Tijdelijk geen dwangsom bij uitblijven besluit compensatie werkelijke schade in hersteloperatie toeslagen
Als ouders rechtszaken aanspannen tegen de Dienst Toeslagen omdat die niet of te laat beslist op hun aanvraag om hun werkelijke schade als gevolg van de toeslagenaffaire te compenseren, zal de Afdeling bestuursrechtspraak de normale wettelijke beslistermijn hanteren. Dat houdt in dat de Dienst Toeslagen binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak van de rechter wordt verzonden alsnog een besluit moet nemen. Verder oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de Dienst Toeslagen het komende jaar, tot 3 juni 2027, geen dwangsommen hoeft te betalen bij het niet of te laat beslissen op dit soort aanvragen. Daarna kan de Afdeling bestuursrechtspraak opnieuw beoordelen of een dwangsom een effectieve prikkel is om de Dienst Toeslagen tot besluitvorming te bewegen. Dit staat in een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van vandaag (3 juni 2026).
Volledig vastgelopen
De Afdeling bestuursrechtspraak komt tot dit oordeel omdat de besluitvorming van de Dienst Toeslagen op aanvragen van ouders om hun werkelijke schade te compenseren volledig is vastgelopen. Het is voor de Afdeling bestuursrechtspraak nu niet mogelijk om - als besluiten uitblijven - vast te stellen welke nadere beslistermijn zij de Dienst Toeslagen moet opleggen die niet onnodig lang, maar ook niet onrealistisch kort is. Zij constateert ook dat de substantiële dwangsommen die de Dienst Toeslagen heeft moeten betalen niet hebben geleid tot versnelling. De verwachting is zelfs dat rechtszaken over het niet (op tijd) beslissen leiden tot nog langere wachttijd voor ouders op een inhoudelijk besluit op hun aanvraag. Voor de alternatieve hersteltrajecten waar de Dienst Toeslagen op inzet om tot versnelling te komen ontbreekt een wettelijke basis.
Onmacht en frustratie
De Afdeling bestuursrechtspraak realiseert zich heel goed dat gedupeerde ouders een gevoel van onmacht en frustratie ervaren nu zij te maken hebben met een niet functionerend en vastgelopen systeem, waarbij de Dienst Toeslagen de beslistermijnen langdurig en structureel overschrijdt. En waarbij ook de mogelijkheid om de dienst via de bestuursrechter te bewegen om een besluit te nemen niet meer het gewenste effect heeft. Maar een dwangsom bij het niet (op tijd) beslissen is geen vorm van schadevergoeding. De dwangsom moet een financiële prikkel zijn voor de overheid om sneller te beslissen. Die doelstelling wordt in dit geval niet bereikt. Bij de huidige stand van zaken werkt een dwangsom zelfs contraproductief, omdat de tijd die de Dienst Toeslagen nu besteedt aan rechtszaken over het niet (op tijd) beslissen, leidt tot verdere vertraging van het nemen van inhoudelijke besluiten.
Achttien jaar
De besluitvorming is zodanig vastgelopen dat de gemiddelde wachttijd op een beslissing over compensatie van de werkelijke schade nu al bijna twee jaar en drie maanden is. Daarbij duurt het, als er niets verandert, nog achttien jaar voordat de Dienst Toeslagen alle bestaande en te verwachte aanvragen voor compensatie van werkelijke schade heeft behandeld.
Alternatieve hersteltrajecten
Om te bepalen welke beslistermijn bij het uitblijven van besluiten niet onnodig lang, maar ook niet onrealistisch kort is, is het ook belangrijk om te kijken naar versnellingsmogelijkheden. De Afdeling bestuursrechtspraak constateert dat de Dienst Toeslagen zich daarbij richt op alternatieve hersteltrajecten, zoals de Stichting (Gelijkwaardig) Herstel en MijnHerstel. In beide gevallen wordt uiteindelijk een civiele vaststellingsovereenkomst over het compenseren van de werkelijke schade opgesteld en ondertekend tussen partijen.
Terugkoppeling aan de wetgever
Maar deze alternatieve hersteltrajecten staan op gespannen voet met de Wet hersteloperatie toeslagen. Die gaat namelijk uit van een besluit van de Dienst Toeslagen na een wettelijk verplicht advies van de Commissie Werkelijke Schade. Deze commissie wordt echter nog maar beperkt ingezet. In plaats daarvan worden gedupeerde ouders, vaak op basis van weinig informatie, dwingend gestuurd richting de alternatieve hersteltrajecten. Daarbij stuurt de Dienst Toeslagen niet op compensatie van de werkelijke schade zoals de wet bepaalt, maar op compensatie via standaardbedragen. Voor zo’n ingrijpende wijziging van het stelsel is naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak een wetswijziging nodig. Het is bovendien onduidelijk in hoeverre deze alternatieve hersteltrajecten duurzaam en effectief zijn. Cijfers daarover ontbreken.
Eerdere uitspraken over beslistermijnen
Deze uitspraak geldt alleen voor besluiten op aanvraag voor de compensatie van werkelijke schade. De Afdeling bestuursrechtspraak deed eerder al uitspraken over beslistermijnen voor andere besluiten op grond van de hersteloperatie toeslagen. Zo oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak in maart 2025 over de beslistermijn bij besluiten op bezwaar van de Dienst Toeslagen. Die uitspraak blijft gewoon gelden.

Lees hier de uitspraak met zaaknummer 202504470/1.