Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.028
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202205347/1/A2

Bij besluit van 13 april 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de vergoeding voor door [appellant] verleende rechtsbijstand voor de toevoeging met het kenmerk 4NK5480 vastgesteld op € 0,00. [appellant] is advocaat en nam deel aan het High Trust-programma van de raad. [appellant] heeft rechtsbijstand verleend aan twee minderjarige dochters en hun moeder. De vader van de minderjarigen, die ook de voormalige partner van de moeder was, is vermoord. De raad heeft voor de rechtsbijstand aan de minderjarigen één toevoeging verleend, met het kenmerk 4NK5480 en zaakcode O013. Deze zogenoemde paraplutoevoeging is volgens de werkinstructie "O013 gewelds- en zedenmisdrijven met ernstig letsel" bedoeld voor het slachtoffer of diens nabestaande(n) in een strafzaak of het vorderen van (aanvullende) schadevergoeding in een civiele procedure bij ernstige gewelds- of zedenmisdrijven met een bekende verdachte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:261
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202205347/1/A2

202205348/1/A2

Bij besluit van 18 maart 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand een voor de toevoeging met kenmerk 4MY8363 aan [appellant] vastgestelde vergoeding ter hoogte van € 981,33 ingetrokken. [appellant] is advocaat en nam deel aan het High Trust-programma van de raad. [persoon A] en [persoon B] zijn partners. De ouders van [persoon B] zijn na een roofoverval in hun woning om het leven gebracht. De raad heeft voor de rechtsbijstand aan [persoon A] en [persoon B] verschillende toevoegingen verstrekt met zaakcode O013 (gewelds- en zedenmisdrijven met ernstig letsel). Deze zogenoemde paraplutoevoeging is volgens de werkinstructie "O013 gewelds- en zedenmisdrijven met ernstig letsel" bedoeld voor het slachtoffer of diens nabestaande(n) in een strafzaak of het vorderen van (aanvullende) schadevergoeding in een civiele procedure bij ernstige gewelds- of zedenmisdrijven met een bekende verdachte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:262
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202205348/1/A2

202205389/1/A2

Bij zes afzonderlijke besluiten van 18 maart 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de vergoeding voor door [wederpartij A] en [wederpartij B] verleende rechtsbijstand herzien en in samenhang vastgesteld op € 661,86 voor toevoeging 4MY8359, op € 661,86 voor toevoeging 4MZ0776, op € 661,86 voor toevoeging 4MY8365, op € 661,86 voor toevoeging 4MZ0750, op € 684,78 voor toevoeging 4MZ9025, en op € 661,86 voor toevoeging 4MZ9029. [wederpartij A] en [wederpartij B] zijn advocaat en namen deel aan het High Trust-programma van de raad. [wederpartij A] en [wederpartij B] hebben rechtsbijstand verleend aan [persoon C], [persoon D] en [persoon E]. De raad heeft hiervoor toevoegingen verstrekt met zaakcode O013, een zogenoemde paraplutoevoeging die volgens de werkinstructie "O013 gewelds- en zedenmisdrijven met ernstig letsel" bedoeld is voor het slachtoffer of diens nabestaande(n) in een strafzaak of het vorderen van (aanvullende) schadevergoeding in een civiele procedure bij ernstige gewelds- of zedenmisdrijven met een bekende verdachte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:263
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202205389/1/A2

202205391/1/A2

Bij afzonderlijke besluiten van 7 april 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de vergoeding voor door [wederpartij] verleende rechtsbijstand herzien en in samenhang vastgesteld op € 1936,11 voor toevoeging 4NJ6477, op € 746,10 voor toevoeging 4NQ7274, en op € 746,10 voor toevoeging 4NQ8830. [wederpartij] is advocaat en nam deel aan het High Trust-programma van de raad. [wederpartij] heeft rechtsbijstand verleend aan [persoon A], [persoon B] en [persoon C]. De raad heeft voor de rechtsbijstand aan [persoon B] en [persoon C] toevoegingen verstrekt met zaakcode O013, een zogenoemde paraplutoevoeging die volgens de werkinstructie "O013 gewelds- en zedenmisdrijven met ernstig letsel" bedoeld is voor het slachtoffer of diens nabestaande(n) in een strafzaak of het vorderen van (aanvullende) schadevergoeding in een civiele procedure bij ernstige gewelds- of zedenmisdrijven met een bekende verdachte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:264
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202205391/1/A2

202205395/1/R1

Bij besluit van 26 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Reimerswaal besloten over te gaan tot invordering van door [appellant] verbeurde dwangsommen van € 40.000,00. Bij besluit van 5 september 2018 heeft het college [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 10.000,00 per week met een maximum van € 40.000,00 gelast om de op het perceel aan de [locatie] te Rilland in afwijking van de bij besluit van 17 februari 2010 verleende vergunning met kenmerk R2007/105 gebouwde bouwwerken te verwijderen en verwijderd te houden dan wel om conform deze vergunning een goedgekeurde bluswatervoorziening aan te brengen en de constructie van loodsen 3 en 4 aan te passen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:253
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205395/1/R1

202205723/1/R3

Bij besluit van 30 september 2021 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het vergroten van de woningen gelegen aan de [locatie 1] en [locatie 2] te Den Haag door het maken van een dakopbouw met een dakterras aan de achterzijde. [vergunninghouder] heeft bij besluit van 30 september 2021 een omgevingsvergunning gekregen voor het vergroten van de woningen aan de [locatie 1] en [locatie 2] te Den Haag door het maken van een dakopbouw met een dakterras aan de achterzijde. [appellant] en [partij] wonen achter het pand van [vergunninghouder], aan de [locatie 3] respectievelijk de [locatie 4]. Zij hebben beiden bezwaar gemaakt tegen het besluit van 30 september 2021, omdat zij, samengevat, menen dat de te realiseren dakopbouw onaanvaardbare gevolgen heeft voor de bezonning van hun woningen. [appellant] voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat er een evidente tekenfout zit in de verbeelding bij het bestemmingsplan. De begrenzing van de aanduiding tot waar een dakopbouw mag worden gebouwd op het perceel van [vergunninghouder] is namelijk niet juist op de verbeelding van het bestemmingsplan opgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:247
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205723/1/R3

202205799/1/R1

Bij besluiten van 30 juli 2019, 3 december 2019 en 22 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere lasten onder dwangsom opgelegd ter zake van het recreatief verhuren van de hoofdwoning en het bijgebouw aan de [locatie] in Westkapelle. [appellante] heeft op 10 januari 2024 enkele nadere stukken per e-mail aan de Afdeling gezonden. De Afdeling ziet geen reden de te late indiening te passeren en zal die stukken daarom niet betrekken in haar beschouwingen. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college de commissie bezwaarschriften en de rechtbank wezenlijke informatie heeft onthouden, waardoor die niet in staat zijn geweest te beoordelen of het college in strijd heeft gehandeld met de bij hem levende opvattingen over de Huisvestigingsverordening. Die opvattingen waren voor [appellante] niet eerder kenbaar. Daardoor was het voor de commissie en de rechtbank ook niet mogelijk om te beoordelen of het college heeft gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:255
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205799/1/R1

202206221/1/R1

Bij besluit van 16 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan The Butcher een last onder dwangsom opgelegd om het gebruik van het pand aan de Albert Cuypstraat 129H te Amsterdam ten behoeve van horeca van categorie 3, als bedoeld in het bestemmingsplan De Pijp 2018, te staken. Vanaf 2011 exploiteert The Butcher in een pand aan de Albert Cuypstraat 129H te Amsterdam een hamburgerrestaurant. Op het perceel rust volgens het aldaar geldende bestemmingsplan "De Pijp 2018" de bestemming "Gemengd - 2" met de aanduiding "horeca van categorie 4". Op 8 augustus 2020 en 26 september 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam controles uitgevoerd. Geconstateerd is dat in een deel van het pand van The Butcher activiteiten plaatsvinden zonder dat daarvoor de vereiste omgevingsvergunning is verleend. Deze activiteiten vallen onder horeca van categorie 3 als bedoeld in het bestemmingsplan. Volgens het college is daarom sprake van handelen in strijd met artikel 6.1, aanhef en onder i, van de planregels in samenhang bezien met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:244
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206221/1/R1

202206328/1/A2

Bij besluit van 14 oktober 2020 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. Op 7 augustus 2020 heeft [appellant] een aanvraag ingediend om een uitkering uit het schadefonds. [appellant] stelt dat hij op 26 maart 2020 slachtoffer is geworden van een geweldsmisdrijf naar aanleiding van een conflict over de verkoop van een auto. Door dit misdrijf heeft hij lichamelijk letsel en psychische klachten opgelopen. Hij heeft tot en met 1 april 2020 in het ziekenhuis gelegen. Hij stelt dat hij langer medische verzorging in het ziekenhuis nodig had, maar dat dat door de coronacrisis niet kon. In het ziekenhuis is hij ook besmet geraakt met het coronavirus. Op 12 juni 2020 heeft [appellant] aangifte gedaan. Deze aangifte is geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Volgens de CSG is er onvoldoende objectieve informatie om aannemelijk te achten dat [appellant] slachtoffer is geworden van een opzettelijke gepleegd misdrijf als bedoeld in de Wet schadefondsgeweldsmisdrijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:234
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202206328/1/A2

202206515/1/R1

Bij besluit van 19 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer het verzoek van [partij] om handhavend op te treden tegen de aanwezigheid van een paal op de erfgrens tussen de percelen van [appellante] en [partij], afgewezen. [appellante] woont op een woonboot aan de [locatie 1]. Naast haar woont [partij] op een woonboot op [locatie 2]. [appellante] heeft ter bescherming van haar woonboot tegen aanvaringen een paal laten slaan op de erfgrens tussen de woonboten. [partij] ervaart hierdoor hinder met het in- en uitvaren van zijn plezierboot. [partij] heeft op 18 juli 2019 een verzoek tot handhaving gedaan bij het college omdat de paal volgens hem illegaal aanwezig is. Bij besluit van 19 december 2019 heeft het college dit verzoek afgewezen. Het college heeft bij besluit van 22 september 2022, in afwijking van het advies van de vaste commissie van advies voor bezwaarschriften (hierna: de commissie), het bezwaar van [partij] tegen het besluit van 19 december 2019 ongegrond verklaard. De commissie adviseerde om het bezwaar gegrond te verklaren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:246
Datum uitspraak
24 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206515/1/R1
vorige pagina1...1.4281.4291.430...12.603volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon