Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.046
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202204802/1/R1

Bij besluit van 4 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oostzaan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd met betrekking tot een bouwwerk op het perceel [locatie] in Oostzaan. Op 18 juni en 6 december 2019 hebben op het perceel controles door toezichthouders van de omgevingsdienst ODIJmond plaatsgevonden. Tijdens die controles is geconstateerd dat zonder de daartoe benodigde omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aan de voorzijde, los van de woning van [appellant] een houten overkapping is geplaatst. Blijkens de afbeeldingen bij de rapportages van de toezichthouders is deze overkapping aan drie zijden voorzien van wanden. Dit houten bouwwerk wordt door partijen aangeduid als ‘het speelhuis’. Het speelhuis is volgens het college in strijd met het bestemmingsplan "Kom", omdat het is gesitueerd op gronden met de bestemming "Verkeer en Verblijf". Het college is niet bereid om voor het speelhuis een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4518
Datum uitspraak
6 december 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204802/1/R1

202205222/1/A2

Bij besluit van 20 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] is in 2016 vanuit Eritrea naar Nederland gekomen. Sinds 1 april 2019 woont zij in een studio in Badhoevedorp van 25 m2. In september 2019 is in het kader van gezinshereniging ook haar zoon, geboren in 2007, naar Nederland gekomen en bij haar komen wonen. [appellante] heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat de woning te klein is. Daarbij is toegelicht dat [appellante] en haar zoon geen privacy hebben, dat haar zoon geen plek heeft om zijn huiswerk te maken en zich door de woonsituatie niet kan concentreren op school. [appellante] heeft nog een (stief)kind in Eritrea. Gedurende de hoger beroepsprocedure is zij bevallen van haar jongste kind. [appellante] heeft gronden aangevoerd over het oordeel van de rechtbank over het medisch advies en over het oordeel over artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind. Verder heeft zij aangevoerd dat zowel het college als de rechtbank hebben verzuimd een besluit te nemen over dwangsommen wegens te laat beslissen op het gemaakte bezwaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4524
Datum uitspraak
6 december 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205222/1/A2

202205815/1/V6

Bij besluit van 4 december 2012 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellante sub 2] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. Op 14 juni 2012 heeft [appellante sub 2] de staatssecretaris verzocht om hem het Nederlanderschap te verlenen. Om zijn identiteit en nationaliteit te onderbouwen, heeft [appellante sub 2] de diverse documenten overgelegd: De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat hij de identiteit en nationaliteit van [appellante sub 2] niet met de vereiste zekerheid kan vaststellen. De staatssecretaris heeft de overlegde documenten laten onderzoeken door het Bureau Documenten en uit dat onderzoek volgen, kort gezegd, voor [appellante sub 2] negatieve conclusies. De rechtbank heeft geoordeeld dat de staatssecretaris het besluit van 9 maart 2020 niet mocht baseren op de conclusies van het BD. In zijn eerste betoog komt de staatssecretaris op tegen dit oordeel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4543
Datum uitspraak
6 december 2023
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202205815/1/V6

202205975/1/A2

Bij besluit van 10 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] is een alleenstaande vrouw met twee minderjarige kinderen. Zij heeft co-ouderschap met haar ex-partner bij wie haar kinderen hun hoofdverblijf hebben. [appellante] heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat zij geen vaste woon- en verblijfplaats heeft. Zij verbleef in een schuur in een woongroep, maar is daar vertrokken vanwege een agressieve buurman. In de periode dat zij de aanvraag deed, bracht zij de nachten door in een auto en soms bij een vriendin of haar ex-partner. Zij geeft in hoger beroep aan dat zij ook nu nog steeds dakloos is. Het college heeft zich onder meer op het standpunt gesteld dat de situatie van [appellante] naar Amsterdamse begrippen helaas niet uniek is, dat de oplossing vaak bestaat uit het vinden van een kamer of door bij een ander huishouden te gaan inwonen of tijdelijk huur, anti-kraak wonen of door elders een woning te zoeken waarbij geen druk is op de woningmarkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4527
Datum uitspraak
6 december 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205975/1/A2

202206053/1/R2

Bij besluit van 29 september 2022 heeft de raad van de gemeente Roosendaal het bestemmingsplan "Flaviadonk" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van veertig woningen mogelijk in de wijk Langdonk in Roosendaal. Volgens de plantoelichting zijn dit woningen voor tijdelijke bewoning voor de duur van twee jaar voor mensen met een acuut woonprobleem, zogenoemde flexwoningen. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen in de buurt van het plangebied. Zij vrezen dat de komst van veertig woningen voor tijdelijke bewoners een negatief effect zal hebben op de wijk. In deze uitspraak wordt ingegaan op het tijdelijke karakter van deze woningen, de vraag of in het bestemmingsplan voldoende parkeerruimte is geborgd en de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4526
Datum uitspraak
6 december 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202206053/1/R2

202206064/1/R3 en 202206068/1/R3

Bij besluit van 2 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn de [stichting] onder oplegging van een dwangsom gelast om het gebruik van de woning aan de [locatie] in Boskoop in overeenstemming te (laten) brengen en aansluitend te (laten) houden met het planologisch kader. De Stichting is opgericht met het oog op de financiële positie van de kinderen van het echtpaar [appellant sub 1] en [appellant sub 2]. [appellant sub 2] is de enige bestuurder van de Stichting. De Stichting is eigenaar en verhuurder van verschillende panden, waaronder de woning aan de [locatie] in Boskoop. Uit bevindingen tijdens een controlebezoek op 23 september 2019 heeft het college afgeleid dat de woning op dat moment nog altijd in strijd met de bestemmingsplannen voor kamerverhuur werd gebruikt. Daarom heeft het de Stichting op 25 september 2019 opnieuw aangeschreven om het gebruik van de woning in overeenstemming te (laten) brengen met de bestemmingsplannen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4519
Datum uitspraak
6 december 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206064/1/R3 en 202206068/1/R3

202206485/1/R1

Bij besluit van 16 juni 2021 heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden het eerste handhavingsverzoek van [wederpartij] van 8 mei 2021 wegens het zonder watervergunning onttrekken van grondwater bij renovatiewerkzaamheden langs de Oudegracht in Utrecht afgewezen. De gemeente Utrecht heeft op 8 april 2021 bij het college melding gedaan van werkzaamheden en bijbehorende grondwateronttrekking in het kader van de reconstructie van de werfmuren langs de Oudegracht, onder meer in het werkgebied waarin de werfkelder van [wederpartij] ligt aan de [locatie]. Dit werkgebied wordt aangeduid als RAK 11. In de melding en de hierbij behorende notitie is de door de gemeente te hanteren werkwijze beschreven. Die werkwijze houdt onder meer in dat de grondwaterstand tijdens de werkzaamheden middels beheersmaatregelen op of boven de gemiddeld laagste grondwaterstand wordt gehouden. [wederpartij] heeft twee verzoeken om handhaving gedaan die betrekking hebben op het onttrekken van grondwater bij de renovatiewerkzaamheden aan RAK 11.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4539
Datum uitspraak
6 december 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Water
  • uitspraakin de zaak202206485/1/R1

202206574/1/V6

Bij besluit van 19 januari 2022 heeft de minister bepaald dat [appellante] vanaf 1 juli 2022 moet beginnen met het terugbetalen van een lening voor het volgen van een inburgeringscursus. De schuld bedraagt € 10.000,00 en zij moet maandelijks € 83,33 betalen. In een brief van 29 april 2016 heeft de minister [appellante] meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is en dat haar inburgeringstermijn op 3 april 2016 is gestart. In een besluit van 11 juni 2020 met het opschrift "niet op tijd ingeburgerd" heeft de minister haar meegedeeld dat zij tot en met 12 november 2019 de tijd had om aan deze plicht te voldoen, zij daarin niet is geslaagd en zij daarom een boete krijgt van € 400,00. De minister heeft daarnaast bepaald dat hij de lening die [appellante] bij de Dienst Uitvoering Onderwijs heeft afgesloten niet zal kwijtschelden en zij het geleende geld dus zal moeten terugbetalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4541
Datum uitspraak
6 december 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202206574/1/V6

202206995/1/A2

Bij besluit van 20 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende het verzoek van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is sinds 27 september 1985 eigenaar van het perceel met woning [locatie 1] in Heeze. Zij heeft gevraagd om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het op 27 april 2017 in werking getreden bestemmingsplan "De Bulders". Volgens [appellant] lijdt zij als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan schade, omdat het plan ten noorden van haar perceel nieuwe woningbouw en ten zuiden een nieuwe randweg mogelijk maakt, waardoor de waarde van haar perceel wordt aangetast. Het nieuwe bestemmingsplan maakt ten noorden van het perceel van [appellant] een nieuwe woonwijk van maximaal 350 woningen en ten zuiden van haar perceel een randweg met maximaal twee rijbanen en een fietsstraat mogelijk. Op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan was ten zuiden van het perceel gedeeltelijk een erfontsluitingsweg en verder een onverharde weg planologisch toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4513
Datum uitspraak
6 december 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202206995/1/A2

202207304/1/A2

Bij besluit van 14 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] is een alleenstaande vrouw met twee minderjarige kinderen. Zij heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat zij geen vaste woon- en verblijfplaats heeft. Na de geboorte van haar eerste kind verbleef zij in de noodopvang. Daarna heeft zij op twee adressen ingewoond bij een kennis, [persoon]. Sinds maart 2022 verblijft [appellante] met haar kinderen opnieuw in de noodopvang. Zij geeft in hoger beroep aan dat nog steeds sprake is van dakloosheid dan wel dreigende dakloosheid. Volgens het college is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem omdat [appellante] op diverse plekken heeft ingewoond. Ook is volgens het college geen sprake van dakloosheid of dreigende dakloosheid. Het college heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4511
Datum uitspraak
6 december 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202207304/1/A2
vorige pagina1...1.4881.4891.490...12.605volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon