Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.355
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202305505/1/R1

Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen heeft omgevingsvergunning verleend voor de bouw van het Grand Hotel Britannia dat voorziet in 205 hotelkamers en hotelappartementen met bijbehorende voorzieningen zoals restaurants, wellness- en fitnessruimten alsmede parkeervoorzieningen op de locatie Boulevard Evertsen 244 in Vlissingen. [appellant] woont in de nabijheid van het te bouwen hotel en vreest onder meer verkeer-, parkeer- en windhinder, alsmede een afname van de bezonning van zijn woning en tuin, als gevolg daarvan. Het bouwplan betreft de herontwikkeling van het voormalige Grand Hotel Britannia. Het bouwplan is in strijd met de ter plaatse geldende bestemmingsplannen "Boulevard, 5e herziening" en "Boulevard, 8e herziening". De strijd met de bestemmingsplannen ziet op de bouwhoogte, het plaatsen en realiseren van (verplaatsbare) schermen tot een hoogte van 3 meter aan de voorgevel aan de zijde van de Boulevard, het bouwen van een parkeergarage boven het peil van 7.70 meter + N.A.P. tot maximaal 9 meter + NAP en het realiseren van balkons (aan de voorzijde en achterzijde) voor zover geprojecteerd boven gronden met de bestemming 'Verkeersdoeleinden - Verblijfsgebied'.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2857
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305505/1/R1

202307119/1/A3

Bij besluit van 30 april 2023 heeft de burgemeester van Zwolle aan [appellant] een huisverbod opgelegd voor de duur van tien dagen. In de nacht van 29 op 30 april 2023 is de politie twee keer op het woonadres van [appellant] en zijn vrouw geweest. Het eerste contact kwam voort uit de melding van de broer van de vrouw, die met de vrouw aan het videobellen was en geconfronteerd werd met het feit dat zijn zus tijdens het gesprek geslagen werd door haar man, waarna de verbinding werd verbroken en er geen contact meer met de vrouw te krijgen was. Op het moment dat de politie verscheen heeft de vrouw erkend door de man geslagen te zijn. Veel huisraad was ook vernield, in de woonkamer zaten gaten in de muur en de vrouw had verwondingen aan haar bovenbeen. Later in de nacht is de politie teruggekeerd naar aanleiding van een melding van de vrouw dat de man haar had bedreigd met een mes. Daarop is de man aangehouden voor bedreiging omdat er nog vier kinderen in de woning aanwezig waren. De burgemeester van Zwolle heeft [appellant] een huisverbod opgelegd op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2860
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202307119/1/A3

202307778/1/A2

Bij besluit van 18 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aan de VvE bij besluit van 27 mei 2019 opgelegde last onder dwangsom gewijzigd. In geschil is of de rechtbank terecht geen aanleiding heeft gezien voor een vergoeding voor de kosten van het bezwaar, het beroep en het verzoek om schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank heeft overwogen dat het college terecht de door de VvE in verband met de behandeling van het bezwaar gemaakte kosten niet heeft vergoed, omdat Dielbandhoesing - gemachtigde van de VvE - lid is van de VvE en hij dus zijn eigen belangen heeft behartigd, zodat geen sprake is van door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om het college te veroordelen in de kosten die de VvE heeft gemaakt in verband met de behandeling van het beroep en het verzoek om schadevergoeding vanwege de overschrijding van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2832
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202307778/1/A2

202400078/1/A2

Bij besluit van 9 september 2022 heeft de minister geweigerd een private schuld van [appellante] over te nemen. [appellante] is een gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft verzocht om overname van een openstaande hoofdsom van in totaal € 5.052,48 van twee bij Wehkamp Finance B.V. afgesloten doorlopende kredieten. De minister heeft dit bij het besluit van 9 september 2022, zoals gehandhaafd bij het besluit van 22 februari 2023, geweigerd, omdat de hoofdsom niet voor 1 juni 2021 opeisbaar is. [appellante] betoogt dat de rechtbank het besluit van 22 februari 2023 ten onrechte heeft getoetst aan de Wht in plaats van het Besluit. Doordat artikel 4.1 van de Wht terugwerkende kracht heeft zijn er minder mogelijkheden om rechtsbescherming te vinden. Zo kan de regeling van de overname van private schulden niet meer aan artikel 3:4, tweede lid, en artikel 4:84 van de Awb worden getoetst. In de memorie van toelichting bij de Wht is bovendien niet gemotiveerd waarom artikel 4.1 van de Wht terugwerkende kracht heeft tot en met 29 oktober 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2843
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202400078/1/A2

202400392/1/A3

Bij besluit van 25 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hendrik-Ido-Ambacht de standplaatsvergunning van [appellant] voor de weekmarkt in Hendrik-Ido-Ambacht voor vier marktdagen ingetrokken. Bij een besluit van 18 februari 2015 heeft het college aan [appellant] een standplaatsvergunning verleend voor een marktstandplaats op de weekmarkt in Hendrik-Ido-Ambacht. [appellant] verkoopt vis op deze markt. Het college heeft verschillende keren geconstateerd dat [appellant] zich op de markt heeft laten vervangen door de heer [persoon]. Op 25 november 2021 heeft het college daarom besloten [appellant] een sanctie op te leggen voor het niet persoonlijk innemen van de standplaats. De sanctie strekte tot intrekking van zijn standplaatsvergunning voor de weekmarkt in Hendrik-Ido-Ambacht voor de duur van vier dagen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat artikel 12, eerste en derde lid, van de Marktverordening niet in strijd is met de Dienstenrichtlijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2850
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400392/1/A3

202401722/1/A2

Bij besluit van 4 november 2022 heeft de minister geweigerd een private schuld van [appellante] over te nemen. [appellante] is een gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft verzocht om overname van twee openstaande schulden. De minister heeft dit bij het besluit van 4 november 2022, zoals gehandhaafd bij het besluit van 22 mei 2023, geweigerd, omdat het gaat om informele schulden die niet zijn vastgelegd in een notariële akte en aan deze schulden geen gerechtelijk vonnis ten grondslag ligt. Daarnaast is niet gebleken dat er afspraken zijn gemaakt over de terugbetaling van de leningen, waardoor niet is aangetoond dat sprake is van een opeisbare achterstand op deze leningen, aldus de minister. [appellante] betoogt dat de rechtbank het besluit van 22 mei 2023 aan het Besluit in plaats van aan de Wht had moeten toetsen. Doordat artikel 4.1 van de Wht terugwerkende kracht heeft zijn er minder mogelijkheden om rechtsbescherming te vinden. Zo kan de regeling van de overname van private schulden niet meer aan artikel 3:4, tweede lid, en artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht worden getoetst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2842
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401722/1/A2

202402988/1/A3

Bij besluit van 25 april 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een boete opgelegd van € 16.875,00 omdat zij geen deugdelijke registratie van de arbeids- en rusttijden heeft gevoerd. [appellante] stelt arbeidskrachten beschikbaar aan bedrijven in de bloemenbranche. Na een melding van één van de arbeidskrachten hebben arbeidsinspecteurs onderzoek gedaan. Tijdens hun onderzoek hebben zij aangifte gedaan van mogelijke valsheid in geschrifte. Het Openbaar Ministerie is daarop een strafrechtelijk onderzoek gestart en gegevens van [appellante] gevorderd. Het OM heeft het strafrechtelijke onderzoek gestopt zonder een straf te vorderen. De arbeidsinspecteurs zijn wel verder gegaan en hebben een boeterapport opgesteld. Daarin is vastgesteld dat de registratie van de arbeids- en rusttijden ondeugdelijk is. [appellante] voert aan dat het besluit om de boete op te leggen niet correct tot stand is gekomen. Volgens haar hebben de arbeidsinspecteurs strafrechtelijke onderzoeks- en opsporingsbevoegdheden misbruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2846
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202402988/1/A3

202403386/2/A2

Tijdens de zitting op 10 juni 2025 heeft ME Vereniging Nederland verzocht om wraking van staatsraad mr. J.M. Willems als lid van de Afdeling belast met de behandeling van de zaak nr. 202403386/1/A2. Verzoekster heeft, samengevat, aan haar verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat, als gevolg van de gang van zaken op de zitting van 10 juni 2025, de staatsraad bij haar de indruk heeft gewekt vooringenomen te zijn. Zij betoogt dat de staatsraad onvoldoende aandacht aan de zaak heeft besteed en niet oplossingsgericht heeft gehandeld door de zitting af te ronden, terwijl het geschil volgens haar groter is dan tijdens de bespreking aan de orde was gesteld. Verzoekster had nog uren nodig om aan te kunnen voeren wat zij relevant vindt. Volgens haar is er onvoldoende rekening gehouden met haar schriftelijke verzoek voorafgaand aan de zitting op 10 juni 2025 dat haar vertegenwoordiger medische complicaties heeft en dat het geschil niet met een enkele zitting kan worden afgedaan. Bovendien vindt zij dat de staatsraad onvoldoende kritische vragen heeft gesteld aan verweerder en ook onvoldoende heeft doorgevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2794
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202403386/2/A2

202403684/1/R4

Bij besluit van 18 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vijfheerenlanden (hierna: het college) aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van gevelindelingen op het perceel [locatie 1] in Lexmond. [verzoekster] woont op het perceel [locatie 2] in Lexmond. Voor het perceel [locatie 1] in Lexmond is een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigingen van gevelindelingen. Door de verlening van de omgevingsvergunning is het mogelijk geworden om op het perceel [locatie 1] een erker te realiseren. Met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 8 november 2023 is de omgevingsvergunning onherroepelijk geworden. [verzoekster] heeft de Afdeling bestuursrechtspraak verzocht die uitspraak te herzien. Bij uitspraak van 10 januari 2024, in zaak nr. 202307059/2/R4, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak dat verzoek om herziening, met toepassing van artikel 8:54 van de Awb, afgewezen. Het daartegen gerichte verzet heeftde Afdeling bestuursrechtspraak bij uitspraak van 4 juni 2024, in zaak nr. 202307059/3/R4, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2834
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Herziening
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202403684/1/R4

202403721/1/A2

Bij besluit van 2 december 2013 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Rivierenland een verzoek van [verzoekster] om handhavend op te treden tegen [belanghebbende], wegens het dempen van een watergang, afgewezen. Het college heeft in een besluit van 8 april 2008 aan [belanghebbende] ontheffing verleend van de verbodsbepaling van de Keur voor waterkeringen en wateren van Waterschap Rivierenlanden voor het dempen van B-watergang 03630. Aan de ontheffing is de verplichting verbonden dat het verlies aan waterberging als gevolg van de demping wordt gecompenseerd door verbreding van de B-watergangen 036314 en 036299. [verzoekster] heeft het college verzocht handhavend op te treden tegen de demping van de watergang. Dat handhavingsverzoek heeft het college afgewezen. De afwijzing van het handhavingsverzoek is uiteindelijk in de uitspraak van de Afdeling van 5 oktober 2016 in stand gebleven en is daarmee onherroepelijk geworden. [verzoekster] heeft in het vervolg van de uitspraak van 5 oktober 2016 de Afdeling herhaaldelijk verzocht die uitspraak te herzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2837
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403721/1/A2
vorige pagina1...605606607...12.536volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon