Advies over Rijkswet Koninkrijksgeschillen
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk heeft op 4 maart 2026 het advies vastgesteld over de Rijkswet Koninkrijksgeschillen. Het advies is op 9 maart 2026 gepubliceerd op de website van de Raad van State.
Inhoud en achtergrond van het voorstel
Sinds 2010 bepaalt het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden dat er een regeling moet komen om geschillen binnen het Koninkrijk te beslechten. Het voorstel voor de rijkswet is ingediend door de gevolmachtigde minister van Aruba. Het is het resultaat van overleg tussen de Staten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Het voorstel bepaalt dat als er binnen het Koninkrijk tussen landen een geschil rijst over wat in het Statuut staat of in een regeling die op het Statuut is gebaseerd, dat de Caribische landen Aruba, Curaçao, Sint Maarten dit geschil kunnen voorleggen aan de Raad van State van het Koninkrijk. Deze treedt op als geschillenbeslechter. Het oordeel van de Raad van State van het Koninkrijk is bindend. De Rijksministerraad mag daar vervolgens dan niet van afwijken.
Noodzaak van een geschillenregeling
De Afdeling advisering begrijpt de wens om een adequate geschillenregeling tot stand te brengen. Niet alleen stelt het Statuut zo’n regeling verplicht, maar het draagt ook bij aan een goede samenwerking binnen het Koninkrijk als geschillen kunnen worden beslecht op basis van een deugdelijke procedure. Daarbij tekent de Afdeling advisering aan dat het voorleggen van een geschil aan de geschillenbeslechter als uiterst middel moet worden gezien. Om geschillen te voorkomen én bij het ontstaan van geschillen is constructief overleg tussen de landen van het Koninkrijk van het grootste belang.
Vormgeving
De Afdeling advisering maakt in haar advies opmerkingen over de vormgeving van de geschillenregeling. Een geschillenregeling moet zo worden vormgegeven dat hiermee de rechtmatigheid van besluiten van de Rijksministerraad kan worden beoordeeld. Maar een systeem van geschilbeslechting moet ook ruimte laten voor een zekere politiek-bestuurlijke afweging. Het advies is dan ook om de geschillenregeling zo vorm te geven dat de Rijksministerraad niet kan afwijken van rechtmatigheidsoordelen, maar wel om zeer zwaarwegende redenen kan afwijken van oordelen over politiek-bestuurlijke aspecten van een geschil. Het is aan de instantie die de geschillen beslecht om te bepalen welke oordelen betrekking hebben op rechtmatigheidsaspecten van een geschil en welke op politiek-bestuurlijke aspecten, zoals de Afdeling advisering dit ook doet bij geschilbeslechting op basis van een andere rijkswet, namelijk de Rijkswet financieel toezicht. Ook bij geschilbeslechting op grond van die rijkswet geldt dat de Rijksministerraad niet kan afwijken van rechtmatigheidsoordelen, maar wel kan afwijken van andere oordelen op zeer zwaarwegende gronden.
Verduidelijking
Verder adviseert de Afdeling advisering op bepaalde punten de geschillenregeling te verduidelijken. De procedure bevat enkele onduidelijkheden, bijvoorbeeld of ook Nederland een geschil voor beslechting kan voorleggen en er bestaan verschillen tussen dit voorstel en al bestaande procedures over de beslechting van Koninkrijksgeschillen, bijvoorbeeld over het vaststellen van een procesreglement.
Conclusie
De Afdeling advisering heeft een aantal opmerkingen bij het voorstel en adviseert de Tweede Kamer en de Staten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten daarmee rekening te houden.

Lees hier het hele advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk.