Afdeling bestuursrechtspraak stelt prejudiciële vraag over Europese Terugkeerrichtlijn
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een verwijzingsuitspraak van vandaag (13 mei 2026) een prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie in Luxemburg. Zij wil van het Europese Hof weten of de minister van Asiel en Migratie een derde land als land van terugkeer kan aanwijzen, anders dan het land van herkomst of een land van doorreis, wanneer een vreemdeling te kennen heeft gegeven niet naar dit land te willen terugkeren.
Achtergrond
In deze zaak gaat het om een Venezolaanse man die in Nederland een asielaanvraag heeft ingediend. De minister van Asiel en Migratie heeft deze asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij Ecuador voor hem als veilig derde land beschouwt. Hij heeft namelijk zes jaar lang legaal in Ecuador verbleven. De minister heeft daarom een terugkeerbesluit uitgevaardigd met Ecuador als land van terugkeer. Maar de man wil niet naar Ecuador terugkeren.
Europese Terugkeerrichtlijn en Procedurerichtlijn
Hij vindt dat de minister Ecuador niet als land van terugkeer had mogen aanwijzen. Volgens hem handelt de minister hiermee in strijd met de Europese Terugkeerrichtlijn, omdat die bepaalt dat terugkeer in dit soort gevallen alleen vrijwillig kan. De minister is het niet eens met deze uitleg. Het doel van de Terugkeerrichtlijn is volgens hem om een doeltreffend verwijderings- en terugkeerbeleid te voeren. En uit de Europese Procedurerichtlijn volgt dat hij een asielaanvraag niet-ontvankelijk kan verklaren als er een veilig derde land is, aldus de minister. Het zou daarom in strijd zijn met deze richtlijnen als hij geen terugkeerbesluit naar een veilig derde land mag uitvaardigen, wanneer een vreemdeling niet naar dat land wil terugkeren.
Prejudiciële vraag aan het Europese Hof
De Afdeling bestuursrechtspraak wil van het Hof van Justitie in Luxemburg weten of het woord ‘vrijwillig’ in artikel 3 van de Terugkeerrichtlijn zo moet worden uitgelegd dat dit verwijst naar de keuze van bestemming van de onderdaan van een derde land.
Schorsing van de behandeling
De Afdeling bestuursrechtspraak schorst de verdere behandeling van deze zaak in afwachting van het antwoord van het Hof van Justitie in Luxemburg. Daarna zal de Afdeling bestuursrechtspraak de behandeling van de zaak voortzetten en uiteindelijk hierin een definitieve uitspraak doen.

Lees hier de hele uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak.