Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.849
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202200641/1/A2

Bij besluit van 30 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beekdaelen een aanvraag van [appellante] om bekostiging van leerlingenvervoer voor haar zoon voor het schooljaar 2020-2021 afgewezen. [appellante] heeft voor haar zoon [zoon] een aanvraag ingediend voor de bekostiging van leerlingenvervoer naar en van de school Kindsheid Jesu in Hasselt (België). Dit is een school voor voortgezet onderwijs die beschikt over deskundigheid op het gebied van jongeren met een autismespectrumstoornis. [zoon] verblijft ook drie nachten per week op het bij de school behorende internaat. Het college heeft aan de afwijzing primair ten grondslag gelegd dat op grond van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Beekdaelen 2019, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra, in beginsel geen aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school in het buitenland. Het college heeft zich in dat besluit subsidiair op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat er voor [zoon] geen dichtstbijzijnde toegankelijke school in Nederland is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:618
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202200641/1/A2

202201457/1/R3

Bij besluit van 18 november 2021 heeft de raad van de gemeente Nieuwkoop het bestemmingsplan "Buytewech-Noord" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om maximaal 290 woningen te realiseren aan de noordzijde van de bestaande woonkern van Nieuwkoop. Het plan neemt daarnaast één op één de ontwikkelingen over waarin is voorzien in het bestemmingsplan "[locatie 1]". Dat plan heeft de raad bij besluit van 9 juli 2020 vastgesteld en is nu onherroepelijk (zie de uitspraak van de Afdeling van 16 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:774). Dat plan maakte de ontsluiting mogelijk van de nieuwe woonwijk via de Nieuwveenseweg aan de oostzijde van het plangebied. Ook voorzag het in een vervangende woning voor de woning op het perceel [locatie 1]. Die woning moest wijken voor de ontsluitingsweg. [appellant sub 1] en anderen, [appellanten sub 2] en [appellanten sub 3] zijn het om verschillende redenen niet eens met het plan. [appellant sub 1] en anderen vrezen als gevolg van het plan voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat. Zij voeren diverse beroepsgronden aan over onder meer stikstofdepositie, geluid, verkeer en de ladder voor duurzame verstedelijking.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:627
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202201457/1/R3

202201582/1/R3

Bij besluit van 9 december 2021 heeft de raad van de gemeente Zwartewaterland het bestemmingsplan "Herontwikkeling locatie Bodewes" vastgesteld. Bij besluit van 2 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwartewaterland een omgevingsvergunning verleend voor de herontwikkeling van Scheepswerf Bodewes naar een recreatieverblijfscomplex. Het plangebied bevindt zich ten westen van de kern Hasselt, tussen Jachthaven De Molenwaard en de N331. In het plangebied was Scheepsbouwbedrijf Bodewes gevestigd. De scheepswerf omvatte een aantal gebouwen, zoals een dienstpand en een hal. Het plan maakt de realisatie van recreatiewoningen mogelijk. Daarnaast maakt het plan de realisatie van een parallelweg ten noorden van de N331 mogelijk. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] te Hasselt. Dit is een recreatiewoning die door [appellant] permanent wordt bewoond. Deze woning is gelegen nabij Jachthaven De Molenwaard, ten noordwesten van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:630
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202201582/1/R3

202202120/1/R3

Bij besluit van 24 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Papendrecht het bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op de wijk Kraaihoek fase 1 in Papendrecht. De locatie wordt omsloten door de Weteringsingel in het noorden, de Overtoom in het westen, de parkeerplaats Boomgaardstraat in het zuiden en de Badhuisstraat in het oosten. Stichting Woonkracht10 wenst binnen het plangebied 99 aanwezige sociale huurwoningen te slopen en in plaats daarvan 139 sociale huurwoningen te bouwen. Deze herontwikkeling was niet mogelijk op grond van de destijds geldende "Reparatie Beheersverordening Papendrecht 2021". Met het bestemmingsplan wordt deze bouw mogelijk gemaakt. De verbeelding bij het bestemmingsplan voorziet in acht bouwvlakken met de bestemming "Wonen - 1", waar in totaal maximaal 78 eengezinsrijwoningen zijn toegestaan, en in twee bouwvlakken met de bestemming "Wonen - 3", waar in twee appartementengebouwen in totaal maximaal 62 appartementen zijn toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:632
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202202120/1/R3

202202159/1/R3

Bij besluiten van 27 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden aan [appellant A] en [appellant B] een last onder dwangsom opgelegd betreffende het pand aan [locatie] te Leiden. De last strekt ertoe dat binnen acht weken na verzending van dat besluit de uitgevoerde bouwwerkzaamheden (in dit geval een ventilatiepijp) ongedaan te maken en ongedaan te houden en het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het pand te staken en gestaakt te houden. [appellant B] is eigenaar en [appellant A] is huurder van het pand aan [locatie] te Leiden. [appellant A] exploiteert sinds 2013 het pand als horeca-inrichting onder de naam "[bedrijf]". Op 2 november 2018 heeft een toezichthouder van de gemeente Leiden geconstateerd dat op het pand een ventilatiepijp is geplaatst zonder de daartoe vereiste omgevingsvergunning. Op 13 december 2018 heeft een toezichthouder geconstateerd dat het pand hoofdzakelijk wordt gebruikt als shisha-lounge. Bij een hercontrole op 17 mei 2019 heeft een toezichthouder geconstateerd dat de situatie nog onveranderd is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:628
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202159/1/R3

202202214/1/A3

Bij besluit van 21 januari 2020 heeft de korpschef van politie de door hem aan Security Service Limburg B.V. verleende toestemming om [appellant] werkzaamheden te laten verrichten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, ingetrokken. De korpschef heeft bij besluit van 19 september 2018 aan Security Service Limburg B.V. toestemming verleend om [appellant] werkzaamheden te laten verrichten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wpbr. De korpschef heeft de toestemming bij het besluit van 21 januari 2020 ingetrokken. Bij het besluit van 3 juli 2020 heeft de korpschef de intrekking gehandhaafd. De korpschef baseert de intrekking op twee geweldsincidenten in de horecagelegenheid [bedrijf] te Heerlen waarbij [appellant] betrokken was. De korpschef stelt zich naar aanleiding van deze twee incidenten op het standpunt dat er een serieuze verdenking bestaat dat [appellant] tijdens deze incidenten rechtsregels naast zich heeft neergelegd door onnodig, buitenproportioneel geweld te gebruiken tegen personen, waardoor deze personen letsel hebben opgelopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:614
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202202214/1/A3

202203325/1/A3

Bij besluit van 28 april 2021 heeft de korpschef van de politie Midden-Nederland aan [appellant] op grond van de Regeling wapens en munitie (hierna: Rwm) een onkostenvergoeding van € 272,00 in rekening gebracht voor het verlengen van zijn wapenverloven voor 2020 en 2021. [appellant] beschikt over twee wapenverloven. De korpschef heeft bij besluit van 28 april 2021 aan [appellant] op grond van de Rwm een onkostenvergoeding van € 272,00 opgelegd wegens het verlengen van de wapenverloven voor de jaren 2020 en 2021. In het jaar 2020 heeft de korpschef de wapenverloven ambtshalve verlengd, voor het jaar 2021 heeft [appellant] een aanvraag ingediend. De minister heeft bij besluit van 6 september 2021 het door [appellant] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat een ambtshalve verlenging een handeling is die met een aanvraag als bedoeld in artikel 41 van de Wet wapens en munitie kan worden gelijkgesteld. Uit de wet volgt dat een verlofhouder jaarlijks moet vragen om verlenging, omdat de korpschef moet kunnen controleren of de verlofhouder voldoet aan de voorwaarden voor het verlof.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:615
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202203325/1/A3

202203336/1/A3

Bij uitspraak van 12 mei 2022 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard van het door [appellant] ingestelde beroep niet tijdig beslissen kennis te nemen. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak. [appellant] heeft STIMVA verzocht een besluit te nemen over de berging van zijn aanhanger. Na het uitblijven van een reactie heeft [appellant] beroep wegens niet tijdig beslissen ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard om van het beroep kennis te nemen, omdat STIMVA geen bestuursorgaan is en er dus geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:776
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202203336/1/A3

202203661/1/A3

In een besluit van 1 maart 2021 heeft Kiwa Register B.V. namens de minister de aanvraag van [appellant] om een bestuurderskaart afgewezen. In een besluit van 11 juni 2021 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard. De minister heeft daarbij het besluit van 1 maart 2021 herroepen en [appellant] alsnog een bestuurderskaart gegeven. Bij uitspraak van 28 april 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak. In een besluit van 12 mei 2022 heeft de minister een nieuw besluit op bezwaar genomen waarin hij heeft besloten de ingangsdatum van de bestuurderskaart, zoals opgenomen in het besluit van 11 juni 2021, te wijzigen. [appellant] is het niet eens met dit besluit en heeft daartegen gronden ingediend. Gelet op artikel 6:19, eerste lid, en artikel 6:24 van de Awb is bij de Afdeling tegen dit besluit van rechtswege een beroep ontstaan van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:754
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202203661/1/A3

202203680/1/R3

Bij besluit van 29 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag Scooter Center onder oplegging van een dwangsom gelast om het reclamebord op de gevel van het winkelpand aan de Rijswijkseweg 184 in Den Haag te verwijderen en verwijderd te houden. Scooter Center exploiteert aan de Rijswijkseweg 184 in Den Haag een winkel voor de verkoop van scooters. Aan de gevel van de winkel is een reclamebord bevestigd, zonder dat Scooter Center over de daarvoor vereiste omgevingsvergunning beschikt. Nadat deze overtreding door een toezichthouder is geconstateerd, heeft het college Scooter Center bij besluit van 29 mei 2018, gehandhaafd bij besluit op bezwaar van 20 november 2018, gelast om de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 2.3a van de Wabo te beëindigen door het aanwezige reclamebord te verwijderen en verwijderd te houden. De rechtbank heeft het beroep van Scooter Center tegen het besluit van 20 november 2018 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd, omdat dit in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:634
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203680/1/R3
vorige pagina1...1.3731.3741.375...12.585volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon