Nederland mag asielzoekers blijven overdragen aan Kroatië
De minister van Asiel en Migratie mag asielzoekers blijven overdragen aan Kroatië op grond van de Europese Dublinverordening. Het is niet aannemelijk dat de Kroatische autoriteiten deze zogenoemde Dublinclaimanten in strijd met de mensenrechten zullen behandelen. Ook hebben zij toegang tot de asielprocedure en opvang in Kroatië. Dit oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een uitspraak van vandaag (9 oktober 2024).
Achtergrond
Een Syrische man is de Europese Unie in Kroatië binnengekomen en heeft vervolgens in Nederland asiel aangevraagd. De minister heeft zijn aanvraag niet in behandeling genomen en wil hem overdragen aan Kroatië. Als EU-lidstaat is Kroatië op grond van de Europese Dublinverordening in dit geval verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag. Maar volgens de Syriër zijn er structurele tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen van Kroatië. Ook maakt Kroatië zich volgens hem schuldig aan zogenoemde pushbacks. Bij een pushback wordt een asielzoeker vanuit een EU-lidstaat doorgestuurd naar een ander land, zonder dat hij in die EU-lidstaat asiel heeft kunnen aanvragen.
In beginsel vertrouwen op andere lidstaten
De minister mag er op voorhand van uitgaan dat alle EU-lidstaten op een effectieve en gelijkwaardige manier bescherming bieden aan de grondrechten in het Handvest van de Europese Unie, het Vluchtelingenverdrag en het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat wordt het interstatelijk vertrouwensbeginsel genoemd. Alleen als blijkt dat in de praktijk toch risico bestaat op schending van grondrechten kan hierop een uitzondering worden gemaakt.
Dublinclaimanten hebben toegang tot opvang
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat Nederland asielzoekers aan Kroatië mag blijven overdragen. Dublinclaimanten hebben nog altijd toegang tot de asielprocedure en opvang in Kroatië. Hoewel er periodes zijn geweest van overbezetting in de Kroatische opvangcentra, zijn er geen structurele tekortkomingen. Zelfs in tijden van grote druk op de Kroatische opvangcentra werd nog altijd voorzien in essentiële levensbehoeften als voeding, sanitaire voorzieningen en basale medische zorg. Uit actuele beschikbare informatie blijkt ook dat Dublinclaimanten geen reëel risico lopen om slachtoffer te worden van pushbacks. Net zoals de Afdeling bestuursrechtspraak in september 2023 oordeelde, zijn de pushbacks niet gericht tegen Dublinclaimanten. De minister mag er op basis van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dan ook van uitgaan dat de Kroatische autoriteiten de Dublinclaimanten niet in strijd met de mensenrechten zullen behandelen.

Lees hier de volledige tekst van de uitspraak met zaaknummer 202404639/1.