Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202406037/3/A3

Uitspraak 202406037/3/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5334
Datum uitspraak
29 november 2024
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 december 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken besloten het verzoek van [verzoeker] op grond van de Wet open overheid niet in behandeling te nemen. Met het verzoek wil [verzoeker] bereiken dat de door de rechtbank opgelegde dwangsom van € 1,- per dag dat de minister de termijn van zes weken overschrijdt, met een maximum van € 100,-, wordt verhoogd. Naar aanleiding van dit verzoek heeft de voorzieningenrechter [verzoeker] verzocht mede te delen wat het spoedeisend belang, als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb bij het verzoek is. [verzoeker] heeft in zijn reactie van 7 oktober 2024 medegedeeld dat het spoedeisend belang is uitgelegd in het verzoek om voorlopige voorziening.
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202406037/3/A3.
Datum uitspraak: 29 november 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht(hierna: de Awb)) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend in [woonplaats],

verzoeker,

tegen de uitspraak van rechtbank Den Haag van 12 september 2024 in zaak nr. 24/5480 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

de minister van Buitenlandse Zaken.

Procesverloop

Bij besluit van 19 december 2023 heeft de minister besloten het verzoek van [verzoeker] op grond van de Wet open overheid (hierna: Woo) niet in behandeling te nemen.

Tegen dat besluit heeft [verzoeker] op 29 januari 2024 bezwaar gemaakt. Vervolgens heeft [verzoeker] op 23 mei 2024 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit.

Bij uitspraak van 12 september 2024 heeft de rechtbank het door [verzoeker] ingestelde beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen om binnen zes weken na de uitspraak een besluit te nemen op het bezwaar van [verzoeker]. Als de minister dat niet doet, moet hij per dag dat hij de termijn van zes weken overschrijdt een dwangsom van € 1,- betalen met een maximum van € 100,-.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld.

Ook heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoeker] heeft nadere stukken ingediend

Overwegingen

1.       De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

2.       Met het verzoek wil [verzoeker] bereiken dat de door de rechtbank opgelegde dwangsom van € 1,- per dag dat de minister de termijn van zes weken overschrijdt, met een maximum van € 100,-, wordt verhoogd. Naar aanleiding van dit verzoek heeft de voorzieningenrechter [verzoeker] verzocht mede te delen wat het spoedeisend belang, als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb bij het verzoek is. [verzoeker] heeft in zijn reactie van 7 oktober 2024 medegedeeld dat het spoedeisend belang is uitgelegd in het verzoek om voorlopige voorziening.

3.       In wat [verzoeker] heeft aangevoerd ziet de voorzieningenrechter geen reden om spoedeisend belang aan te nemen. Er is dan ook geen rechtvaardiging voor het treffen van een voorlopige voorziening.

4.       Het verzoek moet als kennelijk ongegrond worden afgewezen.

5.       De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.R. Renkema, griffier.

w.g. Daalder
voorzieningenrechter

w.g. Renkema
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 november 2024

1071


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon