Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.619
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202502078/1/V6

Bij besluit van 15 december 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [wederpartij] een boete opgelegd van € 12.000,00 wegens een overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en besloten tot openbaarmaking van de inspectiegegevens. In het op ambtsbelofte opgemaakte boeterapport van 14 september 2023, met kenmerk 2246690/03, staat het volgende. Op 14 december 2022 heeft [wederpartij] bij de Nederlandse Arbeidsinspectie gemeld dat zij [persoon A], een persoon met de Angolese nationaliteit, zonder tewerkstellingsvergunning heeft laten werken bij [bedrijf A]. [persoon A] had ook geen gecombineerde vergunning voor deze werkzaamheden. [persoon A] heeft van 14 november 2022 tot en met 11 december 2022 gewerkt. De arbeidsinspecteurs hebben [wederpartij] in de werkgeversketen aangemerkt als uitlener en [bedrijf A] als inlener. Dit betekent dat [wederpartij] artikel 2, eerste lid, van de Wav heeft overtreden. Bij het opleggen van de boete is de minister uitgegaan van normale verwijtbaarheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2267
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202502078/1/V6

202502086/1/V6

Bij besluit van 17 augustus 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [wederpartij] een boete opgelegd van € 40.000,00 wegens vijf overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid Vreemdelingen (Wav) en besloten tot openbaarmaking van de inspectiegegevens. In het op ambtsbelofte opgemaakte boeterapport van 23 maart 2023, met kenmerk 2201967/03, staat het volgende. Op 8, 9 en 10 februari 2022 heeft [wederpartij] bij de Nederlandse Arbeidsinspectie gemeld dat zij vijf personen heeft laten werken bij vier inleners zonder dat zij over de vereiste tewerkstellingsvergunningen beschikte. Ook hadden de betrokkenen geen gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2266
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202502086/1/V6

202502185/1/A2

Bij besluit van 9 november 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aanvraag van [appellante] om overname van haar schulden bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (het UWV), [gerechtsdeurwaarders] en Intrum Nederland afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht). [appellante] is erkend gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft verzocht om overname van drie schulden. De eerste is een schuld bij het UWV van € 131.872,58; de tweede een schuld bij [bedrijf] van € 158.602,60; de derde een schuld bij Intrum Nederland van € 3.519,67. Het geschil in hoger beroep gaat nog alleen over de schuld bij Intrum Nederland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2264
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502185/1/A2

202502230/1/R2

Bij besluit van 9 juli 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland de aanvraag van de maatschap voor een vergunning op grond van artikel 2.7, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb) afgewezen. De maatschap exploiteert een veehouderij met kaasmakerij aan de [locatie] in Zoeterwoude. Voor het bedrijf is op 24 oktober 1995 een vergunning op grond van de Wet milieubeheer (milieuvergunning) verleend voor het houden van 72 melk- en kalfkoeien, 35 stuks vrouwelijk jongvee, 180 vleesvarkens en 20 kippen. Daarna is op 7 oktober 2009 een milieuvergunning verleend voor het houden van 204 melk- en kalfkoeien, 81 stuks vrouwelijk jongvee en 1.152 vleesvarkens en 20 schapen. De maatschap heeft voor deze bedrijfssituatie ook een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 aangevraagd. Het college heeft die aanvraag op 24 mei 2011 afgewezen, omdat er voor de aangevraagde situatie geen natuurvergunning nodig was (de positieve weigering). De maatschap heeft vervolgens de uitbreiding van de melkveestapel gerealiseerd. De uitbreiding van het aantal vleesvarkens heeft niet plaatsgevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2258
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202502230/1/R2

202502316/7/R4

Bij uitspraak van 13 november 2025, in zaak nr. 202502316/6/R4, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het beroep van de coöperatie tegen het besluit van 20 februari 2025 van de minister van Defensie en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening tot vaststelling van het inpassingsplan "Radar Herwijnen" ongegrond verklaard. Een beroep kan alleen zonder zitting ongegrond worden verklaard als dat ‘kennelijk’ het geval is (artikel 8:54 van de Awb). Die term ‘kennelijk’ betekent dat er geen twijfel mogelijk is over de uitkomst van het beroep. Als tegen zo’n ‘kennelijk’-uitspraak verzet wordt ingesteld, moet de rechter die op dat verzet beslist beoordelen: (a) of terecht is geoordeeld dat het beroep ongegrond is en (b) of daar geen twijfel over mogelijk is. Daarbij neemt de rechter alle argumenten van de indiener mee die te maken hebben met de redenen waarom het beroep ongegrond is. Dat kunnen ook nieuwe feiten of nieuwe argumenten zijn die daar over gaan. In haar uitspraak van 13 november 2025 heeft de Afdeling geoordeeld dat de coöperatie geen belanghebbende is bij de vaststelling van het inpassingsplan. Omdat zij een zienswijze heeft ingediend, kan zij wel beroep instellen tegen het inpassingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2330
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Verzet
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202502316/7/R4

202502343/1/A3

Bij besluit van 31 maart 2023 heeft de burgemeester van Maastricht de woning aan [locatie] voor drie maanden gesloten. [appellant] woonde aan [locatie] in Maastricht. Naar aanleiding van een verklaring van een persoon die in de buurt was aangehouden heeft de politie zijn woning doorzocht. Daarvan heeft de politie een bestuurlijke rapportage opgesteld. Daarin staat dat de politie 1596 gram hennep en hash in de woning heeft aangetroffen. Verder is er een vuurwapen aangetroffen. Op basis van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester bij besluit van 31 maart 2023 op grond van artikel 13b van de Opiumwet gelast de woning voor drie maanden te sluiten. Bij besluit van 17 juli 2023 heeft de burgemeester het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. Daartegen heeft [appellant] beroep ingesteld. Bij uitspraak van 17 augustus 2023 heeft de voorzieningenrechter het verzoek van [appellant] om een voorlopige voorziening afgewezen. Vervolgens is de woning van [appellant] gesloten voor de duur van drie maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2256
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202502343/1/A3

202503013/1/A2

Bij besluit van 15 april 2022 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd om [appellant] op grond van de Catshuisregeling een compensatie van € 30.000,00 toe te kennen. [appellant] heeft zich gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en heeft een verzoek om herbeoordeling van kinderopvangtoeslag gedaan. Naar aanleiding van dat verzoek heeft de Dienst Toeslagen onderzocht of in het kader van de zogenoemde lichte toets aanleiding bestaat om [appellant] het forfaitaire bedrag van € 30.000,00, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van de Wet hersteloperatie Toeslagen (Wht), toe te kennen. Ingevolge die bepaling kent de Dienst Toeslagen dat forfaitaire bedrag toe aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor een herstelmaatregel en daarvoor vóór 1 januari 2024 een aanvraag heeft ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2255
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503013/1/A2

202503118/1/R1

Bij besluit van 6 mei 2024 heeft het college aan [appellanten] een last onder dwangsom opgelegd wegens het verbouwen en gebruiken van twee stallen op het perceel Lange Heide te Maasbree, kadastraal bekend als gemeente Maasbree, sectie R, nummer 426 (het perceel), zonder te beschikken over een daarvoor vereiste omgevingsvergunning. [appellanten] zijn in 2020 begonnen met de verbouwing van twee op het perceel aanwezige in slechte staat verkerende stallen. [appellanten] willen de stallen gaan gebruiken voor de stalling van agrarische vervoermiddelen van derden. Het college heeft hiervoor bij besluit van 13 april 2021 een tijdelijke omgevingsvergunning verleend. Na verlening van de omgevingsvergunning hebben [appellanten] de werkzaamheden voortgezet. Ook hebben zij toen zonnepanelen op de daken van de stallen geplaatst. Bij besluit op bezwaar van 4 oktober 2021 heeft het college deze omgevingsvergunning herroepen en alsnog geweigerd om de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2296
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202503118/1/R1

202503284/1/V6

Bij besluit van 17 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen (het verzoek) afgewezen. [appellant] stelt de Sierra Leoonse nationaliteit te hebben. Hij verblijft meer dan twintig jaar in Nederland en heeft sinds 15 juni 2007 een verblijfsvergunning op grond van de Regeling Afwikkeling Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet (Ranov). Op 1 februari 2021 heeft [appellant] het verzoek ingediend. Ter onderbouwing van zijn identiteit en nationaliteit heeft [appellant] een aantal documenten overgelegd. Daarnaast heeft de minister in deze naturalisatieprocedure enkele documenten uit het vreemdelingendossier van [appellant] betrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2274
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202503284/1/V6

202503388/1/V6

Bij besluit van 23 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen (het naturalisatieverzoek) afgewezen. [appellant] heeft op 6 maart 2023 het naturalisatieverzoek ingediend. De minister heeft dit verzoek afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (de RWN), omdat ernstige vermoedens bestaan dat [appellant] een gevaar vormt voor de openbare orde. [appellant] is namelijk binnen de rehabilitatietermijn van vijf jaar als bedoeld in de Handleiding RWN meerdere keren strafrechtelijk veroordeeld voor misdrijven. Volgens de minister doen zich geen bijzondere omstandigheden voor die maken dat hij in afwijking van het beleid in de Handleiding RWN toch het Nederlanderschap aan [appellant] moet verlenen. Daarnaast heeft de minister het naturalisatieverzoek afgewezen op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, van de RWN, omdat [appellant] niet als voldoende ingeburgerd kan worden beschouwd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het naturalisatieverzoek op deze beide grondslagen mocht afwijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2253
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202503388/1/V6
vorige pagina1...159160161...12.562volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon