Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.338
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202204706/1/A2

Bij besluit van 15 januari 2019, aangepast bij besluit van 31 januari 2019, (hierna samen: het besluit van 15 januari 2019) heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], voor zover hier van belang, met een dwangsom van € 5.000,00 gelast om het met de Huisvestingswet 2014 strijdige gebruik van de etage [locatie 1] te Den Haag voor 1 april 2019 te beëindigen en beëindigd te houden. De etage [locatie 1] betreft de tweede verdieping van het voormalige pand [locatie 2] (hierna: het voormalige pand). Het voormalige pand is sinds 21 januari 1999 in eigendom van [appellant sub 2B]. [appellant sub 2A] is mede-eigenaar sinds 14 november 2011. Bij besluit van 20 januari 2016 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van het voormalige pand in drie zelfstandige woningen, met nrs. [locatie 2], [locatie 3] en [locatie 1]. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] hebben de etage verhuurd aan BizStay B.V., die de etage sinds eind 2016 verhuurt aan derden voor kortdurend verblijf, ook wel short stay genoemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4575
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204706/1/A2

202205683/1/R1

Bij besluit van 27 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht geweigerd aan [wederpartij] omgevingsvergunning te verlenen voor het maken van een muurdoorbraak tussen de woning op het adres [locatie 1] en het pakhuis op het adres [locatie 2] in Utrecht en een verplaatsing van de tuindeur in de tuinmuur naast het pakhuis. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak overwogen dat de door [wederpartij] aangevraagde muurdoorbraak tussen de woning en het pakhuis niet in strijd is met het bestemmingsplan en dat, nu niet is gebleken van andere weigeringsgronden, betekent dat het college op grond van het bepaalde in artikel 2.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de omgevingsvergunning niet had mogen weigeren. De rechtbank heeft voorts overwogen dat bij de aanvraag voor een vergunning voor de doorbraak en voor de verplaatsing van de tuinmuur geen sprake was van weigeringsgronden en daarmee sprake was van een gebonden beschikking. Het college had de vergunning volgens de rechtbank binnen de daarvoor geldende wettelijke termijn moeten verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4728
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205683/1/R1

202205947/1/R3

Bij besluit van 7 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghouder] voor het realiseren van appartementen in de watertoren gelegen aan de [locatie] in Moordrecht. De watertoren is een rijksmonument, waarin vóór de aanvraag van [vergunninghouder] om een omgevingsvergunning al een appartement aanwezig was. [vergunninghouder] is ontwikkelaar, en heeft op 17 mei 2018 een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor het toevoegen van twee appartementen in de watertoren en het bouwen van een noodtrap aan de achtergevel aan de buitenkant van de watertoren. Deze bouwplannen zijn strijdig met de toentertijd geldende beheersverordening "Moordrecht", vastgesteld op 6 maart 2018, omdat deze ter plaatse van de watertoren slechts één vrijstaand appartement toestaat en omdat de noodtrap buiten het aangegeven bouwvlak valt. Het college is met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo van deze beheersverordening afgeweken. [appellant] en anderen wonen in de buurt van de watertoren en zijn het oneens met het besluit om voor dit bouwplan een omgevingsvergunning te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4713
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205947/1/R3

202206211/2/R2

Bij besluit van 5 juli 2022 heeft de raad van de gemeente Deurne het bestemmingsplan "Herstelbestemmingsplan buitengebied Deurne 2021" vastgesteld. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaar van het perceel [locatie 1] en [locatie 2] in Deurne. Het perceel heeft een agrarische bestemming die een intensieve veehouderij mogelijk maakt. Ook is een loonwerkbedrijf tot een maximum van 1000 m2 toegestaan. Omdat van de uitoefening van een intensieve veehouderij geen sprake meer is, hebben [appellant A] en [appellant B] een verzoek ingediend voor een wijziging van de bestemming. Daarnaast hebben zij verzocht om het in stand laten van hun persoonsgebonden vergunning voor bewoning van de bedrijfswoning. Het plan voorziet in de verwerking van het geactualiseerde beleid op gebied van ruimtelijke ordening en in herstel van een aantal omissies. Bij de vaststelling van het plan heeft de raad geen rekening gehouden met het verzoek van [appellant A] en [appellant B]. Daarom kunnen zij zich niet vinden in het deel van het bestemmingsplan dat een regeling geeft voor hun perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4760
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202206211/2/R2

202206783/1/A2

Bij besluit van 12 augustus 2020 heeft de raad de aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand verleend door [rechtsbijstandverlener] afgewezen. Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad aangegeven de toevoeging alsnog - uit coulance - af te geven en bepaald dat het in beroep betaalde griffierecht door de raad wordt vergoed. De raad heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het hoger beroep van [appellant] op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk is, omdat hij geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. [appellant] heeft hierop desgevraagd laten weten dat hij het hoger beroep intrekt onder de voorwaarde dat zijn verzoek om vergoeding van de overige proceskosten ook wordt ingewilligd. Aan deze voorwaarde heeft de raad niet voldaan. De raad heeft zich in voornoemd besluit van 26 september 2024 op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voor vergoeding van de overige proceskosten in aanmerking komt, omdat [rechtsbijstandverlener] alleen voor zichzelf beroep heeft ingesteld en er dus geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4719
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206783/1/A2

