Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.238
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202408088/1/A2

Bij besluit van 31 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beekdaelen een parkeerverbod ingesteld in een zijstraat ter hoogte van Thull 32, 32a en 32b in Schinnen. [wederpartijen] zijn eigenaren van bedrijfsruimtes aan een zijstraat van de weg Thull in Schinnen. De zijstraat is 3,5 tot 3 m breed en is de enige toegang tot de bedrijfsruimtes voor (landbouw)voertuigen. [wederpartijen] hebben meldingen gedaan van parkeeroverlast in de zijstraat bij het college. Door omwonenden wordt geparkeerd in de zijstraat, waardoor volgens [wederpartijen] andere voertuigen geen doorgang kunnen vinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1043
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202408088/1/A2

202500034/1/A2

Bij besluit van 30 juni 2022 heeft de raad van de gemeente Land van Cuijk het verzoek van [appellant sub 2] tot onttrekking aan de openbaarheid van het pad dat loopt over het perceel BMR Z 3291 afgewezen. [appellant sub 2] is eigenaar van het perceel kadastraal bekend als BMR Z 3291, dat is gelegen tussen de woningen aan [locatie 1] en [locatie 2]. Over dat perceel loopt een pad dat ook wel bekend is als het pad Hoogeind. Het pad was in het verleden in het bezit van de Nederlandse Spoorwegen waarna het eigendom is overgegaan op de gemeente. Die heeft het pad op enig moment verkocht aan een particulier. In 2020 is het eigendom overgedragen aan [appellant sub 2]. Het pad wordt gebruikt door omwonenden, er wordt veel gewandeld en scholieren gebruiken het als een sluiproute. [appellant sub 2] ervaart overlast en meent dat het gebruik van het pad onveilige situaties oplevert. Hij heeft daarom de gemeenteraad verzocht om te verklaren dat het geen openbare weg is. Dit verzoek heeft de gemeenteraad afgewezen. Ook een daarop volgend verzoek om het pad aan de openbaarheid te onttrekken heeft de gemeenteraad afgewezen. Daaraan lag ten grondslag dat het pad volgens de gemeenteraad een openbare weg is en dat de gemeenteraad het algemeen belang van gebruik van het pad groter acht, dan bijvoorbeeld het recht op privacy omdat het pad niet direct aan de woning grenst. Tegen dat besluit heeft [appellant sub 2] administratief beroep ingesteld bij GS.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1077
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202500034/1/A2

202500038/1/A2

Bij besluit van 18 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een vergunning verleend voor de exploitatie van een Bed & Breakfast (B&B). [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen de vergunningverlening, omdat hij het niet eens is met de daarbij geldende voorwaarden. Tijdens de hoorzitting in bezwaar werd voor het college duidelijk dat [appellant] op dat moment een B&B exploiteert op de derde verdieping van het pand en dat hij die wil verplaatsen naar het nog te verbouwen souterrain. Zo kan hij voldoen aan de nieuwe, strengere, regels die voor hem gelden vanaf 1 juli 2026. De plattegrond die hij bij zijn aanvraag heeft overgelegd is van de beoogde situatie in het souterrain, niet van de situatie op het moment van de aanvraag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1040
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202500038/1/A2

202500512/1/A2

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt in deze uitspraak over wanneer een ouder procesbelang heeft bij een aanvraag op grond van de zogenoemde Catshuisregeling. De Casthuisregeling houdt in dat gedupeerden van de toeslagenaffaire bij de Dienst Toeslagen kunnen vragen om toekenning van een bedrag van € 30.000. De Dienst Toeslagen beoordeelt zo'n verzoek eerst aan de hand van een lichte toets. Ongeacht de uitkomst van de lichte toets, verricht de Dienst Toeslagen daarna nog een integrale toets, tenzij een ouder aangeeft dit niet te willen. Op basis van de integrale toets wordt definitief beoordeeld of een ouder gedupeerd is en dus recht heeft op toekenning van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling. In deze zaak had een vrouw uit Zwijndrecht de Dienst Toeslagen gevraagd om toekenning van € 30.000. De uitkomst van de lichte toets was dat zij geen gedupeerde is van de toeslagenaffaire. Die uitkomst werd later bevestigd door de integrale toets. De vrouw kwam bij de Afdeling bestuursrechtspraak in hoger beroep tegen de uitkomst van de lichte toets. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt, in lijn met eerdere uitspraken van meerdere rechtbanken, dat ouders die zowel op basis van de lichte toets als de integrale beoordeling niet als gedupeerde zijn aangemerkt, alleen een procesbelang hebben bij een bezwaar tegen de uitkomst van de integrale beoordeling. Zij hebben geen procesbelang bij een beroep of hoger beroep tegen de uitkomst van de lichte toets. In overweging 7.1 oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak als volgt: "(...) een besluit op basis van de integrale beoordeling haalt het bezwaar tegen het besluit op basis van de lichte toets in. Een ouder die op basis van de lichte toets niet als gedupeerde is aangemerkt en in de daarop gevolgde integrale beoordeling ook niet, kan in de procedure over de lichte toets niet méér bereiken dan in de procedure tegen de uitkomst van de integrale beoordeling, zodat in die gevallen met het besluit over de integrale beoordeling het procesbelang aan het beroep of hoger beroep tegen het besluit over de lichte toets komt te ontvallen. (...)"

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:720
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500512/1/A2

202501383/1/A3

Bij besluit van 27 januari 2025 heeft de burgemeester van Capelle aan den IJssel aan [appellant] een huisverbod opgelegd. [appellant] woont samen met zijn meerderjarige zoon in een woning in Capelle aan den IJssel. De burgemeester heeft aan [appellant] een huisverbod opgelegd na een geweldsincident tussen hem en zijn zoon, de achterblijver. [appellant] heeft zijn zoon - naar eigen zeggen uit verdediging - met een kettingslot op zijn hoofd geslagen. De rechtbank heeft overwogen dat de burgemeester bevoegd was tot het opleggen van het huisverbod in verband met het geweldsincident. De feiten worden door [appellant] erkend. De rechtbank heeft vastgesteld dat de politiegegevens niet hebben bijgedragen of van enig belang zijn geweest bij de totstandkoming van het besluit van 27 januari 2025. Daarom worden geen gevolgen verbonden aan het ontbreken van de politiegegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1034
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202501383/1/A3

202501489/1/A3

Bij besluit van 1 augustus 2024 heeft de burgemeester van Tilburg een last onder bestuursdwang opgelegd strekkende tot sluiting van de woning aan de [locatie] in Tilburg met ingang van 22 augustus 2024 voor de duur van één maand. [appellante] woont in de woning aan de [locatie] in Tilburg, die zij huurt van een woningcorporatie. Op 3 juli 2023 is een van haar kinderen door de politie in de woning aangehouden als verdachte in een opsporingsonderzoek naar een criminele organisatie met een drugsbezorgservice in Tilburg en omstreken. Daarbij zijn in de woning onder andere 88 gripzakjes met in totaal 108,46 gram cocaïne en € 16.300,00 aan bankbiljetten aangetroffen. Hierop heeft de burgemeester besloten de woning voor de duur van één maand te sluiten. Het bezwaar is ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [appellante] ongegrond verklaard. Op 11 maart 2025 is de sluiting van de woning geëffectueerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1031
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202501489/1/A3

202502505/1/A2

Bij besluit van 23 augustus 2024 heeft de burgemeester van Breda een aan [appellant] verleende Alcoholwetvergunning ingetrokken. de burgemeester heeft dat gedaan omdat [appellant] volgens de burgemeester van slecht levensgedrag is en het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid. De burgemeester heeft daaraan twee strafrechtelijke onderzoeken ten grondslag gelegd naar aanleiding van aangiften van seksueel misbruik waarin [appellant] verdachte is, twee meldingen van seksueel misbruik in de [horecabedrijf] waarbij [appellant] als exploitant is betrokken en nog enkele andere incidenten. De rechtbank heeft overwogen dat de burgemeester zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat [appellant] niet langer voldoet aan de eis dat geen sprake is van slecht levensgedrag in enig opzicht. De burgemeester heeft de strafrechtelijke veroordeling voor de verkrachting, hoewel die veroordeling nog niet onherroepelijk is, niet ten onrechte betrokken bij de beoordeling of [appellant] in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1029
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202502505/1/A2

202503645/1/A2

Bij besluit van 21 juni 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aanvraag van [appellante] om compensatie voor afgeloste geldschulden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen afgewezen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft verzocht om compensatie van door haar afgeloste schulden van € 45.721,00 aan de Interbank en € 3.000,00 aan de Rabobank. De minister heeft de schulden niet gecompenseerd. Volgens de minister zijn de afgeloste schulden een financieel product bij een bank die op grond van artikel 4.1, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wht alleen voor overname in aanmerking komen als die vanwege betalingsachterstanden opeisbaar zijn geworden in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021, zoals volgt uit artikel 4.1, tweede lid, van de Wht. Daarvan is volgens de minister geen sprake. De rechtbank heeft geoordeeld dat de reeds betaalde schulden terecht niet zijn overgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1088
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503645/1/A2

202503794/1/R4

Bij besluit van 21 februari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 7 februari 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellante] komt. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar zij stelt dat zij niet degene is geweest die de doos naast de ORAC heeft gezet. [appellante] heeft een bezorgbevestiging overgelegd, waaruit blijkt dat een pakketbezorgder van DPD de doos op vrijdag 7 februari 2025 om 13:47 uur bij haar heeft bezorgd. Tijdens de bezorging leek het volgens [appellante] alsof het kattengrit dat zij had besteld uit de doos lekte. Omdat zij vaker een beschadigde zak kattengrit heeft ontvangen, heeft zij tegen de pakketbezorger gezegd dat zij de zak kattengrit direct wilde retourneren. Zij heeft vervolgens de doos opengemaakt om de andere artikelen die zij had besteld eruit te halen. Nadat de doos was geopend bleek dat de zak kattengrit niet beschadigd was, maar slechts lekte omdat de doos ondersteboven was gekeerd. Omdat de doos al geopend was, heeft zij deze teruggegeven aan de pakketbezorger en heeft ze het kattengrit en de overige inhoud van de doos mee naar binnen genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1080
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202503794/1/R4

202505087/1/R4

Bij besluit van 16 juli 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 3 juli 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos die op 3 juli 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse container ter hoogte van de [locatie] in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betoogt dat hij ten onrechte als overtreder is aangemerkt en hij om die reden ten onrechte de kosten voor het verwijderen van de aangeboden doos moet betalen. Hij voert aan dat hij geen concreet bewijs heeft ontvangen waaruit blijkt dat hij de doos verkeerd heeft aangeboden. Verder voert hij aan dat het aantreffen van de doos met zijn naam of adresgegevens erop geen sluitend bewijs oplevert dat hij de doos verkeerd heeft aangeboden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1076
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505087/1/R4
vorige pagina1...214215216...12.524volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon