling van 30 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1398, onder 11).

5.3.    Voor het antwoord op de vraag of een rechtspersoon die opkomt voor een algemeen belang belanghebbende is bij een besluit, zijn de statutaire doelstelling en de feitelijke werkzaamheden van die rechtspersoon bepalend.

Voor zover de raad de belanghebbendheid van Stichting Hogenenk en Stichting het Anker betwist vanwege het ontbreken van feitelijke werkzaamheden overweegt de Afdeling als volgt. Op de zitting is toegelicht dat Stichting Hogenenk paden aanlegt/laat aanleggen en hagen aanplant in het gebied Hogenenk. Stichting Hogenenk is ook betrokken bij het onderhoud ervan. Ook heeft Stichting Hogenenk contact met een wethouder over de invulling van het omgevingsplan. Naar het oordeel van de Afdeling is hiermee sprake van voldoende feitelijke werkzaamheden om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt. Verder is vast komen te staan dat Stichting Het Anker eigenaar is van gronden naast het plangebied. Stichting Het Anker is alleen daarom al aan te merken als belanghebbende bij het bestreden besluit, los van de feitelijke werkzaamheden die Stichting Het Anker verricht.

VOF De Meander heeft een gebruiksrecht op gronden gelegen direct naast het plangebied, die in eigendom zijn van Stichting Het Anker. De nieuwe vennoten van de VOF zetten het beroep voort. De doelstellingen van Stichting Het Anker en VOF De Meander zijn verder naar het oordeel van de Afdeling voldoende inzichtelijk. De Afdeling ziet geen aanleiding om de beroepen niet-ontvankelijk te verklaren.

Ladder voor duurzame verstedelijking

6.       Stichting Hogenenk en andere betogen dat het plan in strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgesteld.

Zij voeren aan dat onvoldoende is gemotiveerd waarom het plan voorziet in een behoefte. Volgens hen vormt de stelling dat het gaat om een verplaatsing en niet om een geheel nieuw tankstation, geen voldoende onderbouwing voor die behoefte, omdat het bestemmingsplan voorziet in een groter tankstation met andere voorzieningen, zoals laadpalen, dan het bestaande tankstation. Het nieuwe tankstation krijgt door de grootte ervan (en de voorzieningen) een regionale functie zodat ook de regionale behoefte ervan had moeten worden onderzocht. Vanwege de regionale functie had volgens Stichting Hogenenk en andere ook gekeken moeten worden naar andere locaties in de regio die mogelijk geschikt zijn. Hierbij verwijzen Stichting Hogenenk en andere naar het rapport "Contra-expertise Ladder van duurzame verstedelijking voor Energietransitie Servicestation Groene IJsselvallei Hogenenk" van bureau RuimteVormen. Volgens Stichting Hogenenk en andere is verder ten onrechte alleen onderzoek gedaan naar de behoefte aan een tankstation, en niet aan de overige aanvullende voorzieningen, waaronder de voorzieningen voor waterstof. Ook is de behoeftetoets ingevuld door te onderzoeken of de business case financieel haalbaar is, maar financiële haalbaarheid is niet hetzelfde als de behoefte aan een bepaalde ontwikkeling. Stichting Hogenenk en andere betwisten deze behoefte.

Verder voeren Stichting Hogenenk en andere aan dat de raad niet voldoende heeft gemotiveerd dat er binnen bestaand stedelijk gebied niet in deze behoefte kan worden voorzien. Zij wijzen erop dat de raad voor het laatst in 2013 heeft onderzocht welke locaties er voorhanden zijn. Er zijn zeven locaties onderzocht, waarvan er maar één locatie binnen bestaand stedelijk gebied lag. In het rapport "Afwegingen locatiekeuze De Groene IJsselvallei te Brummen" van juni 2018 wordt tot de conclusie gekomen dat die locatie inmiddels is afgevallen omdat daar een andere functie aan is gegeven. De raad heeft op basis van de zes locaties gelegen buiten  bestaand stedelijk gebied geconcludeerd dat het niet wenselijk is om de behoefte op te vangen binnen bestaand stedelijk gebied. Stichting Hogenenk en andere voeren aan dat er na 2013 ten onrechte niet meer is onderzocht of er nog andere locaties binnen bestaand stedelijk gebied beschikbaar zijn gekomen.

6.1.    De raad stelt dat de behoefte aan het tankstation voldoende is onderbouwd. Het gaat om de verplaatsing van een bestaand tankstation, dat al voorziet in een behoefte, naar een locatie aan de rand van Brummen, waarbij naast de huidige gebruikers van het tankstation (inwoners van Brummen) het passantenverkeer op de provinciale weg ook tot de doelgroep behoort. De aanverwante activiteiten zoals een tankshop, ondergeschikte horeca, kantoorruimte en een wasstraat zijn onlosmakelijk verbonden met het tankstation. Het zal gaan om het enige tankstation direct grenzend aan de N348 tussen Arnhem en Deventer, een traject van ruim 50 km. Binnen het stedelijk gebied zijn geen locaties voorhanden.

6.2.    In de plantoelichting staat dat de beoogde ontwikkeling een verplaatsing betreft, en geen nieuwe ontwikkeling. Er vindt dus geen toename van het aantal tankstations in de regio plaats. Verder heeft de raad het rapport "Ladder voor duurzame verstedelijking Groene IJsselvallei" van Antea Group van 8 mei 2024 (de laddertoets) en een aanvullend memo van 25 juni 2026 van Antea Group overgelegd (de aanvullende memo). Over de behoefte wordt in de laddertoets geconcludeerd dat er behoefte is aan een multifuelstation in de gemeente Brummen en aan een wasstraat. Hierbij is onder andere gekeken naar verkeersintensiteiten, marktanalyse en beleidsmatige ontwikkelingen in het kader van de energietransitie. In de laddertoets wordt de businesscase van het multifuelstation en bijbehorende voorzieningen niet als enige of dragende onderbouwing gebruikt. De wasstraat en een educatie- en tentoonstellingsruimte zijn weliswaar zelfstandig mogelijk, maar zijn functioneel en ruimtelijk ondergeschikt aan en ondersteunend voor het tankstation.

Ook wordt er geconcludeerd dat er binnen de bebouwde kom geen gronden beschikbaar zijn voor een nieuw tankstation. Planologisch is dit niet toegestaan en het beleid van de gemeente is erop gericht om bestaande tankstations te verplaatsen vanuit de bebouwde kom naar plekken aan of langs de rand van de bestaande bebouwing en wegen.

In de aanvullende memo is toegelicht dat de kritiek van Stichting Hogenenk en andere op de laddertoets zich beperkt tot een andere interpretatie van het schaalniveau en de omvang van de ontwikkeling, zonder dat sprake is van een onderbouwde weerlegging van de gehanteerde gegevens of berekeningen. Evenmin wordt met concrete gegevens aangetoond dat geen behoefte aan de ontwikkeling bestaat. Ook wordt niet voldoende concreet gemaakt dat de locatiekeuze onvolledig of onvoldoende onderbouwd is.

Naar het oordeel van de Afdeling zijn de behoefte en de locatiekeuze (geen mogelijkheden binnen bestaand stedelijk gebied) voldoende onderbouwd, gelet op de plantoelichting, de laddertoets en de aanvullende memo. De aanvullende functies zijn ondergeschikt aan het tankstation. De raad heeft er daarbij naar oordeel van de Afdeling vanuit mogen gaan dat de markt voor waterstof nog in ontwikkeling is en dat de behoefte hieraan daarom nog onbekend is. Daarnaast gaat het om de verplaatsing van een bestaand tankstation en is het gebruikelijk dat nieuwe tankstations ook laadpunten hebben.

Het betoog slaagt niet.

Omgevingsverordening Gelderland

7.       Stichting Hogenenk en andere en Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland betogen dat het plan in strijd met artikel 2.56 van de Omgevingsverordening Gelderland is vastgesteld. De gronden in het plangebied liggen binnen een Nationaal landschap, maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Op grond van artikel 2.56 van de Omgevingsverordening mogen er alleen bestemmingen mogelijk worden gemaakt die de kernkwaliteiten als bedoeld in de bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen niet aantasten. Volgens Stichting Hogenenk en andere en Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland tast het nieuwe tankstation de kernkwaliteiten wel aan. Van oudsher liggen dorpen op de hogere plaatsen (NAP+9,25 m). De plaatsing van bebouwing in de lager gelegen kleigronden (NAP+7,25) past niet bij de kenmerkende kernkwaliteit van bebouwing op de hoog gelegen delen van de Enk. Het voorziene tankstation hoort volgens Stichting Hogenenk en andere qua aard en omvang thuis op een bedrijventerrein en niet binnen de Zuidelijke IJsselvallei, omdat het landschap moet worden afgewisseld door verschillende agrarische landschapselementen, waaronder ook landgoederen en grondgebonden landbouw, maar niet door een tankstation.

7.1.    De raad stelt dat in paragraaf 3.2 en 4.4 van de plantoelichting voldoende is toegelicht dat wordt voldaan aan de Omgevingsverordening. Ook wijst de raad erop dat het plan twee keer is voorgelegd aan de provincie en dat de provincie heeft opgemerkt dat er geen provinciale belangen worden geraakt met het initiatief dat het plan mogelijk maakt. De raad verwijst hierbij naar de reacties van de provincie uit 2015 en 2021.

De door Stichting Hogenenk en andere aangehaalde punten zien volgens de raad niet op de gebiedskwaliteiten zoals benoemd in de Omgevingsverordening voor het deelgebied Zuidelijke IJsselvallei, waarin de locatie ligt.

7.2.    Kernkwaliteiten als bedoeld in de bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen mogen op grond van artikel 2.56 van de Omgevingsverordening Gelderland niet worden aangetast. Afwijking is mogelijk als er geen alternatieven zijn, sprake is van een groot openbaar belang en compenserende maatregelen zijn vastgelegd. De Afdeling stelt vast dat voor de gronden in het plangebied de kernkwaliteiten van de Zuidelijke IJsselvallei gelden.

Het gebied wordt in deze kernkwaliteiten onder andere aangeduid als "Kleinschalig mozaïeklandschap met grote afwisseling van relatief open tot besloten landschap en hiermee samenhangend een grote afwisseling van talrijke landgoederen, grondgebonden landbouw (met name weidebouw), bos, en beken die van de flank afstromen". In paragraaf 4.4 van de plantoelichting wordt dit criterium aangehaald en staat vervolgens "Bij het opstellen van de plannen voor het Energietransitie Servicestation is rekening gehouden met de kernkwaliteiten die het gebied heeft. Zo worden aanwezige heggen en bosschages intact gehouden en worden en er nieuwe heggen en bosschages in de vorm van een hakhoutsingel en een meidoornhaag toegevoegd. Daarnaast worden ook doorzichten in het gebied intact gelaten om de kernkwaliteit ‘afwisseling tussen open en gesloten landschap’ eer aan te doen. Ten slotte is bij de kavelindeling ook rekening gehouden met het plaatselijk kenmerkende mozaïeklandschap". De plantoelichting gaat dus in op de kernkwaliteiten. Het tankstation is voorzien in de buurt van een grote rotonde. De raad heeft erop gewezen dat zich aan de andere kant van de Kwazenboschweg ook bebouwing bevindt. Dat dorpen van oudsher op hoger gelegen plaatsen werden gebouwd, betekent naar het oordeel van de Afdeling niet dat bebouwing op de voorziene locatie de kernkwaliteiten van het deelgebied Zuidelijke IJsselvallei aantast. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat het plan in strijd met artikel 2.56 van de Omgevingsverordening Gelderland is vastgesteld.

De betogen slagen niet.

Strijd gemeentelijk beleid

8.       Stichting Hogenenk en andere en Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland betogen dat het plan in strijd met gemeentelijk beleid is vastgesteld, omdat het nieuwe tankstation de bestaande natuur- en landschappelijke waarden van het gebied aantast.

Stichting Hogenenk en andere en Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland voeren aan dat het plan in strijd is met de Visie Ligt op Groen. Het deel van de oeverwal waar de Hogenenk is gelegen, is niet aangewezen als een uitbreidingslocatie. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen geprojecteerd te worden op uitbreidingslocaties. Daarnaast is in de Visie opgenomen dat verstening van het buitengebied ongewenst is. 'Rode' ontwikkelingen worden in beginsel niet toegelaten, tenzij de groene belangen worden versterkt. Daar is volgens Stichting Hogenenk en andere geen sprake van.

Stichting Hogenenk en andere voeren ook aan dat het plan in strijd is met het Landschapsbeleidsplan 2008. Voor het deelgebied oeverwal, waar het plangebied in is gelegen, geldt als uitgangspunt onder andere: "Behoud van openheid op akkercomplexen en het verdichten van het overige landschap door toevoeging van lanen, erf- en kavelbeplantingen". Het nieuwe tankstation is volgens Stichting Hogenenk en andere voorzien op een akkercomplex. De openheid van akkercomplexen moet volgens het landschapsbeleidsplan behouden blijven. Als wordt uitgegaan van ‘het overige landschap’ moet verdichting niet bewerkstelligd worden door de komst van een tankstation, maar door toevoeging van lanen, erf-  en kavelbeplantingen. De landschappelijke kenmerken gaan teniet door het tankstation en de openheid van het landschap verdwijnt.

Stichting Hogenenk en andere voeren verder aan dat het plan in strijd is met de Toekomstvisie 2030. In de Toekomstvisie staat dat bestaande natuur- en landschappelijke waarden versterkt worden. Ook staat er dat de ontwikkelruimte voor bestaande niet-agrarische bedrijven in het buitengebied afhangt van de relatie die zij hebben met het buitengebied. Nieuwe grootschalige niet-agrarische bedrijven horen thuis op een bedrijventerrein. Kleinschalige bedrijven in bijvoorbeeld de zorg, dienstverlening of creatieve sector zijn wel inpasbaar in bestaande gebouwen in het buitengebied, bijvoorbeeld op een landgoed of boerderij.

Ook wijzen Stichting Hogenenk en andere erop dat het "paraplubestemmingsplan landschapselementen buitengebied" het plangebied heeft aangewezen als "overige zone - oeverwallenlandschap". Het parapluplan is niet van toepassing, maar laat wel zien wat de gemeentelijke visie voor het gebied is. Uit het parapluplan blijkt dat de visie van de gemeente voor de oeverwal is dat akkercomplexen open moeten worden gehouden.

8.1.    De raad stelt dat het plan niet in strijd is met het gemeentelijk beleid. De verplaatsing van het tankstation is specifiek als mogelijkheid opgenomen in de Visie Ligt op Groen. Daarnaast is er volgens de raad rekening gehouden met de kernkwaliteiten die het gebied heeft en is er sprake van versterking van de landschappelijke kwaliteiten door het toevoegen van nieuwe heggen en bosschages in de vorm van een hakhoutsingel en een meidoornhaag. Door het toepassen van streekeigen beplanting wordt gestreefd naar het vergroten van de biodiversiteit in het plangebied. De interpretatie van de Visie Ligt op Groen dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen alleen mogelijk zijn op uitbreidingslocaties is op grond van het voorgaande volgens de raad niet juist.

Wat het Landschapsbeleidsplan 2008 betreft stelt de raad dat dit verouderd beleid is en dat het is opgesteld met een ander doel. In dit document staat nergens dat een tankstation in het buitengebied niet passend is. Het geeft slechts per deelgebied zeer algemene ontwikkeldoelen weer, maar sluit geen ontwikkelingen uit.

Wat de Toekomstvisie 2030 betreft stelt de raad dat een tankstation in het buitengebied hierin niet wordt uitgesloten. Het plan is op zijn eigen merites beoordeeld en is volgens de raad passend in het buitengebied direct grenzend aan de hoofdinfrastructuur.

Het "paraplubestemmingsplan landschapselementen buitengebied" heeft volgens de raad alleen het doel om de aanleg van landschapselementen op een agrarische bestemming mogelijk te maken.

8.2.    In de plantoelichting heeft de raad toegelicht waarom het plan volgens de raad niet in strijd is met de Visie Ligt op Groen en de Toekomstvisie. De Afdeling stelt vast dat op pagina 79 van de Visie Ligt op Groen is opgenomen dat een tankstation aan de N348 tot de mogelijkheden behoort. Dat blijkt uit de volgende passage: "De bestaande bedrijvigheid in onze gemeente leidt in enkele gevallen tot hinder. Voor bedrijven die verspreid in de woonomgeving voorkomen, wordt in dit geval gezocht naar verplaatsingsmogelijkheden. In het bijzonder denken we hierbij aan garages/benzinepompen in de centra en woongebieden van de kernen Brummen en Eerbeek. […] Aan de noordzijde van de kern Brummen behoort een benzinepomp nabij de rotonde aan de N348 tot de mogelijkheden. De vrijkomende locaties wenden we primair aan voor woningbouw." Gelet op deze passage acht de Afdeling de ontwikkeling niet in strijd met de Visie Ligt op Groen. De raad heeft toegelicht dat de door Stichting Hogenenk en andere en Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland aangehaalde documenten bij de afweging over de ontwikkeling zijn betrokken. De raad heeft een afweging gemaakt over het toestaan van een energietransitie servicestation en de Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de raad deze keuze gelet op de genoemde beleidsstukken niet heeft kunnen maken. Het is de Afdeling niet gebleken dat de voorziene ontwikkeling in strijd is met de genoemde beleidsdocumenten, nog daargelaten of deze documenten niet zijn verouderd.

De betogen slagen niet.

Landschappelijke en historische waarden en beschermde houtopstanden

9.       Stichting Hogenenk en andere betogen dat het plan de bijzondere ecologische, landschappelijke en historische waarden van de Hogenenk aantast. Hierbij verwijzen Stichting Hogenenk en andere naar het rapport "Second opinion Landschappelijke kwaliteit inpassing servicestation De Groene IJsselvallei" van 20 mei 2026 van Bureau Maris. De hagen en houtsingels zijn een noodzakelijke habitat voor nuttige plaagbestrijding en een buffer voor de storende verkeersinvloeden van buitenaf. Vanuit de ecologie vormen ze een belangrijke drager van de biodiversiteit in het landschap. Verwijdering en aantasting van de uilenwallen en houtsingels doen volgens Stichting Hogenenk en andere afbreuk aan deze ecologische, landschappelijke en historische waarden.

Stichting Hogenenk en andere en Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland betogen dat de quickscan dusdanige gebreken en leemten bevat dat de raad zich niet op de uitkomsten daarvan heeft kunnen baseren. Zo is ten onrechte geconcludeerd dat de functie van de uilenwallen als vliegroute voor vogels beperkt is. Ook heeft alleen in 2018 veldbezoek plaatsgevonden bij deelgebied 1, terwijl in 2021 nog een veldbezoek is gedaan voor deelgebied 2. Op de website www.waarneming.nl staat dat er het afgelopen jaar een ringslang, velduil en wespendief zijn waargenomen. In de quickscan staat dus ten onrechte dat de aanwezigheid van de ringslang niet te verwachten is.

Verder voeren Stichting Hogenenk en andere en Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland aan dat onduidelijk is of de houtsingels in het plangebied behouden blijven. De uilenwallen vormen een veilige trekroute voor onder andere de das, ree en marterachtigen. Voor steen- en kerkuilen en vleermuizen is het een aantrekkelijke vliegroute. De quickscan geeft hier volgens Stichting Hogenenk en andere ten onrechte geen inzicht in. Door de uilenwallen worden de vogels gedwongen hoger te vliegen waardoor de Kwazenboschweg veilig kan worden gepasseerd. Kerkuilen vliegen tijdens de jacht op ongeveer één meter hoogte. De uilenwallen zijn daarom essentieel voor deze uilen om de Kwazenboschweg veilig te kunnen oversteken volgens Stichting Hogenenk en andere.

Ook kan de beschermde houtopstand volgens Stichting Hogenenk en andere niet geveld worden omdat herplant op dezelfde grond dient plaats te vinden. Gedeputeerde Staten kunnen volgens Stichting Hogenenk en andere en Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland op grond van artikel 3.91, tweede lid, onder f, van de Omgevingsverordening Gelderland geen ontheffing verlenen voor herplant op andere grond omdat de houtopstand een landschapselement betreft met een belangrijke ecologische of landschappelijke functie. De ontheffing is geweigerd en volgens Stichting Hogenenk en andere zal de ontheffing niet alsnog verleend worden.

Stichting Hogenenk en andere betogen dat het landschappelijk inrichtingsplan onvoldoende concreet is. Er is alleen heel globaal aangegeven welke groenvoorzieningen aangelegd moeten worden. In het beeldkwaliteitsplan wordt genoemd dat de bestaande wal langs de Kwazenboschweg kan worden voorzien van een venster of plaatselijk verlaagd kan worden. Volgens Stichting Hogenenk en andere moet in het inrichtingsplan vastgesteld worden of dit venster al dan niet moet worden gerealiseerd. Ook moet in het landschappelijk inpassingsplan worden geborgd dat de aanwezige uilenwallen en houtsingels in stand worden gehouden, althans dat het te realiseren venster zo min mogelijk afbreuk doet aan de uilenwallen en houtsingels. Verder is ten onrechte alleen aan de noordzijde en niet aan de zuidzijde van het plangebied een strook grond bestemd voor een lichtwerende voorziening. Een voorwaardelijke verplichting om de lichtwerende voorzieningen te realiseren en in stand te houden ontbreekt. Ook is niet vastgelegd of de lichtwerende voorziening landschappelijk ingepast moet worden.

9.1.    De raad stelt dat uit de quickscan van 6 november 2023 blijkt dat er geen negatieve effecten voor beschermde soorten te verwachten zijn. In de nieuwe quickscan is wel, anders dan de versie uit 2022, aangegeven dat men zich aan een werkprotocol dient te houden bij het uitvoeren van werkzaamheden, aangezien de aanwezigheid van de ringslang niet kan worden uitgesloten. Verder zijn soorten waarvoor de provinciale vrijstelling niet geldt, niet in of nabij het plangebied aanwezig.

Uit de uitgevoerde natuurtoetsen blijkt volgens de raad dat negatieve effecten voor de kerkuil zijn uitgesloten. Wat de uilenwallen/houtwallen betreft stelt de raad dat deze zijn aangelegd vanwege de landschappelijke inpassing van de weg en niet in het kader van een verplichting die voortvloeit uit de toenmalige natuurwetgeving. Ook zal slechts een klein deel van de houtwal verloren gaan (ongeveer 40 m). Dit is echter grotendeels ter hoogte van de locatie waar ook nog direct ten zuiden van deelgebied 2 een andere houtwal aanwezig is. Daarmee blijft het positieve aspect van het hoger laten vliegen van uilen in deelgebied 2 volgens de raad grotendeels intact.

9.2.    De raad mag het plan niet vaststellen als en voor zover hij op voorhand redelijkerwijs had moeten inzien dat het wettelijke soortenbeschermingsregime aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.

9.3.    De raad heeft het rapport "Quickscan natuur Brummen, Groene IJsselvallei Tankstation" van 31 maart 2022 van Sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling (quickscan 1) als bijlage bij de plantoelichting gevoegd. Ook heeft de raad het rapport "Quickscan natuur Brummen, Groene IJsselvallei Tankstation" van 6 november 2023 van Sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling (quickscan 2) overgelegd. In 2023 heeft alsnog een veldbezoek plaatsgevonden bij deelgebied 1. In quickscan 2 staat dat de aanwezigheid van de ringslang niet kan worden uitgesloten. Hierover staat in de quickscan 2: "Voor deze reptielsoort is het mogelijk om middels een ecologisch werkprotocol (zie paragraaf 4.2.5) maatregelen te treffen om het overtreden van verbodsbepalingen te voorkomen". Het soortenbeschermingsregime staat naar het oordeel van de Afdeling dus niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg met betrekking tot de aanwezigheid van de ringslang.

In de quickscan staat verder dat standaard maatregelen om de werkzaamheden niet in de algehele broedperiode van vogels te starten voldoende zijn om negatieve effecten op de velduil te voorkomen. Ook staat in de quickscan dat nesten van de wespendief niet in het plangebied worden verwacht. Nader onderzoek naar het plangebied als foerageergebied of de functie als vliegroute voor vleermuizen is volgens de quickscan niet nodig. Ook voor deze soorten staat het soortenbeschermingsregime naar het oordeel van de Afdeling niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg.

9.4.    Wat de uilenwal betreft overweegt de Afdeling als volgt. In quickscan 1 en 2 staat niet dat het plangebied een belangrijke vliegroute voor kerkuilen vormt. De Afdeling acht het van belang dat het gaat om een kleine onderbreking in een lange wal. Uit de quickscan blijkt ook geen functie van de wal voor das, ree en marterachtigen. De wal heeft volgens de ecologische onderzoeken een beperkte waarde. Uilen worden door de andere houtwallen al omhoog geleid. De houtwal heeft geen expliciete beschermde status. Ook in de nieuwe situatie zijn er genoeg hoogte-elementen aanwezig om de uilen omhoog te leiden. Aan de noordzijde van de weg bevindt zich een houtwal en ten zuiden van de houtwal die wordt onderbroken bevindt zich een houtwal op de gronden van De Meander die grenzen aan het plangebied. Volgens de raad heeft de houtwal geen mitigerende status. Desgevraagd hebben Stichting Hogenenk en andere en Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland op de zitting ook niet gemotiveerd kunnen onderbouwen waaruit blijkt dat de houtwal deze (beschermde) status zou hebben, en er staat nergens dat dit wel het geval is. In de quickscans staat niet dat het weghalen van een stukje van de houtwal tot een overtreding van de regels ter bescherming van soorten leidt. De raad kon dan ook bij vaststelling van het plan ervan uitgaan dat het wettelijke soortenbeschermingsregime niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. De Afdeling acht verder op voorhand niet uitgesloten dat GS de ontheffing op grond van artikel 3.91, tweede lid, onder f, van de Omgevingsverordening Gelderland alsnog zal verlenen.

9.5.    Verder heeft de raad de landschappelijke inpassing, die noodzakelijk wordt geacht, geborgd in artikel 3.5 van de planregels. Het landschappelijk inrichtingsplan is naar het oordeel van de Afdeling voldoende concreet. De raad heeft de keuze voor de locatie in relatie tot het landschap en de landschappelijke inpassing gemotiveerd. De locatie ligt tegen een regionale weg aan. Aan de overzijde van de locatie ligt een boerderij. De locatie ligt naast (en niet op) belangrijke landschappelijke elementen. Er moet een (beperkt) deel van de uilenwal worden verwijderd. Om het tankstation zal worden voorzien in beplanting. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het plan de bijzondere ecologische, landschappelijke en historische waarden van de Hogenenk aantast.

Aan de noordzijde van het plangebied is de aanduiding "specifieke vorm van verkeer - lichtwerende voorziening" toegekend. In het landschappelijk inpassingsplan is voorzien in faunavriendelijke verlichting aan de west-, zuid- en oostzijde van het plangebied. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de aanleg van lichtwerende voorzieningen anders geborgd had moeten worden in het plan. In het beeldkwaliteitsplan staat dat een venster kan worden gerealiseerd of dat de bestaande wal plaatselijk verlaagd kan worden. Dit wordt niet genoemd als noodzakelijke voorwaarde. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de keuze voor een venster al vast had moeten staan of geborgd had moeten worden in het plan.

De betogen slagen niet.

Effecten op gronden De Meander

10.     Stichting Hogenenk en andere betogen dat de aanwezigheid van het nieuwe tankstation een negatieve impact heeft op de producten en het voortbestaan van VOF De Meander, die gronden, in eigendom van Stichting Het Anker, exploiteert gelegen direct naast het plangebied. De Meander staat bekend als producent van gifvrije en gezonde groentes. Een dergelijke reputatie kan al schade oplopen bij de verdenking van bevuiling met kwalijke stoffen. Deze reputatieschade kan grote nadelige gevolgen hebben voor het voortbestaan van De Meander.

Volgens Stichting Hogenenk en andere is niet uitgesloten dat het tankstation op de nieuwe locatie voor bodemverontreiniging zal zorgen. Bij het huidige tankstation is de bodem namelijk verontreinigd. Dit vormt een gevaar voor het continueren van de biologisch-dynamische landbouw van De Meander. In de m.e.r.-aanmeldnotitie staat dat door het treffen van de juiste voorzieningen en maatregelen wordt gekomen tot een verwaarloosbaar bodemrisico. Wat voor maatregelen en voorzieningen dit zijn, staat er echter niet en deze maatregelen en voorzieningen zijn ook niet geborgd.

Stichting Hogenenk en andere voeren ook aan dat het tankstation gevolgen zal hebben voor de luchtkwaliteit. Het tankstation zal een verkeersaantrekkende werking hebben.

Bepaalde gewassen zijn volgens Stichting Hogenenk en andere gevoelig voor verstoringen. Naar verwachting zullen extra buffers nodig zijn ter hoogte van de ontsluiting, wat ten koste gaat van het areaal voor groenteteelt. Het verlies aan beschikbaar areaal zal voor de groenteteelt ook consequenties hebben voor de productiviteit en rentabiliteit van De Meander.

Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland betoogt dat als de aanleg van de ontsluitingsweg naar het nieuwe tankstation zo wordt gelegd dat de uilenwallen en de houtsopstand behouden kunnen blijven, dit zal leiden tot aantasting van de houtsingels van De Meander en daarmee van de natuurinclusieve bedrijfsvoering.

10.1.  De raad stelt dat uit onderzoeken blijkt dat er geen negatieve effecten op de gronden van De Meander te verwachten zijn. Zowel de interne als externe milieugevolgen van de komst van het tankstation zijn onderzocht. Ook wordt de toegangsweg niet aangelegd op het terrein van De Meander. Er is dus geen sprake van enige vorm van onteigening of toebrenging van schade aan houtsingels van De Meander volgens de raad.

10.2.  De raad is onder andere in de nota van zienswijzen ingegaan op de bedrijfsbelangen van De Meander en heeft de belangen van De Meander bij de belangenafweging betrokken. De toename van het aantal verkeersbewegingen is berekend op 490 mvt/dag. Het betreft naar het oordeel van de Afdeling geen zo’n substantiële toename dat een verslechtering van de luchtkwaliteit die effect kan hebben op de bedrijfsvoering van De Meander, te verwachten is. Verder staat in de m.e.r.-aanmeldnotitie: "De ontwikkeling van een tankstation leidt tot nieuwe bodembedreigende activiteiten zoals de ondergrondse opslag van brandstoffen en het tanken van voertuigen. Door het treffen van de juiste voorzieningen en maatregelen wordt echter gekomen tot een verwaarloosbaar bodemrisico". Het tankstation zal moeten voldoen aan de regels uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), onder andere om bodemverontreiniging te voorkomen. Stichting Hogenenk en andere hebben niet aannemelijk gemaakt dat bodemverontreiniging op hun gronden desondanks te verwachten is.

Het betoog slaagt niet.

10.3.  Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Kamerstukken II, 2009/10, 32 450, nr. 3, blz. 18-20) blijkt dat de wetgever met artikel 8:69a van de Awb de eis heeft willen stellen dat er een verband is tussen een beroepsgrond en het belang waarin de appellant door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. De bestuursrechter mag een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van degene die in (hoger) beroep komt.

10.4.  Wat het door Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland aangevoerde over de bedrijfsvoering van De Meander betreft, overweegt de Afdeling dat het in artikel 8:69a van de Awb neergelegde relativiteitsvereiste in de weg staat aan vernietiging van het bestreden besluit vanwege deze beroepsgrond. De statutaire doelstellingen van Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland zien op natuurbehoud, landschapsbescherming en milieuzorg in de provincie Gelderland, en niet op de bedrijfsbelangen van De Meander. De ingeroepen rechtsregel strekt niet ter bescherming van de belangen van Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland. De Afdeling zal dit betoog daarom niet inhoudelijk bespreken.

Verkeer

11.     Stichting Hogenenk en andere betogen dat de verkeerseffecten van het nieuwe tankstation onvoldoende zijn onderzocht en dat het plan door de toename van het verkeer tot onaanvaardbare hinder zal leiden. Stichting Hogenenk en andere en Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland betogen dat de wegcapaciteit van de Kwazenboschweg ten onrechte niet is berekend, waardoor onduidelijk is of de weg de toename van het verkeer kan verwerken. Uitgaande van een gebiedsontsluitingsweg is de maximale wegcapaciteit 6000 mvt/etmaal. Deze capaciteit wordt nu al overschreden.

Stichting Hogenenk en andere betogen ook dat de ontsluiting van het tankstation in combinatie met de verbreding van de Kwazenboschweg tot verkeersonveilige situaties leidt. Hier is ten onrechte geen onderzoek naar gedaan. Volgens Stichting Hogenenk en andere had dat wel gemoeten.

De draaicirkelanalyse gaat volgens Stichting Hogenenk en andere ten onrechte alleen uit van het normvoertuig trekker met oplegger (16,5 m lengte) en niet van een vrachtwagen met aanhanger (18,75 m lengte). Stichting Hogenenk en andere wijzen erop dat uitritten/erfontsluitingswegen op een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom als ongewenst zijn bestempeld in CROW-publicatie 344 ‘Richtlijn drempels, plateaus en uitritten’. Ook is volgens Stichting Hogenenk en andere onduidelijk of de plannen van de provincie om de capaciteit van de rotonde N348/N345/Kwazenbosch te vergroten, waarbij ook de Kwazenboschweg over een lengte van circa 75 m wordt verbreed, bij de beoordeling van de verkeersveiligheid zijn betrokken.

11.1.  De Afdeling overweegt dat het in artikel 8:69a van de Awb neergelegde relativiteitsvereiste in de weg staat aan vernietiging van het bestreden besluit vanwege deze beroepsgrond. Stichting Hogenenk en andere komen op voor bescherming van het landelijke karakter van Hogenenk, de biologisch-dynamische landbouw in Brummen en de belangen van De Meander. Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland komt kortgezegd op voor landschapsbescherming in de provincie Gelderland. De ingeroepen rechtsregel strekt niet ter bescherming van de belangen van Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland en Stichting Hogenenk en andere. De Afdeling zal de beroepsgrond over verkeer daarom niet inhoudelijk bespreken.

Parkeren

12.     Stichting Hogenenk en andere betogen dat het plan gebreken bevat vanwege het aspect parkeren. In artikel 12.4 van de planregels is vastgelegd dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor laden en lossen ter plaatse van de aanduiding "overige zone - parkeernormen tankstation". Deze aanduiding ontbreekt echter op de verbeelding. Ook borgt de planregel niet dat de parkeerplaatsen die moeten worden aangelegd, ook in stand moeten worden gehouden.

De parkeernorm van 4,2 pp per 100 m2 bvo is volgens Stichting Hogenenk en andere niet onderbouwd.

12.1.  De Afdeling overweegt dat het in artikel 8:69a van de Awb neergelegde relativiteitsvereiste in de weg staat aan vernietiging van het bestreden besluit vanwege deze beroepsgrond. De ingeroepen rechtsregel strekt niet ter bescherming van de belangen van Stichting Hogenenk en andere. De Afdeling zal deze beroepsgrond daarom niet inhoudelijk bespreken.

Watertoets

13.     Stichting Hogenenk en andere betogen dat de watertoets die bij de planstukken zit niet voldoet. De watertoets is niet beoordeeld door het waterschap en het advies van het waterschap zit niet bij de planstukken. Ook gaat de watertoets, en daardoor ook het waterschap, uit van een te klein plangebied, namelijk alleen de locatie van het tankstation en niet de locatie van de ontsluitingsweg.

Er is volgens Stichting Hogenenk en andere ten onrechte niet gekeken naar de gevolgen van de in- en uitrit op de waterschapsbelangen. Het is nodig om een deel van de greppel te dempen voor het realiseren van de oprit. Daarvoor is een watervergunning benodigd. Het staat volgens Stichting Hogenenk en andere op voorhand niet vast dat de benodigde watervergunning zal worden verleend.

13.1.  De raad wijst erop dat het waterschap geen reden heeft gezien om te reageren op de meest recente watertoets en stelt dat daarmee voldoende inzichtelijk is gemaakt dat de raad op basis van de beschikbare informatie een besluit kon nemen. Het terrein is voldoende groot qua oppervlakte om hemelwater op te kunnen vangen.

13.2.  Naar aanleiding van een eerdere ingebrachte watertoets heeft het waterschap in 2019 aangegeven in gesprek te willen gaan. Aan het plan ligt een watertoets uit 2023 ten grondslag. De raad heeft aangegeven dat het waterschap geen reden heeft gezien om te reageren op de watertoets uit 2023. Uit de plantoelichting volgt dat de uitkomsten van de watertoets zijn afgestemd met het waterschap Vallei en Veluwe die positief adviseerde over het plan mits de waterberging in het gebied geregeld is. Dit blijkt ook uit het document "aanvraagformulier normale procedure in Waterschap Vallei en Veluwe" dat als bijlage 14 bij de plantoelichting is gevoegd. In de plantoelichting is ook toegelicht dat hemelwater op locatie wordt opgevangen. Het tankstation krijgt een groen dak dat het meeste regenwater opvangt.

Voor zover de oppervlakte van de voorziene ontsluitingsweg niet in de watertoets is meegenomen, overweegt de Afdeling dat deze gronden al een verkeersbestemming hadden en verharding hier dus al mogelijk was op grond van het vorige bestemmingsplan.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

14.     De beroepen zijn ongegrond.

15.     De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.F. de Groot, voorzitter, en mr. J. Hoekstra en mr. M.M. Kaajan, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.M. van der Kolk, griffier.

w.g. De Groot
voorzitter

w.g. Van der Kolk
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2026

944

BIJLAGE

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 3:44, eerste lid, aanhef en onder a

"Indien bij de voorbereiding van een besluit dat tot een of meer belanghebbenden is gericht toepassing is gegeven aan afdeling 3.4, wordt kennisgegeven van de terinzagelegging van het besluit en van de op de zaak betrekking hebbende stukken:

a. met overeenkomstige toepassing van de artikelen 3:11 en 3:12, eerste lid, met dien verstande dat de stukken ter inzage liggen totdat de beroepstermijn is verstreken, en

[…]"

Artikel 6:8, vierde lid

"De termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen een besluit dat tot een of meer belanghebbenden is gericht en dat is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, ter inzage is gelegd".

Artikel 6:11

"Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest".

Artikel 8:69a

"De bestuursrechter vernietigt een besluit niet op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept."

Besluit ruimtelijke ordening

Artikel 3.1.6, tweede lid

"De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien."

Omgevingsverordening Gelderland

Artikel 2.56

"1. Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen, niet aantasten.

2. In afwijking van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten alleen mogelijk als:

a. er geen reële alternatieven zijn;

b. er sprake is van redenen van groot openbaar belang;

c. compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen".

Artikel 3.91

"Ontheffing herbeplanting op andere grond

1. Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen voor herbeplanting op andere grond als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, als:

a. de te vellen of teniet gegane houtopstand wordt vervangen door heide, schraalland, een poel of een biotoop voor bijzondere planten of dieren;

b. de te vellen of teniet gegane houtopstand gelegen is in een boskern, bestaand uit een aaneengesloten complex van houtopstanden met oppervlakte van ten minste vijf hectare, en de herbeplanting op andere grond een uitbreiding van diezelfde boskern of een elders gelegen boskern van die omvang tot stand brengt;

c. de houtopstand geveld wordt of teniet gaat ter uitvoering van een ruimtelijke ingreep in overeenstemming met een onherroepelijk bestemmingsplan, of

d. de herbeplanting op andere grond een gunstigere invloed heeft op het landschap dan herbeplanting op dezelfde grond.

2. Gedeputeerde Staten verlenen geen ontheffing als:

[…]

f. de gevelde of teniet gegane houtopstand een landschapselement betreft of een andere kleine houtopstand met een belangrijke ecologische of landschappelijke functie;

[…]"

Planregels bestemmingsplan "Energietransitie servicestation en appartementencomplex"

Artikel 3.5

"Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing

a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gebouwen overeenkomstig de ter plaatse geldende bestemming, zonder de aanleg en instandhouding van de inrichtingsmaatregelen conform het in bijlage 1 opgenomen landschappelijk inrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.

b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen gebouwen overeenkomstig de bestemming worden gebruikt onder de voorwaarden dat:

1. binnen 2 jaar na onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouw voor de realisatie van bebouwing uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de inrichtingsmaatregelen conform het in bijlage 1 opgenomen landschappelijk inrichtingsplan;

c. Een omgevingsvergunning voor het hoofdgebouw kan uitsluitend worden verleend indien het hoofdgebouw wordt voorzien van een natuurlijk groendak, dat in stand wordt gehouden".

Artikel 6.1, aanhef en onder d

"De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

[…]

d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - lichtwerende voorziening': een lichtwerende voorziening;

[…]."

Persaankondiging

Bestemmingsplan nieuw tankstation en appartementencomplex in Brummen

Uitspraak over het bestemmingsplan ‘Energietransitie Servicestation en appartementencomplex’ dat de gemeenteraad van Brummen heeft vastgesteld. Op de hoek van de Zutphensestraat en de G.K. van Hoogendorpstraat in Brummen staan een tankstation en een garagebedrijf. De eigenaar wil het tankstation en het garagebedrijf sluiten en een nieuw tankstation starten aan de Kwazenboschweg bij de rotonde N345/N348. Dit bestemmingsplan maakt de verplaatsing mogelijk. Op de plek van het oude tankstation maakt het plan de bouw van een appartementencomplex met veertien woningen mogelijk. Stichting Hogenenk, Stichting Het Anker en VOF De Meander hebben gezamenlijk tegen het bestemmingsplan beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland is het ook niet eens met het bestemmingsplan. Volgens hen is de behoefte aan een nieuw tankstation niet goed gemotiveerd. Ook vinden zij dat het tankstation de bestaande natuur- en landschappelijke waarden in het gebied aantast. Ook zouden de verkeerseffecten van het plan niet goed onderzocht zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 8 juli 2026 op zitting behandeld.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon