Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 118.038
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202501676/1/A2

Bij besluit van 5 juli 2021 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] meegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie over de jaren 2007 tot en met 2012. [appellante] heeft zich op 6 februari 2020 gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De Dienst Toeslagen heeft dit verzoek voorgelegd aan de Commissie van Wijzen (CvW). De CvW is in haar advies van 6 april 2021 tot de conclusie gekomen dat in de jaren 2007 tot en met 2012 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid. In de periode vanaf het jaar 2007 tot aan de stopzetting van de kinderopvangtoeslag per 16 september 2010 hebben slechts reguliere correcties plaatsgevonden en voor de periode na 26 september 2010 is er geen kinderopvangtoeslag meer aangevraagd. De Dienst Toeslagen heeft onder verwijzing naar dit advies het verzoek om compensatie van [appellante] afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2293
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202501676/1/A2

202501770/1/V6

Bij besluit van 15 januari 2024 heeft de minister van Werk en Participatie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een aanvraag van [appellant] om ontheffing van de inburgeringsplicht afgewezen. [appellant] is een 47-jarige vrouw uit Marokko. Zij heeft wegens haar medische en psychische problematiek om ontheffing van de inburgeringsplicht gevraagd. [appellant] heeft psychische klachten, waardoor zij niet tegen druk, stress, spanning en lawaai kan. [appellant] heeft daarnaast een verminderd concentratievermogen en kan niet goed slapen. De minister heeft de aanvraag van [appellant] afgewezen, omdat zij volgens het medisch advies van Argonaut van 20 december 2023 (het medisch advies) niet uitbehandeld is voor haar psychische klachten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2272
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202501770/1/V6

202501806/1/A2

De burgemeester van Den Haag heeft een handhavingsverzoek van een exploitant van een seksbedrijf in Den Haag tegen exploitanten van twee sekswebsites terecht afgewezen. De exploitant van het seksbedrijf had de burgemeester gevraagd om handhavend op te treden tegen de exploitanten van de sekswebsites omdat via die weg sekswerkers de mogelijkheid zouden hebben om te adverteren voor hun diensten, zonder dat de exploitanten van de websites daarvoor een vergunning hebben. Daarmee zouden zij in strijd handelen met de Algemeen Plaatselijke Verordening van de gemeente, aldus de exploitant. Die eist namelijk dat seksbedrijven over een APV-vergunning beschikken. Volgens de burgemeester zijn de exploitanten van de websites niet aan te merken als een seksbedrijf en overtreden zij de APV dus niet. Daarom heeft hij het handhavingsverzoek afgewezen. In de APV van Den Haag staat dat een seksbedrijf een vergunning moet hebben. Centrale vraag in deze zaak was of de sekswebsites zijn aan te merken als seksbedrijf. De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat dit niet het geval is. De APV geeft een uitgebreide uitleg wat onder een seksbedrijf moet worden verstaan. Hieruit valt naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak niet af te leiden dat de gemeente Den Haag heeft beoogd om ook de exploitatie van sekswebsites onder het begrip ‘seksbedrijf’ te brengen. Zij noemt daarvoor in de uitspraak meerdere redenen. Een daarvan is dat er diverse vergunningsvoorschriften in de APV staan, zoals sluitingstijden en hygiënemaatregelen, die expliciet zijn toegesneden op fysieke locaties. Net als eerder de rechtbank Den Haag komt de Afdeling bestuursrechtspraak dus tot de conclusie dat de burgemeester het handhavingsverzoek terecht heeft afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2250
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202501806/1/A2

202502078/1/V6

Bij besluit van 15 december 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [wederpartij] een boete opgelegd van € 12.000,00 wegens een overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en besloten tot openbaarmaking van de inspectiegegevens. In het op ambtsbelofte opgemaakte boeterapport van 14 september 2023, met kenmerk 2246690/03, staat het volgende. Op 14 december 2022 heeft [wederpartij] bij de Nederlandse Arbeidsinspectie gemeld dat zij [persoon A], een persoon met de Angolese nationaliteit, zonder tewerkstellingsvergunning heeft laten werken bij [bedrijf A]. [persoon A] had ook geen gecombineerde vergunning voor deze werkzaamheden. [persoon A] heeft van 14 november 2022 tot en met 11 december 2022 gewerkt. De arbeidsinspecteurs hebben [wederpartij] in de werkgeversketen aangemerkt als uitlener en [bedrijf A] als inlener. Dit betekent dat [wederpartij] artikel 2, eerste lid, van de Wav heeft overtreden. Bij het opleggen van de boete is de minister uitgegaan van normale verwijtbaarheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2267
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202502078/1/V6

202502086/1/V6

Bij besluit van 17 augustus 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [wederpartij] een boete opgelegd van € 40.000,00 wegens vijf overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid Vreemdelingen (Wav) en besloten tot openbaarmaking van de inspectiegegevens. In het op ambtsbelofte opgemaakte boeterapport van 23 maart 2023, met kenmerk 2201967/03, staat het volgende. Op 8, 9 en 10 februari 2022 heeft [wederpartij] bij de Nederlandse Arbeidsinspectie gemeld dat zij vijf personen heeft laten werken bij vier inleners zonder dat zij over de vereiste tewerkstellingsvergunningen beschikte. Ook hadden de betrokkenen geen gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2266
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202502086/1/V6

202502185/1/A2

Bij besluit van 9 november 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aanvraag van [appellante] om overname van haar schulden bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (het UWV), [gerechtsdeurwaarders] en Intrum Nederland afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht). [appellante] is erkend gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft verzocht om overname van drie schulden. De eerste is een schuld bij het UWV van € 131.872,58; de tweede een schuld bij [bedrijf] van € 158.602,60; de derde een schuld bij Intrum Nederland van € 3.519,67. Het geschil in hoger beroep gaat nog alleen over de schuld bij Intrum Nederland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2264
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502185/1/A2

202502230/1/R2

Bij besluit van 9 juli 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland de aanvraag van de maatschap voor een vergunning op grond van artikel 2.7, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb) afgewezen. De maatschap exploiteert een veehouderij met kaasmakerij aan de [locatie] in Zoeterwoude. Voor het bedrijf is op 24 oktober 1995 een vergunning op grond van de Wet milieubeheer (milieuvergunning) verleend voor het houden van 72 melk- en kalfkoeien, 35 stuks vrouwelijk jongvee, 180 vleesvarkens en 20 kippen. Daarna is op 7 oktober 2009 een milieuvergunning verleend voor het houden van 204 melk- en kalfkoeien, 81 stuks vrouwelijk jongvee en 1.152 vleesvarkens en 20 schapen. De maatschap heeft voor deze bedrijfssituatie ook een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 aangevraagd. Het college heeft die aanvraag op 24 mei 2011 afgewezen, omdat er voor de aangevraagde situatie geen natuurvergunning nodig was (de positieve weigering). De maatschap heeft vervolgens de uitbreiding van de melkveestapel gerealiseerd. De uitbreiding van het aantal vleesvarkens heeft niet plaatsgevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2258
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202502230/1/R2

202502316/7/R4

Bij uitspraak van 13 november 2025, in zaak nr. 202502316/6/R4, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het beroep van de coöperatie tegen het besluit van 20 februari 2025 van de minister van Defensie en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening tot vaststelling van het inpassingsplan "Radar Herwijnen" ongegrond verklaard. Een beroep kan alleen zonder zitting ongegrond worden verklaard als dat ‘kennelijk’ het geval is (artikel 8:54 van de Awb). Die term ‘kennelijk’ betekent dat er geen twijfel mogelijk is over de uitkomst van het beroep. Als tegen zo’n ‘kennelijk’-uitspraak verzet wordt ingesteld, moet de rechter die op dat verzet beslist beoordelen: (a) of terecht is geoordeeld dat het beroep ongegrond is en (b) of daar geen twijfel over mogelijk is. Daarbij neemt de rechter alle argumenten van de indiener mee die te maken hebben met de redenen waarom het beroep ongegrond is. Dat kunnen ook nieuwe feiten of nieuwe argumenten zijn die daar over gaan. In haar uitspraak van 13 november 2025 heeft de Afdeling geoordeeld dat de coöperatie geen belanghebbende is bij de vaststelling van het inpassingsplan. Omdat zij een zienswijze heeft ingediend, kan zij wel beroep instellen tegen het inpassingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2330
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Verzet
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202502316/7/R4

202502343/1/A3

Bij besluit van 31 maart 2023 heeft de burgemeester van Maastricht de woning aan [locatie] voor drie maanden gesloten. [appellant] woonde aan [locatie] in Maastricht. Naar aanleiding van een verklaring van een persoon die in de buurt was aangehouden heeft de politie zijn woning doorzocht. Daarvan heeft de politie een bestuurlijke rapportage opgesteld. Daarin staat dat de politie 1596 gram hennep en hash in de woning heeft aangetroffen. Verder is er een vuurwapen aangetroffen. Op basis van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester bij besluit van 31 maart 2023 op grond van artikel 13b van de Opiumwet gelast de woning voor drie maanden te sluiten. Bij besluit van 17 juli 2023 heeft de burgemeester het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. Daartegen heeft [appellant] beroep ingesteld. Bij uitspraak van 17 augustus 2023 heeft de voorzieningenrechter het verzoek van [appellant] om een voorlopige voorziening afgewezen. Vervolgens is de woning van [appellant] gesloten voor de duur van drie maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2256
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202502343/1/A3

202503013/1/A2

Bij besluit van 15 april 2022 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd om [appellant] op grond van de Catshuisregeling een compensatie van € 30.000,00 toe te kennen. [appellant] heeft zich gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en heeft een verzoek om herbeoordeling van kinderopvangtoeslag gedaan. Naar aanleiding van dat verzoek heeft de Dienst Toeslagen onderzocht of in het kader van de zogenoemde lichte toets aanleiding bestaat om [appellant] het forfaitaire bedrag van € 30.000,00, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van de Wet hersteloperatie Toeslagen (Wht), toe te kennen. Ingevolge die bepaling kent de Dienst Toeslagen dat forfaitaire bedrag toe aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor een herstelmaatregel en daarvoor vóór 1 januari 2024 een aanvraag heeft ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2255
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503013/1/A2
vorige pagina1...136137138...11.804volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon