Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.355
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202206211/2/R2

Bij besluit van 5 juli 2022 heeft de raad van de gemeente Deurne het bestemmingsplan "Herstelbestemmingsplan buitengebied Deurne 2021" vastgesteld. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaar van het perceel [locatie 1] en [locatie 2] in Deurne. Het perceel heeft een agrarische bestemming die een intensieve veehouderij mogelijk maakt. Ook is een loonwerkbedrijf tot een maximum van 1000 m2 toegestaan. Omdat van de uitoefening van een intensieve veehouderij geen sprake meer is, hebben [appellant A] en [appellant B] een verzoek ingediend voor een wijziging van de bestemming. Daarnaast hebben zij verzocht om het in stand laten van hun persoonsgebonden vergunning voor bewoning van de bedrijfswoning. Het plan voorziet in de verwerking van het geactualiseerde beleid op gebied van ruimtelijke ordening en in herstel van een aantal omissies. Bij de vaststelling van het plan heeft de raad geen rekening gehouden met het verzoek van [appellant A] en [appellant B]. Daarom kunnen zij zich niet vinden in het deel van het bestemmingsplan dat een regeling geeft voor hun perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4760
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202206211/2/R2

202206783/1/A2

Bij besluit van 12 augustus 2020 heeft de raad de aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand verleend door [rechtsbijstandverlener] afgewezen. Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad aangegeven de toevoeging alsnog - uit coulance - af te geven en bepaald dat het in beroep betaalde griffierecht door de raad wordt vergoed. De raad heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het hoger beroep van [appellant] op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk is, omdat hij geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. [appellant] heeft hierop desgevraagd laten weten dat hij het hoger beroep intrekt onder de voorwaarde dat zijn verzoek om vergoeding van de overige proceskosten ook wordt ingewilligd. Aan deze voorwaarde heeft de raad niet voldaan. De raad heeft zich in voornoemd besluit van 26 september 2024 op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voor vergoeding van de overige proceskosten in aanmerking komt, omdat [rechtsbijstandverlener] alleen voor zichzelf beroep heeft ingesteld en er dus geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4719
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206783/1/A2

202206784/1/A2

Bij besluit van 28 december 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand verleend door [rechtsbijstandverlener] afgewezen. Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad aangegeven de toevoeging alsnog - uit coulance - af te geven en bepaald dat het in beroep betaalde griffierecht door de raad wordt vergoed. De raad heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het hoger beroep van [appellant] op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk is, omdat hij geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. [appellant] heeft hierop desgevraagd laten weten dat hij het hoger beroep intrekt onder de voorwaarde dat zijn verzoek om vergoeding van de overige proceskosten ook wordt ingewilligd. Aan deze voorwaarde heeft de raad niet voldaan. De raad heeft zich in voornoemd besluit van 26 september 2024 op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voor vergoeding van de overige proceskosten in aanmerking komt, omdat [rechtsbijstandverlener] alleen voor zichzelf beroep heeft ingesteld en er dus geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4724
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206784/1/A2

202206785/1/A2

Bij besluit van 28 december 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand verleend door [rechtsbijstandverlener] afgewezen. Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad aangegeven de toevoeging alsnog - uit coulance - af te geven en bepaald dat het in beroep betaalde griffierecht door de raad wordt vergoed. De raad heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het hoger beroep van [appellant] op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk is, omdat hij geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. [appellant] heeft hierop desgevraagd laten weten dat hij het hoger beroep intrekt onder de voorwaarde dat zijn verzoek om vergoeding van de overige proceskosten ook wordt ingewilligd. Aan deze voorwaarde heeft de raad niet voldaan. De raad heeft zich in voornoemd besluit van 26 september 2024 op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voor vergoeding van de overige proceskosten in aanmerking komt, omdat [rechtsbijstandverlener] alleen voor zichzelf beroep heeft ingesteld en er dus geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4718
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206785/1/A2

202206787/1/A2

Bij besluit van 28 december 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand verleend door [rechtsbijstandverlener] afgewezen. Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad aangegeven de toevoeging alsnog - uit coulance - af te geven en bepaald dat het in beroep betaalde griffierecht door de raad wordt vergoed. De raad heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het hoger beroep van [appellant] op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk is, omdat hij geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. [appellant] heeft hierop desgevraagd laten weten dat hij het hoger beroep intrekt onder de voorwaarde dat zijn verzoek om vergoeding van de overige proceskosten ook wordt ingewilligd. Aan deze voorwaarde heeft de raad niet voldaan. De raad heeft zich in voornoemd besluit van 26 september 2024 op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voor vergoeding van de overige proceskosten in aanmerking komt, omdat [rechtsbijstandverlener] alleen voor zichzelf beroep heeft ingesteld en er dus geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4722
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206787/1/A2

202206788/1/A2

Bij besluit van 12 augustus 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand verleend door [rechtsbijstandverlener] afgewezen. Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad aangegeven de toevoeging alsnog - uit coulance - af te geven en bepaald dat het in beroep betaalde griffierecht door de raad wordt vergoed. De raad heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het hoger beroep van [appellant] op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk is, omdat hij geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. [appellant] heeft hierop desgevraagd laten weten dat hij het hoger beroep intrekt onder de voorwaarde dat zijn verzoek om vergoeding van de overige proceskosten ook wordt ingewilligd. Aan deze voorwaarde heeft de raad niet voldaan. De raad heeft zich in voornoemd besluit van 26 september 2024 op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voor vergoeding van de overige proceskosten in aanmerking komt, omdat [rechtsbijstandverlener] alleen voor zichzelf beroep heeft ingesteld en er dus geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4720
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206788/1/A2

202206793/1/A2

Bij besluit van 28 december 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand verleend door [rechtsbijstandverlener] afgewezen.Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad aangegeven de toevoeging alsnog - uit coulance - af te geven en bepaald dat het in beroep betaalde griffierecht door de raad wordt vergoed. De raad heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het hoger beroep van [appellant] op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk is, omdat hij geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. [appellant] heeft hierop desgevraagd laten weten dat hij het hoger beroep intrekt onder de voorwaarde dat zijn verzoek om vergoeding van de overige proceskosten ook wordt ingewilligd. Aan deze voorwaarde heeft de raad niet voldaan. De raad heeft zich in voornoemd besluit van 26 september 2024 op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voor vergoeding van de overige proceskosten in aanmerking komt, omdat [rechtsbijstandverlener] alleen voor zichzelf beroep heeft ingesteld en er dus geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4721
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206793/1/A2

202206934/1/R3

Bij besluit van 23 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer aan Stichting Torenstad Vastgoed B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het intern verbouwen van een bestaand kantoorgebouw aan de [locatie 1] in Deventer ten behoeve van een zorgfunctie. Bij besluit van 7 juli 2021 heeft het college de onder meer door [appellant] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Stichting IrisZorg heeft in Deventer verschillende vestigingen voor de zorg/opvang van personen met psychiatrische- en verslavingsproblematiek. Zij had het voornemen om het kantoorgebouw aan de [locatie 1] in Deventer te gaan gebruiken voor de opvang van personen met psychische/psychosociale problemen. Deze opvang vond eerst ergens anders in Deventer plaats. Het gaat om een zorgconcept dat bestaat uit een vorm van beschermd wonen. Om het pand hiervoor geschikt te maken en 25 wooneenheden met gemeenschappelijke voorzieningen te realiseren, zijn interne verbouwingen nodig. Stichting Torenstad Vastgoed heeft daarvoor bij het college een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen aangevraagd. Het college heeft deze omgevingsvergunning als is bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, verleend. Volgens het college zijn het bouwplan en het beoogde gebruik in overeenstemming met de geldende bestemming/functie "Maatschappelijk" van het bestemmingsplan "Chw-bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel B" (hierna: Chw-bestemmingsplan) voor het perceel [locatie 1]. In het besluit op bezwaar van 7 juli 2021 is het college daarbij gebleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4738
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206934/1/R3

202206999/1/A2

Bij besluit van 30 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van de Stichting om een onttrekkingsvergunning afgewezen. Op 23 januari 2015 is de Stichting eigenaar van het gehele pand aan de Keizerstraat 340 te Den Haag geworden. Het college heeft aan de Stichting een splitsingsvergunning verleend. In de loop van 2015 heeft de Stichting het pand laten verbouwen en opgesplitst in twee appartementen om die te gaan verhuren. Het appartement op de tweede verdieping - de voormalige zolder - heeft toen als huisnummer 340-A gekregen. Het appartement behoort het middensegment. In het ten tijde van de besluitvorming geldende bestemmingsplan Scheveningen Dorp is aan het gehele pand de bestemming "Gemengd I" toegekend, wat betekent dat ter plaatse onder meer het gebruik als ‘wonen’ en ‘hotel’ zijn toegestaan. Na de verbouwing hebben in de periode van 8 februari 2016 tot 1 september 2016 vier personen op het adres Keizerstraat 340-A ingeschreven gestaan in de Basisregistratie personen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4741
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202206999/1/A2

202207194/1/A3

Bij besluit van 13 juli 2020 heeft de korpschef van politie een verzoek van [appellant] op grond van artikel 28 van de Wet politiegegevens om rectificatie, verwijdering dan wel vernietiging van gegevens uit de Basisvoorziening Handhaving afgewezen. De BVH is een registratiesysteem dat wordt gebruikt door de politie. In het systeem kunnen politiemedewerkers incidenten registreren, aangiftes opnemen en strafdossiers opmaken. [appellant] heeft verzocht om rectificatie, verwijdering dan wel vernietiging van twee registraties in de BVH. De eerste registratie, uit 2015, ziet op een melding van de Nederlandse Spoorwegen dat [appellant] staande was gehouden omdat hij geen geldig vervoersbewijs had. Bij controle van zijn identiteit door de politie bleek hij geen legitimatiebewijs te kunnen tonen. Daarop is [appellant] aangehouden en aangemerkt als verdachte van het niet voldoen aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden. De tweede registratie, uit 2017, ziet op een melding door een derde van een verdachte situatie. [appellant] is naar aanleiding van deze melding staande gehouden omdat hij voldeed aan het signalement.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4765
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202207194/1/A3
vorige pagina1...930931932...12.536volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon