Advies over initiatiefwetsvoorstel van SGP en JA21 om gebedsoproepen te beperken
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 29 oktober 2025 het advies vastgesteld over het wetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Flach (SGP) en Eerdmans (JA21) om de Wet openbare manifestaties te wijzigen met het doel gebedsoproepen te beperken. Het advies is op 3 november 2025 gepubliceerd op de website van de Raad van State.
Versterkte gebedsoproepen
Het initiatiefwetsvoorstel gaat over oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging. Volgens de initiatiefnemers kunnen gebedsoproepen zorgen voor gevoelens van onbehagen, vervreemding of onveiligheid bij buurtbewoners en voorbijgangers. Daarom willen zij in de Wet openbare manifestaties vastleggen dat bij oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging geen gebruik meer wordt gemaakt van geluidsversterking.
Grenzen stellen aan godsdienstvrijheid
De Afdeling advisering wijst erop dat de Grondwet de godsdienstvrijheid als grondrecht beschermt. Maar de Grondwet erkent ook de mogelijkheid om grenzen te stellen aan de uitingen van godsdienst en levensovertuiging in de openbare ruimte. Vanwege de veelheid aan verschillende opvattingen in Nederland is het belangrijk om daarbij steeds aandacht te geven aan de belangen en opvattingen van anderen. Dat kan in onderlinge afspraken tussen betrokken organisaties en inwoners. Daarnaast noemt de huidige Wet openbare manifestaties mogelijkheden om grenzen te stellen. Gemeenten kunnen zodoende religieuze en levensbeschouwelijke uitingen in de openbare ruimte op lokaal niveau nader regelen.
Niet proportioneel
Het initiatiefwetsvoorstel maakt alle versterkte gebedsoproepen onmogelijk, zonder daarbij te onderscheiden naar hoe vaak, op welk volume en op welke locatie ze te horen zijn. Daardoor ontneemt het voorstel reële betekenis aan een belangrijk aspect van een door de Grondwet en verdragen beschermd grondrecht. De godsdienstvrijheid en de daarmee verbonden rechten worden hiermee te zeer beperkt. Een beperking van de godsdienstvrijheid kan wettig zijn, maar het helemaal uitsluiten van versterkte gebedsoproepen is niet proportioneel omdat zij verder gaat dan nodig is. Bovendien is het feitelijke effect ervan dat overwegend één geloofsovertuiging – namelijk de islam – wordt geraakt, zodat de maatregel discriminerend uitpakt. Om deze redenen voldoet het wetsvoorstel niet aan de vereisten van de grondwettelijk en verdragsrechtelijk gewaarborgde godsdienstvrijheid. De godsdienstvrijheid maakt het in beginsel wél mogelijk om, als daarvoor (lokaal) aanleiding bestaat, grenzen te stellen aan (versterkte) oproepen tot gebed in duur, frequentie, geluidsniveau en tijdstippen.
Ernstige bezwaren
De Afdeling advisering heeft op grond van deze argumenten ernstige bezwaren tegen het initiatiefwetsvoorstel. Zij adviseert de Tweede Kamer het voorstel niet in behandeling te nemen.

Lees hier het hele advies van de Afdeling advisering.