202206784/1/A2

Bij besluit van 28 december 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand verleend door [rechtsbijstandverlener] afgewezen. Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad aangegeven de toevoeging alsnog - uit coulance - af te geven en bepaald dat het in beroep betaalde griffierecht door de raad wordt vergoed. De raad heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het hoger beroep van [appellant] op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk is, omdat hij geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. [appellant] heeft hierop desgevraagd laten weten dat hij het hoger beroep intrekt onder de voorwaarde dat zijn verzoek om vergoeding van de overige proceskosten ook wordt ingewilligd. Aan deze voorwaarde heeft de raad niet voldaan. De raad heeft zich in voornoemd besluit van 26 september 2024 op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voor vergoeding van de overige proceskosten in aanmerking komt, omdat [rechtsbijstandverlener] alleen voor zichzelf beroep heeft ingesteld en er dus geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4724
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206784/1/A2

202206785/1/A2

Bij besluit van 28 december 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand verleend door [rechtsbijstandverlener] afgewezen. Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad aangegeven de toevoeging alsnog - uit coulance - af te geven en bepaald dat het in beroep betaalde griffierecht door de raad wordt vergoed. De raad heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het hoger beroep van [appellant] op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk is, omdat hij geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. [appellant] heeft hierop desgevraagd laten weten dat hij het hoger beroep intrekt onder de voorwaarde dat zijn verzoek om vergoeding van de overige proceskosten ook wordt ingewilligd. Aan deze voorwaarde heeft de raad niet voldaan. De raad heeft zich in voornoemd besluit van 26 september 2024 op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voor vergoeding van de overige proceskosten in aanmerking komt, omdat [rechtsbijstandverlener] alleen voor zichzelf beroep heeft ingesteld en er dus geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4718
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206785/1/A2

202206787/1/A2

Bij besluit van 28 december 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand verleend door [rechtsbijstandverlener] afgewezen. Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad aangegeven de toevoeging alsnog - uit coulance - af te geven en bepaald dat het in beroep betaalde griffierecht door de raad wordt vergoed. De raad heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het hoger beroep van [appellant] op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk is, omdat hij geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. [appellant] heeft hierop desgevraagd laten weten dat hij het hoger beroep intrekt onder de voorwaarde dat zijn verzoek om vergoeding van de overige proceskosten ook wordt ingewilligd. Aan deze voorwaarde heeft de raad niet voldaan. De raad heeft zich in voornoemd besluit van 26 september 2024 op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voor vergoeding van de overige proceskosten in aanmerking komt, omdat [rechtsbijstandverlener] alleen voor zichzelf beroep heeft ingesteld en er dus geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4722
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206787/1/A2

202206788/1/A2

Bij besluit van 12 augustus 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand verleend door [rechtsbijstandverlener] afgewezen. Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad aangegeven de toevoeging alsnog - uit coulance - af te geven en bepaald dat het in beroep betaalde griffierecht door de raad wordt vergoed. De raad heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het hoger beroep van [appellant] op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk is, omdat hij geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. [appellant] heeft hierop desgevraagd laten weten dat hij het hoger beroep intrekt onder de voorwaarde dat zijn verzoek om vergoeding van de overige proceskosten ook wordt ingewilligd. Aan deze voorwaarde heeft de raad niet voldaan. De raad heeft zich in voornoemd besluit van 26 september 2024 op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voor vergoeding van de overige proceskosten in aanmerking komt, omdat [rechtsbijstandverlener] alleen voor zichzelf beroep heeft ingesteld en er dus geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4720
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206788/1/A2

202206793/1/A2

Bij besluit van 28 december 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand verleend door [rechtsbijstandverlener] afgewezen.Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad aangegeven de toevoeging alsnog - uit coulance - af te geven en bepaald dat het in beroep betaalde griffierecht door de raad wordt vergoed. De raad heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het hoger beroep van [appellant] op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk is, omdat hij geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. [appellant] heeft hierop desgevraagd laten weten dat hij het hoger beroep intrekt onder de voorwaarde dat zijn verzoek om vergoeding van de overige proceskosten ook wordt ingewilligd. Aan deze voorwaarde heeft de raad niet voldaan. De raad heeft zich in voornoemd besluit van 26 september 2024 op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voor vergoeding van de overige proceskosten in aanmerking komt, omdat [rechtsbijstandverlener] alleen voor zichzelf beroep heeft ingesteld en er dus geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4721
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206793/1/A2
vorige pagina1...928929930...12.534volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon