Besluit indexering verkeersboetes 2025.
- Kenmerk
- W16.24.00308/II
- Datum aanhangig
- 23 oktober 2024
- Datum vastgesteld
- 4 december 2024
- Datum advies
- 4 december 2024
- Datum publicatie
- 9 december 2024
- Vindplaats
- Staatscourant 2025, 1667
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 23 oktober 2024, no.2024002378, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van de bijlage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en de bijlagen bij het Besluit OM-afdoening in verband met onder meer de jaarlijkse indexering van de tarieven, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit verhoogt de tarieven van de verkeersboetes die volgens de administratiefrechtelijke procedure worden gehandhaafd, conform het consumentenprijsindexcijfer van 3,2%. Op deze manier wordt volgens de toelichting de geldontwaarding van de afgelopen periode gecorrigeerd.
Daarnaast worden de bijlagen bij het besluit OM-afdoening op enkele punten gewijzigd.
De Afdeling advisering van de Raad van State wijst op de bestaande disbalans tussen de administratiefrechtelijke boete en de strafrechtelijke boete. Die disbalans wordt in dit voorstel niet geadresseerd en aldus in stand gehouden. In verband daarmee is aanpassing wenselijk van de nota van toelichting en, indien noodzakelijk, het ontwerpbesluit.
In haar advies bij het Besluit indexering verkeersboetes 2024 heeft de Afdeling erop gewezen dat een disbalans is ontstaan tussen de hoogte van de administratieve en de strafrechtelijke boetes die kunnen worden opgelegd voor de handhaving van verkeersvoorschriften. (zie noot 1) Dit verschil is sindsdien verder toegenomen doordat de administratieve sancties het afgelopen jaar met 10% zijn verhoogd, (zie noot 2) terwijl de strafrechtelijke boetes enkel volgens het consumentenprijsindexcijfer van 5,7% zijn verhoogd. (zie noot 3)
De Afdeling wees in haar advies bovendien op het rapport ‘Boetestelsels in balans’ van het College van procureurs-generaal, (zie noot 4) waarin op verzoek van de minister door het College advies is gegeven over de oplossingsrichtingen voor deze disbalans. In dat rapport worden verschillende oplossingen aangedragen om de ontstane scheefgroei te beperken. Het College noemt in dat verband de optie om (eenmalig) geen indexering toe te passen, om in ieder geval een pas op de plaats te maken en ruimte te scheppen voor meer structurele oplossingen.
Uit de brief die de minister van Justitie en Veiligheid aan de Tweede Kamer heeft gestuurd om het ontwerpbesluit aan te bieden ter voorhang, blijkt dat de kabinetsreactie op het rapport ‘Boetestelsels in balans’ voor het einde van dit jaar wordt verwacht. In de toelichting wordt hiervan geen melding gemaakt. Het rapport houdt echter direct verband met het nu voorliggende voorstel.
De Afdeling merkt daarom op dat het van belang is dat in de toelichting bij het ontwerpbesluit wordt ingegaan op de nadelen van de bestaande disbalans tussen de administratieve en strafrechtelijke boetes. Daarbij adviseert zij in te gaan op de noodzaak en proportionaliteit om de administratieve boetes opnieuw te verhogen, ook al is - anders dan vorig jaar - geen sprake van een substantiële beleidsmatige verhoging, maar van een indexering. Door het Openbaar Ministerie worden de strafrechtelijke boetes weliswaar met hetzelfde percentage geïndexeerd, maar hierdoor wordt de disbalans in stand gehouden. (zie noot 5)
Verder adviseert de Afdeling in de toelichting ook in te gaan op de oplossingsrichtingen gericht op herstel van de bedoelde disbalans uit het rapport ’Boetestelsels in balans’. Het is wenselijk daarbij ook de mogelijkheid om de administratiefrechtelijke boetes niet te indexeren te betrekken. Aanpassingen van het boetestelsel behoren tenslotte niet op voorhand af te stuiten op louter budgettaire overwegingen.
Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling om in de toelichting te motiveren hoe de indexering van de administratieve boetes zich verhoudt tot de bestaande disbalans met de strafrechtelijke boetes en op welke wijze die disbalans zal worden hersteld.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 12 december 2024
Het advies van de Afdeling is opgevolgd door de nota van toelichting aan te vullen. In paragraaf 4 van de toelichting wordt ingegaan op het rapport ‘Boetestelsels in balans’ van het openbaar ministerie. Toegelicht wordt dat in het rapport wordt geconcludeerd dat op verschillende punten een disbalans tussen de boetestelsels is ontstaan. Het gaat hierbij enerzijds om de verkeersboetes die worden opgelegd op grond van de Wahv en de verkeersboetes waarvoor een OM-strafbeschikking wordt opgelegd en anderzijds om het feitgecodeerde stelsel als geheel ten opzichte van andere strafrechtelijke boetes buiten het verkeersdomein. In het rapport worden verschillende aanbevelingen gedaan om de ontstane disbalans te herstellen. Een van de aanbevelingen is om de administratiefrechtelijke boetes een aantal jaar niet te indexeren en deze zo gelijk te trekken met de strafrechtelijke verkeersboetes.
De geconstateerde disbalans is over een langere tijd ontstaan en kan niet eenvoudig worden weggenomen. Wettelijke kaders, decennialang financieel beleid, beleidsmatige en maatschappelijke verschuivingen in hoe naar verkeersovertredingen en boetehoogten wordt gekeken, spelen hierin allemaal een rol. Eerder is reeds aangegeven dat het volledig opvolgen van het advies om de ontstane disbalans weg te nemen, gezien de enorme financiële consequenties voor het ministerie van Justitie en Veiligheid, niet haalbaar is (Kamerstukken II 2023/24, 29 398, nr. 1109). Momenteel wordt zorgvuldig onderzocht wat wel kan worden gedaan om de balans zo veel mogelijk te herstellen. Dit onderzoek vergt meer tijd dan voorzien. De beleidsreactie is daarom nu nog niet gereed. Er wordt naar gestreefd de beleidsreactie in het voorjaar van 2025 naar de Kamer te sturen. Hierin zal ook worden ingegaan op de aanbeveling om de administratiefrechtelijke boetes tijdelijk niet te indexeren. Hoewel het kabinet zich realiseert dat met dit besluit de disbalans blijft bestaan, worden in afwachting van de conclusies van dit onderzoek en de daarmee samenhangende kabinetsreactie, de boetetarieven uit de Wahv op de reguliere wijze geïndexeerd. Dit gebeurt op basis van de ontwikkeling van de consumentenprijsindex in de periode juni 2023 en juni 2024 en dient ter correctie voor de geldontwaarding in die periode. Deze aanpassing bewerkstelligt dat de Wahv-tarieven in dezelfde mate stijgen als de gestegen prijzen van goederen en diensten. Ten aanzien daarvan blijft hierdoor de hoogte van de Wahv-boetes in relatieve zin gelijk (ten opzichte van de bedragen uit 2024). Het openbaar ministerie indexeert via zijn beleidsregels de strafrechtelijke tarieven binnen het feitgecodeerde stelsel met hetzelfde percentage, zodat de onderlinge verhouding tussen de Wahv-boetes en deze strafrechtelijke boetes niet wijzigt.
Aanvullende wijzigingen
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in het ontwerpbesluit en in de nota van toelichting enkele aanvullingen en wijzigingen van louter technische en redactionele aard aan te brengen met betrekking tot de in de (bij het besluit behorende) bijlagen opgenomen feiten. Daarnaast is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de inwerkingtredingsdatum in het besluit aan te passen van 1 januari 2025 naar 1 februari 2025.
Ik bied U hierbij, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting aan en verzoek U overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Justitie en Veiligheid
Voetnoten
(1) Advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van 15 november 2023 over het Besluit indexering verkeersboetes 2024 (W16.23.00312), Stcrt. 2024, 186.
(2) Vanwege een combinatie van indexering en een beleidsmatige verhoging.
(3) Stb. 2023, 518, p. 151 en de beslisnota bij de Brief van de minister van Justitie en Veiligheid, Kamerstukken II 2023/24, 29389, nr. 1124.
(4) Bijlage bij de Brief van de minister van Justitie en Veiligheid, Kamerstukken II 2022/23, 29398, nr. 1076.
(5) Beslisnota bij de Brief van de minister van Justitie en Veiligheid, Kamerstukken II 2023/24, 29389, nr. 1124.