Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.046
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202301120/1/R4

Bij besluit van 20 december 2022 heeft de raad van de gemeente Rhenen het bestemmingsplan "Rhenen Keldermanspad" vastgesteld. Het plangebied ligt aan het Keldermanspad, tussen de oude stadsmuur van Rhenen en de Nederrijn. In het plangebied staan twee vervallen schuren, met daaromheen enkele bomen. De rest van het plangebied bestaat uit verwilderd grasland. Het plangebied wordt ontsloten door het Keldermanspad, een weg die ter hoogte van het plangebied overgaat in een voetpad. Het plan voorziet in een nieuwe woning, op de plek van de schuren. Aan de gronden is de bestemming "Wonen" toegekend, met de aanduiding "bouwvlak". De bouwhoogte van de woning is maximaal 6 m, gelijk aan de goothoogte van de naastgelegen woningen aan het Keldermanspad 1, 3 en 5. De inhoud en oppervlakte van de nieuwe bebouwing blijft nagenoeg gelijk aan de twee schuren. Voor de woning wordt ruimte ingericht voor het parkeren van twee auto's. [partij] is de initiatiefnemer van de ontwikkeling. [appellante] woont aan de [locatie], direct ten noorden van het plangebied. [appellante] heeft beroep ingesteld tegen het plan vanwege de gevolgen daarvan voor de kwaliteit van haar woon- en leefomgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4772
Datum uitspraak
20 december 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202301120/1/R4

202302579/1/A2

Bij besluit van 6 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht de aan [appellante sub 2] te betalen wettelijke rente vastgesteld op € 257.899,35. [appellante sub 2] is eigenaresse van het terrein met opstallen aan de [locatie] te Papendrecht. Zij heeft op 23 maart 2011 bij het college een aanvraag ingediend om tegemoetkoming in de planschade die zij in de vorm van waardevermindering van de onroerende zaak heeft geleden als gevolg van de inwerkingtreding van een nieuw bestemmingsplan. Bij besluit van 16 januari 2013 heeft het college de aanvraag afgewezen. Bij besluit van 28 augustus 2014 heeft het college het door [appellante sub 2] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 30 september 2016 heeft de rechtbank het door [appellante sub 2] tegen het besluit van 28 augustus 2014 ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het door [appellante sub 2] tegen het besluit van 16 januari 2013 gemaakte bezwaar gegrond verklaard, dat besluit herroepen en aan [appellante sub 2] een tegemoetkoming in planschade toegekend van € 1.145.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de ontvangst van de aanvraag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4769
Datum uitspraak
20 december 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202302579/1/A2

202305100/1/A2

Bij beslissing van 22 maart 2023 heeft het College van Bestuur van de Universiteit Maastricht het verzoek van [appellant] tot verlaging van het verschuldigde instellingscollegegeld voor de masteropleiding Fiscaal Recht tot de hoogte van het wettelijk collegegeld over het studiejaar 2022-2023 afgewezen. [appellant] stond van 1 februari 2021 tot en met 31 augustus 2022 ingeschreven voor de master Nederlands Recht. Hij heeft zich voor studiejaar 2022-2023 heringeschreven voor de master Nederlands Recht, die hij succesvol heeft afgerond per 30 november 2022. [appellant] stond van 1 september 2021 tot en met 31 augustus 2022 ook ingeschreven voor de master Fiscaal Recht. Voor die opleiding was hij wettelijk collegegeld verschuldigd. Hij heeft zich in eerste instantie niet heringeschreven voor studiejaar 2022-2023. [appellant] heeft de Universiteit Maastricht bij e-mail van 20 december 2022 verzocht hem alsnog de mogelijkheid te bieden zich te herinschrijven. De UM heeft het [appellant] bij hoge uitzondering toegestaan om zich tussentijds, per 1 januari 2023, te kunnen herinschrijven. De UM heeft hem hierbij te kennen gegeven dat nu wel het instellingscollegegeld van toepassing is, en niet het wettelijk collegegeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4768
Datum uitspraak
20 december 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202305100/1/A2

202305336/1/A2

Bij beslissing van 26 januari 2022 heeft de examinator de door [appellant] gelopen praktijkstage zorg beoordeeld met een onvoldoende. [appellant] volgt de bacheloropleiding Geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In juni 2021 heeft [appellant] een praktijkstage zorg gedaan in [woonzorgcentrum] in Amsterdam. Op 28 juni 2021 heeft het woonzorgcentrum de stage van [appellant] per direct beëindigd naar aanleiding van het feit dat de dochter van een bewoonster van de psychogeriatrie had geklaagd over [appellant]. Omdat de praktijkstage voortijdig is afgebroken, is het document van de eindbeoordeling niet ingevuld. Op 29 juli 2021 heeft de examinator de praktijkstage beoordeeld met een onvoldoende. Daarover hebben op 16 augustus 2021 en 11 oktober 2021 gesprekken plaatsgevonden tussen [appellant] enerzijds en [coördinator professioneel gedrag] en [examinator], anderzijds. Van deze gesprekken heeft [appellant] een verslag gemaakt. Na het schrijven van een reflectieverslag heeft de examinator [appellant] op 26 januari 2022 schriftelijk meegedeeld dat het officiële resultaat van de praktijkstage zorg een onvoldoende is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4767
Datum uitspraak
20 december 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202305336/1/A2

202305808/1/A2

Bij beslissing van 7 december 2022 heeft de commissie voor de examens, namens de examinator, aan [appellant] meegedeeld dat zijn tentamen materieel strafrecht voor de cursus RB1302 is beoordeeld met het cijfer 4,0. [appellant] heeft op 14 november 2022 het tentamen materieel strafrecht afgelegd. Op 7 december 2022 heeft de commissie voor de examens hem bericht dat hij voor dat tentamen het cijfer 4,0 heeft behaald. Dit cijfer is later bijgesteld naar uiteindelijk een 4,7. [appellant] heeft tegen deze beoordeling administratief beroep ingesteld. [appellant] voert aan dat het slagingspercentage bij dit tentamen materieel strafrecht slechts 59% was en dat dit veel lager is dan het gemiddelde slagingspercentage bij de Open Universiteit. Dit wijst er volgens hem op dat het tentamen een "onacceptabele moeilijkheidsgraad" had.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4783
Datum uitspraak
20 december 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202305808/1/A2

202306166/1/A2

Bij beslissing van 21 augustus 2023 heeft de decaan van de faculteit Economie en Bedrijfskunde, namens het instellingsbestuur, aan [appellant] een negatief bindend studieadvies gegeven voor de bacheloropleiding Business Analytics. [appellant] volgde in het studiejaar 2022/2023 de bacheloropleiding Business Analytics aan de Universiteit van Amsterdam. In dit studiejaar heeft hij voor deze opleiding 6 studiepunten behaald, terwijl hij ten minste 48 van de 60 te behalen studiepunten had moeten behalen om zijn studie te mogen voortzetten. Het instellingsbestuur heeft hem daarom een NBSA gegeven. [appellant] voert aan dat de beslissing van het CBE nietig is, omdat de [voorzitter] ten tijde van die beslissing ouder dan zeventig jaar was. [appellant] voert verder aan dat hij voor de procedure bij het CBE geen inzage in het dossier heeft gekregen. Dit dossier bestond echter slechts uit stukken die [appellant] kende of van hem afkomstig waren. Hij heeft ook desgevraagd op de zitting niet duidelijk gemaakt welk relevant stuk hem is onthouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4761
Datum uitspraak
20 december 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202306166/1/A2

202306315/1/R2

Vereniging Groen en Heem Valkenswaard e.o. heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de raad van de gemeente Valkenswaard omtrent vaststelling van het bestemmingsplan ‘Eurocircuit’. De vereniging stelt dat de raad na in gebreke gesteld te zijn niet tijdig een besluit heeft genomen omtrent het plan. Zij verzoekt de Afdeling haar beroep gegrond te verklaren en de raad op te dragen binnen een korte termijn alsnog te besluiten omtrent de vaststelling van het plan, dit onder oplegging van een dwangsom voor elke week dat de raad de termijn overschrijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4872
Datum uitspraak
20 december 2023
  • Vereenvoudigde behandeling
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202306315/1/R2

202306478/1/A2

Bij beslissing van 26 juni 2023 heeft de examinator de herkansing van de thesis van [appellant] voor de bacheloropleiding Fiscaal Recht beoordeeld met het cijfer 4,8. [appellant] is in het studiejaar 2020-2021 begonnen met de bacheloropleiding Fiscaal Recht. Hij heeft 172 van de 180 studiepunten voor deze opleiding behaald. Hij moet onder meer de bachelorthesis nog afronden. Voor de eerste versie van zijn bachelorthesis heeft hij het cijfer 4,5 behaald. Tegen de vaststelling van dit cijfer is [appellant] niet in rechte opgekomen. Daarna heeft hij dit vak herkanst. Voor deze tweede poging heeft hij op 26 juni 2023 het cijfer 4,8 - afgerond 5,0 - behaald. Tegen deze beslissing van de examinator heeft hij administratief beroep ingesteld, welk beroep door het college ongegrond is verklaard. [appellant] is het niet eens met de beslissing van het college en voert aan dat de herkansing van zijn bachelorthesis niet zorgvuldig is beoordeeld. Hij heeft van de tweede beoordelaar geen volledig beoordelingsformulier gekregen. Hij vindt het ook onwaarschijnlijk dat de eerste en tweede beoordelaar tot exact hetzelfde cijfer zijn gekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4760
Datum uitspraak
20 december 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202306478/1/A2

202306590/1/A2

Bij beslissing van 21 augustus 2023 heeft de BSA-commissie, namens de decaan van de faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam aan [appellante] een bindend negatief studieadvies gegeven. [appellante] stond in het studiejaar 2021-2022 en het studiejaar 2022-2023 aan de Universiteit van Amsterdam ingeschreven voor de bacheloropleiding Business Administration. In studiejaar 2021-2022 heeft [appellante] 36 ECTS aan eerstejaarsvakken behaald en daarmee niet voldaan aan de BSA-norm. Zij heeft op 3 oktober 2022 dispensatie gekregen van het BSA onder de voorwaarde dat zij de resterende 24 ECTS aan eerstejaarsvakken in studiejaar 2022-2023 zou behalen. In studiejaar 2022-2023 heeft [appellante] 12 ECTS aan eerstejaarsvakken behaald en 24 ECTS aan tweedejaarsvakken. Dat betekent dat zij niet aan de voorwaarde in de beslissing van 3 oktober 2022 voor verder uitstel van het BSA heeft voldaan. [appellante] kan zich niet met de beslissing van het college verenigen en heeft daarbij gewezen op de hierna te noemen persoonlijke omstandigheden die er volgens haar wel de oorzaak van zijn geweest dat zij niet aan de gestelde voorwaarde heeft kunnen voldoen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4766
Datum uitspraak
20 december 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202306590/1/A2

202202588/1/V3

Bij besluit van 25 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4712
Datum uitspraak
19 december 2023
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202202588/1/V3
vorige pagina1...1.4671.4681.469...12.605volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon